• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 139 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Forensische psychiatrie (B001497B)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 139 pagina's

GESLAAGD EERSTE ZIT MET 14/20 De samenvatting bevat alle lessen van het vak 'forensische psychiatrie' Lesgevers: Pr. Audenaert, Pr. Heylens, Pr. Declercq, Pr. Portsky en Dr. Hamels Alvast veel succes!

Voorbeeld van de inhoud

FORENSISCHE PSYCHIATRIE
DEEL 1: SCHIZOFRENIE-SPECTRUM EN ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN
KERNSYMPTOOM PATHOLOGIE BEHANDELING
PSYCHOTISCH STOORNIS SCHIZOFRENIE EN PSYCHOSE ANTI PSYCHOCTICA

1. HISTORIEK
Aspecifieke bewaring
“Pest- en dolhuizen”

In het begin van de psychiatrische zorg, in de 16de eeuw, werden mensen met schizofrenie (en andere psychische
stoornissen) vaak gewoon weggestoken. Hier was de zorg niet gericht op een specifieke diagnose of behandeling, maar
eerder op het isoleren van deze mensen van de maatschappij. Je moest geen specifieke opleiding gevolgd hebben
voor ervoor te zorgen, je werd er voor betaald om ze onderdak te geven (iedereen kon dat doen, konden zelfs gewoon
in de kelder opgesloten worden)
 DOEL: de maatschappij te beschermen tegen (1) de zieken & (2) de “gekke”/”krankzinnigen”.
o want die waren bedreigend
o dus ze moesten opgesloten worden
 Huizen zonder zorg
o Geen personeel aanwezig die er iets van af wist
o Iedereen kon daar gaan werken  onderdak geven, eten en drinken geven, vastbinden
 1539: “tot Eeuwige dagen in gevangenis geketent ende versekert te worden”
 1593: wedde: 3 ponden en 20 schellingen “om miserabele crancksinnische” personen onderdak te geven (+ per
week 30 schellingen per patiënt)

Specifieke bewaring
“Asylum”

 Doel =
o maatschappij beschermen
 Eerste instelling: “Bedlam” (St Bethlem’s Hospital London)
o Aanvankelijk: straf voor “immoraliteit”
 Immoraliteit = zot zijn door eigen schuld WANT je had immoreel gedrag gesteld
o Later (1700): “patients”  eerste keer dat deze term gebruikt werd
 Zieke mensen
 Geen echte zorg
o Organisatie (1734): curable/incurable
 Curable: iets proberen te veranderen bij die mensen
 Incurable: niet mogelijk om te genezen
 “In the 18th century people used to go there to see the lunatics. For a penny one could peer into their cells,
view the freaks of the "show of Bethlehem" and laugh at their antics, generally of a sexual nature or violent
fights. Entry was free on the first Tuesday of the month. Visitors were permitted to bring long sticks with which
to poke and enrage the inmates. In 1814 there were 96,000 such visits.
o Iedereen kon daar binnenlopen en een stok huren om de mensen ermee op te jutten  Freek show




1

,Psychosenzorg
Residentieel verblijf

VERANDERING: Gent, Belgische arts (Jozef Guislain) beslist om in samenwerking met de broeders van liefde soort van
gestichten of hospices op te richten. Het grote hospice dat toen opgericht was is het Guislain ziekenhuis of psychiatrisch
centrum dat nog steeds bestaat aan de rand van Gent (was enorm groot: eigenlijk een soort van klein stadje)

 Het was een plaats waar mensen konden verblijven die een ernstige psychiatrische ziekte hadden, en werden
veel humaner behandeld dan in die “asylums”. Het was residentieel verblijf, wat inhoud dat je daar bleef voor
heel je leven…
o Vaak komen jongeren van 18 daaraan want dat is vaak begin van de schizofrenie, beslissing gebeurd
door burgemeester, en niet een arts, om u te plaatsen in een psychiatrisch ziekenhuis
o Mannen en vrouwen apart
o MAAR voor de eerste keer ligt de focus ook op behandeling (er wordt voor u gezorgd)
o Psychiaters werden gezien als aliënisten = mensen die de vreemden behandelden
 Er is sprake van “aangeleerde afhankelijkheid”, je bent afhankelijk van het systeem… WANT er werd voor u
gezorgd, je moest niks zelf doen… Ze komen daar terecht op een vroege leeftijd & zijn eigenlijk heel hun leven
afhankelijk van de hulp die ze daar krijgen
 Verlies aan gezonde mentale capaciteiten en coping skills
 Verschillende therapieën: o.a. koude baden, ergotherapie, bewegingstherapie (bezig zijn)




Draaistoel = waarbij patiënt werd gedraaid in de hoop dat ze daardoor beter werden want
geloofden dat ze verkeerd gedraaid zaten en terug draaien zou helpen (werkte natuurlijk niet)




Artificial hibernation = ijsbad omdat men geloofde dat agressie kon verlagen door
lichaamstemperatuur te verlagen (idee gehaald bij beer in winterslaap), dit was lange tijd een
gangbare behandeling

Elektroshock therapie

 1926: ontdekking dat mensen die de gekte hadden (psychotisch, waanideeën, hallucineren)
acuut verbeterden wanneer men een epileptisch insult deden (wanneer een stuipaanval
kregen)  tijdelijke vermindering
o Dus wat dacht men? Mochten we nu een keer een stuip aanval kunnen uitlokken, dan
konden we die mensen misschien wel verbeteren  zo werden er toestellen ontwikkeld die
stuipaanvallen konden uitlokken
o De eerst elektroshock behandeling had dramatisch gevolgen, want mensen die zo een heftig insult
kregen (dat alle spieren tegelijktijdig aanspannen) dat hun botten gewoonweg braken
o Maar daarna deden ze eerst aan spierverslapping
o Vandaag de dag gebruiken we therapie nog steeds
o Eerste keer dat ze op barbaars wijze iets konden doen aan wanen en hallucinaties

Electroshocktherapie, ook wel elektroconvulsietherapie (ECT) genoemd, is een behandeling waarbij een korte
elektrische stroom door de hersenen wordt gestuurd. Dit gebeurt terwijl de patiënt onder narcose & spierverslapping
is, zodat ze niets voelen. De elektrische stroom veroorzaakt een gecontroleerde epileptische aanval, die helpt om de
werking van de hersenen te beïnvloeden.

 Is een behandeling voor patiënten die lijden aan (wanneer andere vormen van behandeling niet werken)
depressie, bipolaire stoornis (manisch-depressieve stoornis) en sommige vormen van psychose (schizofrenie)

2

,Lobotomie

Wat men in die periode ook deed, was een lobotomie. Ze hadden door dat de gekte
(psychotisch, waanideeën,…) iets te maken had met het brein, en men moest hierop
dus op ingrijpen

 Lobotomie: ingrijpen in het brein door in de schedel boren (met
schedelboor) en met een soort mes heen & weer te bewegen (maken veel
dingen kapot)
o Gevolg: de patiënten werden daar merkbaar rustiger van, maar enorm barbaars
 Variant van “Freeman” = Ice-pick lobotomy (uitvinder van de snelle lobotomie)
o Hij vond het boren van een gat te veel werk dus kwam met het idee om boven de
oogbal te prikken met gereedschap, ice-pick, (door achteraan met een hamer te
slagen) waardoor je direct bij de hersenen zit & heen en weer bewegen
o Gevolg: door lobotomie verloor je veel van je gezonde functies & werd je een
beetje plantaardig

2. SYMPTOMEN
Didactische opmerking

2 termen worden vaak door elkaar gehaald, maar is fout

 Symptoom = Dit is een enkel kenmerk of klacht die je kunt
waarnemen of ervaren, zoals hallucinaties, depressieve gevoelens,
slapeloosheid of angst. Symptomen zijn signalen dat er iets aan de
hand kan zijn, maar ze wijzen niet automatisch op een specifieke
diagnose.
o Psychotische symptomen komen meestal voor bij psychotische stoornissen maar kunnen ook
voorkomen bij stemmingsstoornissen (depressie), middelenmisbruik (LSD°,
persoonlijkheidsstoornissen, dementie,...
 Stoornis = ziektebeeld, dit is een overkoepelende diagnose die wordt gesteld als een persoon een verzameling
van specifieke symptomen heeft, meestal volgens vastgestelde criteria (bijvoorbeeld in de DSM-5)
o = ziekten
 Voorbeeld: Schizofrenie is een stoornis. Een symptoom hiervan is bv een waan, een hallucinatie (en dit kan een
onderdeel zijn van de stoornis, maar een waan kan ook onderdeel van een andere stoornis of zelf iets helemaal
anders dat geen ziekte is bijvoorbeeld intoxicatie)

Symptoomdomeinen

 Afwijkingen in een of meer van de volgende vijf symptoomdomeinen:
o 1) Wanen
o 2) Hallucinaties  “ Positieve symptomen”
o 3) Gedesorganiseerde denken
o 4) Gedesorganiseerde of abnormale psychomotoriek
o 5) Negatieve symptomen




3

,Positieve symptomen

Het is een Tricky Begrip, want als wij het “positief” zien staan denken wij direct dat iets goed is
MAAR dit is niet het geval, positieve symptomen zijn die symptomen die een gezond persoon
niet heeft. Het is gedrag dat eigenlijk erbij komt, door de psychotische stoornis. Bijvoorbeeld
wanen of hallucinaties, iemand die normaal functioneert heeft geen wanen of hallucinaties,
dus het is iets dat er bijgekomen is  De term “positief” komt eigenlijk van het feit dat er
iets bijkomt/wordt toegevoegd!!!

Deze positieve symptomen (wanen, hallucinaties, gedesorganiseerd denken) komen door te veel dopamine in het
mesolimbisch systeem

Wanen

Definitie: Een waan is een inhoudelijk denkstoornis, m.a.w de inhoud van het denken is verstoord. Het is een
vaststaande onjuiste overtuiging of denkbeeld dat iemand heeft. Deze overtuiging is niet vatbaar voor correctie, zelfs
niet als anderen logische tegenargumenten aandragen (tegenbewijs).

Kenmerken
 Niet passend binnen cultuur of religie
 Het gaat om gedachten of overtuigingen die niet overeenkomen met de realiteit
o Vb. je gelooft dat je niet op de hostie mag bijten want dat is het ‘lichaam van Christus’ = religie
o Vb. Voodoo: naald in poppetje stoppen om iemand een pijnscheut te bezorgen = cultuur
 Klinische opmerking: zelden heeft de patiënt inzicht in zijn wanen

Voorbeelden
 Persoon gelooft dat hij/zij wordt achtervolgd door de overheid, ook al is hier geen bewijs voor
 Professor gelooft dat alle studenten eigenlijk spionnen zijn van de directeur om bewijs te verzamelen om hem
te ontslagen. Hij gelooft ook het tegenbewijs niet wanneer een student zijn studentenkaart laat zien, omdat
hij denkt dat deze nagemaakt is… hij blijft zijn overtuiging volhouden

Frequent voorkomende wanen
 Achtervolgingswanen
o = Iemand heeft de overtuiging dat hem of haar kwaad zal worden berokkend, dat hij of zij zal worden
aangevallen, door een persoon, organisatie of andere groep mensen
 Meest voorkomende waan
 Wordt als zeer bedreigend ervaren
 Vb. Film Hugo en Linda: Hugo denkt dat zijn moeder lid is van een geheime dienst en hem iets
wil aandoen
 Betrekkingswanen
o = Iemand heeft de overtuiging dat bepaalde gebaren, opmerkingen, signalen uit de omgeving
enzovoort aan de betrokkene zelf gericht zijn
o Patiënt denkt dat alles wat er gebeurd, betrekking heeft op hem/haar
o Vb. Film Hugo en Linda: Boodschap op TV is specifiek naar Hugo gericht

Minder frequent voorkomende wanen
 Grootheidswanen (= Napoleonwaan / Jezuswaan)
o = Iemand heeft de overtuiging dat hij of zij uitzonderlijke kwaliteiten, rijkdom of roem bezit
o Vb. Film Hugo en Linda: Linda heeft waan dat ze de plannen van atoombom moet bewaken
 Erotomane wanen (= Syndroom van Clérambault)
o = Iemand is er onterecht van overtuigd dat iemand anders verliefd is op hem of haar
o Vaak in Hollywoodfilms getoond
 Beïnvloedingswanen
o Vb. Gedachteninbreng, Thought broadcasting,
o Zie: Het geheim van de hersenchip – denkt dat gedrag vanuit ruimte gestuurd wordt via een chip
4

,Hallucinaties

Definitie: Een hallucinatie is een stoornis van de waarneming. Het is een zintuiglijke waarneming die plaatsvindt zonder
dat er een externe stimulus is. Met andere woorden, iemand neemt iets waar (zien, horen, voelen, ruiken) dat er in
werkelijkheid niet is.

Kenmerken
 Het gaat om zintuiglijke ervaringen (zien, horen, ruiken, voelen) zonder externe prikkels.
o (1) Hallucinaties zijn levendig en helder, hebben net zo veel kracht en maken net zo veel indruk als
normale waarnemingen,
o (2) Zelden heeft de patiënt inzicht in zijn hallucinaties (!!!)  staan niet onder controle van de wil

Voorbeeld
 Iemand kan stemmen horen terwijl er niemand praat, of dingen zien die er niet zijn.

Indeling – 5 types

 1) Auditieve hallucinaties (>>)
o = Dingen horen die er niet zijn
o Enkelvoudige:
 Vb. bellen, kraken, kauwgeluiden
o Stemmen:
 Woorden
 Vb. “moordenaar”, “hoer”
 Zinnen en conversaties
 Komen uit radio, uit hoofd, uit darmen, uit stopcontact
 In “Tweede” en “Derde”-persoon
 respectievelijk tegen (2de) en over (3de) de patiënt
 Derde persoon: alsof anderen een gesprek voeren in je hoofd
 Mogelijkheid om stemmen te herkennen MAAR kan ook onbekende stem zijn
 LET OP: BEVELSHALLUCINATIE
 Stem heeft je een opdracht
 Tweede persoon
 Aanzet tot zelfmoord of moord
o Voorkomen als symptoom:
 Bij schizofrenie, manie, depressie, dementie, delirium,...
 2) Visuele hallucinaties
o = Dingen zien die er niet zijn
o Enkelvoudige:
 Vb. Lichtflitsen, schaduwen
 Vb. kleurvervormingen
 zie verder: middelen: Lucy in the Sky with Diamonds
 vb. calydoscoop
o Taferelen:
 Vervormde gezichten
 Complexe scènes
o Voorkomen als symptoom:
 Bij schizofrenie, manie, depressie, dementie, delirium, …




5

,  3) Tactiele hallucinaties
o = Dingen voelen op je huid
o Voorbeelden:
 Vb. krioelen van beestjes op de huid
 Vb. elektriciteit in de darmen
o Voorkomen als symptoom:
 Bij schizofrenie, manie, depressie, dementie, …
 Zijn frequent voorkomend bij delirium na middelen-onttrekking
 Delirium tremens  heel veel drinken
 Verschil met somatisatie
 Patiënt zegt: “alsof er beestjes in of op mijn huid zitten”
 <-> schizofrenie: patiënt zegt dat er echt beestjes zitten
 4) Olfactorische hallucinaties
o = je ruikt iets die er niet is
o Voorbeelden:
 Vb. Rotten van darmen
 Vb. Geur van zwavel (duivel uit de hel)
o Voorkomen als symptoom:
 Bij schizofrenie, manie, depressie, dementie, delirium,…
 Let op ! Kan alarmsymptoom zijn bij hersentumoren
o Zijn vaak gekoppeld aan hallucinaties in andere modaliteiten of aan wanen
 vb. Schizofrenie: “duivel gezien, laatste oordeel, geur van zwavel,…”
 vb. Psychotische depressie: “ondergangswaan, lichaam gaat kapot en geur van rotting”
 vb. Psychotische depressie (Vb. ”ontrouw” en geur van sperma)
 5) Gustatorische hallucinaties
o = je smaakt iets die er niet is
o Voorbeelden
 Vb. Smaak van rot voedsel of van faeces
 Vb. vergiftigingswaan
o Voorkomen als symptoom:
 Bij schizofrenie, manie, depressie, dementie, delirium,…
o Zijn vaak gekoppeld aan wanen:
 Vb. Vergiftigingswaan (en hallucinatie van vergiftigd voedsel)

Gedesorganiseerd denken (formele denkstroornissen)

 = de vorm / de manier waarop je denkt, gaat fout
 Associatief denken:
o Iemand stelt een vraag, maar in plaats van daar op deftig te antwoorden geef je een “verkeerd”
antwoord
o Antwoord dat er wel aan gelinkt is (hij weet dat het er wel iets mee te maken heeft, het is er wel mee
geassocieerd, maar is nog steeds een verkeerd antwoord)
o Van de hak op de tak springen in je gedachten
o Vb. The sun bestrides the mouse in the doctor
o Vb. Tangentialiteit = Stoornis in het spreken waarbij de antwoorden op vragen eerder “rakend” zijn
dan relevant
 Symptoom van ziekte
 = altijd net naast de kwestie antwoorden
 Vraag: waar woon je? Patiënt antwoordt: goed wonen is toch belangrijk, want er zijn zoveel
mensen die dat niet hebben.



6

,  Neologismen:
o = nieuw uitgevonden woorden
o Vb. Mars-verbinding i.p.v. beamer
o Vb. bufkuf = lawaai
o Vb. ze willen me “trampoleren” in mijn hoofd…
o Vb. Balpen wordt “paperskate”
o Vb. Uurwerk wordt ”timevessel”
 Versperring in het denken
o = midden in de uitleg stoppen / onderbroken worden door iets denkbeeldigs
o Vb. Gedachtenblokkering (Sperrung)
 Gestoord taalbegrip
o = moeilijk gebruik van metaforen
o Fantasie oefeningen lukken niet met deze patiënten
o Vb. ”Hij heeft een grote mond…”, “Zoals het klokje thuis tikt….”
  Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens - meeste mensen begrijpen wat dat wilt zeggen.
Personen met schizofrenie zullen eerder denken aan een horloge.
o Vb. bij een gesprek vraagt dokter en hoe zou jij u gedragen als uw vader naast u zou zitten? Antwoord
patiënt: Oeh zit mijn vader hier, dat is toch maar een stoel?

Ernstig gedesorganiseerde of abnormale psychomotoriek

 Vierde symptoomdomein, maar deze valt echter NIET onder de ‘positieve symptomen’

Iemand met een ernstige gedesorganiseerde psychomotoriek is iemand die zowel in het (1) bewegen/handelen als
in (2) het denken enorm gedesorganiseerd…

 Voorkomen:
o Abnormale psychomotoriek, van “gekkigheid” (“kinderachtig”) tot onvoorspelbare agitatie
o Kan binnen elke vorm van houdingen of doelgericht gedrag
o Specifieke (“ernstige!”) vorm = katatoon gedrag
 Katatonie = het weigeren van alles
 Ga je opstaan  Nee
 Wil je iets drinken  Nee
 URGENTIE!
 Levensbedreigend  niet eten en drinken
 Vormen:
o Motorisch negativisme = verzet tegen instructies
 Alles wat er aan je gevraagd wordt, doe je niet
o Katalepsie = volharden in een rigide, ongepaste of bizarre lichaamshouding
o Mutisme en stupor = volledig gebrek aan verbale en motorische responsen
 Mutisme = niet willen spreken (verbaal)
 Stupor = geen motorische respons, enkel reageren op prikkel
o Katatone opwinding = doelloze en buitensporige motorische activiteit zonder duidelijke aanleiding
 Vb. heen en terug lopen, constant in handen wrijven
o Stereotype bewegingen
 Staren
 Grimasseren = rare bekken trekken
 Mutisme
 Echolalie = alles nazeggen wat de ander zegt




7

,Negatieve symptomen

 Negatief gedrag houdt in dat je iets kwijt bent van uw gewoon gedrag
omwille van de psychopathologie (schizofrenie) !
 Neurologische verklaring: We weten echter wel hoe dat het komt
 Namelijk door hetzelfde stof (neurotransmitters) als de positieve
symptomen, namelijk dopamine MAAR nu wel verschillend
o Hoeveelheid: te weinig (>< Pos: te veel)
o Plaats: Frontale cortex (>< Pos: limbisch systeem)

Negatieve symptomen

 Affectieve vervlakking (emotie)
o = vermindering in de expressie van emoties in het gezicht, het oogcontact, de intonatie bij het spreken
(prosodie) en in de beweging van handen, hoofd en gezicht, die normaal gesproken emotionele kracht
bijzetten aan de spraak
 Avolitie
o = verlies van wil of van drive (initiatieverlies)
o = afname in de hoeveelheid en door de betrokkene zelf geïnitieerde doelgerichte activiteiten
o Vb. Geen initiatieven meer nemen, niet meer plannen, geen hygiëne meer, niet meer naar school
 Alogie (Poverty of Speech)
o = vermindering van de spraakproductie (zegt niks meer)
 Anhedonie
o = verminderd vermogen om te genieten van positieve stimuli
 Asocialiteit = Sociaal terugtrekgedrag
o = schijnbaar gebrek aan belangstelling voor of gevolg van beperkte mogelijkheden tot sociale
interacties
 Gevolgen van negatieve symptomen
o Verminderde hygiëne
o Niet meer poetsen
o Rekeningen niet meer betalen
o Binnen sociaal circuit uit de boot vallen

Opmerkingen
Depressieve symptomen

 Patiënten met schizofrenie hebben vaak ook periodes waarin ze depressieve symptomen hebben, dat ze
eigenlijk de zin van het leven niet meer zien
 Gevolg: zeer hoge incidentie van suïcide!!!
o 1/10 van de patiënten met schizofrenie overlijdt door suïcide
o Vaak: gewelddadige suïcides
 Zelfverbranding
 Springen van hoogtes

Agressieve symptomen

 Veel agitatie en agressie bij psychotische patiënten (niet als kernsymptoom)
 Geen ziekte-inzicht, vooral bij aanvang van de ziekte (zie Hugo en Linda)
 Vaak in combinatie met middelenmisbruik!
 Juridisch: Geen of beperkte vatbaarheid voor toerekening wanneer ze en misdrijf hebben gepleegd - wanneer
ze op moment van de feiten leiden onder zo’n waan dan zijn ze ontoerekeningsvatbaar & zullen ze geen straf
maar een beschermingsmaatregel krijgen (internering: dient voor de bescherming van de maatschappij +
behandeling van de persoon)
o Soms verplichte behandeling: gedwongen opname (collocatie)

8

,Cognitieve symptomen

 Zeer frequent “cognitieve symptomen” (niet als kernsymptoom)
o Omwille van impact op frontale-cortex gerelateerde cognitieve functies (werkgeheugen, executieve
functies)
 Behoud van intelligentie
o Vb. John Nasch die nobelprijs won
o IQ blijft behouden maar je mogelijkheden verdwijnen
 Grote impact op schoolse en professionele functioneren:
o Gestoorde schoolcarrière (door ziektesymptomen en opnames)
o Negatieve invloed van medicatie

Impact van de symptomen op het functioneren van de patiënt

 Patiënten vinden de negatieve symptomen vaak het
moeilijkst
o Voelen zich afgesloten
o Hebben geen plezier
o Nemen geen initiatief
o Hebben moeite om zich aan te sluiten in sociale
context
o Verzorgen zichzelf niet meer
o  veel impact op ervaring van levenskwaliteit
 Vb. na examens drinken studenten iets op café – psychotische man zegt dat iedereen naar hem moet luisteren
– ‘er moet een nieuwe wereldorde ontstaan, hij is het hoofd’ – maatschappij ervaart dit als overlast
o Positieve symptomen worden door maatschappij gezien als overlast
o Wordt als gek beschouwd
 Vb. paar huizen van Korenmarkt ligt er in zijn bed, niets te doen – je gaat deze persoon niet helpen – niet naar
de ambulance bellen
o Negatieve symptomen zijn minder ernstig in het oog van de maatschappij
  het gaat dus niet enkel om het wegkrijgen van de positieve symptomen – patiënt moet verlost worden van
negatieve symptomen

3. ZIEKTEBEELDEN IN “SCHIZOFRENIE EN ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN”
Schizofrenie
DSM-criteria  kennen

A. Twee (of meer) van de volgende kenmerken, waarvan elk in een periode van één maand een significant deel
van de tijd aanwezig is. Minstens één moet 1,2 of 3 zijn
a. Wanen
b. Hallucinaties
c. Gedesorganiseerd spreken
d. Ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag
e. Negatieve symptomen
B. Niveau van functioneren ligt op een of meer belangrijke levensgebieden (vb. werk, interpersoonlijke relaties)
duidelijk onder het niveau van het begin van de stoornis.
C. Symptomen van de stoornis zijn gedurende ten minste zes maanden ononderbroken aanwezig.
D. Uitgesloten: schizoaffectieve stoornis en stemmingsstoornis met psychotische kenmerken.
E. Uitgesloten: Niet door middel of somatische ziekte

 Enige ziekte waarbij dit zo voorkomt



9

, Terminologie

 Kraepelin: Ziektebeeld voor de eerste keer beschreven in 1889 door Kraepelin als “dementia praecox”
o Dementia = niet kunnen beschikken over uw normale mentale mogelijkheden
o Voornamelijk oude mensen hebben dementia MAAR hij zag dat jonge mensen ook niet meer konden
beschikken over hun volle mogelijkheden daarom de naam “vroeg-dementie”
o Kenmerken
 Vreemd gedrag
 Ongunstig beloop
 Sociaal disfunctioneren
 Bleuter (1908) introduceerde de term schizofrenie, maar hij sprak hierbij over gespleten persoonlijkheid/geest
dit is volledig foutief…
o Gespletenheid van de mentale functies “cognitief” versus “emotioneel”
o Het woord schizofrenie komt van de Griekse woorden schizein (splijten) en fren (geest), wat je ruwweg
kan vertalen als ‘gespleten geest’.
o Maar schizofrenie heeft niks te maken met gespleten persoonlijkheid of gespleten brein, het heeft
niets te maken met persoonlijkheid (dat is een andere geestesstoornis)
 Probleem: de term “schizofrenie” wordt als stigmatiserend ervaren
o Reactie: Patiëntenverenigingen  beter alternatief: “psychose-gevoeligheid syndroom”

Schizofreniforme stoornis
DSM-criteria  kennen

A. Twee (of meer) van de volgende kenmerken, waarvan elk in een periode van één maand een significant deel
van de tijd aanwezig is. Minstens één moet 1,2 of 3 zijn
a. Wanen
b. Hallucinaties
c. Gedesorganiseerd spreken
d. Ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag
e. Negatieve symptomen
B. Een episode van de stoornis duurt minstens één maand maar korter dan zes maanden. !!!

 Het heeft de vorm van schizofrenie MAAR het is geen schizofrenie WANT episode loop vanaf 1 maand

Kortdurende psychotische stoornis
DSM-criteria  kennen

A. Een (of meer) van de volgende kenmerken, waarvan elk in een periode van één maand een significant deel
van de tijd aanwezig is. Minstens één moet 1,2 of 3 zijn
a. wanen
b. hallucinaties
c. gedesorganiseerd spreken
d. ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag
Let op! 5. Negatieve symptomen staat niet in de lijst
B. De duur van de episode is minstens één dag maar korter dan één maand, met uiteindelijk een volledige
terugkeer naar het premorbide niveau van functioneren

 Het heeft de vorm van schizofrenie MAAR het is geen schizofrenie en ook GEEN schizofreniforme stoornis
WANT episode loopt maar 1 dag tot 1 maand
 Vaak voorkomende diagnose die gepleit wordt in de rechtbank  geen internering meer mogelijk want het is
al over




10

Inhoudsopgave

  1. 01 DEEL 1: SCHIZOFRENIE-SPECTRUM EN ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN 1
  2. 02 DEEL 2: DEPRESSIEVE STEMMINGSSTOORNISSEN 27
  3. 03 DEEL 3: BIPOLAIRE STOORNISSEN 44
  4. 04 DEEL 4: ANGST- EN ANGSTSTOORNISSEN 55
  5. 05 DEEL 5: TRAUMA EN STRESSOR GERELATEERDE STOORNISSEN 72
  6. 06 DEEL 6: SEKSUOLOGIE 84
  7. 07 DEEL 7: SEKSUEEL MISBRUIK BIJ KINDEREN 96
  8. 08 DEEL 8: PSYCHOPATHIE 107
  9. 09 DEEL 9: SUÏCIDAAL GEDRAG 114
  10. 10 DEEL 10: GENETICA, AGRESSIE EN FORENSISCHE PSYCHIATRIE 127

Documentinformatie

Geüpload op
4 december 2025
Bestand laatst geupdate op
11 december 2025
Aantal pagina's
139
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€13,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Ilonamasselis
4,2
(23)
Verkocht
293
Volgers
13
Items
44
Laatst verkocht
1 week geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen