• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 217 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Verenigingen, vennootschappen en stichtingen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 217 pagina's

VOLLEDIGE samenvatting Verenigingen, vennootschappen en stichtingen Alle notities van de lessen en video's (Je mag mij ook privé sturen voor een goedkopere prijs of andere samenvattingen :)

Voorbeeld van de inhoud

2025-2026 Myrthe Rogmans




VENNOOTSCHAPPEN, VERENIGINGEN EN
STICHTINGEN
INLEIDING

Onderneming is een activiteit. Vennootschap is een ondernemingsdrager.
- BV = besloten vennootschap
o Starters gaan van start met een BV. Want een NV kent hoge opstartkost: kost je
61.500 euro om deze op te richten + financiëel plan.
o BV = kost je geen geld om deze op te starten
o Je hebt beperking van aansprakelijkheid van privé-vermogen.
- NV = naamloze vennootschap
- VOF = vennootschap onder firma
- CV = coöperatieve vennootschap
- Comm.V = commanditaire vennootschap
- Maatschap = contractuele vennootschapsvorm
o Je bent volledig met je privé-vermogen aansprakelijk voor de maatschap.
- VZW is GEEN vennootschap => je mag winst maken maar je mag de winst niet uitkeren aan
de leden, maar ze mogen wel voordelen verstrekken aan de leden (bv: gratis inkom voor
een feestje). Vennootschap keert deze winst uit aan de aandeelhouders.
o Worden belast in de rechtspersonenbelasting = voordelige belasting
o Vennootschap wordt belast in de vennootschapsbelasting
- Eenmanszaak is GEEN vennootschapsvorm. Je bent zelf alleen ondernemer. Je hebt geen
akte nodig van een notaris. Je bent met je volledige privé-vermogen aansprakelijk. Vanaf je
met 2 bent, ben je een potentiële maatschap.
Vennootschap kent een bepaalde structuur. Aandeelhouders zijn verenigd in een orgaan:
algemene vergadering. Orgaan van de bestuurders besturen en vertegenwoordigen de venn.
Aandeelhouders houden toezicht op het bestuur.
EXAMEN

- Mondeling
- 4 vragen => 1 casus die je mag voorbereiden (+-15 minuten) => 5 punten
o 3 vragen zonder voorbereiding gespreid over de cursus (theorie) => 15 punten
o Bv: Leg uit formele kapitaalvermindering + eventuele bijvragen
- Studeer aan de hand van je wetboek => staat veel in => wetsartikels kunnen geven
o Bv: verjaringstermijn van nietigheid => staat niet bij nietigheid maar bij verjaring

, DEEL 1: VENNOOTSCHAPPEN, VERENIGINGEN
EN ANDERE RECHTSFIGUREN
H1: BEGRIP VENNOOTSCHAP EN ONDERSCHEID MET ANDERE RECHTSFIGUREN

Vennootschap (BOEK 1, ART. 1:1 WVV) = vennootschap wordt opgericht bij een rechtshandeling door 1 of
meer personen, vennoten genaamd, die een inbreng doen. Zij heeft een vermogen en stelt zich de
uitoefening van één of meer welbepaalde activiteiten tot voorwerp. Een van haar doelen is aan haar
vennoten een rechtsreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te bezorgen.
1. Opgericht door één of meer personen => BV en NV kunnen alleen worden opgericht, de anderen
kunnen enkel door meer dan 1 worden opgericht.
o Rechtsgrondslag is de rechtshandeling  overeenkomst
o Coöperatieve vennootschappen en VZW => minstens 3 of meer personen
2. Inbreng = een vermogensbestanddeel aan het vennootschapsrisico onderwerpen (in gemeenschap
inbrengen) in ruil voor aandelen. Bv: ik richt een BV op en ik breng 5000 euro in geld in zodat de BV
kan werken. Dan staat dit geld ter beschikking van de BV en kan dit geld worden besteed. Als de
vennootschap het goed doet dan zullen de middelen aangroeien. Maar als het slecht gaat dan ben
je het geld kwijt bij een faillissement.
o Soorten inbreng:
 Inbreng van geld
 Inbreng in natura => arbeid, auto, onroerend goed, expertise, bouwvergunning, …
Je kan alles inbrengen dat naar vermogensbestanddeel waardeerbaar is (als het
een waarde is kan je het inbrengen)
 Inbreng van nijverheid: prestaties die je in de toekomst gaat leveren.
 Bv. Ik breng in dat ik zonder vergoeding juridisch advies ga geven voor 2
jaar voor deze firma.
 Bij kapitaal-vennootschappen is inbreng in nijverheid verboden!
o Bijzondere regels over de soorten van inbreng => in de eigen vermogen vennootschappen
CV, BV en NV is privévermogen van aandeelhouders is afgeschermd van
vennootschapsschulden.
o Omdat privévermogen is afgeschermd moet een SE kunnen weten dat er een vermogen is
om schulden te kunnen betalen. Hierdoor is de vermogensvorming belangrijk; inbreng van
geld moet je verplicht doen op naam van de vennootschap op een geblokkeerde rekening
=> je krijgt hiervan een attest van de bank. Notaris kan nagaan of dit klopt aan de hand van
dit attest. Bestuurders kunnen de onderneming ontplooien met dat geld.
o Inbreng in natura in eigen vennootschap => een bedrijfsrevisor moet dit ook gaan
waarderen zodat het zeker klopt. Bv: inbreng van handboek, dit is 50.000 euro waard,
notaris moet dit attesteren. Maar bedrijfsrevisor zal stellen dat dit boek maar 50 euro is.
Verslagen zijn publiek beschikbaar, zo kan de SE kan de waarachtigheid van het vermogen
controleren.
3. Vennootschap heeft een voorwerp
o Het voorwerp is de voorgenomen nauwkeurig omschreven activiteit. Voorwerp kan in elke
vennootschap verschillen, maar het doel (4) blijft hetzelfde.


2

, o Bv: skireizen op de markt zetten
4. Vennootschap heeft een einddoel/ finaliteit van de vennootschap => winstverdeling.
Vennootschap wordt opgericht om winst te maken en deze uit te keren aan de aandeelhouders.
o In de eerste periode zal je vaak veel verlies maken met je vennootschap (bv: start-ups).
 Bv: heather: zet in op mentaal welzijn van voetballers, ze kunnen advies vragen. Bv:
farmacie, ontwikkelen van geneesmiddelen vergt veel onderzoek, tijd en geld.
o Winstverdelingsdoel is het essentiële onderscheid met de vereniging. Zij mogen wel winst
maken maar dit niet uitkeren <-> vennootschap. Vennootschap moet niet alle winst
uitkeren, ze beslist zelf of de winst wordt uitgekeerd, ze kan ook gebruikt worden binnen
de venn. om te herinvesteren = reserveren.
o Vennootschap mag ook andere doelen hebben => sociaal doel of maatschappelijk doel.
Maar er MOET wel altijd een winstverdelingsdoel zijn.
 Bv: vennootschap met doel: winstverdeling, filantropie en inzet voor het milieu =>
maakt verlies en aandeelhouders roepen je ter verantwoording, ze willen je
aansprakelijk stellen. Je streeft nog andere doelen na, naast dat de winstverdeling
niet gelukt is => maar het is niet vrijblijvend meerdere doelen;
o Statutair voorwerp: concrete activiteit van de vennootschap (hoe men concreet het doel
gaat verwezenlijken) wordt ingeschreven in de statuten
o Doel: het einddoel, hetgeen vennootschap finaal tracht te verwezenlijken. Wordt ook in de
statuten opgenomen dus staat eigenlijk op gelijke voet met het statutair voorwerp.
5. (Vennootschap heeft een vermogen)
6. Een vennootschap wordt aangegaan in het gemeenschappelijk belang van de vennoten.
o Vennoot (gebruikt voor andere types van vennootschappen)/ Aandeelhouder (BV/NV/
CV) / maat (maatschap) => allemaal hetzelfde: hebben een inbreng gedaan
o Vennoten moeten gelijk behandeld worden, ze gaan gemeenschappelijk het
vennootschapsrisico tegemoet, ze kunnen ook controle op elkaar uitoefenen.
 Het is echter wel mogelijk dat er een band van ondergeschiktheid bestaat wanneer
een vennoot werknemer is in een vennootschap.
o Stel je runt een onderneming, met veel werknemers. Aandelen worden meer waard want
vennootschap groeit. Je krijgt de keuze: 4000 euro bruto of je krijgt 3500 euro en aandelen.
Je neemt een risico door de aandelen te nemen, maar je maakt veel meerwaarde als je
vennootschap het goed doet. Je bent als werknemer ook meer gemotiveerd want je wil dat
je aandelen het goed gaan doen. Maatschappelijk belang van de vennoten sluit niet uit dat
er een hiërarchische band bestaat in het arbeidsrecht. Als vennoten ben je even veel waard
maar als WN-WG blijft de hiërarchische band.
7. Verbod op leeuwenbeding (negatieve voorwaarde) => fabel: troep leeuwen wordt aangestuurd,
komt met de vangst van de dag en de opperleeuw eet alles op. Niet alle winst mag gaan naar 1
aandeelhouder, want er is een gemeenschappelijk belang.
o Stel 99% van de aandelen en wij 1%, is er een leeuwenbeding? Nee, want het wordt
proportioneel verdeeld. Je hebt voor 99% inbreng gedaan, je neemt ook voor 99% het
ondernemingsrisico, dus je krijgt ook meer. <-> moest de 1% alle 99% van de winst krijgen
dan is het een leeuwenbeding, want het is niet meer proportioneel.
o ART. 4:2 WVV (maatschap); ART. 5:14 WVV (BV); ART. 6:15 WVV (CV); ART. 7:16 WVV (NV)
o Affectio societatis => Geen kenmerk op zich maar verzamelterm voor alle criteria


3

, GRONDSLAG VAN DE VENNOOTSCHAP

Grondslag = Rechtshandeling (ART. 1:1 WVV) => Privaatrecht vult het vennootschapsrecht aan.
- Voordeel: zaken die in vennootschapsrecht niet geregeld zijn, daarvoor kan je teruggaan naar het
privaatrecht. (bv. principe van de uitvoering te goeder trouw) MAAR men houdt natuurlijk rekening
met de dwingende voorschriften van het vennootschapsrecht!

ONDERSCHEID MET ANDERE VERWANTE RECHTSFIGUREN

VERENIGING
Vereniging (ART. 1:2 WVV) = entiteit opgericht door ovk … <-> met vennootschap is het uitkeren van winst.
Bij een vereniging hebben we een uitkeringsverbod.
- ART. 1:4 WVV: Zowel rechtsreeks (Bv; VZW keert 5000 euro uit aan persoon) als onrechtstreeks
(Bv; foto’s maken op fuif van VZW en we rekenen er 10.000 euro voor aan, dit is ook niet
marktconform => verboden uitkering).
o => Kijken naar marktconformiteit: krijg je een vergoeding met een redelijk, klein
marktconform bedrag dan kan dat. (bv: ik rijd het gras af van de VZW, ik vraag 30 euro. Als
ik 10.000 euro zou vragen dan is het verboden)
o Uitkeringsverbod staat er niet aan in de weg dat een vereniging aan haar leden diensten of
kortingen kan aanbieden die binnen haar voorwerp of doel vallen! Bv; vzw geeft korting
aan leden voor tennisvelden => valt onder belangeloos doel van vzw
- 3 types verenigingen:
o VZW = vereniging zonder winstoogmerk => mag winst maken maar niet uitkeren. VZW is
een rechtspersoon en heeft dus rechtspersoonlijkheid
o Internationale VZW
o Feitelijke vereniging (ART. 1:6 WVV) = mensen die samen zich verenigen zonder contract,
zonder rechtspersoonlijkheid.
 Sofia galabal, tapijt van het Hilton-hotel is vernield voor 7000 euro schade. De
praeses werd zelf persoonlijk aangesproken, want ze waren hoofdelijk
aansprakelijk. Als vzw zijn ze niet hoofdelijk aansprakelijk als leden van het bestuur.
 Dus opletten met een feitelijke vereniging: geen bescherming van het
privévermogen. Daarom is een studentenvereniging beter een VZW.
o Omzettingsprocedures zijn mogelijk! (ARTT. 14:31-14:36 WVV EN ARTT. 14:37-14:45 WVV)

ONDERNEMING
- Definitie in WER (zie handboek voor definitie) ART I.1 WER => Alle vennootschappen zijn in die
definitie noodzakelijk ondernemingen
- Vennootschap is de juridische structuur waarin de onderneming wordt gevoerd =
ondernemingsdrager. Onderneming is de bedrijfsactiviteit

STICHTING
- Stichting (ART 1: 3 WVV) => heeft een uitkeringsverbod. Geld dat in stichting zit, moet worden
gebruikt voor een belangeloos doel van de stichting. Bv: koning Boudewijn-stichting.
- Stichting heeft geen leden <-> VZW, verenigingen en vennootschappen wel
- Gelijkenis met vereniging: mag geen rechtstreekse of onrechtstreekse vermogens-voordelen
uitkeren!

4

Inhoudsopgave

  1. 01 inleiding 1
    1. examen 1
  2. 02 grondslag van de vennootschap 4
  3. 03 onderscheid met andere verwante rechtsfiguren 4
    1. vereniging 4
    2. Onderneming 4
    3. Stichting 4
    4. rechtspersoon 5
    5. mede-eigendom 5
    6. winstdeelnemende overeenkomst 5
  4. 04 Internationale bronnen 6
  5. 05 nationale bronnen 7
    1. Wetboek vennootschappen en verenigingen 7
    2. gemeen verbintenissen- en overeenkomstenrecht 8
    3. paralegale normen (soft law) 8
    4. vennootschapsintern 9
    5. Belang van onderscheid (BELANGRIJK!!!) 9
  6. 06 vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en zonder rechtspersoonlijkheid 11
    1. Volkomen en onvolkomen Rechtspersoon 11
    2. beperkte en onbeperkte gehoudenheid 11
  7. 07 genoteerde vennootschappen en niet-genoteerde venootschappen 12
  8. 08 de maatschap 13
    1. bestuur en vertegenwoordiging 13
    2. procederen tegen een maatschap 14
    3. aandelen 14
    4. duur maatschap 14
    5. Maatschap kan openlijk of stil zijn: 14
    6. Maatschap kan gewild of ongewild zijn: 14
  9. 09 vennootschap onder firma (vof) 15
  10. 10 commanditaire vennootschap (comm V) 15
    1. Bestuur en vertegenwoordiging 16
  11. 11 de besloten vennootschap (bv) 16
    1. geen pluraliteitsvereiste 16
    2. Volkomen rechtspersoonlijkheid 16
    3. Bestuur en vertegenwoordiging 16
    4. overdracht van aandelen 17
    5. Bv kan genoteerd zijn 18
    6. sanctie bij niet-conforme overdracht 18
    7. toetreding, uittreding en uitsluiting 18
  12. 12 coöperatieve vennootschap (CV) 19
    1. wetgever neemt een bocht in het wvv 19
    2. definitie 20
    3. verboden toegang voor PROFESSIONELE VENNOOTSCHAPPEN VAN VRIJE BEROEPEN 20
    4. ERKENNINGEN (enkel LEZEN) 20
    5. volkomen rechtspersoon 20
    6. BIJZONDERE PLURAITEITSVEREISTE 20
    7. KAPITAALLOOS 20
    8. OVERDRACHT VAN AANDELEN 21
    9. toetreding, uittreding en uitsluiting 21
  13. 13 naamloze vennootschap (nv) 22
    1. authentieke oprichting, volkomen rechtspersoonlijkheid & kapitaal 22
    2. orgaanplicht bij de NV 23
    3. 3 vormen van bestuur bij de NV 24
    4. overdracht van aandelen 25
  14. 14 keuzevrijheid 26
  15. 15 gesloten systeem 26
  16. 16 omzetting 27
  17. 17 1/ pluraliteitsvereiste 27
    1. Sanctie bij eenhoofdige oprichting 28
    2. opmerking: pluralitetisvereiste tijdens het bestaan van de vennootschap 28
  18. 18 2/ geldige toestemming tot de vennootschap en de wilsgebreken 28
    1. Wilsgebreken 28
  19. 19 3/ bekwaamheid 29
    1. minderjarigen 29
    2. Echtgenoten 29
    3. rechtspersonen 30
  20. 20 4/ voorwerp en oorzaak 30
    1. Voorwerp 30
    2. oorzaak 30
  21. 21 5/ inbreng 31
    1. inbreng is een wezenlijke verplichting 31
    2. Wat is voor inbreng vatbaar? 31
    3. onderscheid met lening 32
    4. frauduleuze inbreng 32
    5. soorten inbreng 32
  22. 22 6/ winstverdelingsdoel, winstverdeling en leeuwenbeding 35
    1. winstverdelingsdoel: rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel 35
    2. verbod van leeuwenbeding 36
    3. affectio societatis is geen aparte geldigheidsvereiste 37
  23. 23 vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid 37
  24. 24 vennootschappen met rechtspersoonlijkheid 37
    1. verplicht geschrift 37
    2. inhoud oprichtingsakte 37
    3. openbaarmaking oprichtingsakte 38
    4. De vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap): gemeenrechtelijke nietigheid ex tunc 38
    5. Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid: bijzondere nietigheid ex nunc 39
  25. 25 Eigenvermogenvennootschappen: limitatieve nietigheidsgronden 39
    1. Materieelrechtelijke nietigheidsgronden 39
    2. Vormelijke nietigheidsgronden 39
    3. Geen andere gronden dan wettelijke 39
  26. 26 regularisatie van de nietigheid is mogelijk voor de ongeldige vennootschap met rechtspersoonlijkheid 40
  27. 27 Gevolgen van de nietigverklaring: vereffening, volstorting en aansprakelijkheid 40
  28. 28 Procesrechtelijke aspecten 40
    1. Regel: rechtspersoonlijkheid vanaf neerlegging oprichtingsakte op de griffie 40
  29. 29 Probleemstelling: fasen in de oprichtingsprocedure 41
  30. 30 Preconstitutief handelen: de vennootschap in oprichting 41
    1. Vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap) 41
    2. Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid 42
  31. 31 De verplichting tot het dragen van een vennootschapsnaam 43
    1. Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (art 2:3 WVV) 43
    2. Vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap) 44
  32. 32 Regel: de keuze van de vennootschapsnaam is vrij 44
    1. 2 Beperkingen op de vrije keuze van de vennootschapsnaam 44
  33. 33 Belang van de zetel 45
  34. 34 Statutaire en werkelijke zetel 45
  35. 35 ZETELVERPLAATSING 46
    1. BINNENLANDSE ZETELVERPLAATSING 46
    2. Grensoverschrijdende zetelverplaatsing 46
  36. 36 Aanknopingspunt voor toepasselijk recht 47
    1. Nationaliteitsverandering 47
  37. 37 Bestuur 47
    1. Bestuur als gemengde overeenkomst 48
    2. intuitu personae-karakter 48
  38. 38 vertegenwoordiging van rechtspersonen: organieke vertegenwoordiging 48
    1. Organieke vertegenwoordiging -verschil met lastgeving 49
    2. bijzondere lasthebbers 50
  39. 39 vertegenwoordigingsmacht (prokura) 50
  40. 40 interne organisatie van het bestuur en bestuursbevoegdheid 52
    1. bestuursbevoegdheid van de vennoten (geen zaakvoerders) 52
    2. Contractuele regeling: aanstelling zaakvoerder 53
  41. 41 EXTERN OPTREDEN VAN DE VENNOOTSCHAP: VERTEGENWOORDIGING 54
    1. voorwaarden voor vertegenwoordiging 54
  42. 42 interne organisatie van bestuur 55
    1. benoemingsvoorwaarden bestuurders 55
    2. benoemingswijze bestuurders 56
    3. aantal bestuurders 57
    4. Duurtijd van mandaat: 57
    5. afzetting 58
    6. vrijwillig ontslag 60
    7. werking in de tijd van het ontslag 60
    8. bezoldigingen van bestuurders 60
  43. 43 bevoegdheden van bestuursorgaan 61
    1. bevoegdheidsbeperkingen 61
    2. comité’s 63
  44. 44 regels over besluitvorming in eigenvermogenvennootschap 63
    1. collegiale besluitvorming in de NV 63
    2. BV en CV individuele bevoegdheid 65
  45. 45 belangenconflictregeling 65
    1. toepassingsvoorwaarden voor belangenconflicten (bv/ nv/ cv) 66
    2. verslaggeving en publiciteit 69
    3. SANCTIES 69
    4. BIJZONDERE REGELING VOOR DE GROEPSINTERNE BELANGENCONFLICTEN INZAKE DE GENOTEERDE VENNOOTSCHAP 70
  46. 46 BEHOORLIJK BESTUUR (CORPORATE GOVERNANCE) 70
  47. 47 NIETIGHEID VAN BESLUITEN 70
  48. 48 VERTEGENWOORDIGING VAN DE EIGENVERMOGENVENNOOTSCHAP: PROKURAREGIME 71
    1. BIJZONDERE WETTELIJKE TOEPASSING: STATUTAIRE OVERSCHRIJDING VAN HET VOORWERP 71
    2. Invloed van de kwade trouw van de derde 71
  49. 49 bestuurdersaansprakelijkheid 71
    1. gronden van ansprakelijkheid; 72
  50. 50 aansprakelijkheidvordering 81
    1. Vennootschapsvordering of actio mandati 81
    2. minderheidsvordering 81
    3. vordering van derden – vordering van de curator 82
  51. 51 wettelijke beperking van bestuurdersaansprakelijkheid 82
    1. maximale aansprakelijkheidsbedragen 83
    2. draagwijdte aansprakelijkheidsbeperking 83
    3. verbod tot verdere beperking 83
  52. 52 Afstand van de bestuurdersaansprakelijkheid door kwijting of dading 84
    1. Kwijting 84
    2. dading 85
  53. 53 verjaring 85
  54. 54 VERPLICHTE BENOEMING VAN DE VASTE VERTEGENWOORDIGER IN DE BESTUURDER-RECHTSPERSOON 85
  55. 55 BENOEMING, AFZETTING EN ONTSLAG VAN DE VASTE VERTEGENWOORDIGER 85
  56. 56 DE RECHTSVERHOUDINGEN TUSSEN BESTUURDER-RECHTSPERSOON EN VASTE VERTEGENWOORDIGER & VASTE VERTEGENWOORDIGER EN BESTUURDE VENNOOTSCHAP 86
  57. 57 AANSPRAKELIJKHEID 86
  58. 58 Definitie van de algemene vergadering 87
  59. 59 Absenteïsme 87
  60. 60 Activisme 88
  61. 61 Bevoegdheden van de algemene vergadering 88
    1. De algemene vergadering is het hoogste orgaan van de vennootschap, maar heeft slechts toegewezen bevoegdheden 88
    2. Welke bevoegdheden? 89
  62. 62 Deelname- en stemgerechtigden op de algemene vergadering 91
    1. Aandeelhouders 91
    2. Registratieverplichting in genoteerde vennootschap 92
    3. Andere categorieën effectenhouders – andere personen 94
    4. Bestuurders en commissarissen 94
    5. Betwisting over het deelnamerecht 95
  63. 63 Voorbereiding van de algemene vergadering 95
    1. Het recht de algemene vergadering bijeen te roepen 95
    2. Vormvereisten voor de oproeping ter algemene vergadering 96
    3. inhoud van de oproeping 97
    4. begeleidende documenten 98
  64. 64 de vergaderingsregels 98
  65. 65 schriftelijke AV, stemming per brief en elektronische deelname op afstand aan de aV 99
    1. Schriftelijke algemene vergadering 99
    2. stemming per brief 99
    3. elektronische av en elektronische stemming 100
  66. 66 aspecten van de uitoefening van het stemrecht 100
    1. alle aandelen geven recht op één stem 100
    2. statutaire stemrechtbeperking 101
    3. stemovereenkomsten 101
  67. 67 besluiten van de algemene vergadering: werking, aard en nietigheid 103
    1. het besluit: werking en aard 103
    2. nietigheid van besluiten 103
  68. 68 definitie aandeel 106
  69. 69 kenmerken van aandelen 106
    1. deel van de inbrengen 106
    2. een bundel rechten en plichten 107
    3. beslagbaar vermogensbestandeel 108
  70. 70 onderverdeling van aandelen 108
    1. (1) indeling van aandelen naar de vorm 108
    2. (2) indeling van aandelen volgens de aard van het verleende recht 110
  71. 71 overdracht van aandelen in de personenvennootschappen 112
  72. 72 Overdracht van aandelen in de eigenvermogenvennootschappen 113
    1. mogelijkheid tot overdracht 113
    2. contractuele overdraagbaarheidsbeperkingen in de nv: bedingen van onvervreemdbaarheid, goedkeurings- en voorkoopsclausules 113
    3. voorwaarden voor onoverdraagbaarheidsbedingen, goedkeurings- en voorkoopclausules 114
    4. Tegenwerpelijkheid van onoverdraagbaarheidsbedingen, goedkeurings- en voorkoopclausules 116
    5. Totstandkoming van de overdracht 117
    6. Tegenwerpelijkheid van de overdracht aan de vennootschap en derden: het aandeelhoudersregister 117
    7. Bijzonder probleem: de overdracht van nog niet volstorte aandelen 118
    8. Contractuele garanties bij de overdracht van aandelen 118
    9. Contractuele voorwaarden verbonden aan de overdracht van aandelen 120
    10. Bevoegde rechtbank voor geschillen over de overdracht van aandelen 121
  73. 73 Kennisgevingsplicht in de genoteerde vennootschap 122
  74. 74 formaliteiten bij aanvang en bij wijziging 124
    1. functie 125
    2. verhouding tussen kapitalen andere vennootschapsrechtelijke rechtsfiguren 126
  75. 75 Omvang van kapitaal en vermogen 127
    1. geplaatst vs gestort kapitaal 127
    2. gerantieverplichting in hoofde van oprichters 127
  76. 76 regeling financieel plan 128
    1. oprichtersaansprakelijkheid mbt. financieel plan 128
  77. 77 wijze van kapitaal- en vermogensvorming via inbrengen in geld 130
  78. 78 wijze van kapitaal- en vermogensvorming via Inbreng in natura 130
    1. publiciteitsregels 131
    2. SANCTIE 131
    3. via inbreng in nijverheid (onder natura) 132
    4. uitzonderingen op revisorale verslagplicht 132
  79. 79 Quasi-inbreng 132
    1. REVISORALE VERSLAGPLICHT – GOEDKEURING ALGEMENE VERGADERING 132
    2. SANCTIES 133
    3. NIET-TOEPASSELIJKHEID OP BV EN CV 134
  80. 80 vorming van kapitaal door opneming reserves in de nv 134
  81. 81 bevoegd orgaan voor kapitaal- en vermogensvorming 135
    1. Regel: Algemene vergadering is bevoegd – statutenwijziging vereist 135
    2. Afwijkende regeling in Cv: bestuursorgaan is bevoegd – geen statutenwijziging vereist 135
    3. Uitzondering in Bv en NV: bevoegdheidsdelegatie aan het bestuursorgaan 136
  82. 82 techniek van de kapitaal- en vermogensvorming via nieuwe inbrengen: inschrijvingen en plaatsing van aandelen – voorwaarden 139
    1. inschrijving op aandelen en plaatsing van aandelen 139
    2. voorwaarden voor de inschrijving op aandelen 141
  83. 83 publiciteitesregels over kapitaal- en vermogensvorming via inbrengen 142
  84. 84 sanctie voor gebrekkige kapitaal- of vermogensvorming: oprichtersaansprakelijkheid of -gehoudenheid 143
    1. oprichter als aanknopingspunt van oprichtersaansprakelijkheid/-gehoudenheid 143
    2. Rechtskarakter en aard 144
    3. verjaring 144
  85. 85 voorkeursrecht van bestaande aandeelhouders bij verhoging van het kapitaal of het vermogen met uitgifte van nieuwe aandelen 144
    1. wie geniet voorkeurrecht? 145
    2. uitoefeningstermijn 145
    3. VERHANDELBAARHEID VAN HET VOORKEURRECHT 145
    4. beperking of opheffing van voorkeursrecht 145
  86. 86 bestemming van de winst 147
    1. recht van aandeelhouders op een deel van de winst 147
  87. 87 beperkingen op winstuitkering 148
    1. op kapitaal geïnspireerde beperkingen op winstuitkering in de NV 148
    2. beperkingen op winstuitkering in de Bv en CV 151
  88. 88 uitkering van interimdividenden 152
    1. verschil met “gewoon” jaardividend en tussentijds dividend 152
    2. VOORAFGAANDE MACHTIGING ALGEMENE VERGADERING VEREIST 152
    3. WAT IS UITKEERBAAR ALS INTERIMDIVIDEND? 153
    4. BIJKOMENDE VOORWAARDEN VOOR HET INTERIMDIVIDEND 153
    5. SANCTIE BIJ ONREGELMATIGE UITKERING INTERIMDIVIDEND 153
  89. 89 verkrijging door de vennootschap van eigen effecten 154
    1. wettelijke voorwaarden voor de verkrijging van eigen effecten 155
  90. 90 statuut van de verkregen effecten 156
    1. Wat gebeurt er met ingekochte effecten 3 opties; 157
  91. 91 financiering van de verwerving van effecten van de vennootschap door derden 158
    1. wettelijke regeling: financiële bijstand is toegelaten onder voorwaarden 159
    2. manager buy-out 160
  92. 92 kapitaalvermindering in de NV 161
    1. 2 vormen van kapitaalvermindering 161
    2. Kapitaalvermindering = statutenwijziging 162
    3. gelijke behandeling aandeelhouders 162
    4. bijkomende wettelijke procedure voor reële kapitaalvermindering 163
    5. bijzonderheden voor formele kapitaalvermindering 165
  93. 93 alarmbelprocedure 165
    1. procedure: 166
    2. DALING NETTOACTIEF TOT MINDER DAN EEN VIERDE VAN HET KAPITAAL IN NV 168
    3. DALING NETTOACTIEF TOT BENEDEN 61.500 EUR IN NV 168
    4. Voortdurende en evoluerende continuïteitsproblemen 168
  94. 94 grootte van vennootschappen en groepen 169
  95. 95 vennootschapsgroepen 170
    1. geen wettelijk uitgebouwd recht van de vennootschapsgroepen 170
  96. 96 Definities uit het WVV 170
    1. controlebevoegdheid 171
  97. 97 toepassingsgebied 172
    1. verticale consolidatie 172
    2. horizontale consolidatie 173
  98. 98 De geconsolideerde jaarrekening 173
    1. het jaarverslag bij de geconsolideerde jaarrekening 173
    2. Mededeling, controle en openbaarmakingsverplichtingen van de geconsolideerde jaarrekening 173
  99. 99 Consolidatiemethoden 173
    1. De integrale consolidatie 174
    2. De evenredige consolidatie 174
    3. vermogensmutatiemethode 174
  100. 100 Invloed van IAS/IFRS 174
  101. 101 Sancties 175
  102. 102 Toepassingsgebied 175
  103. 103 componenten van en beginselen inzake de jaarrekening 175
  104. 104 Redactie en goedkeuring van de jaarrekening 176
  105. 105 Neerlegging, openbaarmaking en sancties 176
  106. 106 Toepassingsgebied 177
  107. 107 Vorm en inhoud 177
  108. 108 terbeschikkingstelling van de aandeelhouders en behandeling op de algemene vergadering 178
  109. 109 neerlegging 178
  110. 110 Wettelijke kader: Evolutie naar strenge professionalisering 178
  111. 111 Wettelijke controle van de jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening 179
  112. 112 De verplichting tot benoeming van een commissaris (bedrijfsrevisor in de ondernemingsraad) 179
  113. 113 Taak van de commissaris 179
  114. 114 Statuut van de commissaris 181
    1. Benoeming 181
    2. Onafhankelijkheid 181
    3. Bezoldiging 182
    4. Termijn van drie jaar en ontslag 182
    5. Bevoegdheden van de commissaris 183
    6. College van commissarissen 184
  115. 115 conflicten in het collegiaal bestuursorgaan van de vennootschap inzonderheid de raad ban bestuur (NV) 185
  116. 116 Conflicten naar aanleiding van of in de algemene vergadering 186
  117. 117 Het vraagrecht 186
  118. 118 Individuele onderzoeks- en controlebevoegdheid 186
  119. 119 Procedure in kort geding met een impact op het bestuur van de vennootschap 186
    1. Het WVV: geen wijzigingen 187
    2. Toepassingen in de rechtspraak 187
  120. 120 Het vennootschappelijk deskundigenonderzoek 188
  121. 121 De geschillenregeling (uitsluiting en uittreding) 188
    1. Het succesnummer bij conflicten, met inachtname van de subsidiariteit 188
    2. Toepassingsgebied inzake vennootschapsvormen 188
    3. De vorderingsgerechtigden 188
    4. het kwanititatief criterium 189
    5. vennootschap als gedaagde partij in de geschillenregeling 189
    6. Gegronde redenen 189
    7. Vorderingen en tegenvorderingen 191
    8. Contractuele overdrachtsbeperkingen + Prijsbepalingsclausules + Vervreemdingsverbod 191
    9. Voorzitter ondernemingsrechtbank zoals in kort geding, met ruime bevoegdheid 191
    10. De uitspraak van de voorzitter van de onderneminsgrechtbank 191
    11. Peildatum en waardering van effecten 191
    12. Specifiek inzake BV: Het verschil met de uittreding en de uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen 192
  122. 122 toepassingsgebied squeeze out 193
    1. DE GENOTEERDE NV OF GENOTEERDE BV 193
    2. DE NIET-GENOTEERDE NV EN DE NIET-GENOTEERDE BV 193
  123. 123 1/ vrijwillige ontbinding 194
    1. Bijzondere procedure bij vrijwillige ontbinding van bv, cv en nv 194
  124. 124 2/ Ontbinding van rechtswege 195
    1. Hypothese 1: Verstrijken van de duur 195
    2. Hypothese 2: Uitdrukkelijk ontbindende voorwaarde 195
    3. Hypothese 3: tenietgaan van de zaak of voltrekking van de verrichting 196
    4. wegvallen van de zaakvoerder 197
  125. 125 3/ Gerechtelijke ontbinding 197
    1. De gerechtelijke ontbinding om wettige redenen 197
    2. Gerechtelijke ontbinding van slapende vennootschappen wegens niet-neerlegging van de jaarrekeningen 198
    3. Tegenwerpelijkheid en proceduremiddelen, belangenconflict van de gerechtelijke vereffenaar, verslagplicht van de gerechtelijke vereffenaar en sluiting van de gerechtelijke vereffening 198
    4. gerechtelijke ontbinding van de CV die niet voldoet aan de wettelijke definitie 199
  126. 126 Verschil tussen vennootschap zonder en vennootschap met rechtspersoonlijkheid 199
    1. Vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap) 199
    2. Vennootschap met rechtspersoonlijkheid 199
  127. 127 Vereffening van de vennootschap met rechtspersoonlijkheid (met aanstelling van een vereffenaar) 199
    1. Behoud van de rechtspersoonlijkheid onder een bijzondere vorm 199
    2. Realisatie van het actief, aanzuivering van het passief en verdeling van het vereffeningsaldo 200
    3. Periodieke verslagplicht 201
    4. Jaarrekening, jaarlijkse (en andere) algemene vergadering en commissaris 201
    5. Deficitaire vereffening 202
  128. 128 De vereffenaar 202
    1. De benoeming van de vereffenaar 202
    2. De vereffenaar als orgaan van de vennootschap 204
    3. Beëindiging van het mandaat van de vereffenaar 206
  129. 129 sluiting van de vereffening 206
    1. Het plan voor verdeling van de activa en de controle door de ondernemingsrechtbank bij deficitaire vereffening 206
    2. Verdeling van het vereffeningssaldo onder de aandeelhouders 206
    3. Het cijfermatig verslag van de vereffenaar 207
    4. De algemene vergadering: het tot sluiting van de vereffening bevoegd orgaan 207
    5. Bekendmaking van de sluiting van de vereffening 207
    6. Gevolgen van de beslissing tot sluiting van de vereffening 207
    7. Heropening van de vereffening 208
  130. 130 Het succesnummer van de snelle vereffening voor alle vennootschappen met rechtspersoonlijkheid 209
  131. 131 Toepassingsvoorwaarden van turbo-vereffening 210
    1. Regeling inzake alle schulden ten aanzien van aandeelhouders of derden met een vorm van controle 210
    2. Beslissingen tot ontbinding met bijzondere meerderheden 211
    3. Terugname van het resterende actief 211
  132. 132 Gerechtelijke ontbinding 211
  133. 133 Specifieke normering voor onbetaalde schuldeisers 211
  134. 134 Nationale fusie 212
    1. basisvoorwaarden en gevolgen 212
    2. Soorten fusie 212
    3. Procedure 213
  135. 135 Grensoverschrijdende fusie 213
  136. 136 nationale splitsing 214
    1. Basisvoorwaarden en gevolgen 214
    2. Soorten 214
    3. procedure 215
    4. PArtiële splitsing 215
  137. 137 grensoverschrijdende splitsing 215
  138. 138 Inbreng van een algemeenheid of bedrijfstak 215
    1. procedure 215
  139. 139 Overdracht van een algemeenheid of bedrijfstak 216

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
10 december 2025
Bestand laatst geupdate op
11 februari 2026
Aantal pagina's
217
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€21,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Myrthe1206
4,2
(12)
Verkocht
110
Volgers
29
Items
24
Laatst verkocht
3 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen