Samenvatting sociale filosofie en ethiek
1. ALGEMENE INLEIDING
1.1 INLEIDING VAN DE WIJSBEGEERTE EN DE PLAATS VAN SOCIALE EN
ETHISCHE FILOSOFIE
1.1.1 FACTISCHE PROBLEMEN
Dit soort problemen vraagt naar de oorsprong van alles wat bestaat
- Algemene metafysica of ontologie: Vraagt op de meest algemene manier waar het
zijn als zodanig vandaan komt
- Bijzondere metafysica: Als we onze vragen stellen over de specifieke aard van
sommige aspecten van het zijn of waar die vandaan komen, dan komen we op het
domein van de bijzondere metafysica
* Rationele kosmologie: De rationele kosmologie bestudeert de basisstructuur
van de wereld
* Rationele psychologie/ antropologie: De rationele psychologie stelt de vraag
naar de essentie van de mens
* Rationele theologie: de rationele theologie is de wijsgerige vraag naar God
> Vragen die wijzen op meer fundamentele problemen, zoals de
theodicee: als God almachtig, algoed en alwetend
> Mogelijk antw: God heeft het kwade niet geschapen enkel het goede
> Kwade is afwezigheid van het goede
> Iets dat er niet is, kun je maken
1
,1.1.2 KENNISTHEORETISCHE PROBLEMEN
- Kennisleer of epistemologie: Metafysica werd vervangen door epistemologie. Men
laat de vraag naar het zijn los, men stelt de vraag ‘wat is kennis?’ in de plaats. Men
stelt alles in vraag met beginpunt de methodische twijfel van Descartes.
- Logica: De logica houdt zich bezig met de vraag naar het geldige redeneren. De
logica tracht de ‘wetten’ te achterhalen van het denken.
* Logica houdt zich niet bezig met de wereld, maar met het denken zelf
* Vertrekt van aantal gegevens en leidt dan via het gebruik van regel, conclusie
af uit die gegevens
* Vb: modus ponens
Als P, dan Q (=regel)
- Wetenschapsfilosofie
P: : In de Q:
plaats van zich bezig te houden met de vraag naar
kennis in het algemeen, zal de wetenschapsfilosofie de wetenschap zelf bestuderen.
‘Hoe komt men tot een wetenschappelijke ontdekking?’ of ‘Wat is een
wetenschappelijke revolutie?’ zijn typische vragen.
* Versplintering: ipv van wetenschap in algemeen te bestuderen, zal men 1
bepaalde wetenschap bestuderen
* In 20e eeuw, kritiek: feministische epistemologie of idee tepistemologische
rechtvaardigheid
1.1.3 ETHISCHE EN POLITIEKE PROBLEMEN
Sociale filosofie= stelt vraag naar hoe wij mensen kunnen samenleven, hoe maatschappij
kan worden georganisseerd
- Enkel beantwoorden wanneer je ook specifieke mensbeeld naar voor kunt schuiven
en wanneer je ook een visie op ethiek kunt expliciteren
- Ideeën over economie en ook belangrijke rol in het nadenken over de organisatie
van samenleving
- Ethiek: De ethiek bestudeert de normen en waarden van het menselijk handelen
- Politiek: De politieke (of sociale filosofie) stelt de vraag hoe wij mensen kunnen
samenleven
- Esthetica: De esthetica stelt de vaag naar wat schoon en lelijk is
2
,1.1.4 VANUIT HET PERSPECTIEF VAN DE MENS
Sinds de verlichting wordt de mens centraal geplaatst in het denken.
a. Mens (mens tot zichzelf)
b. Mens mens (mens tot andere mens)
c. Mens natuur (mens tot natuur)
- Relatie a: De zelfrelatie van de mens tot zichzelf is bij uitstek het studiegebied van
de ethiek. De vraag naar de eigen handelen
* Kantiaanse vraag; Wat moet ik doen?
* Ethiek in 1e plaats over de vraag naar eigen handelen
- Relatie b: De relatie tussen de mensen is een wederkerige afhankelijkheidsrelatie.
Studiegebied van politieke of sociale filosofie
* De kernvraag is: hoe kunnen we het beste samenleven?
- Relatie C: De relatie tussen de mens en de natuur is een éénzijdige
afhankelijkheidsrelatie.
* Mens is afhankelijk van de natuur, terwijl dit omgekeerd niet het geval iss
* Relatie omschrijven als het studiegebied van economie
* In de meest algemene betekenis bestudeert de economie de wijze waarop
mensen in hun behoeftes kunnen voorzien.
3
, 2. INLEIDING: DE GRIEKSE POLIS
2.1 INLEIDING: POLIS EN AGORA
- De polis staat centraal
* Griekenland als land bestond nog niet, maar was verzameling van
verschillende steden of stadstaten (Athene, Sparta, Efeze, …)
- Polis= Een bepaalde wijze van organisatie van het openbaar leven
- Centrum griekse polis : de agora (het marktplein): handeldrijven en plaats om te
spreken
* Plaats waar je vooral mannen terugvind
- Het Griekse oikos: huishoudkunde
* Niet louter gebouw, maar verwijst ook naar gemeenschap van mensen
* Centraal: overleven van de familie
* Economie is hiervan afgeleid
- openbaarheid van de polis betekent dus dat hetgeen daar gebeurt voor
iedereen toegankelijk is: het mag en kan door iedereen gezien worden
- vrouw verantwoordelijkheid oikos, man bij beide eindverantwoordelijkheid
- man is despoot: heer des huizes
2.2 PLATO
- Politeia = de staat/ constitutie
* 1 garantie voor vrede: staat waarin het principe van gerechtigheid, of
rechtvaardigheid centraal staat
- Hij wordt revolutionair genoemd
* Mensen bevrijden uit hun ketenen
- Allegorie van de grot: Zijn allegorie van de grot is ook hiervoor een metafoor:
mensen worden pas echt ontwikkeld – ze worden pas echt mens – wanneer ze van
hun ketenen worden bevrijd zodat ze de dingen echt kunnen zien, niet louter de
schaduwen van de dingen
- we bouwen niet verder op bestaande structuren, we breken alles af om vervolgens
iets nieuws uit te bouwen
- Dit idee van bevrijding en revolutie vindt echo’s in het werk van Marx
4
1. ALGEMENE INLEIDING
1.1 INLEIDING VAN DE WIJSBEGEERTE EN DE PLAATS VAN SOCIALE EN
ETHISCHE FILOSOFIE
1.1.1 FACTISCHE PROBLEMEN
Dit soort problemen vraagt naar de oorsprong van alles wat bestaat
- Algemene metafysica of ontologie: Vraagt op de meest algemene manier waar het
zijn als zodanig vandaan komt
- Bijzondere metafysica: Als we onze vragen stellen over de specifieke aard van
sommige aspecten van het zijn of waar die vandaan komen, dan komen we op het
domein van de bijzondere metafysica
* Rationele kosmologie: De rationele kosmologie bestudeert de basisstructuur
van de wereld
* Rationele psychologie/ antropologie: De rationele psychologie stelt de vraag
naar de essentie van de mens
* Rationele theologie: de rationele theologie is de wijsgerige vraag naar God
> Vragen die wijzen op meer fundamentele problemen, zoals de
theodicee: als God almachtig, algoed en alwetend
> Mogelijk antw: God heeft het kwade niet geschapen enkel het goede
> Kwade is afwezigheid van het goede
> Iets dat er niet is, kun je maken
1
,1.1.2 KENNISTHEORETISCHE PROBLEMEN
- Kennisleer of epistemologie: Metafysica werd vervangen door epistemologie. Men
laat de vraag naar het zijn los, men stelt de vraag ‘wat is kennis?’ in de plaats. Men
stelt alles in vraag met beginpunt de methodische twijfel van Descartes.
- Logica: De logica houdt zich bezig met de vraag naar het geldige redeneren. De
logica tracht de ‘wetten’ te achterhalen van het denken.
* Logica houdt zich niet bezig met de wereld, maar met het denken zelf
* Vertrekt van aantal gegevens en leidt dan via het gebruik van regel, conclusie
af uit die gegevens
* Vb: modus ponens
Als P, dan Q (=regel)
- Wetenschapsfilosofie
P: : In de Q:
plaats van zich bezig te houden met de vraag naar
kennis in het algemeen, zal de wetenschapsfilosofie de wetenschap zelf bestuderen.
‘Hoe komt men tot een wetenschappelijke ontdekking?’ of ‘Wat is een
wetenschappelijke revolutie?’ zijn typische vragen.
* Versplintering: ipv van wetenschap in algemeen te bestuderen, zal men 1
bepaalde wetenschap bestuderen
* In 20e eeuw, kritiek: feministische epistemologie of idee tepistemologische
rechtvaardigheid
1.1.3 ETHISCHE EN POLITIEKE PROBLEMEN
Sociale filosofie= stelt vraag naar hoe wij mensen kunnen samenleven, hoe maatschappij
kan worden georganisseerd
- Enkel beantwoorden wanneer je ook specifieke mensbeeld naar voor kunt schuiven
en wanneer je ook een visie op ethiek kunt expliciteren
- Ideeën over economie en ook belangrijke rol in het nadenken over de organisatie
van samenleving
- Ethiek: De ethiek bestudeert de normen en waarden van het menselijk handelen
- Politiek: De politieke (of sociale filosofie) stelt de vraag hoe wij mensen kunnen
samenleven
- Esthetica: De esthetica stelt de vaag naar wat schoon en lelijk is
2
,1.1.4 VANUIT HET PERSPECTIEF VAN DE MENS
Sinds de verlichting wordt de mens centraal geplaatst in het denken.
a. Mens (mens tot zichzelf)
b. Mens mens (mens tot andere mens)
c. Mens natuur (mens tot natuur)
- Relatie a: De zelfrelatie van de mens tot zichzelf is bij uitstek het studiegebied van
de ethiek. De vraag naar de eigen handelen
* Kantiaanse vraag; Wat moet ik doen?
* Ethiek in 1e plaats over de vraag naar eigen handelen
- Relatie b: De relatie tussen de mensen is een wederkerige afhankelijkheidsrelatie.
Studiegebied van politieke of sociale filosofie
* De kernvraag is: hoe kunnen we het beste samenleven?
- Relatie C: De relatie tussen de mens en de natuur is een éénzijdige
afhankelijkheidsrelatie.
* Mens is afhankelijk van de natuur, terwijl dit omgekeerd niet het geval iss
* Relatie omschrijven als het studiegebied van economie
* In de meest algemene betekenis bestudeert de economie de wijze waarop
mensen in hun behoeftes kunnen voorzien.
3
, 2. INLEIDING: DE GRIEKSE POLIS
2.1 INLEIDING: POLIS EN AGORA
- De polis staat centraal
* Griekenland als land bestond nog niet, maar was verzameling van
verschillende steden of stadstaten (Athene, Sparta, Efeze, …)
- Polis= Een bepaalde wijze van organisatie van het openbaar leven
- Centrum griekse polis : de agora (het marktplein): handeldrijven en plaats om te
spreken
* Plaats waar je vooral mannen terugvind
- Het Griekse oikos: huishoudkunde
* Niet louter gebouw, maar verwijst ook naar gemeenschap van mensen
* Centraal: overleven van de familie
* Economie is hiervan afgeleid
- openbaarheid van de polis betekent dus dat hetgeen daar gebeurt voor
iedereen toegankelijk is: het mag en kan door iedereen gezien worden
- vrouw verantwoordelijkheid oikos, man bij beide eindverantwoordelijkheid
- man is despoot: heer des huizes
2.2 PLATO
- Politeia = de staat/ constitutie
* 1 garantie voor vrede: staat waarin het principe van gerechtigheid, of
rechtvaardigheid centraal staat
- Hij wordt revolutionair genoemd
* Mensen bevrijden uit hun ketenen
- Allegorie van de grot: Zijn allegorie van de grot is ook hiervoor een metafoor:
mensen worden pas echt ontwikkeld – ze worden pas echt mens – wanneer ze van
hun ketenen worden bevrijd zodat ze de dingen echt kunnen zien, niet louter de
schaduwen van de dingen
- we bouwen niet verder op bestaande structuren, we breken alles af om vervolgens
iets nieuws uit te bouwen
- Dit idee van bevrijding en revolutie vindt echo’s in het werk van Marx
4