didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans
LES 2: DIDACTIEK RECEPTIEVE
VAARDIGHEDEN : LEZEN EN
LUISTEREN
INLEIDING
WAT IS LEES-/LUISTERVAARDIGHEID
Leesvaardigheid = begrijpen van een geschreven tekst (≠ hardop lezen)
Voordelen Nadelen
- Teruglezen - Soms moeilijk om de woorden te
- Skimmen en dan gedetailleerd herkennen als men ze niet hoort
lezen
- In stukjes lezen
- Op eigen tempo lezen
Luistervaardigheid = begrijpen van een gesproken tekst (≠luisteren zonder
meer)
= Struikelblok: nieuwe Franse klanken en uitspraak, geen afgebakende
woordjes: 1 woordenstroom, pauzeren kan niet, tempo kiezen ook niet,
vergt grote concentratie
Vaak worden meerdere taalvaardigheden aangesproken: vb. om een tekst
samen te stellen op basis van gegeven zinnen
(=schrijfvaardigheid) moet je ook zinnen
begrijpen (= leesvaardigheid)
Kennisgerichte oefeningen = de leerlingen
moeten slechts losse woorden / structuren
begrijpen of overbrengen om de oefeningen te
kunnen maken Kennis staat centraal. We
kunnen nog niet spreken over het oefenen van vaardigheden
Communicatiegerichte oefeningen = de
leerlingen moeten minimaal losse zinnen
begrijpen of overbrengen om de oefening te
kunnen maken. Communicatie staat
centraal. Kennis moet worden toegepast in
vaardigheidsoefeningen. Hier worden de 5
taalvaardigheden getraind.
GELIJKENISSEN
- Beide zeer belangrijke vaardigheden:
,didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans
o luisteren: leerlingen horen de Franse taal meer dan dat ze Frans
moeten spreken (radio, nieuws, weerbericht, liedjes, …)
o lezen: veel schriftelijke communicatie in onze omgeving (affiches,
mails)
- Beide receptief belangrijke input
o kennis van woorden, structuren
o productieve vaardigheden
o cultuur
VERSCHILLEN
Luisteren vinden de leerlingen vaak veel moeilijker dan lezen. Hoe komt dit?
- Lezen kan je andere strategieën gebruiken (opnieuw, herlezen). Je kan traag
of snel lezen. Geschreven tekst zie je voor je en je kan de woorden
afzonderlijk zien van elkaar
- Luisteren is voor iedereen op hetzelfde moment gedaan. Franstaligen
spreken heel snel.. Als je luistert plakt het allemaal aan elkaar en is
concentratie enorm belangrijk.
- Schrijfwijze vs uitspraak = heel groot verschil. Kan in beide richtingen
negatief werken.
DOORDENKERTJES
AKKOORD OF NIET AKKOORD?
1. Luistervaardigheid komt elke les aan bod
Als leerkracht, doeltaal is voertaal. Dus de lln luisteren continu naar de lkr
die frans spreekt.
2. Om je leerlingen het niet te moeilijk te maken, kan je als leerkracht de
tekst van de luisteroefening mee aanbieden.
Beter niet, luisteren: gesproken tekst begrijpen. Vanmet je de tekst
aanbied focus je op leesvaardigheid, ze gaan meelezen en dan lezen ze
ipv luisteren. We moeten volgens de visie voorbereiden op de realiteit.
In het werkelijke leven krijg je niet de dingen die je moet horen
voorgeschoteld op papier.
VOORDELEN/NADELEN
Een hoofdstuk in een handboek start meestal met een leestekst rond een
bepaald thema. Meestal wordt deze tekst ook ingesproken zodat de leerlingen
tijdens het lezen ook kunnen luisteren.
+ Lln weten de uitspraak meteen en het verschil tussen schrijfwijze en
uitspraak wordt duidelijk
- Qua eigenheid van leesvaardigheid, je kan hernemen, herlezen. Als je
tegelijkertijd laat horen, neem je het eigen tempo van de lln weg.
HOE GOEDE TEKSTEN KIEZEN?
TEKSTSOORT
,didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans
Informatieve teksten (nieuwsbericht, grafiek)
Prescriptieve teksten (handleiding, stappenplan)
Narratieve teksten (verhaal, …)
Artistiek-literaire teksten (romans, gedicht, toneel,…)
AUTHENTIEKE TEKSTEN + REALISTISCHE LUISTERTEKST: VOORDELEN?
Natuurlijke taal, tempo, intonatie, verschillende stemsoorten en accenten
Logische opbouw
‘Functioneel’
Vaak veel tekst, maar ook veel herhaling
ZONE VAN NAASTE ONTWIKKELING
= leerlingen hogere oefeningen aanbieden dan hun niveau van wat ze al
kennen en kunnen, maar met hulp van de lkr.
Receptieve vaardigheden Productieve vaardigheden
- herkennen + begrijpen
- herkennen + begrijpen +
- lezen en luisteren
zelf uit geheugen kunnen
ophalen
- spreken/mondelinge
SCAFFOLDING
interactie en schrijven
= manier van instructie / ondersteuning aanbieden
Wat als je merkt dat de tekst toch aan de moeilijke kant is?
o Niet zelf aanpassen WEL scaffolding: vragen aanpassen
Luistertekst: zelf voorlezen?
o Duidelijke uitspraak, intonatie, zinsmelodie, beklemtoning,
woordgroepen, matig tempo
o MAAR: minder realistisch
o Afwisselen!! Ook authentieke context aanbieden
Andere criteria
o Leerlingen moeten de nood aanvoelen om een taal te leren
Inhoud teksten: gericht op de interesses vd lln.
TIP: interdisciplinair werken (niet-talig vak in het Frans leren)
Prescriptieve teksten: acties laten uitvoeren, handleiding,
instructies
vb. websites: weerbericht van nu opzoeken, films
o Teksten die er zich goed toe lenen om strategieën te trainen (vb.
betekenis woorden achterhalen)
o Past binnen het thema
o Opmerking leesteksten: tekst (ook lay-out) niet aanpassen
DOELEN
, didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans
VERWERKINGSNIVEAUS VOOR LEZEN EN LUISTEREN
Basisonderwi Kopiërend letterlijk weergeven
js niveau (nazeggen, voorlezen, overschrijven) : spreken
en schrijven
Basisonderwi Beschrijven beperkte mate van persoonlijke inbreng
js d niveau (herschikken, met eigen woorden zeggen,
schrijven vanuit aangereikte bouwstenen, …) :
alle vaardigheden
Basisonderwi Structurere informatie selecteren en op persoonlijke en
js – nd niveau overzichtelijke wijze ordenen - eigen inbreng is
uitbreiding groter
dan hetgeen overgenomen wordt
Secundair Beoordelen informatie selecteren, op persoonlijke en
onderwijs d niveau overzichtelijke wijze ordenen en beoordelen
op basis van
informatie uit andere bronnen
EINDTERMEN
Het onderwerp in een tekst bepalen
Globaal
- luisteren: informatieve, narratieve, artistiek-literaire teksten
- lezen: alle tekstsoorten
De hoofdgedachte achterhalen
- luisteren: /
- lezen: alle tekstsoorten
De (elementaire) gedachtegang volgen
- luisteren en lezen: prescriptieve en narratieve teksten
Gevraagde informatie selecteren
- luisteren: informatieve en narratieve teksten
- lezen: informatieve, prescriptieve en narratieve tekstenSelectief / gericht
LEESWIJZEN
tekst diagonaal lezen = Skimmen Oriënterend lezen
kijken naar titels, tussentitels, lay-out, …
het onderwerp in een tekst bepalen Globaal lezen
de hoofdgedachte achterhalen – de Intensief lezen
gedachtegang volgen
- nauwkeurig lezen: de tekst zorgvuldig bestuderen
gevraagde informatie selecteren Gericht/selectief lezen
- tekst (vluchtig) bekijken op zoek naar bepaalde info
= Scannen
lezen als vrijetijdsbesteding Genietend/extensief
lezen
STRATEGIEËN
Doen leerlingen niet automatisch
LES 2: DIDACTIEK RECEPTIEVE
VAARDIGHEDEN : LEZEN EN
LUISTEREN
INLEIDING
WAT IS LEES-/LUISTERVAARDIGHEID
Leesvaardigheid = begrijpen van een geschreven tekst (≠ hardop lezen)
Voordelen Nadelen
- Teruglezen - Soms moeilijk om de woorden te
- Skimmen en dan gedetailleerd herkennen als men ze niet hoort
lezen
- In stukjes lezen
- Op eigen tempo lezen
Luistervaardigheid = begrijpen van een gesproken tekst (≠luisteren zonder
meer)
= Struikelblok: nieuwe Franse klanken en uitspraak, geen afgebakende
woordjes: 1 woordenstroom, pauzeren kan niet, tempo kiezen ook niet,
vergt grote concentratie
Vaak worden meerdere taalvaardigheden aangesproken: vb. om een tekst
samen te stellen op basis van gegeven zinnen
(=schrijfvaardigheid) moet je ook zinnen
begrijpen (= leesvaardigheid)
Kennisgerichte oefeningen = de leerlingen
moeten slechts losse woorden / structuren
begrijpen of overbrengen om de oefeningen te
kunnen maken Kennis staat centraal. We
kunnen nog niet spreken over het oefenen van vaardigheden
Communicatiegerichte oefeningen = de
leerlingen moeten minimaal losse zinnen
begrijpen of overbrengen om de oefening te
kunnen maken. Communicatie staat
centraal. Kennis moet worden toegepast in
vaardigheidsoefeningen. Hier worden de 5
taalvaardigheden getraind.
GELIJKENISSEN
- Beide zeer belangrijke vaardigheden:
,didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans
o luisteren: leerlingen horen de Franse taal meer dan dat ze Frans
moeten spreken (radio, nieuws, weerbericht, liedjes, …)
o lezen: veel schriftelijke communicatie in onze omgeving (affiches,
mails)
- Beide receptief belangrijke input
o kennis van woorden, structuren
o productieve vaardigheden
o cultuur
VERSCHILLEN
Luisteren vinden de leerlingen vaak veel moeilijker dan lezen. Hoe komt dit?
- Lezen kan je andere strategieën gebruiken (opnieuw, herlezen). Je kan traag
of snel lezen. Geschreven tekst zie je voor je en je kan de woorden
afzonderlijk zien van elkaar
- Luisteren is voor iedereen op hetzelfde moment gedaan. Franstaligen
spreken heel snel.. Als je luistert plakt het allemaal aan elkaar en is
concentratie enorm belangrijk.
- Schrijfwijze vs uitspraak = heel groot verschil. Kan in beide richtingen
negatief werken.
DOORDENKERTJES
AKKOORD OF NIET AKKOORD?
1. Luistervaardigheid komt elke les aan bod
Als leerkracht, doeltaal is voertaal. Dus de lln luisteren continu naar de lkr
die frans spreekt.
2. Om je leerlingen het niet te moeilijk te maken, kan je als leerkracht de
tekst van de luisteroefening mee aanbieden.
Beter niet, luisteren: gesproken tekst begrijpen. Vanmet je de tekst
aanbied focus je op leesvaardigheid, ze gaan meelezen en dan lezen ze
ipv luisteren. We moeten volgens de visie voorbereiden op de realiteit.
In het werkelijke leven krijg je niet de dingen die je moet horen
voorgeschoteld op papier.
VOORDELEN/NADELEN
Een hoofdstuk in een handboek start meestal met een leestekst rond een
bepaald thema. Meestal wordt deze tekst ook ingesproken zodat de leerlingen
tijdens het lezen ook kunnen luisteren.
+ Lln weten de uitspraak meteen en het verschil tussen schrijfwijze en
uitspraak wordt duidelijk
- Qua eigenheid van leesvaardigheid, je kan hernemen, herlezen. Als je
tegelijkertijd laat horen, neem je het eigen tempo van de lln weg.
HOE GOEDE TEKSTEN KIEZEN?
TEKSTSOORT
,didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans
Informatieve teksten (nieuwsbericht, grafiek)
Prescriptieve teksten (handleiding, stappenplan)
Narratieve teksten (verhaal, …)
Artistiek-literaire teksten (romans, gedicht, toneel,…)
AUTHENTIEKE TEKSTEN + REALISTISCHE LUISTERTEKST: VOORDELEN?
Natuurlijke taal, tempo, intonatie, verschillende stemsoorten en accenten
Logische opbouw
‘Functioneel’
Vaak veel tekst, maar ook veel herhaling
ZONE VAN NAASTE ONTWIKKELING
= leerlingen hogere oefeningen aanbieden dan hun niveau van wat ze al
kennen en kunnen, maar met hulp van de lkr.
Receptieve vaardigheden Productieve vaardigheden
- herkennen + begrijpen
- herkennen + begrijpen +
- lezen en luisteren
zelf uit geheugen kunnen
ophalen
- spreken/mondelinge
SCAFFOLDING
interactie en schrijven
= manier van instructie / ondersteuning aanbieden
Wat als je merkt dat de tekst toch aan de moeilijke kant is?
o Niet zelf aanpassen WEL scaffolding: vragen aanpassen
Luistertekst: zelf voorlezen?
o Duidelijke uitspraak, intonatie, zinsmelodie, beklemtoning,
woordgroepen, matig tempo
o MAAR: minder realistisch
o Afwisselen!! Ook authentieke context aanbieden
Andere criteria
o Leerlingen moeten de nood aanvoelen om een taal te leren
Inhoud teksten: gericht op de interesses vd lln.
TIP: interdisciplinair werken (niet-talig vak in het Frans leren)
Prescriptieve teksten: acties laten uitvoeren, handleiding,
instructies
vb. websites: weerbericht van nu opzoeken, films
o Teksten die er zich goed toe lenen om strategieën te trainen (vb.
betekenis woorden achterhalen)
o Past binnen het thema
o Opmerking leesteksten: tekst (ook lay-out) niet aanpassen
DOELEN
, didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans
VERWERKINGSNIVEAUS VOOR LEZEN EN LUISTEREN
Basisonderwi Kopiërend letterlijk weergeven
js niveau (nazeggen, voorlezen, overschrijven) : spreken
en schrijven
Basisonderwi Beschrijven beperkte mate van persoonlijke inbreng
js d niveau (herschikken, met eigen woorden zeggen,
schrijven vanuit aangereikte bouwstenen, …) :
alle vaardigheden
Basisonderwi Structurere informatie selecteren en op persoonlijke en
js – nd niveau overzichtelijke wijze ordenen - eigen inbreng is
uitbreiding groter
dan hetgeen overgenomen wordt
Secundair Beoordelen informatie selecteren, op persoonlijke en
onderwijs d niveau overzichtelijke wijze ordenen en beoordelen
op basis van
informatie uit andere bronnen
EINDTERMEN
Het onderwerp in een tekst bepalen
Globaal
- luisteren: informatieve, narratieve, artistiek-literaire teksten
- lezen: alle tekstsoorten
De hoofdgedachte achterhalen
- luisteren: /
- lezen: alle tekstsoorten
De (elementaire) gedachtegang volgen
- luisteren en lezen: prescriptieve en narratieve teksten
Gevraagde informatie selecteren
- luisteren: informatieve en narratieve teksten
- lezen: informatieve, prescriptieve en narratieve tekstenSelectief / gericht
LEESWIJZEN
tekst diagonaal lezen = Skimmen Oriënterend lezen
kijken naar titels, tussentitels, lay-out, …
het onderwerp in een tekst bepalen Globaal lezen
de hoofdgedachte achterhalen – de Intensief lezen
gedachtegang volgen
- nauwkeurig lezen: de tekst zorgvuldig bestuderen
gevraagde informatie selecteren Gericht/selectief lezen
- tekst (vluchtig) bekijken op zoek naar bepaalde info
= Scannen
lezen als vrijetijdsbesteding Genietend/extensief
lezen
STRATEGIEËN
Doen leerlingen niet automatisch