- Cloward: leerling van Merton, deze theorie baseert zich dus deels op die
van Merton
- Ohlin: leerling van Sutherland, voegt dat stuk dus hier aan toe
- Bouwt verder op Cohen, maar engere definiëring van delinquente
subcultuur
Delinquente activiteiten staan centraal
Activiteiten dwingend voorgeschreven aan leden subcultuur
o Kijken naar groepscriminaliteit, in nog sterkere vorm dan bij Cohen
o Kijken ook naar georganiseerde, gestructureerde misdaad
- 2 elementen/theorieën samen = differentiële gelegenheidstheorie
Die 2 modellen samengebracht tot de differentiële
gelegenheidstheorie
A) Anomietheorie van Merton
PROCES VAN VERVREEMDING
- Jongeren delinquente subcultuur hebben succesdoelen aanvaard, doch
hebben niet de mogelijkheid deze op een legitieme manier te
verwezenlijken
- Ontwikkelen eigen regels die haaks staan op de bestaande regels
Willen succesvol zijn, lukt niet op de legale manieren = spanning,
frustratie, …
De vraag is dan, bij wie ze de verantwoordelijkheid leggen voor dat
falen?
CRUCIAAL: Bij wie ligt de verantwoordelijkheid van het falen?
① Bij zichzelf
- Conform gedragen = extra hun best gaan doen (conformisme van
Merton)
- Individuele criminaliteit = (innovatie van Merton)
② Bij samenleving
- Ontstaan subcultuur: teleurstelling brengt hen samen eigen
gedragsregels
- Groepsproces versterkt door optreden autoriteiten versterkt
groepsgevoel en groter wordende vervreemding
, Proces van vervreemding is relatief analoog aan subcultuurverklaring van
Cohen…
B) Differentiële associatietheorie Sutherland
- Frustraties omwille van tekort aan status
- Cloward & Ohlin stellen dat:
Niet enkel de verdeling (toegang) tot LEGITIEME middelen ongelijk
verdeeld is ...
Ook de toegang tot illegitieme (illegale) middelen is ongelijk verdeeld!
Beginnen met dealen, criminaliteit, … alsof het zo simpel en beschikbaar is.
Volgens Cloward & Ohlin, klopt dat niet. Afhankelijk van de buurt/interacties en
de mate waarin middelen beschikbaar zijn
- Differentiële associatie theorie (Sutherland)
Crimineel gedrag wordt geleerd door interactie met anderen
Als iemand illegitieme middelen wil gebruiken om een doel te
bereiken, dan moet hij toegang hebben tot een omgeving die hem dat
wil leren en daarbij kan helpen
Crimineel gedrag, wordt eigenlijk aangeleerd. Hoe? Afhankelijk van de buurt
waarin je verblijft, mensen waarmee je omgaat/interacties, … + wat is
beschikbaar?
De toegankelijkheid tot illegitieme middelen wordt bepaald door de buurt
2 kenmerken bepalen een buurt, dus welke soort criminaliteit +
stabiel?
1 Mate waarin criminelen van verschillende leeftijden contact hebben met
elkaar
In hoeverre is er contact tussen verschillende leeftijdsgroepen
In hoeverre is er daar een verwevenheid