Algemene psychologie
1. WAT IS PSYCHOLOGIE? ......................................................................................................... 3
2. CONDITIONERING EN LEREN............................................................................................... 12
3. EMOTIE EN MOTIVATIE ....................................................................................................... 23
3.1 Emotie ............................................................................................................................................ 23
3.2 Motivatie ........................................................................................................................................ 32
4. DE PERSOONLIJKHEID ......................................................................................................... 39
4.1 Klassieke visies ................................................................................................................................ 39
4.2 Persoonlijkheidsverschillen ............................................................................................................. 49
4.3 Erfelijkheid en stabiliteit ................................................................................................................. 54
4.4 Persoonlijkheidsstoornissen ............................................................................................................ 54
5. DE WAARNEMING ............................................................................................................... 56
5.1 Gewaarwording vs waarneming ...................................................................................................... 56
5.2 Bottom-up processen ...................................................................................................................... 60
5.3 Top-down processen ....................................................................................................................... 62
5.4 Waarneming beweging.................................................................................................................... 63
6. AANDACHT, COGNITIEVE CONTROLE, BEWUSTZIJN .......................................................... 63
6.1 Selectieve aandacht ........................................................................................................................ 64
6.2 Cognitieve controle ......................................................................................................................... 67
6.3 Bewustzijn....................................................................................................................................... 69
6.4 Slapen en dromen ........................................................................................................................... 71
6.5 Hypnose .......................................................................................................................................... 73
7. ONTHOUDEN EN VERGETEN ............................................................................................... 74
7.1 Achtergrond .................................................................................................................................... 74
7.2 Geheugenmodel Atkinson & Shiffrin ............................................................................................... 75
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Natacha Deroost 1
,7.3 Informatie verwerven ..................................................................................................................... 77
7.4 Informatie oproepen en bewaren.................................................................................................... 78
8. INTELLIGENTIE ..................................................................................................................... 79
8.1 Analytische intelligentie .................................................................................................................. 79
8.2 Praktische intelligentie .................................................................................................................... 86
8.3 Sociale en emotionele intelligentie.................................................................................................. 87
9. PSYCHOPATHOLOGIE .......................................................................................................... 88
9.1 Wat zijn mentale stoornissen? ........................................................................................................ 88
9.2 Perspectieven van mentale stoornissen........................................................................................... 89
9.3 Mentale stoornissen classificeren .................................................................................................... 90
9.4 Autismespectrumstoornis ............................................................................................................... 90
9.5 Psychotische stoornissen ................................................................................................................. 92
9.6 Stemmingsstoornissen .................................................................................................................... 94
9.7 Angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornissen ............................................................... 95
9.8 Dissociatieve stoornissen ................................................................................................................ 97
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Natacha Deroost 2
, 1. Wat is psychologie?
Term psychologie:
- Psyche = geest
- Logos = gebied van de studie (alle studies eindigen op -logie)
- Gebruik van Griekse letter: Ψ
Waarom hebben we de psychologie nodig want iedereen heeft toch gemeenschappelijke
opvattingen en ervaringen?
Deze algemene opvattingen kunnen soms verkeerd zijn. Onze eigen ervaringen en
levenswijsheden zijn dus niet voldoende om de mens in te schatten.
- Psychologie is dus geen gezond verstand, intuïtie,… = lekenpsychologie
o Bv.: vriendinnen die elkaar goede raad geven (geen psychologen)
- Ook geen pseudopsychologie = niet-onderbouwde psychologische aannamen die
zich als een wetenschappelijke waarheid voordoen
o Bv.: grafologie = obv jouw handschrift achterhalen wat jouw
persoonlijkheid is
o Zij doen zich voor als psychologen en doen alsof het een wetenschap is
maar is het niet
Psychologie is een wetenschap. Het is een benadering. We gaan de wereld rondom ons
proberen te begrijpen en verklaringen zoeken voor verschijnselen die we waarnemen.
Psychologie = wetenschap waarbij het externe gedrag bestudeerd wordt en waarbij die
gedragsevidentie gebruikt wordt om de mentale of interne processen te begrijpen die aan
dat gedrag ten grondslag liggen
- Externe gedrag: iets stelt zich in de buitenwereld. Het gedrag is waarneembaar en
kan gebruikt worden door de wetenschap. Psychologen gaan het observeren en
zo begrijpen hoe de mens inwendig in elkaar zit.
Psychologie heeft een lang verleden maar een korte geschiedenis.
Lang verleden:
- Wortels in de filosofie
- Nadenken over menselijk geest
Korte geschiedenis:
- Officiële start 1879: psychologie is als wetenschap gesticht
o Oprichting 1e psychologisch labo door Wundt
ð We denken al lang na over de mens en zijn geest maar werd veel later pas als echte
discipline beschouwd
Waarom zo jonge wetenschap?
Er was een sprong van nadenken hoe de menselijke geest in elkaar zit naar de menselijke
geest onderzoeken als studieobject. Het vergde dus verandering in mensbeeld en dat heeft
een hele tijd geduurd.
Ontwikkelingen in de filosofie:
- Moeder van de psychologie
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Natacha Deroost 3
, -Universum was speciaal geschapen voor de mens
o Mens neemt een unieke plaats in
o Aarde was het middelpunt van het universum = geocentrisme
- Geest en lichaam stond los van elkaar = dualisme
o 2 aparte entiteiten
- Mens = enig wezen dat (rol van de mens in) het universum kan begrijpen via rede
o Nadenken leidt tot inzicht hoe de mens in elkaar zit
- Verbonden aan de kerk
o Daar werd het intellectueel denkwerk gedaan
- Vertaling van Griekse geschriften: hergebruik van de kennis die er al is
o Er was weinig nieuwe kennis
ð God staat garant voor de waarheid: geschriften van de kerk zijn meest betrouwbare
bron van kennis
Wetenschappelijke Revolutie (1e barsten in het idee van de kerk):
- Onderzoek naar hoe het universum nu echt werkelijk in elkaar zit
- Copernicus kwam erachter dat het geocentrisme niet klopte
o Hij kwam met het heliocentrisme = zon staat centraal
- Dit kwam als schok, zeker omdat het taboe was om hier tegenin tegenaan
- Tijdens de reformatie, ontdekkingsreizen, contact met andere (niet-westerse)
geleerden,…
- Wetenschappelijke studie als nieuwe bron van kennis: observatie en
experimenten
17e eeuw: Descartes – rationalisme
- Dualisme nog altijd
- Wetenschappelijke methode kunnen we toepassen op een deel van de mens: het
lichaam (soort machine)
- Kennis tot menselijke geest blijft beperkt tot de rede
- Nativisme = aangeboren intuïtie en kennis is aanwezig vanaf de geboorte
o We kunnen dus nadenken over de menselijke geest omdat we door
aangeboren mechanismen al beschikken over de juiste inzichten en
manier van denken
17e-18e eeuw: Hobbes, Locke & Hume – empirisme
- Kennis komt tot stand via zintuigelijke ervaringen (obv obeservaties en ervaringen
met de buitenwereld)
o Geest = tabula rasa: bij geboorte beschikken we over geen kennis
§ Onbeschreven blad
o Inhoud van de geest opbouwen via zintuigelijke ervaringen
§ Door associaties
§ Ervaringen aan elkaar koppelen
§ Bv.: bliksem en donder hebben iets gemeen
- Lijnrecht tegenover nativisme
- Er is gewoon geen kennis zonder ervaring
- Geest kan ook wetenschappelijk onderzocht worden
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Natacha Deroost 4
1. WAT IS PSYCHOLOGIE? ......................................................................................................... 3
2. CONDITIONERING EN LEREN............................................................................................... 12
3. EMOTIE EN MOTIVATIE ....................................................................................................... 23
3.1 Emotie ............................................................................................................................................ 23
3.2 Motivatie ........................................................................................................................................ 32
4. DE PERSOONLIJKHEID ......................................................................................................... 39
4.1 Klassieke visies ................................................................................................................................ 39
4.2 Persoonlijkheidsverschillen ............................................................................................................. 49
4.3 Erfelijkheid en stabiliteit ................................................................................................................. 54
4.4 Persoonlijkheidsstoornissen ............................................................................................................ 54
5. DE WAARNEMING ............................................................................................................... 56
5.1 Gewaarwording vs waarneming ...................................................................................................... 56
5.2 Bottom-up processen ...................................................................................................................... 60
5.3 Top-down processen ....................................................................................................................... 62
5.4 Waarneming beweging.................................................................................................................... 63
6. AANDACHT, COGNITIEVE CONTROLE, BEWUSTZIJN .......................................................... 63
6.1 Selectieve aandacht ........................................................................................................................ 64
6.2 Cognitieve controle ......................................................................................................................... 67
6.3 Bewustzijn....................................................................................................................................... 69
6.4 Slapen en dromen ........................................................................................................................... 71
6.5 Hypnose .......................................................................................................................................... 73
7. ONTHOUDEN EN VERGETEN ............................................................................................... 74
7.1 Achtergrond .................................................................................................................................... 74
7.2 Geheugenmodel Atkinson & Shiffrin ............................................................................................... 75
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Natacha Deroost 1
,7.3 Informatie verwerven ..................................................................................................................... 77
7.4 Informatie oproepen en bewaren.................................................................................................... 78
8. INTELLIGENTIE ..................................................................................................................... 79
8.1 Analytische intelligentie .................................................................................................................. 79
8.2 Praktische intelligentie .................................................................................................................... 86
8.3 Sociale en emotionele intelligentie.................................................................................................. 87
9. PSYCHOPATHOLOGIE .......................................................................................................... 88
9.1 Wat zijn mentale stoornissen? ........................................................................................................ 88
9.2 Perspectieven van mentale stoornissen........................................................................................... 89
9.3 Mentale stoornissen classificeren .................................................................................................... 90
9.4 Autismespectrumstoornis ............................................................................................................... 90
9.5 Psychotische stoornissen ................................................................................................................. 92
9.6 Stemmingsstoornissen .................................................................................................................... 94
9.7 Angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornissen ............................................................... 95
9.8 Dissociatieve stoornissen ................................................................................................................ 97
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Natacha Deroost 2
, 1. Wat is psychologie?
Term psychologie:
- Psyche = geest
- Logos = gebied van de studie (alle studies eindigen op -logie)
- Gebruik van Griekse letter: Ψ
Waarom hebben we de psychologie nodig want iedereen heeft toch gemeenschappelijke
opvattingen en ervaringen?
Deze algemene opvattingen kunnen soms verkeerd zijn. Onze eigen ervaringen en
levenswijsheden zijn dus niet voldoende om de mens in te schatten.
- Psychologie is dus geen gezond verstand, intuïtie,… = lekenpsychologie
o Bv.: vriendinnen die elkaar goede raad geven (geen psychologen)
- Ook geen pseudopsychologie = niet-onderbouwde psychologische aannamen die
zich als een wetenschappelijke waarheid voordoen
o Bv.: grafologie = obv jouw handschrift achterhalen wat jouw
persoonlijkheid is
o Zij doen zich voor als psychologen en doen alsof het een wetenschap is
maar is het niet
Psychologie is een wetenschap. Het is een benadering. We gaan de wereld rondom ons
proberen te begrijpen en verklaringen zoeken voor verschijnselen die we waarnemen.
Psychologie = wetenschap waarbij het externe gedrag bestudeerd wordt en waarbij die
gedragsevidentie gebruikt wordt om de mentale of interne processen te begrijpen die aan
dat gedrag ten grondslag liggen
- Externe gedrag: iets stelt zich in de buitenwereld. Het gedrag is waarneembaar en
kan gebruikt worden door de wetenschap. Psychologen gaan het observeren en
zo begrijpen hoe de mens inwendig in elkaar zit.
Psychologie heeft een lang verleden maar een korte geschiedenis.
Lang verleden:
- Wortels in de filosofie
- Nadenken over menselijk geest
Korte geschiedenis:
- Officiële start 1879: psychologie is als wetenschap gesticht
o Oprichting 1e psychologisch labo door Wundt
ð We denken al lang na over de mens en zijn geest maar werd veel later pas als echte
discipline beschouwd
Waarom zo jonge wetenschap?
Er was een sprong van nadenken hoe de menselijke geest in elkaar zit naar de menselijke
geest onderzoeken als studieobject. Het vergde dus verandering in mensbeeld en dat heeft
een hele tijd geduurd.
Ontwikkelingen in de filosofie:
- Moeder van de psychologie
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Natacha Deroost 3
, -Universum was speciaal geschapen voor de mens
o Mens neemt een unieke plaats in
o Aarde was het middelpunt van het universum = geocentrisme
- Geest en lichaam stond los van elkaar = dualisme
o 2 aparte entiteiten
- Mens = enig wezen dat (rol van de mens in) het universum kan begrijpen via rede
o Nadenken leidt tot inzicht hoe de mens in elkaar zit
- Verbonden aan de kerk
o Daar werd het intellectueel denkwerk gedaan
- Vertaling van Griekse geschriften: hergebruik van de kennis die er al is
o Er was weinig nieuwe kennis
ð God staat garant voor de waarheid: geschriften van de kerk zijn meest betrouwbare
bron van kennis
Wetenschappelijke Revolutie (1e barsten in het idee van de kerk):
- Onderzoek naar hoe het universum nu echt werkelijk in elkaar zit
- Copernicus kwam erachter dat het geocentrisme niet klopte
o Hij kwam met het heliocentrisme = zon staat centraal
- Dit kwam als schok, zeker omdat het taboe was om hier tegenin tegenaan
- Tijdens de reformatie, ontdekkingsreizen, contact met andere (niet-westerse)
geleerden,…
- Wetenschappelijke studie als nieuwe bron van kennis: observatie en
experimenten
17e eeuw: Descartes – rationalisme
- Dualisme nog altijd
- Wetenschappelijke methode kunnen we toepassen op een deel van de mens: het
lichaam (soort machine)
- Kennis tot menselijke geest blijft beperkt tot de rede
- Nativisme = aangeboren intuïtie en kennis is aanwezig vanaf de geboorte
o We kunnen dus nadenken over de menselijke geest omdat we door
aangeboren mechanismen al beschikken over de juiste inzichten en
manier van denken
17e-18e eeuw: Hobbes, Locke & Hume – empirisme
- Kennis komt tot stand via zintuigelijke ervaringen (obv obeservaties en ervaringen
met de buitenwereld)
o Geest = tabula rasa: bij geboorte beschikken we over geen kennis
§ Onbeschreven blad
o Inhoud van de geest opbouwen via zintuigelijke ervaringen
§ Door associaties
§ Ervaringen aan elkaar koppelen
§ Bv.: bliksem en donder hebben iets gemeen
- Lijnrecht tegenover nativisme
- Er is gewoon geen kennis zonder ervaring
- Geest kan ook wetenschappelijk onderzocht worden
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Natacha Deroost 4