Inleiding rond het ontstaan van de jeugdbescherming van België –
hoofdstuk 1
De rechten van kinderen en jongeren zijn vandaag wettelijk geregeld in
specifieke nationale en internationale wetgeving. Bescherming op
verschillende vlakken:
• Onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg (IVRK)
• Aangepaste maatregelen en straffen (Jeugdelinquentierecht)
• Hulpverlening in verontrustende opvoedingssituaties
(Jeugdhulpverlening Vlaanderen)
• Specifieke rechtswaarborgen (Rechtspositie van de minderjarige in de
jeugdhulp)
MOF = misdrijf omschreven feit (misdrijf = misdaad, wanbedrijf, overtreding).
Nu = Jeugddelict
1: Evolutie van de socialisatie:
Vroeger:
• Kinderen worden beschouwd als kleine volwassene vanaf 7 jaar
• Geen school, werkten mee op veld of huishouden
• Kinderen hadden geen rechten/weinig waarde
• Ouders voedden vaak hun kinderen niet zelf op
Eerste aanzet tot kindbeeld (16de eeuw)
In rijke milieus kregen jongens onderwijs, meisjes pas veel later
• Twee visies op kinderen:
• Moralisten: kind is van nature slecht, opvoeding moet corrigeren
• Romantici: kind is goed, samenleving maakt het slecht
• Kinderen werden steeds meer als aparte wezens gezien
• Verlichting (18e eeuw): opvoeding werd gezien als voorbereiding op
volwassenheid
• Beschermde omgeving nodig om kind te laten groeien
De samenleving verandert mee:
• Kinderarbeid wordt verboden, leerplicht ingevoerd
• Oprichting van instellingen speciaal voor kinderen (school, opvang, zorg)
• Er ontstaat een wachttijd: kind is nog geen volwassene, maar onderweg
Huidig kindbeeld
• Kinderen worden gezien als nieuwsgierig, creatief en leergierig
• Ze hebben recht op een omgeving die hun ontwikkeling ondersteunt
• Opvoeding en onderwijs zijn afgestemd op hun leeftijd en noden
• Aparte behandeling in zorg, onderwijs en opvoeding is normaal
• Pas bij volwassenheid worden kinderen volledig verantwoordelijk
Cultuur wordt overgedragen via 2 processen:
Proces van socialisatie: het zich eigen maken van waarden en
normen die in de maatschappij aanwezig zijn en gelden als de norm
van die maatschappij.
Waarden en normen van maatschappij doorgeven aan kinderen (verschilt
van cultuur)
Proces van sociale controle: straffen en bestraffen als de norm
van een maatschappij niet wordt nageleefd (zowel formeel als
, informeel).
Strafrecht is de hoogste vorm van sociale controle
Afspraken die leiden tot de mogelijkheid om iemand op iets te wijzen
• Informeel: ouders die straffen als hun kind stout is/ reageren
op gebeurtenissen waar er geen formele sociale controle op is
Iemand laat papiertje vallen en je reageert er op
• Formeel: wat vast staat in afspraken en regels
Deze processen zorgen ervoor dat er veranderingen in de
maatschappij ontstaan en evolutie duidelijk wordt. Hierdoor kunnen
er onder andere nieuwe zetten ontstaan zoals de Wet op de
Kinderbescherming van 1912.
2: historisch overzicht van de jeugdbescherming in het Belgisch
recht
Vroegere tijden tot verlichting
Eerste sporen van onderscheid:
• In het oude Rome begon men stilaan anders naar kinderen te kijken
• “Onmondige” kinderen (te jong om te trouwen) kregen soms een andere straf dan
volwassenen
• Rechters bepaalden of een kind wist wat goed of fout was (“oordeel des
onderscheids”)
• Leeftijd én intentie speelden een rol bij strafbaarheid
Na de val van het Romeinse Rijk:
• Macht verschoof van de staat naar het gezin
• Vader bepaalde zelf of een kind gestraft werd
• Strafrecht verschilde per stam, streek en familie
• Geen centraal rechtssysteem meer
Penologie = de studie van straffen meer en meer wetenschappen naar boven komen =
verlichting
Terugkeer van regels en staatsmacht:
• Vanaf 11e eeuw: herontdekking van Romeins recht aandacht voor onderscheid
kind terugkeerde
• 13e eeuw: opkomst van staten → meer nood aan orde
• Staat ging rechtspraak opnieuw organiseren, ook voor kinderen
• Rechters bepaalden of kind wist wat het deed
Eerste wetgeving met verzachtende straf (1532):
• Constitutio Criminalis Carolina: straf mag verzacht worden voor kinderen
• Voorwaarde: kind had nog geen gebruik van rede (gezond verstand)
• Eerste wettelijke erkenning dat kinderen niet zomaar als volwassenen kunnen
worden gestraft
Evolutie richting moderne visie:
• Verlichting bevestigt idee dat mens keuzes maakt met verstand
• Kinderen worden meer en meer gezien als niet volledig verantwoordelijke wezens
• Basis gelegd voor latere jeugdbescherming en aangepaste straffen
De verlichting
Wat is de Verlichting?
• 18e eeuw = tijd van verstand, wetenschap en vooruitgang
• Mensen geloven dat je de samenleving kan verbeteren met kennis
• Positivisme: alles moet verklaarbaar en meetbaar zijn (belangrijkste stroming)
• Start van de industriële revolutie met grote technologische veranderingen
Donkere keerzijde van de vooruitgang:
, • Fabrieksarbeid: lange uren, lage lonen, geen bescherming
• Kinderen moesten mee werken, vaak in gevaarlijke omstandigheden
• Kinderarbeid werd verboden (1889), maar met veel weerstand
• Ouders en werkgevers zagen het als inmenging in gezag of verlies aan inkomen
Verlichte ideeën over kinderen:
• Kinderen worden nu gezien als de toekomst van de samenleving
• Als kennis belangrijk is, moet je kinderen opvoeden en beschermen
• Verwaarlozing van kinderen = bedreiging voor de toekomst
• Verlichte maatschappij kiest steeds meer voor bescherming en onderwijs
Sociale spanningen:
• Opkomst van het socialisme: strijd voor betere leefomstandigheden
• Rijken (adel, kerk) reageren met liefdadigheid (fancy fairs, voedsel, speelgoed)
• Spanningen tussen structurele verandering (socialisme) en morele plicht (rijkere
klasse)
• Poging om arbeiders hun normen en waarden op te leggen
Nieuwe kijk op straffen:
• Verlichte denkers (zoals Rousseau, Montesquieu, Voltaire) stelden kritische
vragen:
• Is het strafsysteem wel eerlijk?
• Houden we rekening met leeftijd of situatie?
• Sociale wetenschappen ontstaan en onderzoeken andere manieren van straffen
• Hieruit groeien vier belangrijke strafrechtelijke scholen
Tendensen vanaf de verlichting
De klassieke criminologische school (18de eeuw)
• Verzet tegen de wrede straffen van vroeger (zoals lijfstraffen onder het Ancien
Régime)
• Straf moet logisch, eerlijk en wettelijk bepaald zijn
• 5 basisprincipes:
1. wilsautonomie: je kiest bewust voor goed of kwaad
2. morele aansprakelijkheid: je bent zelf verantwoordelijk
3. Legaliteitsbeginsel: straf en misdrijf moeten in de wet staan
4. Proportionaliteitsbeginsel: straf moet passen bij de ernst van het feit
5. Gelijkheidsbeginsel : de wet is voor iedereen gelijk
• 3 doelen van straf: vergelding: je hebt iets gedaan, je moet de gevolgen ervan
zien
, afschrikken: straf moet zwaar genoeg zijn om andere misdrijven te voorkomen,
morele verbetering: dader zou tot inzicht komen en zijn gedrag veranderen
• Kritiek: te weinig aandacht voor de dader zelf (zoals leeftijd of achtergrond)
In 1971 kregen jongeren tot 16 jaae andere straffen
Belangrijke stap: idee dat jongeren niet op zelfde manier kunnen beslissen als
volwassenen
= strafrechtelijke minderjarigheid ontstaat
Het positivisme (19de eeuw) – reactie op de klassieke criminologische school
• Nieuwe vraag: waarom pleegt iemand een misdrijf?
• Focus op wetenschappelijke observatie en feiten
• Kijk naar: armoede, opvoeding, omgeving, biologie
, • Niet het misdrijf staat centraal, maar de dader
• Voorbeeld: kind dat steelt uit honger moet geholpen worden, niet gestraft
Gevolgen van het positivisme:
• Criminaliteit is een sociaal probleem, geen puur juridisch feit
• Opvoeding, preventie, hulpverlening worden belangrijker dan straf
• Zorg voor kinderen in moeilijke situaties, nog voor ze iets misdoen
Crimineel-antropologische school:
• Bedenker: Cesare Lombroso
• Idee: sommige mensen worden als crimineel geboren
• Atavistische kenmerken: uiterlijk (schedelvorm, haargroei, enz.)
• Kritiek: te biologisch, te deterministisch, geen vrije wil
Crimineel-sociologische school:
• Bedenker: Alexandre Lacassagne
• Idee: de samenleving maakt mensen crimineel
• Armoede, uitsluiting, slechte woonomstandigheden = risico
• Belangrijk principe: preventie en context begrijpen
• Men keek naar de dader vanuit verschillende visies
School van sociaal verweer (eind 19e – begin 20e eeuw)
• Vraag wordt: hoe gevaarlijk is iemand voor de samenleving?
• Maatregelen ipv straffen
• Duur = afhankelijk van gedragsverandering, niet van het feit zelf
• Sociaal verweer pleit voor onbepaalde maatregelen opleggen, van onbepaalde
duur ipv straffen
Belang voor jongeren:
• Ook tussenkomen vóór er een misdrijf gebeurt
• Nieuwe begrippen:
• Statusdelict: zorgwekkend gedrag dat bij volwassenen niet strafbaar is (vb:
spijbelen,weglopen van huis)
• Predelinquentie: gedrag dat kan leiden tot criminaliteit (vervwaarlozing,
middelenmisbruik bij ouders)
Besluit verlichting:
- Speciale instellingen werden opgericht
- Speciale wetten werden opgesteld
- Wetenschappelijke visies over ‘kind-zijn’ ontstonden (kunnen experimenteren,
leren, spelen)
- Kinderen bevinden zich in een ‘nog-niet-positie’
- Kinderen moeten fouten kunnen maken en hiervoor niet bestraft worden dus
beschermingsmodel: eerste aanzet tot de kinderbeschermingswet van
15/05/1912
De wet van 1912:
• Eerste echte kinderbeschermingswet in België
• Jeugdrechter voor 3 situaties:
1. Verwaarlozing
2. Misdrijf
3. Zorgwekkend gedrag
• Aparte aanpak voor kinderen
• Enkel en alleen door de kinderrechter worden behandeld, alles is gedwongen ook
bij prédelingquentie en bij een VOS-situatie.
Een nieuw kindbeeld:
hoofdstuk 1
De rechten van kinderen en jongeren zijn vandaag wettelijk geregeld in
specifieke nationale en internationale wetgeving. Bescherming op
verschillende vlakken:
• Onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg (IVRK)
• Aangepaste maatregelen en straffen (Jeugdelinquentierecht)
• Hulpverlening in verontrustende opvoedingssituaties
(Jeugdhulpverlening Vlaanderen)
• Specifieke rechtswaarborgen (Rechtspositie van de minderjarige in de
jeugdhulp)
MOF = misdrijf omschreven feit (misdrijf = misdaad, wanbedrijf, overtreding).
Nu = Jeugddelict
1: Evolutie van de socialisatie:
Vroeger:
• Kinderen worden beschouwd als kleine volwassene vanaf 7 jaar
• Geen school, werkten mee op veld of huishouden
• Kinderen hadden geen rechten/weinig waarde
• Ouders voedden vaak hun kinderen niet zelf op
Eerste aanzet tot kindbeeld (16de eeuw)
In rijke milieus kregen jongens onderwijs, meisjes pas veel later
• Twee visies op kinderen:
• Moralisten: kind is van nature slecht, opvoeding moet corrigeren
• Romantici: kind is goed, samenleving maakt het slecht
• Kinderen werden steeds meer als aparte wezens gezien
• Verlichting (18e eeuw): opvoeding werd gezien als voorbereiding op
volwassenheid
• Beschermde omgeving nodig om kind te laten groeien
De samenleving verandert mee:
• Kinderarbeid wordt verboden, leerplicht ingevoerd
• Oprichting van instellingen speciaal voor kinderen (school, opvang, zorg)
• Er ontstaat een wachttijd: kind is nog geen volwassene, maar onderweg
Huidig kindbeeld
• Kinderen worden gezien als nieuwsgierig, creatief en leergierig
• Ze hebben recht op een omgeving die hun ontwikkeling ondersteunt
• Opvoeding en onderwijs zijn afgestemd op hun leeftijd en noden
• Aparte behandeling in zorg, onderwijs en opvoeding is normaal
• Pas bij volwassenheid worden kinderen volledig verantwoordelijk
Cultuur wordt overgedragen via 2 processen:
Proces van socialisatie: het zich eigen maken van waarden en
normen die in de maatschappij aanwezig zijn en gelden als de norm
van die maatschappij.
Waarden en normen van maatschappij doorgeven aan kinderen (verschilt
van cultuur)
Proces van sociale controle: straffen en bestraffen als de norm
van een maatschappij niet wordt nageleefd (zowel formeel als
, informeel).
Strafrecht is de hoogste vorm van sociale controle
Afspraken die leiden tot de mogelijkheid om iemand op iets te wijzen
• Informeel: ouders die straffen als hun kind stout is/ reageren
op gebeurtenissen waar er geen formele sociale controle op is
Iemand laat papiertje vallen en je reageert er op
• Formeel: wat vast staat in afspraken en regels
Deze processen zorgen ervoor dat er veranderingen in de
maatschappij ontstaan en evolutie duidelijk wordt. Hierdoor kunnen
er onder andere nieuwe zetten ontstaan zoals de Wet op de
Kinderbescherming van 1912.
2: historisch overzicht van de jeugdbescherming in het Belgisch
recht
Vroegere tijden tot verlichting
Eerste sporen van onderscheid:
• In het oude Rome begon men stilaan anders naar kinderen te kijken
• “Onmondige” kinderen (te jong om te trouwen) kregen soms een andere straf dan
volwassenen
• Rechters bepaalden of een kind wist wat goed of fout was (“oordeel des
onderscheids”)
• Leeftijd én intentie speelden een rol bij strafbaarheid
Na de val van het Romeinse Rijk:
• Macht verschoof van de staat naar het gezin
• Vader bepaalde zelf of een kind gestraft werd
• Strafrecht verschilde per stam, streek en familie
• Geen centraal rechtssysteem meer
Penologie = de studie van straffen meer en meer wetenschappen naar boven komen =
verlichting
Terugkeer van regels en staatsmacht:
• Vanaf 11e eeuw: herontdekking van Romeins recht aandacht voor onderscheid
kind terugkeerde
• 13e eeuw: opkomst van staten → meer nood aan orde
• Staat ging rechtspraak opnieuw organiseren, ook voor kinderen
• Rechters bepaalden of kind wist wat het deed
Eerste wetgeving met verzachtende straf (1532):
• Constitutio Criminalis Carolina: straf mag verzacht worden voor kinderen
• Voorwaarde: kind had nog geen gebruik van rede (gezond verstand)
• Eerste wettelijke erkenning dat kinderen niet zomaar als volwassenen kunnen
worden gestraft
Evolutie richting moderne visie:
• Verlichting bevestigt idee dat mens keuzes maakt met verstand
• Kinderen worden meer en meer gezien als niet volledig verantwoordelijke wezens
• Basis gelegd voor latere jeugdbescherming en aangepaste straffen
De verlichting
Wat is de Verlichting?
• 18e eeuw = tijd van verstand, wetenschap en vooruitgang
• Mensen geloven dat je de samenleving kan verbeteren met kennis
• Positivisme: alles moet verklaarbaar en meetbaar zijn (belangrijkste stroming)
• Start van de industriële revolutie met grote technologische veranderingen
Donkere keerzijde van de vooruitgang:
, • Fabrieksarbeid: lange uren, lage lonen, geen bescherming
• Kinderen moesten mee werken, vaak in gevaarlijke omstandigheden
• Kinderarbeid werd verboden (1889), maar met veel weerstand
• Ouders en werkgevers zagen het als inmenging in gezag of verlies aan inkomen
Verlichte ideeën over kinderen:
• Kinderen worden nu gezien als de toekomst van de samenleving
• Als kennis belangrijk is, moet je kinderen opvoeden en beschermen
• Verwaarlozing van kinderen = bedreiging voor de toekomst
• Verlichte maatschappij kiest steeds meer voor bescherming en onderwijs
Sociale spanningen:
• Opkomst van het socialisme: strijd voor betere leefomstandigheden
• Rijken (adel, kerk) reageren met liefdadigheid (fancy fairs, voedsel, speelgoed)
• Spanningen tussen structurele verandering (socialisme) en morele plicht (rijkere
klasse)
• Poging om arbeiders hun normen en waarden op te leggen
Nieuwe kijk op straffen:
• Verlichte denkers (zoals Rousseau, Montesquieu, Voltaire) stelden kritische
vragen:
• Is het strafsysteem wel eerlijk?
• Houden we rekening met leeftijd of situatie?
• Sociale wetenschappen ontstaan en onderzoeken andere manieren van straffen
• Hieruit groeien vier belangrijke strafrechtelijke scholen
Tendensen vanaf de verlichting
De klassieke criminologische school (18de eeuw)
• Verzet tegen de wrede straffen van vroeger (zoals lijfstraffen onder het Ancien
Régime)
• Straf moet logisch, eerlijk en wettelijk bepaald zijn
• 5 basisprincipes:
1. wilsautonomie: je kiest bewust voor goed of kwaad
2. morele aansprakelijkheid: je bent zelf verantwoordelijk
3. Legaliteitsbeginsel: straf en misdrijf moeten in de wet staan
4. Proportionaliteitsbeginsel: straf moet passen bij de ernst van het feit
5. Gelijkheidsbeginsel : de wet is voor iedereen gelijk
• 3 doelen van straf: vergelding: je hebt iets gedaan, je moet de gevolgen ervan
zien
, afschrikken: straf moet zwaar genoeg zijn om andere misdrijven te voorkomen,
morele verbetering: dader zou tot inzicht komen en zijn gedrag veranderen
• Kritiek: te weinig aandacht voor de dader zelf (zoals leeftijd of achtergrond)
In 1971 kregen jongeren tot 16 jaae andere straffen
Belangrijke stap: idee dat jongeren niet op zelfde manier kunnen beslissen als
volwassenen
= strafrechtelijke minderjarigheid ontstaat
Het positivisme (19de eeuw) – reactie op de klassieke criminologische school
• Nieuwe vraag: waarom pleegt iemand een misdrijf?
• Focus op wetenschappelijke observatie en feiten
• Kijk naar: armoede, opvoeding, omgeving, biologie
, • Niet het misdrijf staat centraal, maar de dader
• Voorbeeld: kind dat steelt uit honger moet geholpen worden, niet gestraft
Gevolgen van het positivisme:
• Criminaliteit is een sociaal probleem, geen puur juridisch feit
• Opvoeding, preventie, hulpverlening worden belangrijker dan straf
• Zorg voor kinderen in moeilijke situaties, nog voor ze iets misdoen
Crimineel-antropologische school:
• Bedenker: Cesare Lombroso
• Idee: sommige mensen worden als crimineel geboren
• Atavistische kenmerken: uiterlijk (schedelvorm, haargroei, enz.)
• Kritiek: te biologisch, te deterministisch, geen vrije wil
Crimineel-sociologische school:
• Bedenker: Alexandre Lacassagne
• Idee: de samenleving maakt mensen crimineel
• Armoede, uitsluiting, slechte woonomstandigheden = risico
• Belangrijk principe: preventie en context begrijpen
• Men keek naar de dader vanuit verschillende visies
School van sociaal verweer (eind 19e – begin 20e eeuw)
• Vraag wordt: hoe gevaarlijk is iemand voor de samenleving?
• Maatregelen ipv straffen
• Duur = afhankelijk van gedragsverandering, niet van het feit zelf
• Sociaal verweer pleit voor onbepaalde maatregelen opleggen, van onbepaalde
duur ipv straffen
Belang voor jongeren:
• Ook tussenkomen vóór er een misdrijf gebeurt
• Nieuwe begrippen:
• Statusdelict: zorgwekkend gedrag dat bij volwassenen niet strafbaar is (vb:
spijbelen,weglopen van huis)
• Predelinquentie: gedrag dat kan leiden tot criminaliteit (vervwaarlozing,
middelenmisbruik bij ouders)
Besluit verlichting:
- Speciale instellingen werden opgericht
- Speciale wetten werden opgesteld
- Wetenschappelijke visies over ‘kind-zijn’ ontstonden (kunnen experimenteren,
leren, spelen)
- Kinderen bevinden zich in een ‘nog-niet-positie’
- Kinderen moeten fouten kunnen maken en hiervoor niet bestraft worden dus
beschermingsmodel: eerste aanzet tot de kinderbeschermingswet van
15/05/1912
De wet van 1912:
• Eerste echte kinderbeschermingswet in België
• Jeugdrechter voor 3 situaties:
1. Verwaarlozing
2. Misdrijf
3. Zorgwekkend gedrag
• Aparte aanpak voor kinderen
• Enkel en alleen door de kinderrechter worden behandeld, alles is gedwongen ook
bij prédelingquentie en bij een VOS-situatie.
Een nieuw kindbeeld: