• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 115 pagina's
Samenvatting

Volledige samenvatting Gezondheids - en ontwikkelingspsychologie (Vyt + Vanderhasselt)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 115 pagina's

Volledige en overzichtelijke samenvatting van alles wat gekend moet zijn voor het vak Gezondheids- en Ontwikkelingspsychologie, gedoceerd door Vyt en Vanderhasselt. Ik haalde een 17/20 voor dit vak! Bevat: • Gedrag in dynamiek (hoofdstukken 9–11) • Gedragsverandering • Mentale ontwikkeling bij kinderen • Medische psychologie (deel Vanderhasselt) Alle leerstof uit de te kennen cursussen is opgenomen en aangevuld met duidelijke prenten en extra uitleg uit de slides en lessen. Kortom: een allesomvattende samenvatting van het volledige vak. Hopelijk kan ik je hiermee helpen!

Voorbeeld van de inhoud

Gedrag in dynamiek - Vyt


Hoofdstuk 9: Gedragsontwikkeling onder de loep

Meten, verklaren en voorspellen van gedragsontwikkeling


Meten van gedragsontwikkeling

●​ Methoden om gedrag te meten:
○​ Bevragen van kinderen.
○​ Observeren:
■​ In natuurlijke omstandigheden.
■​ In gestructureerde situaties (gestandaardiseerde observatie).
■​ Participerende observatie: onderzoeker treedt als medespeler in interactie met het kind.
●​ Ontwikkelingstesten:
○​ Gestandaardiseerd op grote groepen kinderen.
○​ Bayley Ontwikkelingsschaal (BOS): algemene test voor jonge kinderen.
○​ Denver Ontwikkelingsscreeningstest (DOS): grove screening om ernstige achterstanden op te sporen.
●​ Fijndiagnostiek (na negatieve screening):
○​ Specifieke instrumenten zoals:
■​ MacArthur observatielijst (voor communicatie).
■​ ABC Movement Test (voor motoriek).
●​ Dynamische diagnostiek: hoe gebruikt het kind hulp/informatie? = leervermogen van het kind onderzoeken
●​ Narratieve diagnostiek: focus op het verband tussen gedragingen, niet enkel op labels/cijfers.

Verklaren van gedragsontwikkeling

●​ Oorzaken kunnen zijn:
○​ Extern: bv. extra stimulering → snellere taalontwikkeling.
○​ Biologisch: bv. hormonale veranderingen → agressie in puberteit.
○​ Distale oorzaken: gebeurtenissen in vroege kindertijd.
○​ Proximale oorzaken: recente of nabije gebeurtenissen.
○​ Complexe interacties van verschillende factoren mogelijk.

Onderzoeksdesigns in de ontwikkelingspsychologie

●​ Cross-sectioneel (transversaal) onderzoek
○​ Bestudeert verschillende leeftijdsgroepen op
hetzelfde moment.
○​ Geeft een doorsnede van de gemiddelde
ontwikkeling per leeftijd.
●​ Longitudinaal onderzoek
○​ Volgt dezelfde groep over langere tijd.
○​ Nadelen:
■​ Resultaten pas na langere periode.
■​ Uitval van deelnemers mogelijk.
■​ Cumulatief testeffect (herhaling van tests beïnvloedt prestaties).
○​ Moeilijk onderscheid tussen biologische rijping en maatschappelijke/contextuele invloeden.
●​ Voorbeelden van contextuele invloeden
○​ Veranderingen in schoolsysteem (bv. meer lichamelijke opvoeding).
○​ Nieuwe leerrijke media (bv. educatieve tv-programma’s).




●​ Time-lag methode

, ○​ Onderzoekt verschillende cohorten (geboortejaren).
○​ Voorbeeld: kinderen getest op 5 en 10 jaar in 2020/2025 en opnieuw bij een ander cohort in 2025/2030.
○​ Doel: controle op maatschappelijke en historische invloeden (bv. veranderingen in onderwijs).

Voorspelbaarheid van ontwikkeling

●​ Jerome Kagan's onderzoek:
○​ Sommige persoonlijkheidskenmerken zijn wel voorspelbaar, zoals:
■​ Prestatiegerichtheid en sekse-stereotiep gedrag bij jongens.
○​ Andere zijn minder voorspelbaar, bv. agressiviteit bij meisjes.
○​ Gedragskenmerken zijn:
■​ Situatiegebonden.
■​ Veranderlijk met de leeftijd.

Culturele invloeden op interpretatie van gedrag

●​ Objectieve interpretatie van gedrag wordt beïnvloed door een culturele bril:
○​ Westerse culturen hechten veel waarde aan:
■​ Regelmaat, socialisatie, makkelijk gedrag.
■​ Kind moet rustig zijn, doorslapen, weinig huilen.
○​ In andere culturen (bv. Afrikaanse, woestijnstammen):
■​ Andere opvoedingscontext (bv. kind slaapt bij ouders).
■​ Meer afgestemd op natuurlijk ritme van het kind.
■​ 'Lastig' gedrag (prikkelbaarheid, huilen) wordt niet negatief beoordeeld:
■​ Integendeel, zulke kinderen hebben hogere overlevingskans doordat signalen beter worden
opgemerkt.

Omzichtigheid bij interpretatie en voorspelling van gedrag

●​ We moeten voorzichtig zijn met het interpreteren van gedrag als gepast of ongepast.
●​ Eerste indrukken en gedrag van pasgeborenen zijn geen betrouwbare basis voor voorspellingen.
●​ Voorbeeld: een huilerige baby wordt niet automatisch een moeilijk of sociaal lastig kind.

Beperkte stabiliteit in temperament over tijd

●​ Veel aspecten van temperament vertonen weinig stabiliteit over langere periodes.
●​ Voorbeelden:
○​ Veel huilen als baby betekent niet noodzakelijk lage frustratiedrempel later.
○​ Vroege zindelijkheid of gehoorzaamheid = geen garantie voor latere zelfcontrole.
○​ Vroege intelligentiemetingen zijn geen betrouwbare voorspellers van volwassen intelligentie.

Voorspelbaarheid van intelligentie

●​ Voor de leeftijd van 3 jaar: lage voorspelbaarheid van latere
intelligentie.
●​ Onder de 1 jaar:
○​ Ontwikkelingstests zijn niet voorspellend.
○​ Er is zelfs een licht negatief verband (negatieve correlatie
met IQ op 18 jaar).
●​ Vanaf schoolleeftijd (vanaf ±6 jaar):
○​ Betere voorspellende waarde voor IQ op 18 jaar.
○​ Hoe ouder bij testafname, hoe hoger de voorspelbaarheid.

,Predictiekloof

●​ Totaal gebrek aan overeenkomst tussen ontwikkelingsindexen (0-2 jaar) en IQ op 18 jaar.
●​ Oorzaken:
○​ Ontwikkelingsschalen voor jonge kinderen bevatten veel motorische items.
○​ Motorisch sterke kinderen zijn niet per se intellectueel sterk later.
○​ Prematuriteit kan ontwikkeling en testresultaten tijdelijk beïnvloeden.

Trechtermodel van vroege ontwikkeling

●​ In de vroege kindertijd is ontwikkeling nog breed en flexibel → voorspellingen zijn
moeilijk.
●​ Vanaf ±2 à 3 jaar wordt de ontwikkeling geleidelijk stabieler → voorspellingen
worden betrouwbaarder.

Biologische kanalisatie in vroege kindertijd

●​ In de babyperiode domineren rijpingsprocessen:
○​ Ontwikkeling verloopt bij alle kinderen grotendeels gelijk → kanalisatie
●​ Ontwikkelingsplasticiteit:
○​ Kinderen kunnen makkelijk terug op het juiste spoor komen als ze tijdelijk afwijken.
●​ Vanaf het einde van het tweede levensjaar:
○​ Individuele verschillen worden duidelijker.
○​ Ontwikkeling wordt minder gestuurd door biologische rijping, meer door omgevingsinvloeden en persoonlijke
kenmerken.
○​ Symboliek van de trechter: diepe groeven in het begin (weinig afbuigingen mogelijk), later meer richtingen
mogelijk.

Habituatie en informatieverwerking = screeningtest




●​ Habituatieprocedure:
○​ Baby ziet herhaaldelijk beeld A → interesse neemt geleidelijk af.
○​ Verandering in het beeld → kind toont hernieuwde interesse → oriëntereactie.
●​ Snelle habituatie + snelle herkenning van verandering = efficiënte informatieverwerking
●​ Traag habitueren + geen reactie op veranderingen → risico op mentale achterstand.
●​ Betere voorspelling wanneer test meerdere keren met verschillende beelden gebeurt (i.v.m. voorkeuren van baby).

→ slechte opstelling: slimme hans (kleine hints doorgeven)

, Belangrijke voorspellende metingen

1. Apgar-score bij geboorte

●​ Score van 0 tot 10 op 5 parameters: huidkleur, hartslag, gezichtsuitdrukking, houding, ademhaling.
●​ < 7 wijst op perinataal zuurstoftekort, verhoogd risico op neurologische problemen.
●​ Maar: zwakke voorspellende waarde op lange termijn – vaak géén blijvende stoornissen.
●​ Goed: roze huid, snelle hartslag, huilende baby en veel flexie




2. Beoordeling van generalized movements

●​ Kwaliteit van gegeneraliseerde bewegingen bij baby’s als voorspeller van cerebrale parese:
○​ Betrokkenheid van hoofd, romp, armen, benen.
○​ Op basis van 3 criteria van bewegingskwaliteit: variatie, complexiteit en elegantie.
●​ Abnormale bewegingen: monotoon, stereotiep, schokkerig → verhoogd risico op neurologische functiestoornissen.
●​ Beste resultaten bij:
○​ Herhaalde metingen.
○​ Meting rond 3 maanden, de zogenaamde fidgety-leeftijd:
■​ Normaal: dansende, vloeiende bewegingen.
■​ Afwijkend patroon kan wijzen op cerebrale parese.


Ontwikkeling in fasen en perioden

Wat is ontwikkeling?

●​ Definitie: Ontwikkeling is een proces van verandering over tijd, gericht op een bepaalde richting.
●​ Het kan gaan om:
○​ Observeerbaar gedrag (bv. wat men zegt of doet),
○​ Mentale of fysieke kenmerken en functies (bv. denken, voelen, waarnemen, bewegen),
○​ Het verschil tussen capaciteit (wat men kan) en prestatie (wat men doet).

Veranderingen in structuur en organisatie

●​ Ontwikkeling omvat ook verandering in samenhang en complexiteit van gedragingen:
○​ Van eenvoudig naar complex (differentiatie),
○​ Of omgekeerd: vereenvoudiging en herstructurering.
●​ Voorbeeld: een 5-jarige denkt en leert fundamenteel anders dan een 12-jarige.

Inhoudsopgave

  1. 01 Gedrag in dynamiek - Vyt 1
  2. 02 Hoofdstuk 9: Gedragsontwikkeling onder de loep 1
    1. Meten, verklaren en voorspellen van gedragsontwikkeling 1
    2. Ontwikkeling in fasen en perioden 4
    3. Groei en rijping 8
    4. Lateralisatie 11
  3. 03 Hoofdstuk 10: Ontwikkelingsinvloeden 14
    1. Gedeelde en ongedeelde invloeden 14
    2. Gevoelige perioden in de ontwikkeling 16
    3. Van interactie naar transactie 20
  4. 04 Hoofdstuk 11: Jezelf en je welzijn in het vizier 23
    1. Behoefte 23
    2. Zelfsturing 29
    3. Gezondheidsgedrag 31
    4. Stress 34
    5. Biofeedback: feedback over eigen lichamelijke processen door het zelf te zien 36
    6. Stress onder controle 36
  5. 05 Gedragsverandering 39
    1. Gedragsverandering en gedragsbeïnvloeding: Overzicht 39
  6. 06 1. Het wiel van gedragsinvloeden 39
    1. Gedragsinterventie 39
    2. Invloed op gedrag 39
  7. 07 Competenties en drijfveren → binnen het individu 39
    1. 1. Competenties 40
  8. 08 ●​Fitheid (LEUKS): lenigheid – evenwicht – uithouding – kracht – snelheid 40
  9. 09 ●​Motorische/technische vaardigheden: fietsen – zwemmen – koken – teek verwijderen 40
    1. 1.2 Psychische competenties 40
  10. 10 ●​Kennis: gevolgen alcohol/drugs – rookstop – ventilatie 40
  11. 11 ●​Functionele vaardigheden: lezen – schrijven – rekenen – aandacht – onthouden 40
  12. 12 ●​Kritische vaardigheden: info beoordelen – reclame herkennen – etiketten begrijpen 40
  13. 13 ●​Interactieve vaardigheden: communiceren – sociale druk hanteren – steun zoeken 40
  14. 14 ●​Gedragsregulatie: impulsen controleren – plannen – gewoontes doorbreken 40
  15. 15 ●​Coping: gezond omgaan met stress – volhouden na mislukking 40
    1. 2. Drijfveren 40
  16. 16 ●​Behoeften & verlangens: emoties – beloning – spanning verlichten 40
  17. 17 ●​Gewoonten: vaste patronen – situatiespecifieke triggers 40
    1. 2.2 Reflectieve drijfveren 40
  18. 18 ●​Eigen-effectiviteit: vertrouwen in eigen kunnen 40
  19. 19 ●​Attitudes: positieve/negatieve houding 40
  20. 20 ●​Uitkomstverwachting: verwachte voordelen/gevolgen 40
  21. 21 ●​Risicoperceptie: inschatting risico + ernst 40
  22. 22 ●​Sociale rol & identiteit: past gedrag bij wie je bent 40
  23. 23 ●​Doelen & intenties: voornemens – plannen – motivatie 40
    1. 3. Context 40
  24. 24 ●​Aanbod: infrastructuur – materialen – toegankelijkheid 40
  25. 25 ●​Indeling/inrichting: nudges – keuzearchitectuur – plaatsing producten 40
    1. 3.2 Sociaal-culturele context 40
  26. 26 ●​Sociale normen: 40
  27. 27 ●​Sociale invloeden: steun – druk – rolmodellen – cultuur 40
  28. 28 ●​Culturele invloeden: waarden – gewoontes – eetcultuur – opvattingen 40
    1. 3.3 Economische context 41
  29. 29 ●​Betaalbaarheid: kostprijs – koopkracht – suikertaks – vergoedingen 41
  30. 30 ●​Marketing: reclame – sponsoring – promotie 41
    1. 3.4 Politieke context 41
  31. 31 ●​Regels & wetten: schoolbeleid – etikettering – tabakswet – schermtijdregels 41
  32. 32 ●​Ideologieën: ideeën over verantwoordelijkheid – neoliberaal denken 41
  33. 33 Voorbeelden: onderliggende invloedsfactoren herkennen 41
  34. 34 2. Modellen van gedragsverandering 41
    1. Health Belief Model = gedrag wordt bepaald door de overtuigingen en waarden van een persoon over gezondheid 41
    2. Transtheoretisch stadia model 41
    3. Theory of Planned Behavior 42
    4. COM-B model 43
    5. B=MAP model 44
  35. 35 Verandering van gedragspatronen: 45
  36. 36 Zelfbepaling & motivational counseling 45
    1. Zelfbepaling 45
    2. Motivational counseling 45
  37. 37 3. Onbewuste beïnvloeding 46
    1. Suggestie & placebo 46
    2. Neurolinguistic programming 46
    3. Priming 46
    4. Framing 46
    5. Nudging 46
  38. 38 4. Gewoontegedrag & verslaving 47
    1. Ongezonde voedingsgewoonten 47
    2. Smartphoneverslaving 47
    3. Verandering via bewustwording 48
  39. 39 Marshmallow test​Marshmallow voor kind leggen → 15 min niet van eten dan krijg je nog een 48
  40. 40 5. Gedragsveranderingsprojecten en -trajecten 48
  41. 41 7 stappen bij gedragsverandering 48
  42. 42 6. Beïnvloeden via overtuigen 49
    1. Reactantie & overtuigen 49
    2. Elaboration Likelihood Model (ELM) 49
    3. Rol van experts en bekende personen 49
    4. Aantal argumenten 49
  43. 43 Persuasieve communicatie 50
  44. 44 7. Specifieke beïnvloedingstechnieken 50
    1. Inoculatietheorie (McGuire) – overtuigingen versterken 51
  45. 45 8. Agogisch werken (werken met jongeren in groep) 52
    1. Agogisch kader van Gordon 52
    2. Behoeftenconflicten aanpakken 52
    3. Technieken bij lastig gedrag 52
    4. Omgaan met straffen 52
  46. 46 Reflectievragen 53
  47. 47 Kunnen 53
  48. 48 Mentale ontwikkeling bij kinderen - Vyt 54
  49. 49 Hoofdstuk 1 – De vroege cognitieve ontwikkeling 54
    1. Algemene uitgangspunten 54
    2. De visie van Piaget = grondlegger van de cognitieve ontwikkelingstheorie 54
    3. Cognitieve schema’s 54
    4. Vormen van assimilatie: Piaget onderscheidde vier soorten assimilatie die elkaar aanvullen: 54
    5. Circulaire reacties 54
    6. De ontwikkeling van grijpen 55
    7. Organisatie van cognitieve structuren 55
    8. Piagets cognitieve ontwikkelingsfasen 55
    9. Toen: 7-12 jaar concreet-operationeel → nu met 1 a 2 jaar vervroegd (elke fase) 56
    10. ●​Jonge baby ervaart geen onderscheid tussen zichzelf en de buitenwereld. 56
    11. ●​Tot ± 8 maanden bestaan objecten enkel via directe waarneming. 56
    12. ●​Verdwijnt iets uit het gezichtsveld → het “bestaat” niet meer voor het kind. 56
    13. ●​Geen mentale voorstelling van objecten mogelijk. 56
    14. Objectpermanentie en symbolisch denken 56
  50. 50 Hoofdstuk 2 – De cognitieve ontwikkeling in de schoolleeftijd 59
    1. De pre-operationele periode (± 2 tot 7 jaar) 59
    2. De concreet-operationele periode (6/7 – 12 jaar) 60
    3. De formeel-operationele periode (± 12 – 15 jaar en ouder) 62
    4. Kritische opmerkingen bij Piaget 64
  51. 51 Hoofdstuk 3 – Aandacht, geheugen, zelfbewustzijn en metacognitie 66
    1. Ontwikkeling van aandacht bij kinderen 66
    2. Geheugen 67
    3. Zelfbewustzijn 67
    4. Ontwikkeling van metacognitie en hogere cognitieve functies 69
    5. Schoolrijpheid 71
  52. 52 Hoofdstuk 4 – De ontwikkeling van hechting bij jonge kinderen 72
    1. De eerste ontwikkelingsfasen van hechting 72
    2. De ontwikkeling van hechtingskwaliteit 73
  53. 53 Hoofdstuk 5 – Ontwikkeling van communicatie 74
    1. Dyadische interactie 74
    2. Oogcontact en sociale glimlach 74
    3. Vroege taalontwikkeling 74
    4. Neuroplasticiteit en vroege ervaring 74
    5. Mens vs. andere primaten 74
  54. 54 Medische Psychologie - Vanderhasselt 76
  55. 55 Hoofdstuk 1: Stress-inzichten 76
    1. 1. Vakgebieden 76
    2. 2. Ziektemodellen 76
    3. 3. De centrale rol van stress in het holistisch ziektemodel 78
    4. Twee vormen van beoordeling (Lazarus) 84
    5. 3.4.2. Coping 85
    6. Twee hoofdvormen van coping 85
    7. Belangrijke kenmerken van coping 85
  56. 56 Hoofdstuk 2: Stresshantering 86
    1. 1. Hersensynchronisatie 86
    2. 2. Stress is besmettelijk 87
    3. Positieve overdracht: rust 89
    4. 3. Eenzaamheid en stress 89
    5. 4. Stress aanpakken 91
  57. 57 Hoofdstuk 3: Chronische pijn 99
    1. 1. Pijnmodellen 99
    2. 2. Chronische pijn 104
  58. 58 Hoofdstuk 4: Placebo 109
    1. 1. Randomized Controlled Trial (RCT) 109
    2. 2. Placebo bij pijnonderzoek 109
    3. 3. Wetenschappelijk onderzoek bij placebo’s 113
    4. 4. Placebo en pijn: hoe werkt het? 114

Gekoppeld boek
 image
André Vyt Gedrag in dynamiek
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789463715638 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
9-11
Geüpload op
7 december 2025
Aantal pagina's
115
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€15,46
Gekocht door 29 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
annavanloo
4,8
(41)
Verkocht
319
Volgers
14
Items
22
Laatst verkocht
1 dag geleden


Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen