Verkenning kleuteronderwijs.
Focus op:
Inleiding:
Kleuter ziet je constant → neg. dingen → effect hebben op
kleuter.
Vb: je eet twix en je leert over gezond eten → kleuter denkt dt
twix ook gezond is.
Geen liedjes zingen op automatische piloot → geen passie meer.
Belangrijke dingen die lln kiezen --> zie ppt.
Leerkrachten moeten:
- Motiveren
- Met passie lesgeven
- Eerlijk zn
- Autonomie verhogen vn kinderen → kans geven om leren.
Iedereen heeft recht op onderwijs!!!
Meer dn liedjes & muziek.
Lkr → duizend poot
De lk doet ertoe:
o Ze maken het verschil door:
Kwaliteit vn onderwijssysteem nooit hoger zn dn
kwaliteit vn leerkrachten.
Alles wt lk’en doen heeft een effect op leren.
Warme relatie tss lk & lln hangt sterk samen mt
betere prestaties, sterke ontwikkeling & vermindering
vn storend, asociaal gedrag bij lln.
Wat kiezen leerlingen?
o Competente lesgevers
o Leerkrachten die hen open, warm & respectvol
behandelen.
o Faire leerkrachten
o Die ze kunnen vertrouwen
o Gemotiveerde, gepassioneerde leerkrachten.
o Hen motiveren vr leren.
o Die de leerkracht & autonomie vn leerlingen verhogen
1) Taak kleuterleerkracht.
Focus 1: de kleuterleerkracht.
10 basiscompetenties v/d leraar → even belangrijk.
1
,Kunnen koppelen aan praktijkvoorbeelden!!
1) Leraar als begeleider vn leer& ontwikkelingsprocessen.
Kinderen goed inschatten
Doelstellingen formuleren
Leerplannen volgen
Vb: een algemene oefening voor parels te rijgen & kleuren te
herkennen en dat aan te passen aan het niveau van het kind.
2) Leraar als opvoeder.
Stimuleert pos. leefklimaat.
Inspelen op gebeurtenissen/ tendensen.
Hulp bij problemen.
Iedereen zich goed voelen.
Vb: als er een kindje wat terughoudend is zal ze dat kindje
betrekken bij een verhaal of bij een activiteit dt de juf doet.
3) Leraar als inhoudelijk expert.
→ Vak kennen.
→ Verdiept in leerinhouden, hoe je het moet overbrengen.
→ Samenhang bieden tss leergebieden.
Vb: bepaalde woorden over het weer bij de kinderen aanbrengen
door een liedje & door afbeeldingen van het weer.
4) Leraar als organisator.
→ Structureren
→ Stimuleren vn speel & leefklimaat
→ Goed klas managment.
Vb: de klas inrichten zodat het een structuur heeft en
pictogrammen gebruiken. Met een foto van boeken aantonen dat
daar de boekenhoek is.
5) Leraar als vernieuwer-onderzoeker.
→ Vernieuwt klaspraktijk basis vn nascholing.
→ Eigen ervaring.
→ Creativiteit.
→ Eigen functioneren nt in vraag stelt --> automatische piloot.
Vb: de juf gebruikt soms andere handelingen om activiteiten in
de klas uit te leggen. Zoals iets tekenen op ritme van muziek en
in stilte of ze legt het gewoon uit en toont het erna.
6) Leraar als partner vn ouders.
2
, → Discrete omgang mt gegevens.
→ Communiceren mt anderstalige ouders
Vb: er wordt gecommuniceerd via classroom, de ouders kunnen
mails sturen nr de juf of vragen stellen op einde van schooldag.
7) Leraar als lid vn schoolteam.
→ Samenwerken mt schoolteam.
→ Afspreken vn taakverdeling & naleven.
→ Nadenken mt team over wt gebeurt op school.
→ Nadenken over eigen pedagogische & didactische aanpak.
Vb: de juf overlegt haar schema mt een andere juf zodat ze beide
gelijk zitten en elkaar aanvullen of helpen waar nodig.
8) Leraar als partner vn externen.
→ Contacten mt externen + samenwerken.
→ Verschillende soorten gesprekken voeren.
Vb: de juf volgt bijscholingen & overlegt met andere leerkrachten
van andere scholen hoe zij dingen aanpakken.
9) Leraar als lid vn onderwijsgemeenschap.
→ Deelnemen aan maatschappelijke debat --> onderwijs.
→ Op de hoogte van recente ontw. in onderwijs.
Vb: ze informeert zich dagelijks via online kanalen.
10) Leraar als cultuurparticipant.
→ Actuele thema’s & ontwikkelingen onderscheiden & kritisch
benaderen.
Vb: ze kan samen met de kinderen eens naar een filmpje kijken
van karrewiet om zo te tonen wat er naast school nog bezig is.
10 basiscompetenties → lerarenopleiding → beroepsprofiel
leerkracht- functieomschrijving (wt er verwacht wordt vn
jou) -->werkveld.
Basiscompetentie 1: begeleider vn leer&
ontwikkelingsprocessen.
Hoofddoel basco 1: elk kind zo goed mogelijk tt ontwikkeling
brengen.
Def: Inclusie= Nt alleen lln mt beperking/ ‘label’ in gwn onderwijs les
laten volgen. Het kijken naar alle leerlingen zijnde uniek & anders & dit als
vertrekpunt nemen.
3
Focus op:
Inleiding:
Kleuter ziet je constant → neg. dingen → effect hebben op
kleuter.
Vb: je eet twix en je leert over gezond eten → kleuter denkt dt
twix ook gezond is.
Geen liedjes zingen op automatische piloot → geen passie meer.
Belangrijke dingen die lln kiezen --> zie ppt.
Leerkrachten moeten:
- Motiveren
- Met passie lesgeven
- Eerlijk zn
- Autonomie verhogen vn kinderen → kans geven om leren.
Iedereen heeft recht op onderwijs!!!
Meer dn liedjes & muziek.
Lkr → duizend poot
De lk doet ertoe:
o Ze maken het verschil door:
Kwaliteit vn onderwijssysteem nooit hoger zn dn
kwaliteit vn leerkrachten.
Alles wt lk’en doen heeft een effect op leren.
Warme relatie tss lk & lln hangt sterk samen mt
betere prestaties, sterke ontwikkeling & vermindering
vn storend, asociaal gedrag bij lln.
Wat kiezen leerlingen?
o Competente lesgevers
o Leerkrachten die hen open, warm & respectvol
behandelen.
o Faire leerkrachten
o Die ze kunnen vertrouwen
o Gemotiveerde, gepassioneerde leerkrachten.
o Hen motiveren vr leren.
o Die de leerkracht & autonomie vn leerlingen verhogen
1) Taak kleuterleerkracht.
Focus 1: de kleuterleerkracht.
10 basiscompetenties v/d leraar → even belangrijk.
1
,Kunnen koppelen aan praktijkvoorbeelden!!
1) Leraar als begeleider vn leer& ontwikkelingsprocessen.
Kinderen goed inschatten
Doelstellingen formuleren
Leerplannen volgen
Vb: een algemene oefening voor parels te rijgen & kleuren te
herkennen en dat aan te passen aan het niveau van het kind.
2) Leraar als opvoeder.
Stimuleert pos. leefklimaat.
Inspelen op gebeurtenissen/ tendensen.
Hulp bij problemen.
Iedereen zich goed voelen.
Vb: als er een kindje wat terughoudend is zal ze dat kindje
betrekken bij een verhaal of bij een activiteit dt de juf doet.
3) Leraar als inhoudelijk expert.
→ Vak kennen.
→ Verdiept in leerinhouden, hoe je het moet overbrengen.
→ Samenhang bieden tss leergebieden.
Vb: bepaalde woorden over het weer bij de kinderen aanbrengen
door een liedje & door afbeeldingen van het weer.
4) Leraar als organisator.
→ Structureren
→ Stimuleren vn speel & leefklimaat
→ Goed klas managment.
Vb: de klas inrichten zodat het een structuur heeft en
pictogrammen gebruiken. Met een foto van boeken aantonen dat
daar de boekenhoek is.
5) Leraar als vernieuwer-onderzoeker.
→ Vernieuwt klaspraktijk basis vn nascholing.
→ Eigen ervaring.
→ Creativiteit.
→ Eigen functioneren nt in vraag stelt --> automatische piloot.
Vb: de juf gebruikt soms andere handelingen om activiteiten in
de klas uit te leggen. Zoals iets tekenen op ritme van muziek en
in stilte of ze legt het gewoon uit en toont het erna.
6) Leraar als partner vn ouders.
2
, → Discrete omgang mt gegevens.
→ Communiceren mt anderstalige ouders
Vb: er wordt gecommuniceerd via classroom, de ouders kunnen
mails sturen nr de juf of vragen stellen op einde van schooldag.
7) Leraar als lid vn schoolteam.
→ Samenwerken mt schoolteam.
→ Afspreken vn taakverdeling & naleven.
→ Nadenken mt team over wt gebeurt op school.
→ Nadenken over eigen pedagogische & didactische aanpak.
Vb: de juf overlegt haar schema mt een andere juf zodat ze beide
gelijk zitten en elkaar aanvullen of helpen waar nodig.
8) Leraar als partner vn externen.
→ Contacten mt externen + samenwerken.
→ Verschillende soorten gesprekken voeren.
Vb: de juf volgt bijscholingen & overlegt met andere leerkrachten
van andere scholen hoe zij dingen aanpakken.
9) Leraar als lid vn onderwijsgemeenschap.
→ Deelnemen aan maatschappelijke debat --> onderwijs.
→ Op de hoogte van recente ontw. in onderwijs.
Vb: ze informeert zich dagelijks via online kanalen.
10) Leraar als cultuurparticipant.
→ Actuele thema’s & ontwikkelingen onderscheiden & kritisch
benaderen.
Vb: ze kan samen met de kinderen eens naar een filmpje kijken
van karrewiet om zo te tonen wat er naast school nog bezig is.
10 basiscompetenties → lerarenopleiding → beroepsprofiel
leerkracht- functieomschrijving (wt er verwacht wordt vn
jou) -->werkveld.
Basiscompetentie 1: begeleider vn leer&
ontwikkelingsprocessen.
Hoofddoel basco 1: elk kind zo goed mogelijk tt ontwikkeling
brengen.
Def: Inclusie= Nt alleen lln mt beperking/ ‘label’ in gwn onderwijs les
laten volgen. Het kijken naar alle leerlingen zijnde uniek & anders & dit als
vertrekpunt nemen.
3