100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Management Accounting Accountancy - Fiscaliteit

Beoordeling
-
Verkocht
5
Pagina's
83
Geüpload op
03-12-2025
Geschreven in
2025/2026

volledige samenvatting met oefeningen + uitleg bij de oplossing Ik heb ook aangeduid wat er op het examen stond (januari 2026) adhv een rood kadertje en wat een mogelijke manier is van examenvraag (adhv feedback tijdens de lessen) met een groen kadertje

Meer zien Lees minder

















Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
3 december 2025
Bestand laatst geupdate op
5 januari 2026
Aantal pagina's
83
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

,Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025



H 1: De techniek van kostprijscalculatie
1.1. Inleiding management accounting

Elk bedrijf heeft beperkte middelen (geld, tijd, personeel, vaste activa,..) maar wil haar winst maximaliseren. Wanneer we
middelen inzetten = gebruiken krijgen we kosten.
Eigenschap Management accounting Financial accounting
wordt intern gebruikt voor het nemen van = gewoon boekhouden wordt door externen
bedrijfsbeslissingen (is niet verplicht) gebruikt bij het bepalen van belastingen, het
toekennen van leningen …
Gebruikers van de Interne gebruikers Externe gebruikers;
informatie (managers, aankopers, verkopers …) overheid, banken, klanten …
Type en frequentie Zo vaak als nodig (intern) Jaarrekening of soms per halfjaar of kwartaal
Doel van de informatie Het nemen van beslissingen Externe analyse, bepalen van belastingen,
toekennen van leningen …
Inhoud Alle inhoud die noodzakelijk is voor het Conform de boekhoudkundig eisen, met zo weinig
nemen van beslissingen details als toegelaten
Verificatie Niet verplicht Verplicht met controle door externe auditors
Op het examen wordt geen
Management accounting dient om interne beslissingen te vergemakkelijken
theorie gevraagd
• Informatie verzamelen en analyseren voor de interne gebruikers;
• Rapporten, overzichten,.. opstellen wanneer de interne gebruikers dit nodig hebben om het nemen van een beslissing/
beslissingen faciliteren
o Bv. gaan we producten zelf maken? Wat is een aanvaardbare verkoopprijs, stoppen we de productie? Moeten we
extra personeel aanwerven…

1.2. Begrip kostprijs gedefinieerd

Kosten kunnen uitgedrukt worden in geld, maar zijn geen uitgaven!
• De kostprijs is de som van de kosten nodig voor het realiseren van een bepaalde prestatie = kostenobject
• Kosten zijn de in geldwaarde uitgedrukte offers van ingezette middelen.
• Heeft direct te maken met onze opbrengsten

1.2.1 kosten versus uitgaven

Kosten vinden plaats bij gebruik, uitgaven bij de betaling.
• We registreren kosten wanneer we het “offer” brengen in het productie proces.
o Een kost heeft dus te maken met het productie of verkoopproces.
• De uitgave registeren we wanneer we geld uitgeven.
o Een uitgave heeft dus te maken met onze kas of onze bank.
Bv. Op 15 januari kopen en betalen we grondstoffen, deze grondstoffen gebruiken we pas op 7 april. Wanneer erkennen we een kost? 7 april

1.2.2 opbrengsten versus inkomsten

Opbrengsten vinden plaats bij de verkoop/productie, inkomsten bij betaling.
• We registreren opbrengsten wanneer we het ons kostenobject realiseren (verkoop of productie).
o Een opbrengst is het resultaat van het verkopen of produceren van onze kostenobjecten.
• De inkomsten registeren we wanneer we geld ontvangen
o Een inkomst heeft te maken met liquide middelen (cash, bankrekeningen,..)
Bv. Op 13 februari verkopen we een motorfiets. De klant betaalt echter pas op 28 februari. Wanneer erkennen we een opbrengst? 13 februari

1.2.3 Verkoopkostprijs

We kunnen drie kosten onderscheiden: Verkoop-, beheers- en productiekosten
De fabricagekostprijs = fabricagekosten is het geheel van de in geldwaarde uitgedrukte productiemiddelen die nodig zijn om een
afgewerkt product of een dienst te produceren:
• Productieonderneming: alle kosten tussen aankoop en aanwezigheid in het magazijn, nog niet de marketingkosten!
• Handelsonderneming: alle kosten vanaf de aankoop tot het afleveren van eindproduct
• Dienstenorganisatie: alle kosten tijdens het proces tot het aanbieden van de dienst

1

,Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025




We spreken van een verkoopkostprijs als de prestatie het verkochte product of dienst is
• De verkoopkostprijs = fabricagekosten + verkoopkosten.
o De fabricagekosten = productiekosten (direct en indirect) + deel van de beheerskosten
o De verkoopkosten = specifieke verkoopkosten (commisie) + deel van de beheerskosten
o De beheerskosten zijn ALTIJD indirecte kosten!
• Is dit ook de verkoopprijs? Neen, want we willen ook winst maken verkoopprijs ≠ verkoopkostprijs

1.2.4 Standaardkostprijs
Bij het berekenen van de kostprijs kunnen we rekening houden met twee zaken:
• De standaardkostprijs, hoeveel verwachten we dat een product zal kosten (bv. een motor voor €1.500)
• De historische kostprijs, hoeveel kostte het vorig jaar om een motor te maken bv. €1.423,34.
Bij standaardkostprijs gelden een aantal regels:
• We werken niet met historische kosten;
• We houden enkel rekening met de vervangingswaarde en niet de aanschaffingswaarde.
• We houden enkel rekening met doelmatig gebrachte offers, nooit met verspillingen;
• Toelaatbare en onvermijdbare kosten worden wel ingecalculeerd, denk aan rusttijden en ziektes van de arbeiders,
onderhoud van machines …
o Bijvoorbeeld bij 200 minuten werk om 10 stuks te produceren = 20 min/ stuk
o Bijvoorbeeld bij 180 minuten werk en 20 min pauze om 10 stuks te produceren = 20 min/ stuk
o Bijvoorbeeld bij 200 minuten werk maar door brandalarm maar 1 stuk geproduceerd = 20 min/ stuk
• We kijken met andere woorden naar de normale omstandigheden.

Worden ze in rekening gebracht bij de standaardkostprijsmethode? JA NEEN
De kostprijs van 2 banden? X
Het jaarlijks onderhoud van het machinepark? x
De wedde van de productieverantwoordelijke? x
De kostprijs van grondstoffen die niet aan de kwaliteitseisen voldeden? x
De tijd die arbeiders krijgen om te lunchen (30 minuten)? x
De kostprijs van het gestegen absenteïsme van de arbeiders? x




2

,Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025


1.3. Vaste en variabele kosten

Variabele kosten zijn afhankelijk van de bedrijfsdrukte, vaste onafhankelijk.
• Vaste kosten zijn onafhankelijk van de bedrijfsdrukte.
o Eg. Of we nu 1 of 1.000 motors bouwen: de lonen moeten betaald
worden, de afschrijvingen moeten gebeuren en er is licht nodig in
onze fabriek, wedde algemeen directeur, huur fabriek
o zijn altijd hetzelfde, ongeacht de geproduceerde hoeveelheid. Ze
zijn hoger dan €0,00 bij een productie van 0.
§ Eg. als je 0 auto’s produceert heb je nog altijd je
afschrijvingen

• Variabele kosten zijn afhankelijk van de bedrijfsdrukte.
o Eg. Indien we veel motors bouw zullen de grondstofkosten stijgen en zullen onze werknemers overuren moeten
doen en de machines zullen meer energie gebruiken.
o De variabele kosten stijgen met de geproduceerde hoeveelheid. Ze zijn €0,00 bij een productie van 0.

De totale kosten zijn de som van beiden en stijgen dus ook met de geproduceerde hoeveelheid. Op het examen kan gevraagd
Bij een productie van 0 zijn ze gelijk aan de vaste kosten. worden welke kosten er zijn
bij een productie van 0
Vaste kosten zijn slechts vast binnen bepaalde grenzen
• De vaste kosten zijn vast tot op zeker hoogte. Namelijk op de korte termijn
en binnen bepaalde hoeveelheden. Zo zal het verdubbelen van de
geproduceerde hoeveelheid lijden tot meer machines en personeel met als
gevolg dat onze vaste kosten zullen stijgen.
• Op lange termijn kunnen we andere beslissingen nemen, personeel ontslaan,
extra aanwerven … op zeer korte termijn (week of maandbasis) kan dit echter
niet en zijn onze vaste kosten dus wel degelijk vast.




1.4. Directe en indirecte kosten

Bedrijven maken vaak meer dan één product met indirecte kosten tot gevolg.
Wanneer een bedrijf meer dan één product maakt is het niet altijd duidelijk welke kosten
toegerekend moeten worden aan welk product. Zo is het bv. niet duidelijk welk product opdraait
voor de verlichtingskosten van de fabriek.


Indirecte kosten zouden soms direct kunnen zijn
• We spreken van directe kosten als we de kost direct aan het product kunnen linken
(bv. Fabio is designer voor motor X dan kunnen we Fabios loon direct linken aan motor X).
o We spreken ook wel eens van toewijsbare kosten of assignable costs.
• We spreken van indirecte kosten als we de kost niet direct aan het product kunnen of willen linken (bv. de kosten van
de kuisploeg).
o MAAR de indirecte kosten kunnen ook verdeeld worden over de producten via
een verdeel- of omslagsleutel. Zo zouden we de kosten van de elektriciteit
kunnen verdelen op basis van het aantal uren dat een machine heeft gedraaid
of de kosten van het magazijn op basis van het aantal geproduceerde
producten.
o Soms is het dus in theorie mogelijk om te weten wat de directe kost zou zijn,
maar doet het management dit niet (bv. elektriciteitsmeters op elke machine
zijn duur).




3

,Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025




1.5. Marginale of differentiële kosten

Soms kan het zijn dat we een extra order krijgen bovenop de standaard productie
Bv. Een klant vraagt om 100 stuks van een speciale motorfiets (ander type) te
assembleren. Dit komt bovenop onze standaardproductie
• Een extra order komt binnen boven op onze normale productie van 4.000
stuks Type I en 6.000 stuks Type II. Het gaat om assemblage (geen
grondstoffen nodig). We rekenen op 20 extra uren per stuk en €400
indirecte lonen (onderhandeling). Per definitie wijzigt dit niets aan al onze
andere kosten.
Andere voorbeelden: de druk van een logo op het product, opties bij een auto

Differentiële of marginale kosten zijn geen variabele kosten!
We kijken naar alle extra kosten maar houden geen rekening met bestaande kosten. We beantwoorden louter de vraag welke
kosten komen er extra bij.

1.6. Integrale kostprijs versus partiële kosten

Bij partiële kosten kijken we naar een deel van de kosten.
• Bv. de kost van productie
Bij integraal naar het totaal van alle kosten.
• Bv. rente, marketing, dienst na-verkoop …

Deze opdeling gebeurt bijvoorbeeld omdat de productieafdeling wordt
geëvalueerd op de productiekosten en de verkopers worden geëvalueerd om
binnen een tijd meer producten te verkopen.




4

,Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025


1.7. Oefeningen

Opgave 1-6 (p.347)
Construct, een kleine onderneming, fabriceert airco’s op bestelling. Normaal zijn er 25 productiearbeiders en 3 arbeiders die instaan
voor het onderhoud van de machines. Bij tijdelijke werkloosheid van de productiearbeiders ontvangen deze arbeiders een
werkloosheidsvergoeding van de overheid en betaalt de onderneming geen bijkomende vergoeding.
Van het lichte model, type 40, worden 9.000 stuks geproduceerd. Ze worden verkocht aan een prijs van 140,00 euro. Op de
verkoopprijs wordt een commissie toegekend van 5% (directe kost). De motor wordt extern aangekocht voor 20,00 euro. De andere
materialen (aankoopprijs 11,00 euro) worden bewerkt op gespecialiseerde bewerkingsmachines. Dit vergt 2 machine- en 2
arbeidsuren per airco. Daarna volgt de manuele assemblage. Dit vergt 1 arbeidsuur per airco.
Construct produceert ook een zwaarder model, nl. type 50, dat ze verkopen tegen 150,00 euro. Hierop wordt eveneens een
commissie toegekend van 5%. De motor is evenwel duurder in aankoop, nl. 36,00 euro. De andere materialen zijn eveneens duurder
(20,00 euro) maar vereisen minder bewerkingstijd (1 arbeidsuur, 1 machine-uur). De manuele assemblagetijd bedraagt 1,5
arbeidsuur per airco. Er werden 5.250 exemplaren van dit type gefabriceerd en verzonden.
Er werd vastgesteld dat een arbeider normaal 1.750 uur per jaar nuttig kan werken en 25,00 euro per uur kost. Gezien de lange instel-
en onderhoudstijden, kan de totale capaciteit van de bewerkingsmachines op 30.000 uur per jaar worden gesteld. De afschrijvingen
belopen 135.000,00 euro per jaar (inclusief inflatieaanpassing van 45.000,00 euro) en het onderhoud vergt 3 arbeiders, die in totaal
samen 52.500,00 per jaar kosten. Het verbruik van energie en hulpstoffen kost 1,00 euro per machine-uur. De afschrijvingen en
het onderhoud worden bij Construct verdeeld op basis van de machine-uren.
De onderneming betaalt jaarlijks 87.500,00 euro aan wedden (leidinggevenden); de gebouwen worden gehuurd aan 2.500,00 euro
per maand; de algemene administratiekosten bedragen jaarlijks 22.500,00 euro, de verkoopkosten 12.500,00 euro en de rente op
het totaal geïnvesteerde vermogen 66.250,00 euro. De directie dacht dat ‘directe arbeidsuren’ de beste verrekeningsbasis was
voor al deze indirecte kosten.
Construct heeft eveneens een lening af te lossen à rato van 25.000,00 euro per jaar, exclusief interest. Het totaal vermogen bij
Construct bedraagt 1.187.500,00 euro. De schulden op korte en lange termijn bedragen samen 500.000,00 euro en kosten
gemiddeld 5%. De belastingvoet voor de onderneming is gelijk aan 39%.
Gevraagd:
1. Maak de standaardkostprijsfiche op voor beide producten.
Geef een duidelijke splitsing tussen de directe en de indirecte kosten.
2. Hoeveel bedraagt de nagecalculeerde (historische) kostprijs voor beide producten?
3. Welke kostprijs gebruiken we nu best als manager om beleidsbeslissingen te nemen?

Oplossing:
Voor de variabele, directe productiekosten;
• Type 40; variabele directe productiekostprijs van 113 euro
o De motor kost 20,00 euro
o De andere materialen hebben een aankoopprijs van 11,00 euro.
o De andere materialen worden bewerkt op gespecialiseerde bewerkingsmachines. Dit vergt 2 arbeidsuren per airco
en de manuele assemblage vergt 1 arbeidsuur per airco. Daarom staan er bij de directe lonen 3 arbeidsuren @25
euro per uur.
• Type 50; variabele directe productiekostprijs van 126 euro
o De motor kost 36,00 euro
o De andere materialen hebben een aankoopprijs van 20,00 euro
o De andere materialen vereisen 1 arbeidsuur en de manuele assemblagetijd bedraagt 1,5 arbeidsuur per airco.
Daarom staan er bij de directe lonen 2,5 arbeidsuren @25 euro per uur.
Voor de variabele, directe verkoopkosten;
• Type 40; de variabele directe verkoopkostprijs van 7 euro
o commissie van 5% * 140 euro
• Type 50; de variabele directe verkoopkostprijs van 7,50 euro
o commissie van 5% * 150 euro




5

,Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025


Voor de vaste, indirecte productiekosten;
De afschrijvingen belopen 135.000,00 euro per jaar en het onderhoud 52.500,00 per jaar kosten, in totaal zijn dat 187.500 vaste,
indirecte productiekosten. Deze worden bij verdeeld op basis van de machine-uren; dus 187.500/ 30.000 standaardmachine uren
= 6,25 euro. Het type 40 vergt 2 machine-uren. Het type 40 vergt 1 machine-uur.
Voor de indirecte beheerskosten;
De onderneming betaalt jaarlijks 87.500,00 euro aan wedden + de gebouwen worden gehuurd aan 2.500,00 euro per maand (30.000
per jaar), de algemene administratiekosten bedragen jaarlijks 22.500,00 euro en de rente 66.250,00 euro, in totaal zijn dat 206.250
indirecte beheerskosten.
• Er werd vastgesteld dat een arbeider normaal 1.750 uur per jaar nuttig kan werken.
• Normaal zijn er 25 productiearbeiders. Dus 1.7500*25 = 43.750 standaard directe arbeidsuren.
• De directie dacht dat ‘directe arbeidsuren’ de beste verrekeningsbasis was voor al deze indirecte kosten;
• dus 206..750 standaardmachine uren = 4,71 euro.
Voor de indirecte verkoopkosten;
de verkoopkosten zijn 12.500,00 euro(gegeven) en worden ook verdeeld op basis van ‘directe arbeidsuren’;
dus 12..750 standaardmachine uren = 0,29 euro.

Tarief Aantal Tarief Aantal Kost Kost
Standaardkostprijs Indirecte kosten Type 40 Type 40 Type 50 Type 50 Type 40 Type 50
Variabele, directe productiekosten
- motor 20,00 1,00 36,00 1,00 20,00 36,00
- diverse materialen 11,00 1,00 20,00 1,00 11,00 20,00
- directe lonen (productiearbeiders) 25,00 3,00 25,00 2,50 75,00 62,50
Variabele, directe verkoopkosten
- commissie 7,00 1,00 7,50 1,00 7,00 7,50
VARIABELE, DIRECTE KOSTPRIJS 113,00 126,00
Variabele, indirecte productiekosten
- energie en hulpstoffen 1,00 2,00 1,00 1,00 2,00 1,00
Vaste, indirecte productiekosten
- afschrijvingen 135.000,00
-onderhoud 52.500,00
187.500,00

Verdeling: machine-uren (30.000)
- standaard machine-uren (30.000) 30.000,00 6,25 2,00 6,25 1,00 12,50 6,25
Indirecte beheerskosten
- wedden 87.500,00
- huur gebouwen op jaarbasis 30.000,00
- algemene administratiekosten 22.500,00
- rente 66.250,00
206.250,00

Verdeling: directe arbeidsuren (1.750)
- standaard directe arbeidsuren (1.750) door 25 arbeiders 43.750,00 4,71 3,00 4,71 2,50 14,14 11,79
Indirecte verkoopkosten
- verkoopkosten 12.500,00

Verdeling: directe arbeidsuren (1.750)
- standaard directe arbeidsuren (1.750) door 25 arbeiders 43.750,00 0,29 3,00 0,29 2,50 0,87 0,73
STANDAARD VERKOOPKOSTPRIJS 142,51 145,76


Reden voor het verschil tussen de nagecalculeerde (historische) kostprijs met de standaardkostprijs: De arbeiders hebben niet
altijd gewerkt en de machines hebben niet altijd gedraaid.

Dit komt sws op het examen: de eerste kolom
met de opdeling tussen direct en indirect zal
niet ingevuld zijn




6

,Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025


Tarief Aantal Tarief Aantal Kost Kost
Standaardkostprijs Indirecte kosten Type 40 Type 40 Type 50 Type 50 Type 40 Type 50
Variabele, directe productiekosten
- motor 20,00 1,00 36,00 1,00 20,00 36,00
- diverse materialen 11,00 1,00 20,00 1,00 11,00 20,00
- directe lonen (productiearbeiders) 25,00 3,00 25,00 2,50 75,00 62,50
Variabele, directe verkoopkosten
- commissie 7,00 1,00 7,50 1,00 7,00 7,50
VARIABELE, DIRECTE KOSTPRIJS 113,00 126,00
Variabele, indirecte productiekosten
- energie en hulpstoffen 1,00 2,00 1,00 1,00 2,00 1,00
Vaste, indirecte productiekosten
- afschrijvingen 135.000,00
-onderhoud 52.500,00
187.500,00

Verdeling: machineuren (23.250)
- werkelijke machineuren (23.250) 23.250,00 8,06 2,00 8,06 1,00 16,13 8,06
Indirecte beheerskosten
- wedden 87.500,00
- huur gebouwen op jaarbasis 30.000,00
- algemene administratiekosten 22.500,00
- rente 66.250,00
206.250,00

Verdeling: directe arbeidsuren (40.125)
- werkelijke directe arbeidsuren (40.125) 40.125,00 5,14 3,00 5,14 2,50 15,42 12,85
Indirecte verkoopkosten
- verkoopkosten 12.500,00

Verdeling: directe arbeidsuren (40.125)
- werkelijke directe arbeidsuren (40.125) 40.125,00 0,31 3,00 0,31 2,50 0,93 0,78
NAGECALCULEERDE VERKOOPKOSTPRIJS 147,48 148,69

Voor de werkelijke machineuren;
Er zijn voor het TYPE 40 2 machineuren nodig. Er zijn er 9.000 gefabriceerd. 2*9.000=18.000
Er is voor het TYPE 50 1 machineuur nodig. Er zijn er 5.250 gefabriceerd. 1*5.250
Totaal: 23.250

Voor de werkelijke arbeidsuren;
Er zijn voor het TYPE 40 3 arbeidsuren nodig. Er zijn er 9.000 gefabriceerd. 3*9.000=27.000
Er is voor het TYPE 50 2,5 arbeidsuren nodig. Er zijn er 5.250 gefabriceerd. 2,5*5.250=13.125
Totaal: 40.125
Welke kostprijs gebruiken we nu best als manager om beleidsbeslissingen te nemen? De standaardkostprijs omdat je
uitgaat van normale omstandigheden.

Opgave 1-8 (p.350)

Case Shark II: marginale of differentiële kosten
Devil, een concurrent van Shark, is wegens een spontane staking niet in staat haar einddempers te assembleren; in haar magazijn
liggen echter wel alle onderdelen klaar. Daarom vraagt ze aan Shark of deze laatste voor haar en dringend order van 250 dempers
zou willen assembleren. Devil is bereid 62,00 euro per afgewerkte demper te betalen. De algemeen directeur van Shark berekent dat
zijn arbeiders ongeveer 3 uur nodig zullen hebben (aan 19,00 euro per uur) om zo’n demper te assembleren. Er zal ook een
bijkomende planning moeten worden gedaan (kostprijs overeen planners: 625,00 euro). Daarboven zal er ook een extern
transportbedrijf worden ingeschakeld om de einddempers naar de klant te brengen; een telefoontje naar DHL zegt ons dat dit
ongeveer 875,00 euro kost.
Gevraagd: Wat zal dit order kosten wanneer Shark de opdracht aanvaardt?
Oplossing;
3 arbeidsuur/ stuk * 19 euro/ stuks * 250 stuks = 14.250 + 625 planning + 875 transport = 15.570 marginale kostprijs
250 stuks * 62 euro verkoopprijs per demper = 15.500 marginale opbrengsten

7

,Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025


Opgave 1-11 (p.351)
Oefening Pizza City I: vaste versus variabele Activiteit Hoeveelheid Prijs Totale kost
kosten Deeg 600 kg 0,75 450,00
De activiteiten en kosten voor Pizza City voor de
Andere ingrediënten 300 kg 1,00 300,00
maand september waren als volgt;. Er bestaat
Kartonnen dozen 1.200 0,40 480,00
discussie over de vraag of elektriciteit een vaste of
Elektriciteit (oven, verlichting, 750 kWh 0,16 120,00
een variabele kost is. Hier werd verondersteld dat de
verwarming, …)
ovens gedurende de openingsuren permanent warm
Keukenpersoneel 180 uur 12,50 2.250,00
worden gehouden en dat de kWh dus niet mee
Leveringspersoneel 280 uur 11,25 3.150,00
evolueert met het aantal verkochte pizza’s.
Bijkomend gegeven (niet opgenomen in het boek) - Kosten scooters: afschrijving, 2 300,00 600,00
verkoopprijs van 1 pizza is 11,25 EUR onderhoud, benzine
Telefoonpersoneel 140 uur 11,25 1.575,00
Huur gebouw, telefoonkosten, 30 m² 25,00 750,00
afschrijving oven, …
9.675,00
Gevraagd;
1. Hoeveel kost één pizza voor Pizza City?
2. Bereken de winst/het verlies per pizza.
3. Voor de maand oktober budgetteert Pizza City een verkoop die 50% hoger zal zijn dan die van de maand september.
Hoeveel zullen de totale kosten dan bedragen? Er wordt verondersteld dat de hogere verkoop geen extra personeelsuren
vereist.
4. Pizza City overweegt om een contract aan te gaan met een bekende middelbare school uit de buurt om elke middag (20
dagen per maand) 100 pizza’s van een vast assortiment te leveren. De studenten zouden de volledige bestelling zelf
komen ophalen. Hoe zullen de totale kosten dan evolueren in de basissituatie? Hier wordt verondersteld dat er enkel
bijkomend keukenpersoneel (nl. een dubbele ploeg) nodig is om het bijkomend order te verwerken.
Oplossing;
1. 9.675/ 1.200 pizzadozen = het kost 8,06 Activiteit Hoeveelheid Prijs Totale kost
per pizza Deeg 900 kg 0,75 675,00
2. 11,25 – 8,06 = 3,19 winst per pizza Andere ingrediënten 450 kg 1,00 450,00
3. September; 1.200 stuks + 50% in oktober = Kartonnen dozen 1.800 0,40 720,00
1.800 stuks. De kosten in het rood zijn de Elektriciteit (oven, verlichting, 750 kWh 0,16 120,00
variabele kosten die veranderen. De totale
verwarming, …)
kost bedraagt 10.290 euro.
Keukenpersoneel 180 uur 12,50 2.250,00
Leveringspersoneel 280 uur 11,25 3.150,00
Kosten scooters: afschrijving, 2 300,00 600,00
onderhoud, benzine
Telefoonpersoneel 140 uur 11,25 1.575,00
Huur gebouw, telefoonkosten, 30 m² 25,00 750,00
afschrijving oven, …
10.290,00

4. 20 * 100 pizza’s = 2.000 pizza’s. De kosten Activiteit Hoeveelheid Prijs Totale kost
in het rood zijn de variabele kosten die Deeg 1600 kg 0,75 1.200,00
veranderen en de kost van het Andere ingrediënten 800 kg 1,00 800,00
keukenpersoneel dat verdubbelt. De totale Kartonnen dozen 3.200 0,40 1.280,00
kosten komen dus neer op 13.975 voor het
Elektriciteit (oven, verlichting, 750 kWh 0,16 120,00
extra order en het standaardorder.
verwarming, …)
Keukenpersoneel 360 uur 12,50 4.500,00
Leveringspersoneel 280 uur 11,25 3.150,00
Kosten scooters: afschrijving, 2 300,00 600,00
onderhoud, benzine
Telefoonpersoneel 140 uur 11,25 1.575,00
Huur gebouw, telefoonkosten, 30 m² 25,00 750,00
afschrijving oven, …
13.975,00


8

, Management Accounting – Vlaemynck Naomi 2025



H 2: Specifieke waarderingsproblemen
2.1. Waardering materiaalverbruik

Om het materiaalverbruik van grondstoffen of hulpstoffen moeten we kennis hebben van

1. De verbruikte hoeveelheid; (Q) 2. De aankoopprijs per eenheid materiaal. (P)
De werkelijke hoeveelheidsbepaling • Voorraadwaarderingssysteem: Afhankelijk van de keuze in
van materiaal kan: voorraadwaardering krijgt de eindvoorraad een andere waarde!
o Direct (tellen, wegen, o FIFO - First in first out
meten,…) of o LIFO Last in last out
o Indirect (beginvoorraad + o Voortschrijdend gemiddelde
aankopen – eindvoorraad) o Gewogen maandgemiddelde
o Standaard • Standaardprijs: we bepalen een prijs die we verwachten in de toekomst
hoeveelheidsbepaling: onder normale omstandigheden en blijven deze gebruiken gedurende de
op voorhand bepaald toekomstige periode.
o BV: we nemen als standaardprijs EUR 250, en kijken dus niet naar
de werkelijke waarde van de aankopen

2.1.1 Waardering van de verbruikte hoeveelheid

Je koopt voorraad aan aan een bepaalde prijs. Je verbruikt deze ook aan een bepaalde prijs. Om deze te bepalen kan je gebruik
maken van het voorraadwaarderingssyteem of de standaardprijs
FIFO - First in first out:
• materialen die het eerst binnengekomen zijn gaan het eerste buiten
• voor bedrijven met bederfbare goederen
LIFO Last in first out:
• materialen die het laatst binnengekomen zijn gaan het eerste buiten
• voor bedrijven met producten eg. zand. Bij toevoegen aan de voorraad zand giet je het op de bestaande hoop. Bij het
opgebruiken van de voorraad schep je van boven (last) naar beneden.
Voortschrijdend gemiddelde: de tijdslijn volgen en telkens het gemiddelde berekenen
Gewogen maandgemiddelde: het gemiddelde van de aankopen van de afgelopen maand en dus 1 gemiddelde berekenen.

2.2. Waardering afschrijvingen

De hoogte van de afschrijvingen wordt bepaald door 4 factoren:
1. De levensduur
o Technische slijtage: hangt af van de intensiteit van het gebruik van het actief;
o Economische slijtage: tenietgaan van het nut van het actief
2. Het ritme
Het afschrijvingsritme bepaalt de hoogte van de afschrijvingen binnen de afgesproken levensduur:
o Lineair – elk jaar hetzelfde bedrag;
o Degressief (nu verboden) – eerste jaren wordt er relatief meer afgeschreven;
o Progressief – eerste jaren wordt er relatief minder afgeschreven;
o Volgens bedrijfsdrukte – in functie van de prestaties van het actief.
3. De afschrijvingsbasis
o Boekhoudrecht: aanschaffingswaarde (= historische aankoopprijs plus bijkomende kosten);
o Management accounting: vervangingswaarde
4. De restwaarde
o = schatting van de restwaarde (op voorhand!) è subjectief
o In de praktijk wordt hier vaak geen rekening mee gehouden, want moeilijk te bepalen.

2.3. Rente op EV en VV

De rente op het geïnvesteerde vermogen dient als element van de kostprijs beschouwd te worden
• Rentes dienen uiteindelijk betaald te worden
• Indien er geen rekening mee gehouden wordt, kan dit tot verkeerde conclusies/beslissingen leiden.
Financiële kosten
• Vreemd vermogen: te betalen intrest%
• Eigen vermogen: Marktrente + risicopremie
9

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
nmvl Arteveldehogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
142
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
17
Documenten
25
Laatst verkocht
1 week geleden
#Accountants in spe

Je kan mij ook vragen stellen over de samenvatting/prijs via Outlook van Mijn Dinar of sociale media. :))

4,4

15 beoordelingen

5
9
4
3
3
3
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen