1. Noem enkele voorbeelden van een correcte houding in het labo
- Bewust zijn van de gevaren
- Taak en risicoanalyses uitvoeren
2. Noem enkele voorbeelden van maatregelen voor p eroonlijke bescherming
in het labo
- Niet eten/drinken
- Altijd labojas, veiligheidsbril en handschoenen dragen
3. Wat zijn algemene richtlijnen bij incidenten?
- Toezichthoudende verantwoordelijke waarschuwen
- Locatie van veiligheidsuitrusting kennen
4. Hoe reageer je op spattende chemicaliën of brandwonden?
Spoelen met water gedurende minimaal 15min
5. Hoe reageer je op snijwonden?
Wonde uitspoelen, afkennel en afdekken
6. Hoe reageer je op het morsen van producten?
Spilkit inschakelen voor het opruimen van grote hoeveelheden product.
7. Wat omvat een taak en risicoanalyse?
Schrijf systematisch de gebruikte producten op.
Analyseer de mogelijkse gevaren verbonden aan die producten/materiaal
Minimaliseer de risico’s door richtlijnen stipt te volgen.
8. Wat is het telefoonnummer van het antigifcentrum?
070 245 245
9. Hoe reageer je op een petrischaaltje met ethanol dat brandt?
Gewoon laten uitbranden en afdekken.
10.Wat zijn de eerste stappen bij brand?
- Waarschuwend roepen
- doe 1 poging tot blussen van de beginnende brand
- bij uitslaande brand activeer je alle brandmelders
- Telefoneer brandweer met naam, reden , adres, verdieping
- Evacueer
11.Beschrijf de 5 verschillende brandklassen, wat onderscheid hen?
A (vaste stof) ➔ water, schuim en/of ABC poeder
, B (vloeistof) ➔ Schuim, ABC poeder
C (gas) ➔ CO2, ABC poeder
D (brandbaar metaal) ➔ D poeder
F (oliën/vetten) ➔ Vetblusser
12.Hoe blust men correct een brand?
- Met de wind mee
- Van voor naar achter
- Druppelde vloeistof van boven naar beneden spuiten
- Meerdere blussers tegelijkertijd
- let of voor heronsteking
- blussers na gebruik laten ophalen
13.Wat verstaat men onder collectieve beschermingsmiddelen? Geef enkele
voorbeelden
voorzieningen en installaties die ontworpen zijn om tegelijkertijd meerdere
personen te beschermen tegen blootstelling aan gevaren op de werkplek.
Ze werken vaak reeds preventief.
- Trekkast
- Bioveiligheidskast
- Oogdouche
- Luchtextractiesysteem
14.Wat is het doel van een trekkast?
Bescherming gebruiker: tegen inademing van schadelijke stoffen.
Beheersing gevaarlijke stoffen: voorkomen van verspreiding in het labo.
Werkplekventilatie: schadelijke dampen worden actief afgevoerd.
15.Juist of fout? Een trekkast word gebruikt om corrosieve en giftige stoffen af
te zuigen?
NEEN, de afgezogen dampen komen in het milieu terecht.
Enkel niet-corrosieve en niet-giftige dampen, gassen en aerosolen mogen
worden afgezogen.
16.Waar worden organische solventen geneutraliseerd?
Absorberen met actieve kool
17.Waar worden zuren en basen geneutraliseert?
In een scrubber, een speciale installatie waarin schadelijke dampen of
gassen (zoals zuren of basen) door een vloeistofstroom (meestal water of
een geschikte neutraliserende oplossing) worden geleid.
18.Wat zijn de verschillende microbiële risicoklassen? Wat houden ze in?
Klasse 1 (niet pathogeen, geen/verwaarloosbaar risico) ➔ GGO’s
Klasse 2 (zwak pathogeen, weinig risico)
Klasse 3 (matig pathogeen , matig risico)
Klasse 4 (zwaar pathogeen , veel risico)
19.Voor wat staat HEPA-filters?
High Efficiency Particulate Air – Filter
--> in staat MO tegen te houden.
20.Voor wat staat MVP?
Microbiologische VeiligheidsPost
21.Hoe werkt een bioveiligheidskast met MVP 1 klasse?
Een bioveiligheidskast van klasse I (MVP 1) biedt bescherming aan de
gebruiker en het milieu, maar niet aan het monster.
, De luchtstroom is zodanig dat er inwaartse lucht de kast binnenkomt,
waardoor het risico op besmetting van de gebruiker beperkt wordt. De
afgezogen lucht wordt gefilterd met een HEPA-filter (High Efficiency
Particulate Air filter) en veilig afgevoerd.
Het monster zelf is niet beschermd tegen verontreiniging van buitenaf.
22.Hoe werkt een bioveiligheidskast met MVP 2 klasse?
Een bioveiligheidskast van klasse II (MVP 2) biedt bescherming voor de
gebruiker, het milieu én het monster.
De kast gebruikt een laminaire neerwaartse luchtstroom en een
luchtgordijn aan de voorkant om kruisbesmetting te voorkomen. De
aangezogen lucht wordt door twee HEPA-filters geleid, waardoor
schadelijke deeltjes en micro-organismen worden opgevangen. Dit zorgt
voor een veilige werkomgeving en beschermt zowel de medewerker als het
monster.
23.Hoe verschillen klasse 2A en 2B verder van elkaar?
Klasse II A:
➜ De lucht wordt gefilterd en deels gerecirculeerd in de kast zelf
(recirculatie).
➜ Afvoer en aanvoer gebeuren grotendeels via HEPA-filters in de kast.
Klasse II B:
➜ Naast de basiswerking van klasse II A heeft deze klasse een bijkomende
derde luchtretourfilter onder het werkblad.
➜ Dit zorgt voor een nog hogere mate van luchtzuivering en voorkomt
kruisbesmetting nog beter.
24.Hoe werkt een bioveiligheidskast met MVP 3 klasse?
Een bioveiligheidskast van klasse III (MVP III) biedt het hoogste
beschermingsniveau en wordt gebruikt voor het werken met zeer
gevaarlijke of dodelijke pathogenen.
De kast is volledig afgesloten; de laborant werkt via handschoenen die
vast aan de kast zitten (handschoenenkast of glove box).
Zowel de toegevoerde als afgevoerde lucht wordt volledig gefilterd door
HEPA-filters.
De kast zelf is onder druk om de kans op het ontsnappen van gevaarlijke
stoffen tot een minimum te beperken.
Dit maakt de kast geschikt voor werk met pathogenen in risicoklasse 4
(hoogste bioveiligheidsniveau).
Pictorgrammen