5. DEPRESSIEVE- EN BIPOLAIRE- STEMMINGSSTOORNISSEN
5.1 STEMMING EN EMOTIE
• Er is een rijke schakering van menselijke gevoelens: vrolijk, verlegen, onzeker,
machteloos, boos, schuldig of eenzaam
Ø Dit gevoelsleven kleurt ons denken en handelen
Ø Gedachten, gevoelens en gedrag beïnvloeden elkaar voortdurend
wederzijds!
• In alledaagse gesprekken hoor je vaak:
Ø “Ik ben vandaag een beetje down”
Ø “Ik voel me wat depri”
Ø “Ik zit in een dalletje”
Ø Lichte stemmingsdaling die niet vergelijkbaar is met die van een
depressieve-stemmingsstoornis
• Bij patiënten met een stemmingsstoornis is de stemming lange tijd zo extreem dat
zij niet of nauwelijks meer in staat zijn tot een normaal leven
• Stemmingsstoornissen leiden vrijwel altijd tot verstoorde sociale contacten en/of
problemen op het werk
• Sommigen ervaren hun toestand als onhoudbaar of uitzichtloos en doen een
poging tot zelfdoding of suïcide
• Stemming
Ø is een bepaalde gemoedstoestand
Ø van een zekere duur
Ø die geen betrekking heeft op een specifieke ervaring
Ø Mensen verschillen onderling qua stemming
Ø Iedereen is vertrouwd met wisselende stemmingen (opgewektheid –
neerslachtigheid)
• Emotie
Ø is een intens, overheersend gevoel
Ø van korte duur
Ø die betrekking heeft op een specifieke ervaring
1
, • Stemmingen en emoties uiten zich in lichamelijke verschijnselen, gedrag en
beleving
Ø Vooral de beleving bepaalt of mensen zichzelf als angstig of vrolijk
beschouwen
• De mate waarin een persoon gevoelig is voor stemmingen en emoties kan
gestoord zijn
Ø Een overdreven gevoeligheid blijkt vooral uit sterke
stemmingsschommelingen
Enkele abnormale varianten van het menselijke gevoelsleven (van Deth, 2019,
tabel 8.1, p. 159)
affectvervlakking gevoelsarmoede
affectieve apathie, onverschilligheid
gevoelloosheid
affectverstarring fixatie op bepaalde stemmingen of emoties
affectlabiliteit snel wisselende stemmingen
anhedonie niet in staat zijn plezier te ervaren
alexithymie moeite hebben om eigen gevoelens te onderkennen en uit te
drukken
dysforie sombere stemming, soms gepaard met rusteloosheid of
onderdrukte boosheid (ontstemming)
euforie abnormale opgewektheid
Probleemstelling:
• Is het gevoelsleven zelf gestoord of alleen de manier van uiting ervan?
Ø Bv. Wanneer mensen er na een pijnlijke gebeurtenis bijvoorbeeld
onbewogen bijzitten, wil dit dan zeggen dat het hen niet ‘raakt’ of betekent
het dat zij hun verdriet niet kunnen of willen uitdrukken?
• Als mensen ‘zich depressief voelen’ is hun gedrukte stemming of neerslachtigheid
wel te omschrijven als depressiviteit, maar hoeft het nog niet meteen een
depressieve stoornis te zijn.
Ø Is dit wel het geval, dan gaan somberheid en lusteloosheid gepaard met
nog andere symptomen
2
, • Negatieve gevoelens (angst en depressiviteit) worden door de betrokkenen zelf als
problematisch ervaren
• Positieve gevoelens (die overdreven en misplaatst zijn) worden door de omgeving
als storend ervaren
Ø Manische patiënten zijn overdreven opgewekt en menen dat er met hen
niets aan de hand is
Ø Manische periodes komen bijna altijd voor in afwisseling met depressieve
periodes
• Men spreekt dan van een manisch-depressieve of bipolaire
(tweepolige) stoornis
• In de vorige edities van de DSM: depressie en bipolaire stoornis behoorden tot de
gemeenschappelijke groep van stemmingsstoornissen.
• In DSM-5 is deze groep geschrapt en worden beide afzonderlijk beschreven in
twee afzonderlijke categorieën: depressieve-stemmingsstoornissen en
bipolaire-stemmingsstoornissen
Ø Er bestaan flinke verschillen tussen beide groepen
• Bipolaire-stemmingsstoornissen:
Ø zijn sterker biologisch (grotendeels erfelijk) bepaald
Ø vereisen een andere behandeling
Ø prognose is minder gunstig (jarenlange kans op terugval)
• Tot de depressieve-stemmingsstoornissen behoort:
Ø Depressieve stoornis
Ø Persisterende (chronische) depressieve stoornis (dysthymie): een mildere
vorm van depressie die meerdere jaren (> 2 jaar) aanhoudt.
Ø Nieuw in DSM-5:
• Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis
• Premenstruele stemmingsstoornis
3
5.1 STEMMING EN EMOTIE
• Er is een rijke schakering van menselijke gevoelens: vrolijk, verlegen, onzeker,
machteloos, boos, schuldig of eenzaam
Ø Dit gevoelsleven kleurt ons denken en handelen
Ø Gedachten, gevoelens en gedrag beïnvloeden elkaar voortdurend
wederzijds!
• In alledaagse gesprekken hoor je vaak:
Ø “Ik ben vandaag een beetje down”
Ø “Ik voel me wat depri”
Ø “Ik zit in een dalletje”
Ø Lichte stemmingsdaling die niet vergelijkbaar is met die van een
depressieve-stemmingsstoornis
• Bij patiënten met een stemmingsstoornis is de stemming lange tijd zo extreem dat
zij niet of nauwelijks meer in staat zijn tot een normaal leven
• Stemmingsstoornissen leiden vrijwel altijd tot verstoorde sociale contacten en/of
problemen op het werk
• Sommigen ervaren hun toestand als onhoudbaar of uitzichtloos en doen een
poging tot zelfdoding of suïcide
• Stemming
Ø is een bepaalde gemoedstoestand
Ø van een zekere duur
Ø die geen betrekking heeft op een specifieke ervaring
Ø Mensen verschillen onderling qua stemming
Ø Iedereen is vertrouwd met wisselende stemmingen (opgewektheid –
neerslachtigheid)
• Emotie
Ø is een intens, overheersend gevoel
Ø van korte duur
Ø die betrekking heeft op een specifieke ervaring
1
, • Stemmingen en emoties uiten zich in lichamelijke verschijnselen, gedrag en
beleving
Ø Vooral de beleving bepaalt of mensen zichzelf als angstig of vrolijk
beschouwen
• De mate waarin een persoon gevoelig is voor stemmingen en emoties kan
gestoord zijn
Ø Een overdreven gevoeligheid blijkt vooral uit sterke
stemmingsschommelingen
Enkele abnormale varianten van het menselijke gevoelsleven (van Deth, 2019,
tabel 8.1, p. 159)
affectvervlakking gevoelsarmoede
affectieve apathie, onverschilligheid
gevoelloosheid
affectverstarring fixatie op bepaalde stemmingen of emoties
affectlabiliteit snel wisselende stemmingen
anhedonie niet in staat zijn plezier te ervaren
alexithymie moeite hebben om eigen gevoelens te onderkennen en uit te
drukken
dysforie sombere stemming, soms gepaard met rusteloosheid of
onderdrukte boosheid (ontstemming)
euforie abnormale opgewektheid
Probleemstelling:
• Is het gevoelsleven zelf gestoord of alleen de manier van uiting ervan?
Ø Bv. Wanneer mensen er na een pijnlijke gebeurtenis bijvoorbeeld
onbewogen bijzitten, wil dit dan zeggen dat het hen niet ‘raakt’ of betekent
het dat zij hun verdriet niet kunnen of willen uitdrukken?
• Als mensen ‘zich depressief voelen’ is hun gedrukte stemming of neerslachtigheid
wel te omschrijven als depressiviteit, maar hoeft het nog niet meteen een
depressieve stoornis te zijn.
Ø Is dit wel het geval, dan gaan somberheid en lusteloosheid gepaard met
nog andere symptomen
2
, • Negatieve gevoelens (angst en depressiviteit) worden door de betrokkenen zelf als
problematisch ervaren
• Positieve gevoelens (die overdreven en misplaatst zijn) worden door de omgeving
als storend ervaren
Ø Manische patiënten zijn overdreven opgewekt en menen dat er met hen
niets aan de hand is
Ø Manische periodes komen bijna altijd voor in afwisseling met depressieve
periodes
• Men spreekt dan van een manisch-depressieve of bipolaire
(tweepolige) stoornis
• In de vorige edities van de DSM: depressie en bipolaire stoornis behoorden tot de
gemeenschappelijke groep van stemmingsstoornissen.
• In DSM-5 is deze groep geschrapt en worden beide afzonderlijk beschreven in
twee afzonderlijke categorieën: depressieve-stemmingsstoornissen en
bipolaire-stemmingsstoornissen
Ø Er bestaan flinke verschillen tussen beide groepen
• Bipolaire-stemmingsstoornissen:
Ø zijn sterker biologisch (grotendeels erfelijk) bepaald
Ø vereisen een andere behandeling
Ø prognose is minder gunstig (jarenlange kans op terugval)
• Tot de depressieve-stemmingsstoornissen behoort:
Ø Depressieve stoornis
Ø Persisterende (chronische) depressieve stoornis (dysthymie): een mildere
vorm van depressie die meerdere jaren (> 2 jaar) aanhoudt.
Ø Nieuw in DSM-5:
• Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis
• Premenstruele stemmingsstoornis
3