I. IDEOLOGIEËN
- Ideologieën vormen op breuklijnen
- Opvattingen over de inrichting van de samenleving met een onderliggend mensbeeld
- Gebruikt als legitimatie van acties-> machtsinstrument
- Realisatie van ideologie doel van politiek handelen
A. EEN OUD FELBEDISCUSSIEERD CONCEPT
- Ontstaan tijdens verlichting
- Ideologie volgens
o de Tracy: wetenschap die valse van ware ideeën onderscheidt
o Napoleon: ideoloog is blind volgens de werkelijkheid
o Marx & Engels:
Verdraaiing van de werkelijkheid en machtsstructuren
Onderdeel superstructuur (alles wat uitbuiting legitimeert)
In klasseloze samenleving geen ideologie meer
o Lenin: neutraal begrip, proletariaat moet een ideologie hebben
- Culturele hegemonie- Gramsci
o Wereldbeeld van elite dominant omdat anderen niet tegenspreken “common sense”
o Uitleg waarom socialistische revolutie niet gebeurt
B. WAT IS IDEOLOGIE?
- Set van ideeën i.v.m. politieke systemen
- Blauwdruk voor de politiek/samenleving
- Geen wetenschap ze beschrijven wat zou moeten zijn, niet wat is en geen bewijs
o Ideologie is geen waarheid maar een middel om te zeggen wat de “waarheid” is
C. DE MORFOLOGIE VAN IDEOLOGIEËN
- Descriptief element: hoe ziet de samenleving er nu uit, wat zijn de problemen,…
- Prescriptieve element: wat is de ideale samenleving, de normen en waarden, het doel
- Operationeel element: strategie om die samenleving te bereiken (partijprogramma,
regeringsvoorstellen,…)
D. LINKS EN RECHTS: EEN GPS IN DE POLITIEK?
1. OORSPRONG VAN LINKS EN RECHTS
- Betekenis van links en rechts verschuift
- Franse staten generaal, 7 mei 1789
o 3de stand moest kiezen tussen motie over macht van koning
o Tussen conservatieve vertegenwoordiger of hervormingsgezinde vertegenwoordiger
o Eens met conservatief rechts, eens met hervormingsgezind links in de zaal staan
o Staten generaal werd Assemblée Nationale
- Ruimtelijke indeling van zaal werd begrip opzicht en werd steeds breder ingevuld
2. RELEVANTIE VAN LINKS EN RECHTS
- Een algemene aanduiding van positie en inhoud
- Andere indeling conservatief-progressief (niet altijd hetzelfde)
- Complexer door nieuwe breuklijnen
o Materialisten (mooie auto) vs. post-materialisten (is dat wel een elektrische?)
o Sociaal-culturele breuklijn
,- Een nieuwe breuklijn ontstaat door een conflict
3. ONTDUBBELING VAN LINKS RECHTS
- Oude breuklijn: sociaal-economische
o Links= gelijkheid (gelijkheidsinkomen) & rechts= vrijheid (iedereen voor zichzelf)
- Nieuwe breuklijn: sociaal-culturele
o Links= vrijheid (homohuwelijk) & rechts= gelijkheid (geen hoofddoeken op school)
E. EEN BEKNOPT OVERZICHT OP ENKELE IDEOLOGIEËN
1. LIBERALISME
- Dominante & oudste ideologie van westerse samenleving
- Meta-ideologie: algemeen kader voor politieke en ideologische debatten
- Hobbes, Locke & Smith
- Afwezigheid van dwang en mogelijkheid tot zelfontplooiing
o Individuele vrijheid
o Contracttheorie- Hobbes: overheid krijgt enkel de macht die het individu wilt geven
o Grondwet voor vrijheden, rechten en plichten (van burger en overheid)
o Kleine staat die zo weinig mogelijk ingrijpt en de markt zo veel mogelijk ruimte geeft
- Kern ideeën
o Positief mensbeeld
Elke individu is rationeel
Samenleving is maakbaar
o Rechtvaardigheid
Alle mensen zijn gelijk geboren en moeten daarom allemaal dezelfde rechten
hebben
Politieke gelijkheid en voor de wet
Meritocratische samenleving: zij die hard werken verdienen meer
o Tolerantie en diversiteit
Individu is alleenstaand en uniek
Vrije markt van ideeën beste blijven over
- Stromingen
o Klassiek liberalisme (19de eeuw)
Egoïstisch, rationeel
individu o Neoliberalisme (1970-1980)
Negatieve invulling van Zelfde als klassiek
vrijheid liberalisme gewoon andere
Staat is noodzakelijk tijdsperiode
kwaad Conservatief
Positieve effecten van vrije o Modern (sociaal/links) liberalisme
markt Ongelijkheid door
o Sociaal darwinisme- Charles kapitalisme en
Darwin economische depressie
Survival of the fittest in de Sociale
samenleving onrechtvaardigheid
Ongelijkheid goede zaak, John Rawls
samenleving wordt er Progressieve stroming
beter van Noodzaak van
herverdelingsmechanisme
2. CONSERVATISME
, - Respect voor de (religieuze) traditie
- Menselijke imperfectie
o Afhankelijk en zoeken herkenbaarheid
o Intellectueel beperkt
o Moreel imperfect en egoïstisch
- Organische samenleving
o Mensen hebben behoefte tot een groep te horen
o Samenleving is niet maakbaar
o Samenleving doorheen geschiedenis gegroeid
o Organen van de samenleving: familie, waarden en normen, natie als identiteit
o Afkeer van revolutie, behoudt van traditie
- Sociale hiërarchie
o Sociale gelijkheid onmogelijk en niet goed
o Statusconflicten bestaan niet want iedereen organisch verbonden
- Leiderschap van nature aanwezig, mens heeft dat nodig
- Bezit
o Psychologische en sociale zekerheid
o Moet je respecteren omdat het van de vorige generatie komt en naar de nieuwe gaa
- Autoritair conservatisme: na Franse Revolutie terug naar erfelijke monarchie
A) CHRISTENDEMOCRATIE: HET PERSONALISME
- Christelijke waarden & normen - Staatsmacht zo dicht mogelijk bij de
- Personalisme: mens als hoogste goed, persoon uitgeoefend
alleen de mens heeft vrije wil en waarde - Subsidiariteit: staat mag alleen optreden
- Economie ten dienste van de wanneer beslissingen natuurlijke
gemeenschap gemeenschappen (kerk, familie, buurt)
- Anti-etatisme: staat ten dienste van de overstijgen
mens - Klassensamenwerking en
- Mensen moeten zich inzetten voor de neocorporatisme
anderen
3. SOCIALISME
- Socialisme aanvaardt kapitalisme, communisme niet
- Kapitalistische systemen kun langzaam verbeterd wordt
- Kern Ideeën
o Ontstaan
Europa: na Industriële revolutie door sociale gevolgen
Afrika, Azië & Latijns-Amerika: antikolonialisme
o Gemeenschap en samenwerking
Mensen zijn sociale wezens
Maakbaarheid van de mens (kapitalisme socialiseert mensen tot egoïsten)
Samenwerking omdat die moreel en economisch superieur is
o Gelijkheid
Rechtvaardigheid
Ongelijkheid resultaat van structuur van economie en samenlevving
Nodig voor vrijheid
Behoeften van de mensen bevredigen
Herverdeling van rijkdom voor welvaart
o Klasse
Belang van arbeiders
Klasse werd bepaalt door rol in arbeidsproces
Niet individuen maar klassen zijn actoren
Klassen zijn niet noodzakelijk en niet-wenselijk
o Gemeenschappelijk bezit