Ziektebeeld uitgewerkt door middel van de “rode loper”.
Wat is astma?
Astma is een ontsteking van de longen. De ontsteking is bij astma blijvend. Dit betekent dat er altijd
kleine ontstekingen zijn in de longen. Dit kan veel klachten veroorzaken.
Bij een astma-aanval gebeurt er van alles in de longen. Zodra ze geprikkeld worden door stoffen waar
iemand gevoelig voor is, zwellen de slijmvliezen in neus, keel en longen op. De slijmvliezen
produceren meer vocht en slijm dan anders. De spiertjes die om de luchtwegen heen zitten, raken
verkrampt en trekken samen. Ze maken de luchtwegen smaller. Ademen wordt moeilijker. De longen
raken overvol met lucht, die niet genoeg ververst wordt. Al deze reacties samen vormen een astma-
aanval. Bij een astma-aanval kunt u veel minder lucht in- of uitademen dan anders. Dit gevoel kan
heel angstig zijn. Het is echter niet direct gevaarlijk.
Astma komt van het Griekse ἅσθμα, ásthma, wat hijgen betekent.
Epedimiologie (verspreiding)
In Nederland zijn er ruim 640.000 mensen met astma. Er zijn meer vrouwen dan mannen met de
ziekte. Van deze groep mensen zijn er ongeveer 100.000 kinderen. De verwachting is dat het aantal
mensen met astma in de komende jaren verder zal stijgen.
Astma kan op elke leeftijd ontstaan. Toch begint astma bij veel mensen als kind. Onderzoek heeft
uitgewezen dat astma vaak in de familie zit. Als één van de, of beide ouders astma of een allergie
heeft, dan krijgen de kinderen dat in een kwart van de gevallen ook.
Anatomie/fysiologie
Er zijn twee stappen bij ademen: inademen en uitademen. Bij het inademen dringt de zuurstofrijke
lucht de longen binnen. Het zuurstof komt via de luchtpijn binnen en gaat dan door de
luchtpijptakken, die zich vervolgens vertakken in brochiolen. Deze vertakken zich weer in
longblaasjes. Longblaasjes, ook wel alveoli genoemd, zijn een soort zakjes waar de zuurstof aan de
bloedvaten wordt afgegeven. Iedere long bevat ongeveer 150 miljoen alveoli.
Bij het uitademen ontdoen diezelfde longblaasjes zich van lucht met koolstofdioxide die ze uit de
bloedvaten hebben opgenomen. De longen omringen de luchtpijptakken en werken als blaasbalg om
deze gasuitwisseling mogelijk te maken.
Bij uitademing vertonen de bronchiolen een geringe vernauwing en bij inademing een geringe
verwijding. De wand van de alveoli bestaat uit een laagje plaveiselepitheel op een zeer dunne laag
bindweefsel: het basaalmembraan. Direct hieraan grenst het endotheel van de longcapillairen.
De longen worden begrensd door de thoraxwand, het middenrif en het mediastinum. Mediastinum is
de ruimte in de borstholte tussen de beide longen. Naar boven toe worden de longen begrensd door
het halsgebied, waarbij de longtop reikt tot boven het sleutelbeen.