Menselijke fysiologie
Les 1 : intro
Inleiding
• Er is een sterke link tussen anatomie, geneeskunde en fysiologie.
Mensen waren al lang bezig over hoe het lichaam eruit zag.
( en de werking)
Vb: hippocrates, galenus, leonardo da vinci, Vesalius, William harvey en
. Marcello Malpighi
→ er zijn steeds meer nieuwe ontdekkingen geweest
Vb: - bloedgroepen
- Reflexen
- Homeostase
- Hersenonderzoek
- Ziektebeelden
- Genetica
- …..
Doorheen de tijd zijn er wel
nieuwe inzichten gekomen
(evolutie)
Fysiologie
Fysyologie= wetenschappelijke studie van de functie van het levende systeem
➔ functies en processen in levende organismen bestudeert.
Het richt zich op hoe cellen, weefsels, organen en orgaansystemen
samenwerken om het lichaam goed te laten functioneren.
Er zijn verschillende deelgebieden binnen de fysiologie, zoals:
• Menselijke fysiologie : onderzoekt hoe het menselijk lichaam werkt.
• Dierfysiologie : richt zich op de functies van dieren.
• Cel- en moleculaire fysiologie : bestudeert processen op cellulair c
niveau.
• Sportfysiologie : kijkt naar hoe het lichaam reageert op inspanning en
training.
Fysiologie is nauw verbonden met anatomie (de bouw van het lichaam) en
biochemie (chemische processen in het lichaam)
,Er zijn ook veel verschillende lichaamssystemen
* Endocrien
* Hormonen
* Voortplantingssysteem
* Immuunsysteem
* Integumentair systeem
* Urinair systeem
* Zenuwstelsel
* Spierstelsel
* Bloedsomloop
- Cardiovasculair systeem
- Lymfestelsel
* Resperatoir systeem
* Gastro-intestinaal systeem
Cardiovasculair
Overzicht van het cardiovasculair systeem
❖ De belangrijkste functie van het
cardiovasculair systeem is transport
- Materiaal naar het lichaam
- Materiaal binnen het lichaam
- Materiaal uit het lichaam
Onderdelen
HART
➔ Septum dat het hart verdeelt in een linker en rechter kant
L : naar het lichaam
R : naar het hart
➔ Kleppen die de atria van de ventrikkel scheiden
Zorgen dat het bloed in 1 richting stroomt.
BLOEDVATEN
➔ Circulatie
- Systemisch
- Pulmonair
➔ Gesloten systeem waarin het bloed maar in 1 richting kan bewegen
BLOED
➔ Cellen en plasma
,Druk, volume, stroom en weerstand
Hydrostatische druk = de druk die een vloeistof uitoefent op de wanden
→hoe verder van de oorsprong hoe meer deze gaat verminderen
==>heeft te maken met wrijving (E kosten)
Gemiddelde arteriele druk
aandrijfdruk = het hart genereert een druk als die gaat samentrekken
* de slagaders fungeren als een drukreservoir
→ er is een constante druk in de arterien
RUK VERANDERING
* Vasodilatatie
* Vasoconstrictie
* Verandering van volume
* Door samentrekken van de spieren
Het bloed stroomt langs een drukgradient naar
beneden
, De stroom
* de stroom door een buis is afhankelijk van de drukgradient
→ de stroom door een buis is rechtevenredig met de drukgradient
P = P1 – P2
– Flow 1/R
– If resistance increases, flow
decreases
– If resistance decreases,
flow increase
Stroom is omgekeerd evenredig met de weerstand
WET VAN POISEUILLE
• Weerstand verzet zich tegen de stroming
* RE met de lengte
* RE met de viscositeit
* OE met de straal van de buis tot de 4e macht
→ de lengt en de viscositeit blijven hetzelfde DUS
VERANDERINGEN
Een kleine verandering heeft een effect op de weerstand tegen de
bloedstroom
Vasoconstrictie = afname in de diameter (vernauwen)
→ vermindert de bloedstroom
Vasodilatatie = toename in de diameter (verwijden)
→ versnelt de bloedstroom
Les 1 : intro
Inleiding
• Er is een sterke link tussen anatomie, geneeskunde en fysiologie.
Mensen waren al lang bezig over hoe het lichaam eruit zag.
( en de werking)
Vb: hippocrates, galenus, leonardo da vinci, Vesalius, William harvey en
. Marcello Malpighi
→ er zijn steeds meer nieuwe ontdekkingen geweest
Vb: - bloedgroepen
- Reflexen
- Homeostase
- Hersenonderzoek
- Ziektebeelden
- Genetica
- …..
Doorheen de tijd zijn er wel
nieuwe inzichten gekomen
(evolutie)
Fysiologie
Fysyologie= wetenschappelijke studie van de functie van het levende systeem
➔ functies en processen in levende organismen bestudeert.
Het richt zich op hoe cellen, weefsels, organen en orgaansystemen
samenwerken om het lichaam goed te laten functioneren.
Er zijn verschillende deelgebieden binnen de fysiologie, zoals:
• Menselijke fysiologie : onderzoekt hoe het menselijk lichaam werkt.
• Dierfysiologie : richt zich op de functies van dieren.
• Cel- en moleculaire fysiologie : bestudeert processen op cellulair c
niveau.
• Sportfysiologie : kijkt naar hoe het lichaam reageert op inspanning en
training.
Fysiologie is nauw verbonden met anatomie (de bouw van het lichaam) en
biochemie (chemische processen in het lichaam)
,Er zijn ook veel verschillende lichaamssystemen
* Endocrien
* Hormonen
* Voortplantingssysteem
* Immuunsysteem
* Integumentair systeem
* Urinair systeem
* Zenuwstelsel
* Spierstelsel
* Bloedsomloop
- Cardiovasculair systeem
- Lymfestelsel
* Resperatoir systeem
* Gastro-intestinaal systeem
Cardiovasculair
Overzicht van het cardiovasculair systeem
❖ De belangrijkste functie van het
cardiovasculair systeem is transport
- Materiaal naar het lichaam
- Materiaal binnen het lichaam
- Materiaal uit het lichaam
Onderdelen
HART
➔ Septum dat het hart verdeelt in een linker en rechter kant
L : naar het lichaam
R : naar het hart
➔ Kleppen die de atria van de ventrikkel scheiden
Zorgen dat het bloed in 1 richting stroomt.
BLOEDVATEN
➔ Circulatie
- Systemisch
- Pulmonair
➔ Gesloten systeem waarin het bloed maar in 1 richting kan bewegen
BLOED
➔ Cellen en plasma
,Druk, volume, stroom en weerstand
Hydrostatische druk = de druk die een vloeistof uitoefent op de wanden
→hoe verder van de oorsprong hoe meer deze gaat verminderen
==>heeft te maken met wrijving (E kosten)
Gemiddelde arteriele druk
aandrijfdruk = het hart genereert een druk als die gaat samentrekken
* de slagaders fungeren als een drukreservoir
→ er is een constante druk in de arterien
RUK VERANDERING
* Vasodilatatie
* Vasoconstrictie
* Verandering van volume
* Door samentrekken van de spieren
Het bloed stroomt langs een drukgradient naar
beneden
, De stroom
* de stroom door een buis is afhankelijk van de drukgradient
→ de stroom door een buis is rechtevenredig met de drukgradient
P = P1 – P2
– Flow 1/R
– If resistance increases, flow
decreases
– If resistance decreases,
flow increase
Stroom is omgekeerd evenredig met de weerstand
WET VAN POISEUILLE
• Weerstand verzet zich tegen de stroming
* RE met de lengte
* RE met de viscositeit
* OE met de straal van de buis tot de 4e macht
→ de lengt en de viscositeit blijven hetzelfde DUS
VERANDERINGEN
Een kleine verandering heeft een effect op de weerstand tegen de
bloedstroom
Vasoconstrictie = afname in de diameter (vernauwen)
→ vermindert de bloedstroom
Vasodilatatie = toename in de diameter (verwijden)
→ versnelt de bloedstroom