ZAKELIJKE RECHTEN
A. EIGENDOM
- Art. 3.50 BW
Omschrijving - Eigendomsrecht is het meest volmaakte ZR
- Zakelijk recht op eigen goed
- Eeuwigdurend
o Art. 3.51, lid 2 BW
o Twee aspecten
Eigendomsrecht duurt zolang als het goed waarop het betrekking heeft (geen max. termijn,
enkel over te dragen)
Kan uitdoven door bevrijdende verjaring (uitdoven door onbruik)
- Omvattend karakter
o Eigenaar heeft alle bevoegdheden die niet door de wet of contractueel zijn uitgesloten of aan derde
Kenmerken zijn toevertrouwd.
o Elasticiteit vh eigendomsrecht = wnr beperkt zakelijk recht tot einde komt worden die bevoegdheden
v rechtswege geïntegreerd in het eigendomsrecht
- Exclusiviteit
o Externe dimensie = uitsluiten van al wie niet de eigenaar (of andere zakelijk gerechtigde) is
o Interne dimensie = volheid van bevoegdheden in handen van één persoon. Afsplitsing van
bevoegdheden v eigendomsrecht (persoonlijk, of beperkt zakelijk recht) mogelijk. Bij einde beperkt
recht → natrekking → ten voordele van eigenaar (elasticiteit).
Evoluties - Socialisering Sociale dimensie vh eigendomsrecht wordt steeds prominenter ⇒ uitoefening wordt steeds
meer beperkt door externe beperkingen
o Privaatrechtelijke beperkingen
Rechtsmisbruik = Indien eigenaar zijn recht uitoefent op wijze die kennelijk de grenzen te
buiten gaat vd normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in
dezelfde omstandigheden. (Art. 1.10 BW en 3.62 BW)
Burenhinder (art. 3.101-102 BW)
Voorwaarden:
Bovenmatige hinder
Nabuurschap
o Publiekrechtelijke beperkingen = beperkingen die in het algemeen belang aan het eigendomsrecht
worden opgelegd = openbare erfdienstbaarheden tot algemeen nut.
- Dematerialisering = eigendomsrecht ⇒ meestal beperkt tot lichamelijke goederen.
- Instrumentalisering = ): eigendomsrecht als middel om bepaald verder afgelegen doel te bereiken en niet als
doel op zichzelf.
, o Beheer over de betrokken goederen = fiduciair eigendom tot beheer
o Inzetten betrokken goederen als zekerheid vr schuldvordering = fiduciair eigendom tot zekerheid
- Art. 3.50 BW
o Gebruik:
materiële handelingen die de kapitaalwaarde niet aantasten
Bevoegdheden van
rechtshandelingen die een persoonlijk recht aan derden toestaan = daden van beheer
de eigenaar
o Genot: de bevoegdheid om de vruchten ve goed op te strijken (art 3.42 BW)
o Beschikking: materiële handelingen die de kapitaalwaarde aantasten (vb: boek in brand steken) en
rechtshandelingen die zakelijke rechten toekennen aan derden (vervreemding, hypothekering, …)
B. MEDE-EIGENDOM
- Onverdeeldheid
o Alle situaties waarbij zakelijk of persoonlijk recht op goed toekomt aan meerdere personen.
o Kan om het even welk zakelijk recht zijn.
- Meervoudig eigendom
o De situatie waarbij meerdere personen de eigendom van eenzelfde goed hebben
o Mede-eigendom, collectieve- eigendom en multi-eigendom
- Collectieve eigendom
Basisbegrippen o Doordat meerdere personen goederen ie afzonderlijke gemeenschap brengen met oog op
realiseren ve gemeenschappelijk doel.
o Het eigendomsrecht wordt niet opgesplitst.
- Zaakgemeenschap (art 3.68, lid 2 BW)
o Onverdeeldheid heeft betrekking op 1 of meer specifieke goederen (huis, …)
- Boedelgemeenschap (art 3.68, lid 2 BW)
o Onverdeeldheid heeft betrekking op een juridisch geheel van goederen (nalatenschap,…)
- Toevallige mede-eigendom (gemeenrechtelijke vorm, art. 3.69- 3.75)
Vormen: - Gedwongen mede-eigendom (art. 3.78 – 3.83)
- Vrijwillige mede-eigendom (art. 3.76- 3.77)
Toevallige ME Algemeen
- Vorm mede-eigendom die ontstaat dr toevallige omstandigheden, buiten de wil vd deelgenoten.
- Tijdelijke aard elke deelgenoot (en hun SEs) heeft recht ten allen tijde de verdeling te vorderen
(3.75 BW)
- Ongeorganiseerd aard geen regeling kunnen treffen om de mede-eigendom te organiseren
(wederzijdse rechten en plichten bepalen)
Rechten en plichten deelgenoten
, - Bevoegdheden mbt het onverdeelde aandeel
o Weerlegbaar vermoeden: onverdeelde aandelen van alle mede-eigenaars zijn gelijk (art 3.69
BW)
o Mede-eigenaars zijn exclusieve eigenaar van hun aandeel en hebben volheid v bevoegdheid (art
3.70 BW)
o Individuele mede-eigenaar kan daden van beheer stellen met betrekking tot zijn aandeel.
- Bevoegdheden met betrekking tot onverdeeld goed – daden van gebruik en genot
o Mede-eigenaar mag onverdeelde goed materieel gebruiken en heeft er genot v onder 2 vw: (art
3.71 BW)
Bestemming vh goed wordt eerbiedigt
Mag evenredige aandelen vd andere mede-eigenaren niet schenden
Gebruiksrecht
Genotsrecht
- Bevoegdheden mbt onverdeeld goed – daden van behoud en voorlopig beheer
o Daden van behoud
Bezwarende handelingen die tot doel hebben het bestaan ve recht of goed te vrijwaren
of dringend verlies te voorkomen (art 3.72 BW)
o Daden van voorlopig beheer
Daden die ertoe strekken de zaak of haar vruchten tegen plotse en voorbijgaande
nadelen of gebeurtenissen te beschermen of plotse en voorbijgaande voordelen voor
de zaak niet voorbij te laten gaan (art 3.72 BW)
Twee elementen: urgente karakter van handelen (handelen enkel voordeel voor de zaak,
geen nadeel)
- Bevoegdheden mbt onverdeeld goed – daden van beheer en beschikking
o Instemming van alle mede-eigenaren
o Sanctie indien geen toestemming
o Bijdrageverplichting: iedere mede-eigenaar draagt bij in de nuttige uitgaven tot behoud en
onderhoud, kosten v beheer, belastingen en andere lasten betreffende het onverdeelde goed
naar evenredigheid v ieders aandeel (art 3.74 BW)
Einde
- Algemene wijzen van beëindiging van zakelijke rechten (art 3.15-3.16 BW)
Verdeling
A. EIGENDOM
- Art. 3.50 BW
Omschrijving - Eigendomsrecht is het meest volmaakte ZR
- Zakelijk recht op eigen goed
- Eeuwigdurend
o Art. 3.51, lid 2 BW
o Twee aspecten
Eigendomsrecht duurt zolang als het goed waarop het betrekking heeft (geen max. termijn,
enkel over te dragen)
Kan uitdoven door bevrijdende verjaring (uitdoven door onbruik)
- Omvattend karakter
o Eigenaar heeft alle bevoegdheden die niet door de wet of contractueel zijn uitgesloten of aan derde
Kenmerken zijn toevertrouwd.
o Elasticiteit vh eigendomsrecht = wnr beperkt zakelijk recht tot einde komt worden die bevoegdheden
v rechtswege geïntegreerd in het eigendomsrecht
- Exclusiviteit
o Externe dimensie = uitsluiten van al wie niet de eigenaar (of andere zakelijk gerechtigde) is
o Interne dimensie = volheid van bevoegdheden in handen van één persoon. Afsplitsing van
bevoegdheden v eigendomsrecht (persoonlijk, of beperkt zakelijk recht) mogelijk. Bij einde beperkt
recht → natrekking → ten voordele van eigenaar (elasticiteit).
Evoluties - Socialisering Sociale dimensie vh eigendomsrecht wordt steeds prominenter ⇒ uitoefening wordt steeds
meer beperkt door externe beperkingen
o Privaatrechtelijke beperkingen
Rechtsmisbruik = Indien eigenaar zijn recht uitoefent op wijze die kennelijk de grenzen te
buiten gaat vd normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in
dezelfde omstandigheden. (Art. 1.10 BW en 3.62 BW)
Burenhinder (art. 3.101-102 BW)
Voorwaarden:
Bovenmatige hinder
Nabuurschap
o Publiekrechtelijke beperkingen = beperkingen die in het algemeen belang aan het eigendomsrecht
worden opgelegd = openbare erfdienstbaarheden tot algemeen nut.
- Dematerialisering = eigendomsrecht ⇒ meestal beperkt tot lichamelijke goederen.
- Instrumentalisering = ): eigendomsrecht als middel om bepaald verder afgelegen doel te bereiken en niet als
doel op zichzelf.
, o Beheer over de betrokken goederen = fiduciair eigendom tot beheer
o Inzetten betrokken goederen als zekerheid vr schuldvordering = fiduciair eigendom tot zekerheid
- Art. 3.50 BW
o Gebruik:
materiële handelingen die de kapitaalwaarde niet aantasten
Bevoegdheden van
rechtshandelingen die een persoonlijk recht aan derden toestaan = daden van beheer
de eigenaar
o Genot: de bevoegdheid om de vruchten ve goed op te strijken (art 3.42 BW)
o Beschikking: materiële handelingen die de kapitaalwaarde aantasten (vb: boek in brand steken) en
rechtshandelingen die zakelijke rechten toekennen aan derden (vervreemding, hypothekering, …)
B. MEDE-EIGENDOM
- Onverdeeldheid
o Alle situaties waarbij zakelijk of persoonlijk recht op goed toekomt aan meerdere personen.
o Kan om het even welk zakelijk recht zijn.
- Meervoudig eigendom
o De situatie waarbij meerdere personen de eigendom van eenzelfde goed hebben
o Mede-eigendom, collectieve- eigendom en multi-eigendom
- Collectieve eigendom
Basisbegrippen o Doordat meerdere personen goederen ie afzonderlijke gemeenschap brengen met oog op
realiseren ve gemeenschappelijk doel.
o Het eigendomsrecht wordt niet opgesplitst.
- Zaakgemeenschap (art 3.68, lid 2 BW)
o Onverdeeldheid heeft betrekking op 1 of meer specifieke goederen (huis, …)
- Boedelgemeenschap (art 3.68, lid 2 BW)
o Onverdeeldheid heeft betrekking op een juridisch geheel van goederen (nalatenschap,…)
- Toevallige mede-eigendom (gemeenrechtelijke vorm, art. 3.69- 3.75)
Vormen: - Gedwongen mede-eigendom (art. 3.78 – 3.83)
- Vrijwillige mede-eigendom (art. 3.76- 3.77)
Toevallige ME Algemeen
- Vorm mede-eigendom die ontstaat dr toevallige omstandigheden, buiten de wil vd deelgenoten.
- Tijdelijke aard elke deelgenoot (en hun SEs) heeft recht ten allen tijde de verdeling te vorderen
(3.75 BW)
- Ongeorganiseerd aard geen regeling kunnen treffen om de mede-eigendom te organiseren
(wederzijdse rechten en plichten bepalen)
Rechten en plichten deelgenoten
, - Bevoegdheden mbt het onverdeelde aandeel
o Weerlegbaar vermoeden: onverdeelde aandelen van alle mede-eigenaars zijn gelijk (art 3.69
BW)
o Mede-eigenaars zijn exclusieve eigenaar van hun aandeel en hebben volheid v bevoegdheid (art
3.70 BW)
o Individuele mede-eigenaar kan daden van beheer stellen met betrekking tot zijn aandeel.
- Bevoegdheden met betrekking tot onverdeeld goed – daden van gebruik en genot
o Mede-eigenaar mag onverdeelde goed materieel gebruiken en heeft er genot v onder 2 vw: (art
3.71 BW)
Bestemming vh goed wordt eerbiedigt
Mag evenredige aandelen vd andere mede-eigenaren niet schenden
Gebruiksrecht
Genotsrecht
- Bevoegdheden mbt onverdeeld goed – daden van behoud en voorlopig beheer
o Daden van behoud
Bezwarende handelingen die tot doel hebben het bestaan ve recht of goed te vrijwaren
of dringend verlies te voorkomen (art 3.72 BW)
o Daden van voorlopig beheer
Daden die ertoe strekken de zaak of haar vruchten tegen plotse en voorbijgaande
nadelen of gebeurtenissen te beschermen of plotse en voorbijgaande voordelen voor
de zaak niet voorbij te laten gaan (art 3.72 BW)
Twee elementen: urgente karakter van handelen (handelen enkel voordeel voor de zaak,
geen nadeel)
- Bevoegdheden mbt onverdeeld goed – daden van beheer en beschikking
o Instemming van alle mede-eigenaren
o Sanctie indien geen toestemming
o Bijdrageverplichting: iedere mede-eigenaar draagt bij in de nuttige uitgaven tot behoud en
onderhoud, kosten v beheer, belastingen en andere lasten betreffende het onverdeelde goed
naar evenredigheid v ieders aandeel (art 3.74 BW)
Einde
- Algemene wijzen van beëindiging van zakelijke rechten (art 3.15-3.16 BW)
Verdeling