- Sociologische leertheorieën
- In maatschappelijke context leven = impact op wat je wel/niet geleerd
krijgt
- Zonder dat je dat beseft, gebeurt dus onbewust
Bv. Speelgoed: roze meisjes, blauw jongens.
Onbewust weten we omdat we dat zo zijn aangeleerd in onze maatschappelijke
context
Sociologische criminaliteitsverklaringen
1. Ecologische benadering
Vertrekt vanuit wisselwerking mens & stad
2. Structureel – functionalistische benadering
Structuur van de maatschappij bepaalt ons gedrag
3. Leertheorieën (zitten nu hier!)
Gaat ervan uit dat gedrag wordt geleerd/aangeleerd
4. Controletheorieën
Zoeken antwoord op de vraag ‘waarom geeft iemand toe aan de druk om
criminaliteit te plegen en een ander niet’
5. Labellingbenadering
Gedrag is niet inherent crimineel maar wordt als dusdanig benoemd
Criminele leertheorieën
① Differentiële Associatietheorie (Sutherland)
② Differentiële Sociale Organisatietheorie (Sutherland)
③ Subcultuurtheorie (Miller)
④ Neutraliseringstechnieken (Sykes & Matza)
Gaan er eigenlijk 3 behandelen – Sutherland is belangrijke naam!
Differentiële associatietheorie – staat hoog binnen historische
theorievorming
Differentiële associatietheorie – SUTHERLAND
SUTHERLAND
- Wil wetenschappelijke antwoorden bieden
- Staaft theorievorming met wetenschappelijke standaarden
- Werk: ‘The Professional Thief’ ≈ Chic Conwell
Conclusie: Beroepsdiefstal is een beroep als een ander
Technieken – codes – traditie – organisatie is van belang
Beroepsdieven vertonen niet-pathologische kenmerken
Differentiële Associatie: beroepsdieven zijn verplicht zich te
beperken tot contacten (associaties) met andere dieven
(differentiële groep)
, - Ook aanzien als 1 van de meest gekende criminologen – prijs naar
vernoemd
- Socioloog: vond de toenmalige criminologische theorievorming te
beperkt
Beperkt zich vaak tot correlaties, verbanden, en weinig tot causale
factor die er is
Causale factor (reden) die er is (bijna altijd), en die lijdt tot
criminaliteit
Statusfrustratie kan niet de reden zijn voor criminaliteit
o Want mensen kunnen dan net conform gedrag stellen om er wel
te geraken
o Anomie idem - net meer u best doen (denk aan voorbeeld vriend
Berten)
o Empirisch staat dat dus wel zwak
Differentiële associatietheorie – SUTHERLAND
- Ambitie SUTHERLAND: kunnen komen tot factor, reden, … voor plegen
criminaliteit
Die steeds (of bijna altijd), als het zich voordoet leidt tot criminaliteit
Alsook factoren zoeken die steeds afwezig zijn als geen criminaliteit
gepleegd is
1) Allerlei factoren spelen een rol bij bepaald gedrag (idem criminaliteit)
- Differentiële associatie: zal de ‘reden’ zijn om tot criminaliteit te
komen
- Komt voort uit vaststelling van Cloward en Ohlin
Iedere gedraging/ ieder gedrag is het resultaat van een leerproces
Wat jij kan/doet, … je moet dat ergens wel eens geleerd hebben
Bv. Doceren: heb je ook aangeleerd, idem met criminaliteit: hebt dat ook
ergens geleerd
2) Op zoek gaan naar factoren die steeds AANWEZIG zijn bij crimineel
gedrag en AFWEZIG zijn wanneer er geen crimineel gedrag gesteld
wordt
3) Werkt historisch verklaringsmodel uit (o.b.v. cruciale factoren in leven
misdadiger)
- Komt tot 9 belangrijke stellingen daarbij, werkt dat verder uit in 9
stellingen
- DUS niet via situationele verklaringen, wel de historische verklaring
Bv. Nagaan bij beroepsdief, hoe ben je daartoe gekomen, tot
kernfactor komen
Wat is de reden, waarom is die zo geworden, criminaliteit
(diefstallen) plegen
- Criminaliteit niet per sé inhoudelijk foutief, want zelfde als leren
lesgeven, typen, …
Het enige is: het is tegen de wet en daarom wordt het als
criminaliteit bestempelt
9 STELLINGEN SUTHERLAND: (in cursus extra informatie)