Educatie 1: De wereld in je klas
Spiegels en ramen
Het principe van spiegels en ramen betekent dat kinderen in de klas zowel
iets van zichzelf (spiegels) herkennen als leren over anderen (ramen).
Spiegels bieden herkenning en bevestiging van de eigen
leefwereld.
Ramen openen naar nieuwe perspectieven en vergroten de
verbondenheid met anderen.
Leerkrachten kunnen dit spontaan doen (via actualiteit) of bewust
integreren in thema’s en lessen. Zo leren kinderen respectvol omgaan met
verschillen.
Stap 1: Eigen ervaringen binnen een thema uitwisselen
De eerste stap is dat kinderen hun eigen ervaringen delen rond een
thema (zoals naar school gaan of zich wassen).
→ Ze ontdekken gelijkenissen en verschillen in betekenissen en gevoelens.
→ Ze leren vanuit meerdere perspectieven kijken en ontwikkelen
respect, solidariteit en inlevingsvermogen.
Stap 2: Eigen ervaringen uitbreiden
In deze stap worden eigen ervaringen verrijkt door herkenning in situaties
van anderen.
Didactisch materiaal:
Beeldmateriaal van kinderen wereldwijd.
Open vragen om gevoelens te verkennen.
Tastbare materialen (zoals de landen- en themakoffers van Studio
Globo).
1
,Vanaf 5 jaar kunnen kinderen zich inleven in onbekende leeftijdsgenoten.
Daarbij gelden enkele richtlijnen:
1. Benadruk overeenkomsten.
o Focus op alledaagse dingen (eten, spelen, naar school gaan).
o Overeenkomsten creëren verbondenheid en respect.
2. Toon positief én negatief.
o Bespreek leuke en minder leuke aspecten.
o Kinderen leren dat smaken en meningen verschillen.
3. Doorbreek clichés.
o Vermijd stereotypes en exotische beelden.
o Gebruik actuele, realistische foto’s van het dagelijkse leven.
4. Zorg voor inleving.
o Laat kinderen luisteren naar verhalen van anderen.
o Gebruik juiste informatie (leeftijd, woonplaats...) om begrip te
stimuleren.
5. Breng een concreet kind in beeld.
o Een echt verhaal over één kind helpt om empathie te
ontwikkelen.
6. Gebruik neutrale taal.
o Vermijd koloniale termen en verkleinwoorden.
o Let op intonatie en waardebeladen taal.
7. Noem continenten correct.
o Afrika of Amerika zijn geen landen maar continenten met veel
culturen.
8. Fantaseer niet verder op echte verhalen.
o Maak duidelijk waar feiten stoppen en fantasie begint.
2
, Stap 3: Verbondenheid met kinderen wereldwijd opbouwen
Echte verbondenheid ontstaat pas door permanente aandacht voor
mondiale vorming.
Hetzelfde kind of personage keert regelmatig terug in verschillende
thema’s.
Zo ontdekken leerlingen dat gevoelens en behoeften wereldwijd
gelijkaardig zijn.
Hun nieuwsgierigheid groeit en ze willen meer weten over het leven
van andere kinderen.
Voorbeelden:
NGO’s zoals Plan International of Damiaanactie werken met echte
kinderen uit het Zuiden.
De Wereldkalender van 11.11.11 gebruikt terugkerende personages
om verbondenheid te versterken.
Stap 4: Engagement en waarde-opvoeding
In de laatste stap reflecteert de leerkracht met de kinderen:
Wat vonden ze waardevol?
Welke kennis of waarden nemen ze mee?
Mogelijke resultaten:
Concrete afspraken (bijv. zuinig omgaan met water).
Visuele herinneringen, zoals pictogrammen in de klas.
Zo groeit mondiaal bewustzijn uit tot concreet engagement.
3
Spiegels en ramen
Het principe van spiegels en ramen betekent dat kinderen in de klas zowel
iets van zichzelf (spiegels) herkennen als leren over anderen (ramen).
Spiegels bieden herkenning en bevestiging van de eigen
leefwereld.
Ramen openen naar nieuwe perspectieven en vergroten de
verbondenheid met anderen.
Leerkrachten kunnen dit spontaan doen (via actualiteit) of bewust
integreren in thema’s en lessen. Zo leren kinderen respectvol omgaan met
verschillen.
Stap 1: Eigen ervaringen binnen een thema uitwisselen
De eerste stap is dat kinderen hun eigen ervaringen delen rond een
thema (zoals naar school gaan of zich wassen).
→ Ze ontdekken gelijkenissen en verschillen in betekenissen en gevoelens.
→ Ze leren vanuit meerdere perspectieven kijken en ontwikkelen
respect, solidariteit en inlevingsvermogen.
Stap 2: Eigen ervaringen uitbreiden
In deze stap worden eigen ervaringen verrijkt door herkenning in situaties
van anderen.
Didactisch materiaal:
Beeldmateriaal van kinderen wereldwijd.
Open vragen om gevoelens te verkennen.
Tastbare materialen (zoals de landen- en themakoffers van Studio
Globo).
1
,Vanaf 5 jaar kunnen kinderen zich inleven in onbekende leeftijdsgenoten.
Daarbij gelden enkele richtlijnen:
1. Benadruk overeenkomsten.
o Focus op alledaagse dingen (eten, spelen, naar school gaan).
o Overeenkomsten creëren verbondenheid en respect.
2. Toon positief én negatief.
o Bespreek leuke en minder leuke aspecten.
o Kinderen leren dat smaken en meningen verschillen.
3. Doorbreek clichés.
o Vermijd stereotypes en exotische beelden.
o Gebruik actuele, realistische foto’s van het dagelijkse leven.
4. Zorg voor inleving.
o Laat kinderen luisteren naar verhalen van anderen.
o Gebruik juiste informatie (leeftijd, woonplaats...) om begrip te
stimuleren.
5. Breng een concreet kind in beeld.
o Een echt verhaal over één kind helpt om empathie te
ontwikkelen.
6. Gebruik neutrale taal.
o Vermijd koloniale termen en verkleinwoorden.
o Let op intonatie en waardebeladen taal.
7. Noem continenten correct.
o Afrika of Amerika zijn geen landen maar continenten met veel
culturen.
8. Fantaseer niet verder op echte verhalen.
o Maak duidelijk waar feiten stoppen en fantasie begint.
2
, Stap 3: Verbondenheid met kinderen wereldwijd opbouwen
Echte verbondenheid ontstaat pas door permanente aandacht voor
mondiale vorming.
Hetzelfde kind of personage keert regelmatig terug in verschillende
thema’s.
Zo ontdekken leerlingen dat gevoelens en behoeften wereldwijd
gelijkaardig zijn.
Hun nieuwsgierigheid groeit en ze willen meer weten over het leven
van andere kinderen.
Voorbeelden:
NGO’s zoals Plan International of Damiaanactie werken met echte
kinderen uit het Zuiden.
De Wereldkalender van 11.11.11 gebruikt terugkerende personages
om verbondenheid te versterken.
Stap 4: Engagement en waarde-opvoeding
In de laatste stap reflecteert de leerkracht met de kinderen:
Wat vonden ze waardevol?
Welke kennis of waarden nemen ze mee?
Mogelijke resultaten:
Concrete afspraken (bijv. zuinig omgaan met water).
Visuele herinneringen, zoals pictogrammen in de klas.
Zo groeit mondiaal bewustzijn uit tot concreet engagement.
3