Financiële gezondheid van een
organisatie
1. Financiële stakeholders
Stakeholders zijn: leveranciers, klanten, kredietverleners, werknemers en
aandeelhouders
Een stakeholder is letterlijk iemand die een belang heeft in de
onderneming
Adviseur kan in zijn weergave van cijfers rekeninghouden met stakeholder.
Bedoeling om lening aan te gaan? -> zullen risico vermijdende factoren
uit verslag meer in verf gezet worden.
Bedoeling meer investeerders aan te trekken? -> bedrijfskansen en
operationele & financiële rendement benadrukt
2. soorten ondernemingen
Verslaglegging belangrijk om algemene omschrijving te benoemen of gaat
over industriële onderneming, handelsonderneming of onderneming in
diensteconomie
Industriële: vervaardigt zelf goederen en halfafgewerkte producten uit
grondstoffen, minder risico in wanneer voldoende tastbare of materiële
activa aanwezig is.
Handelsonderneming: koopt en verkoopt goederen zonder ze zelf te
bewerken
Diensteconomie: enkel en alleen dienstverlening
3. Identificatie en groottecriteria
Eerste pagina van jaarrekening: Naam en rechtsvorm
Adres
Ondernemingsrechtbank
Datum oprichtingsakte
Periode van boekjaar en vorig boekjaar
Namen van bestuurders en commissarissen
Indeling van onderneming volgens groottecriteria
Zeer kleine 1. Microvennootsch 2. Kleine 3. Grote
onderneming ap (MIC) vennootschap vennootscha
zonder (VKT) p
neerleggings-
verplichting
Zijn geen Vennootschappen Andere dan zeer Andere dan
vennootschappen die geen zeer kleine onderneming zeer kleine
maar gaat over kleine en onderneming
zelfstandige onderneming zijn microvennootschapp die 2-3
onderneming en die geen en: drempelwaarde
- Vennootschap moeder- of - 50 personeelsleden n voor kleine
1
, onder firma dochterondernemi gemiddeld per vennootschap
(VOF) ng zijn: jaar in FTE overschrijden,
- Gewone -10 - 9 000 000 EUR ofwel
commanditaire personeelsleden jaaromzet exl btw beursgenoteerd
vennootschap gemiddeld per - 4 500 000 EUR
- De jaar in FTE balanstotaal
coöperatieve -700 000 EUR
vennootschap jaaromzet exl
met btw
onbeperkte -350 000 EUR
aansprakelijkh balanstotaal
eid
De overschrijdingen moeten voor 2 achtereenvolgende boekjaren en heeft
gevolgen op het derde boekjaar
Grote vennootschappen moeten volledige model van jaarrekening bij NBB
neerleggen, kleine een verkort model en micro vennootschappen een
micromodel.
Zeer kleine vennootschappen moeten geen jaarrekening neerleggen
4. onderdelen van jaarrekening
De balans: overzichtelijke staat die de vermogensmiddelen (A) en de
vermogensbronnen (P) van de onderneming op de einddatum van boekjaar
weergeeft. (foto)
De resultatenrekening: overzichtelijke staat die de samenstelling en de
verwerking van het resultaat in loop van afgesloten boekjaar en dat van
vorig boekjaar weergeeft (film)
Het bedrijfsresultaat: recurrente en niet-recurrente kosten en
opbrengsten die voortspruiten uit eigenlijke bedrijfsactiviteit. Kosten
omvatten directe en indirecte kosten van aankopen. Bedrijfskosten staat
omzet uit verkopen van goederen en diensten.
Financiële resultaten: recurrente en niet-recurrente resultaten verband
houden met zuiver financiële verrichtingen (inkomsten, beleggingen,
kortingen,…)
Belasting op de winst: bedragen die onderneming -, ingevolge fiscale
wetgeving, moet afstaan aan overheid
2
, De toelichting: aanvullende informatie bevat om gegevens van balans en
resultatenrekening juist kunnen interpreteren
De sociale balans: gegevens over samenstelling, opleiding en evolutie
van personeelsbestand en interim-personeel. Overheid beter zicht op
gevolgen van maatregelen die treft werkgelegenheid stimuleren.
5. relevante informatie jaarrekening
Belang van Relevante Informatie:
Voor een goede interpretatie van een jaarrekening is het cruciaal om de
achtergrond van een onderneming te begrijpen. Dit omvat het leren kennen
van de oprichters, de activiteiten, de juridische situatie, en relevante
historische gegevens.
Oprichtingsdatum: De datum waarop de onderneming officieel is
opgericht. Belangrijk om de leeftijd van het bedrijf en zijn historische
evolutie te begrijpen.
Vestigingen: Het aantal fysieke locaties (winkels, kantoren, fabrieken)
waar de onderneming actief is. Geeft inzicht in de grootte en geografische
spreiding.
Rechtstoestand: De juridische situatie van de onderneming. Kan normaal
zijn, maar ook wijzen op fusies, splitsingen, vereffening of faillissement.
Gegevens en Activiteiten: Informatie over wat de onderneming doet
(zoals detailhandel, groothandel) en de sector waarin het actief is.
Gedelegeerd bestuurder: De persoon die door de raad van bestuur is
aangesteld om de onderneming operationeel te leiden
Werkgever RSZ: De datum waarop het bedrijf officieel als werkgever
werd geregistreerd bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dit
duidt op de aanwerving van personeel.
Onderworpen aan BTW: Betekent dat de onderneming Belasting over
Toegevoegde Waarde (BTW) int van klanten en doorstort aan de overheid.
BTW-verplichtingen gelden meestal voor handelsondernemingen.
Handelsonderneming: Een onderneming die commerciële activiteiten
uitvoert, zoals het kopen en verkopen van goederen of diensten.
Toelatingen: Specifieke vergunningen of attesten die nodig zijn om
bepaalde activiteiten uit te voeren. Bijvoorbeeld milieucertificaten of
bouwvergunningen.
Kapitaal: Het bedrag dat door de aandeelhouders in de onderneming is
geïnvesteerd. Dit vormt de financiële basis van de onderneming.
Jaarvergadering: Een jaarlijkse bijeenkomst van aandeelhouders waarin
belangrijke strategische beslissingen worden genomen, zoals goedkeuring
van de jaarrekening.
Boekjaar einddatum: De laatste dag van het boekjaar, meestal 31
december.
3
, Linken tussen ondernemingen: De relaties of verbondenheid met
andere bedrijven, bijvoorbeeld binnen een groep of als
dochteronderneming.
Publicaties Belgische staatsblad: Officiële bekendmakingen van
juridische wijzigingen, zoals benoemingen van bestuurders,
kapitaalsverhogingen, of statutenwijzigingen.
Publicaties jaarrekening NBB: De neergelegde jaarrekeningen bij de
Nationale Bank van België, waarin de financiële cijfers van de
onderneming beschikbaar zijn.
Werkgeversreportorium: Een overzicht met sociale zekerheid- en RSZ-
gegevens van de onderneming, zoals personeelsaantallen en bijdragen.
6. de bezittingen of activa
Activa-indeling
Vaste activa: Langdurige middelen die dienen als ondersteuning voor
bedrijfsactiviteiten (bijv. gebouwen, machines). Ze worden niet verkocht
en staan op de balans tegen netto-boekwaarde.
Vlottende activa: Middelen die binnen korte termijn (bijv. een
bedrijfscyclus) te gelde worden gemaakt, zoals voorraden en liquide
middelen.
Activa-posten:
1. Oprichtingskosten: Kosten voor oprichting, kapitaalverhoging en
herstructurering; vaak gespreid over meerdere jaren via afschrijvingen.
2. Immateriële vaste activa: Niet-tastbare middelen, Deze worden over
meerdere jaren geactiveerd.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
Concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en soortgelijke
rechten
Goodwill: prijs betaald voor verwerving van onderneming of
activiteitsbranche, prijs hoger dan nettowaarde
Vooruitbetaling: ontstaan onderneming contractueel verbonden imva
aan schaffen en ter waarborg van uitvoering contract.
3. Materiële vaste activa: Tastbare bedrijfsmiddelen
Terreinen en gebouwen: Bebouwde en onbebouwde terreinen en
constructies, inclusief inrichting, in eigendom van de onderneming voor
bedrijfsactiviteiten.
Installaties, machines en uitrusting: Machines, installaties (elektriciteit,
water, gas) en uitrusting nodig voor de bedrijfsvoering.
4
organisatie
1. Financiële stakeholders
Stakeholders zijn: leveranciers, klanten, kredietverleners, werknemers en
aandeelhouders
Een stakeholder is letterlijk iemand die een belang heeft in de
onderneming
Adviseur kan in zijn weergave van cijfers rekeninghouden met stakeholder.
Bedoeling om lening aan te gaan? -> zullen risico vermijdende factoren
uit verslag meer in verf gezet worden.
Bedoeling meer investeerders aan te trekken? -> bedrijfskansen en
operationele & financiële rendement benadrukt
2. soorten ondernemingen
Verslaglegging belangrijk om algemene omschrijving te benoemen of gaat
over industriële onderneming, handelsonderneming of onderneming in
diensteconomie
Industriële: vervaardigt zelf goederen en halfafgewerkte producten uit
grondstoffen, minder risico in wanneer voldoende tastbare of materiële
activa aanwezig is.
Handelsonderneming: koopt en verkoopt goederen zonder ze zelf te
bewerken
Diensteconomie: enkel en alleen dienstverlening
3. Identificatie en groottecriteria
Eerste pagina van jaarrekening: Naam en rechtsvorm
Adres
Ondernemingsrechtbank
Datum oprichtingsakte
Periode van boekjaar en vorig boekjaar
Namen van bestuurders en commissarissen
Indeling van onderneming volgens groottecriteria
Zeer kleine 1. Microvennootsch 2. Kleine 3. Grote
onderneming ap (MIC) vennootschap vennootscha
zonder (VKT) p
neerleggings-
verplichting
Zijn geen Vennootschappen Andere dan zeer Andere dan
vennootschappen die geen zeer kleine onderneming zeer kleine
maar gaat over kleine en onderneming
zelfstandige onderneming zijn microvennootschapp die 2-3
onderneming en die geen en: drempelwaarde
- Vennootschap moeder- of - 50 personeelsleden n voor kleine
1
, onder firma dochterondernemi gemiddeld per vennootschap
(VOF) ng zijn: jaar in FTE overschrijden,
- Gewone -10 - 9 000 000 EUR ofwel
commanditaire personeelsleden jaaromzet exl btw beursgenoteerd
vennootschap gemiddeld per - 4 500 000 EUR
- De jaar in FTE balanstotaal
coöperatieve -700 000 EUR
vennootschap jaaromzet exl
met btw
onbeperkte -350 000 EUR
aansprakelijkh balanstotaal
eid
De overschrijdingen moeten voor 2 achtereenvolgende boekjaren en heeft
gevolgen op het derde boekjaar
Grote vennootschappen moeten volledige model van jaarrekening bij NBB
neerleggen, kleine een verkort model en micro vennootschappen een
micromodel.
Zeer kleine vennootschappen moeten geen jaarrekening neerleggen
4. onderdelen van jaarrekening
De balans: overzichtelijke staat die de vermogensmiddelen (A) en de
vermogensbronnen (P) van de onderneming op de einddatum van boekjaar
weergeeft. (foto)
De resultatenrekening: overzichtelijke staat die de samenstelling en de
verwerking van het resultaat in loop van afgesloten boekjaar en dat van
vorig boekjaar weergeeft (film)
Het bedrijfsresultaat: recurrente en niet-recurrente kosten en
opbrengsten die voortspruiten uit eigenlijke bedrijfsactiviteit. Kosten
omvatten directe en indirecte kosten van aankopen. Bedrijfskosten staat
omzet uit verkopen van goederen en diensten.
Financiële resultaten: recurrente en niet-recurrente resultaten verband
houden met zuiver financiële verrichtingen (inkomsten, beleggingen,
kortingen,…)
Belasting op de winst: bedragen die onderneming -, ingevolge fiscale
wetgeving, moet afstaan aan overheid
2
, De toelichting: aanvullende informatie bevat om gegevens van balans en
resultatenrekening juist kunnen interpreteren
De sociale balans: gegevens over samenstelling, opleiding en evolutie
van personeelsbestand en interim-personeel. Overheid beter zicht op
gevolgen van maatregelen die treft werkgelegenheid stimuleren.
5. relevante informatie jaarrekening
Belang van Relevante Informatie:
Voor een goede interpretatie van een jaarrekening is het cruciaal om de
achtergrond van een onderneming te begrijpen. Dit omvat het leren kennen
van de oprichters, de activiteiten, de juridische situatie, en relevante
historische gegevens.
Oprichtingsdatum: De datum waarop de onderneming officieel is
opgericht. Belangrijk om de leeftijd van het bedrijf en zijn historische
evolutie te begrijpen.
Vestigingen: Het aantal fysieke locaties (winkels, kantoren, fabrieken)
waar de onderneming actief is. Geeft inzicht in de grootte en geografische
spreiding.
Rechtstoestand: De juridische situatie van de onderneming. Kan normaal
zijn, maar ook wijzen op fusies, splitsingen, vereffening of faillissement.
Gegevens en Activiteiten: Informatie over wat de onderneming doet
(zoals detailhandel, groothandel) en de sector waarin het actief is.
Gedelegeerd bestuurder: De persoon die door de raad van bestuur is
aangesteld om de onderneming operationeel te leiden
Werkgever RSZ: De datum waarop het bedrijf officieel als werkgever
werd geregistreerd bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dit
duidt op de aanwerving van personeel.
Onderworpen aan BTW: Betekent dat de onderneming Belasting over
Toegevoegde Waarde (BTW) int van klanten en doorstort aan de overheid.
BTW-verplichtingen gelden meestal voor handelsondernemingen.
Handelsonderneming: Een onderneming die commerciële activiteiten
uitvoert, zoals het kopen en verkopen van goederen of diensten.
Toelatingen: Specifieke vergunningen of attesten die nodig zijn om
bepaalde activiteiten uit te voeren. Bijvoorbeeld milieucertificaten of
bouwvergunningen.
Kapitaal: Het bedrag dat door de aandeelhouders in de onderneming is
geïnvesteerd. Dit vormt de financiële basis van de onderneming.
Jaarvergadering: Een jaarlijkse bijeenkomst van aandeelhouders waarin
belangrijke strategische beslissingen worden genomen, zoals goedkeuring
van de jaarrekening.
Boekjaar einddatum: De laatste dag van het boekjaar, meestal 31
december.
3
, Linken tussen ondernemingen: De relaties of verbondenheid met
andere bedrijven, bijvoorbeeld binnen een groep of als
dochteronderneming.
Publicaties Belgische staatsblad: Officiële bekendmakingen van
juridische wijzigingen, zoals benoemingen van bestuurders,
kapitaalsverhogingen, of statutenwijzigingen.
Publicaties jaarrekening NBB: De neergelegde jaarrekeningen bij de
Nationale Bank van België, waarin de financiële cijfers van de
onderneming beschikbaar zijn.
Werkgeversreportorium: Een overzicht met sociale zekerheid- en RSZ-
gegevens van de onderneming, zoals personeelsaantallen en bijdragen.
6. de bezittingen of activa
Activa-indeling
Vaste activa: Langdurige middelen die dienen als ondersteuning voor
bedrijfsactiviteiten (bijv. gebouwen, machines). Ze worden niet verkocht
en staan op de balans tegen netto-boekwaarde.
Vlottende activa: Middelen die binnen korte termijn (bijv. een
bedrijfscyclus) te gelde worden gemaakt, zoals voorraden en liquide
middelen.
Activa-posten:
1. Oprichtingskosten: Kosten voor oprichting, kapitaalverhoging en
herstructurering; vaak gespreid over meerdere jaren via afschrijvingen.
2. Immateriële vaste activa: Niet-tastbare middelen, Deze worden over
meerdere jaren geactiveerd.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
Concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en soortgelijke
rechten
Goodwill: prijs betaald voor verwerving van onderneming of
activiteitsbranche, prijs hoger dan nettowaarde
Vooruitbetaling: ontstaan onderneming contractueel verbonden imva
aan schaffen en ter waarborg van uitvoering contract.
3. Materiële vaste activa: Tastbare bedrijfsmiddelen
Terreinen en gebouwen: Bebouwde en onbebouwde terreinen en
constructies, inclusief inrichting, in eigendom van de onderneming voor
bedrijfsactiviteiten.
Installaties, machines en uitrusting: Machines, installaties (elektriciteit,
water, gas) en uitrusting nodig voor de bedrijfsvoering.
4