7. PERSOONLIJKHEIDSSTOORNISSEN
7.1 NORMALE EN GESTOORDE PERSOONLIJKHEID
7.1.1 IDENTITEIT, PERSOONLIJKHEID EN PERSOONLIJKHEIDSTREKKEN
Identiteit
• Het ‘subjectieve beeld’ dat iemand van zichzelf heeft en/of aan anderen voorhoudt
Persoonlijkheid
• Verwijst naar de ‘unieke en duurzame emotionele, denk- en gedragspatronen’ van
een individu
• “= De verzameling van kenmerken die het gedrag, de gedachten en de gevoelens
van een individu bepalen
Ø Een deel van deze kenmerken:
Ø is algemeen menselijk
Ø komt alleen voor bij bepaalde groepen
Ø is specifiek voor het individu
Ø Iedereen heeft een unieke constellatie van kenmerken en heeft daarom
een eigen persoonlijkheid” (Brysbaert, 2010, p. 218)
• Persoonlijkheidsverschillen kunnen beschreven worden op basis van
persoonlijkheidstrekken
Vijf algemene clusters of dimensies van persoonlijkheidstrekken (de ‘Big Five’):
• Filmpje (duur: 57 seconden)
Ø https://www.youtube.com/watch?v=00l09U4tieQ
• Aan de hand van deze dimensies kan iedere persoonlijkheid op hoofdlijnen worden
getypeerd:
Ø extraversie/introversie
Ø vriendelijkheid/onvriendelijkheid
Ø gewetensvolheid/laksheid
Ø emotionele stabiliteit/labiliteit
Ø open voor nieuwe ervaringen/afwerend
• Deze duurzame emotionele, denk- en gedragspatronen patronen worden bij
jongvolwassenen goed herkenbaar en blijven gewoonlijk het gehele leven
aanwezig, ongeacht de sociale en persoonlijke omstandigheden
• Ze bepalen niet alleen hoe (levens)gebeurtenissen worden ervaren, maar zelfs ook
met welke gebeurtenissen iemand in zijn leven te maken krijgt
1
, Ø Een extravert, open individu zal bijvoorbeeld meer genieten van sociale
contacten en door zijn gedrag meer mensen aantrekken dan een introvert,
afwerend persoon.
• Het gedrag dat uit een bepaalde trek voortkomt, kan dus die trek
versterken
• Op basis van genetische factoren (zoals een bepaald temperament of
stemmingsgevoeligheid) ontwikkelen kinderen en jongeren zich in interactie met
hun omgeving tot een ‘unieke’ persoonlijkheid
• In het algemeen versterkt een ‘steunende, warme jeugd’ persoonlijkheidstrekken
die beschermen bij latere tegenslagen, zoals:
Ø empathie
Ø het vermogen gevoelens en impulsen te beheersen
Ø vertrouwen hebben in zichzelf en in anderen
• Bij jongeren met een genetische kwetsbaarheid in combinatie met een ongunstige
opvoedingssituatie kan zich een gestoorde persoonlijkheid ontwikkelen
Ø Bepaalde trekken worden zo overheersend of star dat:
• aanpassing aan wisselende omstandigheden niet (meer) lukt
• het sociaal functioneren wordt aangetast
• De kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen zijn extreme varianten van
persoonlijkheidstrekken zoals die ook onder de ‘normale’ bevolking voorkomen:
Ø gevoeligheid voor kritiek, impulsiviteit, egocentrisme, ijdelheid,
extraversie, afhankelijkheid, nauwkeurigheid, verlegenheid, …
7.1.2 PERSOONLIJKHEIDSVERANDERING TEN GEVOLGE VAN EEN
SOMATISCHE AANDOENING
• Bij sommige mensen is sprake van persoonlijkheidsverandering ten gevolge van
een somatische aandoening:
2
7.1 NORMALE EN GESTOORDE PERSOONLIJKHEID
7.1.1 IDENTITEIT, PERSOONLIJKHEID EN PERSOONLIJKHEIDSTREKKEN
Identiteit
• Het ‘subjectieve beeld’ dat iemand van zichzelf heeft en/of aan anderen voorhoudt
Persoonlijkheid
• Verwijst naar de ‘unieke en duurzame emotionele, denk- en gedragspatronen’ van
een individu
• “= De verzameling van kenmerken die het gedrag, de gedachten en de gevoelens
van een individu bepalen
Ø Een deel van deze kenmerken:
Ø is algemeen menselijk
Ø komt alleen voor bij bepaalde groepen
Ø is specifiek voor het individu
Ø Iedereen heeft een unieke constellatie van kenmerken en heeft daarom
een eigen persoonlijkheid” (Brysbaert, 2010, p. 218)
• Persoonlijkheidsverschillen kunnen beschreven worden op basis van
persoonlijkheidstrekken
Vijf algemene clusters of dimensies van persoonlijkheidstrekken (de ‘Big Five’):
• Filmpje (duur: 57 seconden)
Ø https://www.youtube.com/watch?v=00l09U4tieQ
• Aan de hand van deze dimensies kan iedere persoonlijkheid op hoofdlijnen worden
getypeerd:
Ø extraversie/introversie
Ø vriendelijkheid/onvriendelijkheid
Ø gewetensvolheid/laksheid
Ø emotionele stabiliteit/labiliteit
Ø open voor nieuwe ervaringen/afwerend
• Deze duurzame emotionele, denk- en gedragspatronen patronen worden bij
jongvolwassenen goed herkenbaar en blijven gewoonlijk het gehele leven
aanwezig, ongeacht de sociale en persoonlijke omstandigheden
• Ze bepalen niet alleen hoe (levens)gebeurtenissen worden ervaren, maar zelfs ook
met welke gebeurtenissen iemand in zijn leven te maken krijgt
1
, Ø Een extravert, open individu zal bijvoorbeeld meer genieten van sociale
contacten en door zijn gedrag meer mensen aantrekken dan een introvert,
afwerend persoon.
• Het gedrag dat uit een bepaalde trek voortkomt, kan dus die trek
versterken
• Op basis van genetische factoren (zoals een bepaald temperament of
stemmingsgevoeligheid) ontwikkelen kinderen en jongeren zich in interactie met
hun omgeving tot een ‘unieke’ persoonlijkheid
• In het algemeen versterkt een ‘steunende, warme jeugd’ persoonlijkheidstrekken
die beschermen bij latere tegenslagen, zoals:
Ø empathie
Ø het vermogen gevoelens en impulsen te beheersen
Ø vertrouwen hebben in zichzelf en in anderen
• Bij jongeren met een genetische kwetsbaarheid in combinatie met een ongunstige
opvoedingssituatie kan zich een gestoorde persoonlijkheid ontwikkelen
Ø Bepaalde trekken worden zo overheersend of star dat:
• aanpassing aan wisselende omstandigheden niet (meer) lukt
• het sociaal functioneren wordt aangetast
• De kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen zijn extreme varianten van
persoonlijkheidstrekken zoals die ook onder de ‘normale’ bevolking voorkomen:
Ø gevoeligheid voor kritiek, impulsiviteit, egocentrisme, ijdelheid,
extraversie, afhankelijkheid, nauwkeurigheid, verlegenheid, …
7.1.2 PERSOONLIJKHEIDSVERANDERING TEN GEVOLGE VAN EEN
SOMATISCHE AANDOENING
• Bij sommige mensen is sprake van persoonlijkheidsverandering ten gevolge van
een somatische aandoening:
2