PSYCHOSOCIALE EN MAATSCHAPPELIJKE
ASPECTEN VAN DE BEWEGINGSACTIVITEITEN
DEEL 1: GEZONDHEIDSPROMOTIE DOOR MIDDEL VAN FYSIEKE ACTIVITEIT
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
HET BIOMEDISCH PERSPECTIEF
Renaissance
- René Descartes (15e-16e eeuw)
- Menselijk lichaam ontrafelen en bestuderen, ontstaan van anatomie
- Logische verklaring voor alle symptomen en wat we voelen
- Oorsprong soort dualisme: onderscheid tussen lichaam en geest (geest -> kerk)
19e eeuw
- Miasma (slechte lucht, moerasdampen) -> micro-organismen (bacteriën en virussen)
- Germ theorie: specifieke elementen/oorzaken leiden tot specifieke ziekten
Kenmerken
ð Elke ziekte heeft specifieke biomedische etiologie (bacteriën, virussen, protozoa…)
ð Ziekte kan gericht behandeld worden
- Metafoor: lichaam als robot/machine
- Reductionistisch en mechanistisch
ð Genezing hangt af van medische technologie en/of chemische interventie (arts als lichaamsingenieur,
passieve houding van patiënt)
3 concepten
- Ziekte = diagnose, wat mis is in het lichaam (pathologische processen)
o Vb. tumor, TBC, griepvirus, ontsteking…
o Staat los van patiënt/persoon, staat los van rollen die iemand opneemt
- Illness = ervaring van ziekte, symptomen, hoe iemand zich voelt
o Misselijkheid, vermoeidheid, draaierigheid, pijn, angst
o Men kan ziek zijn zonder ziekte te hebben
- Ziekterol (sick-role) = wat men verwacht dat een zieke of iemand met symptomen zal doen
o Stoppen met werken, naar de dokter gaan, hinder in het leven -> hoe iemand zich gedraagt
o Volgens parsons (sociologisch proces): tijdelijke en onwenselijke rol die verplicht zo snel
mogelijk beter te worden, verplicht medische hulp te zoeken en zich daarin coöperatief op te
stellen, toelaat af te zien van normale activiteiten en verantwoordelijkheden en waarbij
persoon beschouwd wordt als hulpbehoevend
ð Kunnen alle drie samenvallen, maar in meeste gevallen zal dit niet zo zijn
, 1. Vallen alle drie samen: je bent ziek, hebt symptomen en
ondervindt hinder in leven
2. Je bent ziek, geen symptomen en geen hinder
3. Je hebt symptomen, maar bent niet ziek en ondervindt geen
hinder
4. Ziekte-rol opnemen, maar niet ziek en geen symptomen
5. Je bent ziek zonder symptomen, toch hinder
6. Je hebt symptomen en ondervindt hinder, maar niet ziek
7. Je bent ziek en hebt symptomen, maar geen hinder
Biomedisch model onvolledig
ð Individuen blootgesteld aan verkoudheidsvirus -> sommigen krijgen verkoudheid, anderen niet
ð Mensen zonder lichamelijke klachten kunnen biomedische afwijkingen hebben
ð Mensen met medische afwijkingen kunnen geen klachten hebben
ð Variabele relatie met hinder (ene kan blijven functioneren of werken, andere niet)
Gevaar dualistische visie op lichaam en geest
ð Organisch vs psychogeen, echt vs niet echt
ð Elke vorm van ziekte -> variabele relatie tussen ziekte, ziek-zijn en ziektegedrag
- Onbegrepen klachten -> neigen naar psychologisering
- Niet omdat iets nu niet verklaard kan worden, dat het later niet verklaard kan worden
BIOPSYCHOSOCIAAL PERSPECTIEF
Verschillende types oorzaken
- Voorbeschikkend -> genetisch
- Uitlokkend -> virus
- Onderhoudende -> stress, werksituatie
ð Manier waarop ziekte komt, klachten, hinder -> gevolgd van variabele een complex samenspelen tussen
biologie, psychologie en sociale factoren
George L. Engel (arts, 1977)
ð Biomedische factoren (disease) verklaren ervaring van ziekte en lijden (illness) niet
ð Relatie tussen disease en illness is complex
ð General system theory: verschillende niveau’s (molecule, cel, orgaan, organisme, persoon, familie,
maatschappij, biosfeer) met complexe interactie
- Beschrijving van algemene kenmerken van werkelijkheid, niet erg toetsbaar
ð Vooral klinisch model met oog voor klacht en hulpvraag van patiënt (actief betrokken)
OPKOMST VAN HET BIOPSYCHOSOCIALE PERSPECTIEF
Veranderingen in oorzaken van sterfte
- Infectieuze ziekte en andere -> vasculaire aandoeningen en kanker (welvaartsziektes)
- We worden ouder, andere demografie, andere types aandoeningen, andere levensstijl
- Prospectieve studie met 7 gedragsindicatoren (slaap, ontbijt, eten tussen maaltijden, overgewicht,
roken, gebruik alcohol, lichaamsbeweging)
,Effectiviteit en kosten van hooggespecialiseerde curatieve geneeskunde
- Verlengde levensduur (vb. chemotherapie), maar hoge kosten
- Moeten we niet meer investeren in preventieve gezondheidszorg en omgevingsinterventies
- Onafhankelijk van ontdekking in geneeskunde was sterftecijfer al aan het dalen
- Archibald Cochrane: evidence based medicine -> randomized control trials (conditie met en zonder,
toevallige toewijzing, dubbel blind)
Aanvaarding door medische disciplines
- Wetenschappelijk vlak
- Toegepast vlak: diagnose omvat biologische, psychologische en sociale factoren -> multidisciplinair
Politieve evoluties
- Gezondheid is meer dan afwezigheid van ziekte
- Verloren potentiële jaren: aantal verloren jaren ten gevolge van vroegtijdig sterven -> effectiviteit van
preventie gaan bepalen
- Leven met hinder -> musculoskeletale aandoeningen en mentale aandoeningen
6 vlaamse gezondheidsdoelstellingen
1. Infectieziekten en vaccinatie
2. Borstkankeropsporing
3. Tabak, alcohol en drugs
4. Ongevallen in de privésfeer
5. Voeding en beweging
6. Depressie en zelfdoding
Gezondheidsnorm = WHO guidelines 2020
ð Fysieke activiteit
- Volwassenen: regelmatig FA zijn, 150-300min matig intensieve aerobe FA of 75-150 min intensieve
aerobe FA of equivalente comombinatie van moderaat en intensief doorheen week, meer kan
additionele gezondheidsvoordelen hebben
- Kinderen/jongeren: minstens gemiddeld 60 minuten per dag moderaat tot intensieve FA
- Moderate of intensieve spierversterkende oefeningen
ð Sedentariteit (gedrag waarin zitten belangrijke component is)
- Kinderen/jongeren: limiteren van sedentair gedrag, zeker schermtijd
- Volwassenen: beperken sedentaire tijd, vermijden langdurig zitten, zitten regelmatig onderbreken
met FA, meer FA doen dan aanbevolen om gezondheidsnadelen te reduceren
Gezondheidsbevordering of gezondheidspromotie
- Hoe gezond houden en gezondheid verbeteren? Meer controle verwerven over determinanten van
gezondheid en zo gezondheid verbeteren, empowerment
Primaire preventie = alle factoren die ziekte of ongezondheid veroorzaken elimineren
Secundaire preventie = opsporen en vroegtijdig behandelen van ziekten en aandoeningen voor manifesteren
Tertaire preventie = dysfunctie of invaliditeit voorkomen, leren leven
HOOFDSTUK 2 HET BELANG VAN FA OP DE GEZONDHEID
Fasen in onderzoeksproces
1. Beschrijven: hoe voel je je? Welke sport doe je?...
- Onderzoeksmethode: opinipeiling, vragenlijst, test, interview, gevalstudie, naturalistische observatie
, 2. Voorspellen: kijken in welke mate 1 van variabelen toelaat om iets te voorspellen, geen verklaring nodig
- Onderzoeksmethode: correlerend, samenhang tussen variabelen, machine learning
- Associatie-maten
o R < 0 -> negatief verband (hoe hoger X, hoe lager Y) = negatieve correlatie
o R > 0 -> positief verband (hoe hoger X, hoe hoger Y) = positieve correlatie
o R = 0 -> geen verband tussen X en Y = zero correlatie
o Relatief risico (odds ratio) = 1 of OR = -> geen verband
o RR < 1 of OR < 1 -> negatief verband (hoe hoger X, hoe lager Y), protectief
o RR > 1 of OR > 1 -> positief verband (hoe hoger X, hoe hoger Y)
- Nadelen voorspellend onderzoek
o Geen interesse in verklaring of causaliteit
o Soms opvallende pos correlatie, maar niet causaal -> bepaald door andere factoren
o Confounding of verstorende variabelen
3. Verklaren: begrijpen en uitleggen
- Onderzoeksmethode: experimenteel, quasi-experimenteel of observationeel
Experimenteel onderzoek
ð Gecontroleerde situatie, 1 aspect variëren of manipuleren, rest constant houden
ð Random toewijzing (als proefpersoon kies je niet, vaak experimentator ook niet kiezen)
ð Terminologie
- Variabele manipuleert: afhankelijke variabele -> exposure/interventie
- Variabele die gemeten wordt = afhankelijke variabelen / effect
- Variabele die constant is of gehouden wordt = controlevariabele
- Belang van toeval voor niet-constant gehouden factoren (vb. lengte, gewricht, ervaring…)
- Belang van toevallig toewijzing van proefpersonen
- Belang van niet-weten: dubbel blind of single bind
ð Onderzoekskwesties
- Interne validiteit = effect te wijten aan een onafhankelijke variabele
- Externe validiteit = mate toelaten generalisatie naar andere, gelijkaardige situaties/populaties
ð Quips (cochrane) = instrumenten, mogelijke vertekening in kaart brengen voor observationele studies
Interne validiteit
- Selectiebias (selection bias): is de steekproef vergelijkbaar met de populatie die ze voor ogen hadden
- Drop out (attrition bias): zorgt uitval in studie voor ander resultaat bij completers vs non-completers
- Meten van exposure = measurement bias I
- Meten van effect = measurement bias II
- Aanwezigheid van storende variabelen = confounding factors
- Statistische analyse en rapportering
Externe validiteit
- Representativiteit van setting en populatie
- Generalisatie
Methode
ð Experimenteel design: toevallige toewijzing
- Groep met FA, controle zonder FA, opvolgen hartproblemen -> meest zuiver, maar ethisch/realistisch
ð Quasi-experimenteel: geen toevallige toewijzing, kiezen van groep
- Interventie- en controle groep, opvolgen hartproblemen -> selectiebias, alternatieve verklaringen,
verdoken derde variabelen
ASPECTEN VAN DE BEWEGINGSACTIVITEITEN
DEEL 1: GEZONDHEIDSPROMOTIE DOOR MIDDEL VAN FYSIEKE ACTIVITEIT
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
HET BIOMEDISCH PERSPECTIEF
Renaissance
- René Descartes (15e-16e eeuw)
- Menselijk lichaam ontrafelen en bestuderen, ontstaan van anatomie
- Logische verklaring voor alle symptomen en wat we voelen
- Oorsprong soort dualisme: onderscheid tussen lichaam en geest (geest -> kerk)
19e eeuw
- Miasma (slechte lucht, moerasdampen) -> micro-organismen (bacteriën en virussen)
- Germ theorie: specifieke elementen/oorzaken leiden tot specifieke ziekten
Kenmerken
ð Elke ziekte heeft specifieke biomedische etiologie (bacteriën, virussen, protozoa…)
ð Ziekte kan gericht behandeld worden
- Metafoor: lichaam als robot/machine
- Reductionistisch en mechanistisch
ð Genezing hangt af van medische technologie en/of chemische interventie (arts als lichaamsingenieur,
passieve houding van patiënt)
3 concepten
- Ziekte = diagnose, wat mis is in het lichaam (pathologische processen)
o Vb. tumor, TBC, griepvirus, ontsteking…
o Staat los van patiënt/persoon, staat los van rollen die iemand opneemt
- Illness = ervaring van ziekte, symptomen, hoe iemand zich voelt
o Misselijkheid, vermoeidheid, draaierigheid, pijn, angst
o Men kan ziek zijn zonder ziekte te hebben
- Ziekterol (sick-role) = wat men verwacht dat een zieke of iemand met symptomen zal doen
o Stoppen met werken, naar de dokter gaan, hinder in het leven -> hoe iemand zich gedraagt
o Volgens parsons (sociologisch proces): tijdelijke en onwenselijke rol die verplicht zo snel
mogelijk beter te worden, verplicht medische hulp te zoeken en zich daarin coöperatief op te
stellen, toelaat af te zien van normale activiteiten en verantwoordelijkheden en waarbij
persoon beschouwd wordt als hulpbehoevend
ð Kunnen alle drie samenvallen, maar in meeste gevallen zal dit niet zo zijn
, 1. Vallen alle drie samen: je bent ziek, hebt symptomen en
ondervindt hinder in leven
2. Je bent ziek, geen symptomen en geen hinder
3. Je hebt symptomen, maar bent niet ziek en ondervindt geen
hinder
4. Ziekte-rol opnemen, maar niet ziek en geen symptomen
5. Je bent ziek zonder symptomen, toch hinder
6. Je hebt symptomen en ondervindt hinder, maar niet ziek
7. Je bent ziek en hebt symptomen, maar geen hinder
Biomedisch model onvolledig
ð Individuen blootgesteld aan verkoudheidsvirus -> sommigen krijgen verkoudheid, anderen niet
ð Mensen zonder lichamelijke klachten kunnen biomedische afwijkingen hebben
ð Mensen met medische afwijkingen kunnen geen klachten hebben
ð Variabele relatie met hinder (ene kan blijven functioneren of werken, andere niet)
Gevaar dualistische visie op lichaam en geest
ð Organisch vs psychogeen, echt vs niet echt
ð Elke vorm van ziekte -> variabele relatie tussen ziekte, ziek-zijn en ziektegedrag
- Onbegrepen klachten -> neigen naar psychologisering
- Niet omdat iets nu niet verklaard kan worden, dat het later niet verklaard kan worden
BIOPSYCHOSOCIAAL PERSPECTIEF
Verschillende types oorzaken
- Voorbeschikkend -> genetisch
- Uitlokkend -> virus
- Onderhoudende -> stress, werksituatie
ð Manier waarop ziekte komt, klachten, hinder -> gevolgd van variabele een complex samenspelen tussen
biologie, psychologie en sociale factoren
George L. Engel (arts, 1977)
ð Biomedische factoren (disease) verklaren ervaring van ziekte en lijden (illness) niet
ð Relatie tussen disease en illness is complex
ð General system theory: verschillende niveau’s (molecule, cel, orgaan, organisme, persoon, familie,
maatschappij, biosfeer) met complexe interactie
- Beschrijving van algemene kenmerken van werkelijkheid, niet erg toetsbaar
ð Vooral klinisch model met oog voor klacht en hulpvraag van patiënt (actief betrokken)
OPKOMST VAN HET BIOPSYCHOSOCIALE PERSPECTIEF
Veranderingen in oorzaken van sterfte
- Infectieuze ziekte en andere -> vasculaire aandoeningen en kanker (welvaartsziektes)
- We worden ouder, andere demografie, andere types aandoeningen, andere levensstijl
- Prospectieve studie met 7 gedragsindicatoren (slaap, ontbijt, eten tussen maaltijden, overgewicht,
roken, gebruik alcohol, lichaamsbeweging)
,Effectiviteit en kosten van hooggespecialiseerde curatieve geneeskunde
- Verlengde levensduur (vb. chemotherapie), maar hoge kosten
- Moeten we niet meer investeren in preventieve gezondheidszorg en omgevingsinterventies
- Onafhankelijk van ontdekking in geneeskunde was sterftecijfer al aan het dalen
- Archibald Cochrane: evidence based medicine -> randomized control trials (conditie met en zonder,
toevallige toewijzing, dubbel blind)
Aanvaarding door medische disciplines
- Wetenschappelijk vlak
- Toegepast vlak: diagnose omvat biologische, psychologische en sociale factoren -> multidisciplinair
Politieve evoluties
- Gezondheid is meer dan afwezigheid van ziekte
- Verloren potentiële jaren: aantal verloren jaren ten gevolge van vroegtijdig sterven -> effectiviteit van
preventie gaan bepalen
- Leven met hinder -> musculoskeletale aandoeningen en mentale aandoeningen
6 vlaamse gezondheidsdoelstellingen
1. Infectieziekten en vaccinatie
2. Borstkankeropsporing
3. Tabak, alcohol en drugs
4. Ongevallen in de privésfeer
5. Voeding en beweging
6. Depressie en zelfdoding
Gezondheidsnorm = WHO guidelines 2020
ð Fysieke activiteit
- Volwassenen: regelmatig FA zijn, 150-300min matig intensieve aerobe FA of 75-150 min intensieve
aerobe FA of equivalente comombinatie van moderaat en intensief doorheen week, meer kan
additionele gezondheidsvoordelen hebben
- Kinderen/jongeren: minstens gemiddeld 60 minuten per dag moderaat tot intensieve FA
- Moderate of intensieve spierversterkende oefeningen
ð Sedentariteit (gedrag waarin zitten belangrijke component is)
- Kinderen/jongeren: limiteren van sedentair gedrag, zeker schermtijd
- Volwassenen: beperken sedentaire tijd, vermijden langdurig zitten, zitten regelmatig onderbreken
met FA, meer FA doen dan aanbevolen om gezondheidsnadelen te reduceren
Gezondheidsbevordering of gezondheidspromotie
- Hoe gezond houden en gezondheid verbeteren? Meer controle verwerven over determinanten van
gezondheid en zo gezondheid verbeteren, empowerment
Primaire preventie = alle factoren die ziekte of ongezondheid veroorzaken elimineren
Secundaire preventie = opsporen en vroegtijdig behandelen van ziekten en aandoeningen voor manifesteren
Tertaire preventie = dysfunctie of invaliditeit voorkomen, leren leven
HOOFDSTUK 2 HET BELANG VAN FA OP DE GEZONDHEID
Fasen in onderzoeksproces
1. Beschrijven: hoe voel je je? Welke sport doe je?...
- Onderzoeksmethode: opinipeiling, vragenlijst, test, interview, gevalstudie, naturalistische observatie
, 2. Voorspellen: kijken in welke mate 1 van variabelen toelaat om iets te voorspellen, geen verklaring nodig
- Onderzoeksmethode: correlerend, samenhang tussen variabelen, machine learning
- Associatie-maten
o R < 0 -> negatief verband (hoe hoger X, hoe lager Y) = negatieve correlatie
o R > 0 -> positief verband (hoe hoger X, hoe hoger Y) = positieve correlatie
o R = 0 -> geen verband tussen X en Y = zero correlatie
o Relatief risico (odds ratio) = 1 of OR = -> geen verband
o RR < 1 of OR < 1 -> negatief verband (hoe hoger X, hoe lager Y), protectief
o RR > 1 of OR > 1 -> positief verband (hoe hoger X, hoe hoger Y)
- Nadelen voorspellend onderzoek
o Geen interesse in verklaring of causaliteit
o Soms opvallende pos correlatie, maar niet causaal -> bepaald door andere factoren
o Confounding of verstorende variabelen
3. Verklaren: begrijpen en uitleggen
- Onderzoeksmethode: experimenteel, quasi-experimenteel of observationeel
Experimenteel onderzoek
ð Gecontroleerde situatie, 1 aspect variëren of manipuleren, rest constant houden
ð Random toewijzing (als proefpersoon kies je niet, vaak experimentator ook niet kiezen)
ð Terminologie
- Variabele manipuleert: afhankelijke variabele -> exposure/interventie
- Variabele die gemeten wordt = afhankelijke variabelen / effect
- Variabele die constant is of gehouden wordt = controlevariabele
- Belang van toeval voor niet-constant gehouden factoren (vb. lengte, gewricht, ervaring…)
- Belang van toevallig toewijzing van proefpersonen
- Belang van niet-weten: dubbel blind of single bind
ð Onderzoekskwesties
- Interne validiteit = effect te wijten aan een onafhankelijke variabele
- Externe validiteit = mate toelaten generalisatie naar andere, gelijkaardige situaties/populaties
ð Quips (cochrane) = instrumenten, mogelijke vertekening in kaart brengen voor observationele studies
Interne validiteit
- Selectiebias (selection bias): is de steekproef vergelijkbaar met de populatie die ze voor ogen hadden
- Drop out (attrition bias): zorgt uitval in studie voor ander resultaat bij completers vs non-completers
- Meten van exposure = measurement bias I
- Meten van effect = measurement bias II
- Aanwezigheid van storende variabelen = confounding factors
- Statistische analyse en rapportering
Externe validiteit
- Representativiteit van setting en populatie
- Generalisatie
Methode
ð Experimenteel design: toevallige toewijzing
- Groep met FA, controle zonder FA, opvolgen hartproblemen -> meest zuiver, maar ethisch/realistisch
ð Quasi-experimenteel: geen toevallige toewijzing, kiezen van groep
- Interventie- en controle groep, opvolgen hartproblemen -> selectiebias, alternatieve verklaringen,
verdoken derde variabelen