Kinderen in interactie.
Inleiding: Inter actie X3:
Def: interactie= wisselwerking, wederzijdse actie tss mensen, dieren of
dingen. Een mens gaat ook in interactie mt zichzelf.
4 hefbomen vn kwaliteitsvolle interacties:
1) Denken, experimenteren:
Verschillende dingen doen mt 1 voorwerp → experimenten/
denken.
Veel aandacht vr iets.
Interactie stimuleren.
2) Expressie:
Muziek vrolijkt op + ontladen.
Vb: verven, verf blijven mengen en rondwrijven.
3) Warme relaties:
Knuffel geven, babbelen, ...
Komt van binnenin.
4) Rijke taal:
Vragen stellen aan kinderen => ‘hoe doe je dat?’
Taal wordt rijker dr expressie.
Intonatie in woorden => ‘zo mooiiii!’
=> Kinderen leren al spelend.
Hoe kan je aan kwaliteitsvolle interacties werken?
=> Ze laten experimenten/ denken, er zn voor het kind (warme relaties),
zich expressief laten uitleven (expressie) & rijke taal uitlokken en mt kind
praten en nr luisteren.
100 talen- 100 manieren vn interactie:
Wie: Loris Malaguzzi
Wat: inspirator vn Italiaanse kinderopvang & kleuteronderwijs.
Waar: Reggio Emilie --> Stad in Noord-Italië.
Focus: ‘kind heeft 100 talen, maar school & samenleving steelt er
99 vn’. Wij willen alle talen inzetten.
Opvoedingsbeeld- 3 pedagogen:
o Kind = 1ste pedagoog
o Omgeving= 2de pedagoog
o Leerkracht= 3de pedagoog
Opvoedingsdoel:
1
, o Ontwikkelen nr eigen identiteit: kinderen hebben alles in zich
om zich succesvol te ontwikkelen.
o Volwassene zorgt ervoor dt kind zich kan ontplooien dr
stimuleren omgeving.
o Doordat kind in 100 talen kan communiceren kan hij op vele
manieren wereld om hem heen ontdekken & zo eigen
identiteit vinden.
Opvoedingsmiddelen:
o Alles komt vnuit kind.
o Volwassene heeft taak om kind mt zoveel mogelijk
verschillende talen kennis te maken.
o 100 talen vn kind: tekenen, verven, lichaamstaal, huilen.
Waarom kwaliteitsvolle interacties inzetten zo belangrijk?
1) Motor vr groei & ontwikkeling vn kinderen.
2) Voorspeller vn welbevinden (kwaliteit v/h proces).
--> Voelt het kind zich als een vis in het water?
3) Kerncompetentie i/h omgaan mt diversiteit & kinder- en
kansarmoede.
- Warme relaties: aanvaarding & verbondenheid, minder stress.
- Rijke taal: taalstimulering op alle vlakken, ook open staan voor
andere talen & deze inzetten.
- Expressie-creatie: zich uiten & minder stress.
- Denken en experimenteren: inzetten op executieve functies
(basis van leren)
Kwaliteit vn proces → soort examenvraag + kind heeft 100 talen.
Executieve functie → plannen, timen, weten wt belangrijk is, ...
4 hefbomen herkennen vn kwaliteitsvolle interacties & hierbij voorbeelden
geven:
1) Warme relaties: relatiebevorderende interacties.
Vb: Knuffelen, hand geven, glimlachen, zwaaien, high five, op de
schoot zitten, omgeving, structuur,leunen tegen, zacht praten, ...
2) Rijke taal: taalstimulerende interacties.
Vb: stille luisteren, wijzen nr, jabbertaal, woorden worden los
gebruikt (pipi, kaka,…), twee woorden (pipi doen), zin (ikke pipi
doen), lange zinnen, gevoelens verwoorden, verwoorden wat ze
nodig hebben, ...
2
, 3) Expressie: muzisch – creatieve aanboren.
Vb: zingen mt woorden, bewegen, zingen in jabbertaal, neuriën,
tekenen, schilderen, kleven, plakken, scheuren, ...
4) Denken: denken & onderzoeksstimulerende interacties.
Vb: Omgaan mt impulsen (vragen, reacties vn lk of vn kinderen),
omgaan mt boodschappen vn lk of vn kinderen, boos – stampen,
roepen, bijten, stil zijn, filosoferen (kan een appel verdrietig
zijn…), ...
Hoe als klk werken aan kwaliteitsvolle interacties?
=> Dr affectieve of liefdevolle interacties te hanteren in klas. Pedagogisch
begeleiden & opvoeden & ontwikkelingsgerichte interacties toepassen.
Interactie mt omgeving/ omgevingscirkels:
1) Verbinden mt jezelf → open & pos. Zn => het begin.
→ Lotushouding op foto.
2) Verbinden mt ander(en) → ouders.
3) Verbinden mt materiële dingen → knuffelbeer, blokken, ...
4) Verbinden mt cultuur/ groep → samenleving.
5) Verbinden mt natuur → dieren, planten, ...
Van meesst naar minst verbondenheid.
Je bent altijd verbonden mt jezelf.
Kinderen in interactie:
- 4 elementen= denken/ experimenten, expressie, warme relaties &
rijke taal.
- 100 talen
- Omgevingscirkels & verbondenheid
Inleiding uit boek ‘Kleuterleerkracht’:
1. Kleuterleerkracht= jij maakt het verschil.
2. Kwaliteitsvolle kleuterschool --> pos invloed op ontw vn kinderen:
3
, a. Cognitief, sociaal-emotioneel, talig, ...
b. Minder blijven zitten, doorverwijzen nr BO school & minder
uitval secundair onderwijs.
3. Vr kinderen in kansarmoede kan kwaliteitsvolle & goede
kleuterschool het verschil maken:
a. Neg effecten vn kansarmoede reduceren.
b. Prestatiekloof tss kansrijk & kansarm verminderen.
Uitdagingen vn kleuteronderwijs:
Straffen & belonen helpt niet --> schaadt de kinderen.
Meer leerkansen steken in routinemomenten &
overgangsmomenten in kleuterklas: EDUCARE!
Meer werken aan executieve functies --> plannen, timen, ...
Leren dr spel te verrijken ipv te verstoren.
Benadrukken belang vn kwalitatief onderwijs & zorg vr jonge
kinderen, wrbij lk’en een cruciale rol spelen => pos invloed op
cognitieve, sociale, emotionele & talige ontw vn kinderen.
Kinderen in kansarmoede => kwaliteitsvolle kleuterschool verschil
maken.
=> op cognitief als niet-cognitief gebied.
Wat is kwaliteitsvol kleuteronderwijs:
Onderscheid maken tss structurele kwaliteit & proceskwaliteit:
1) Structurele kwaliteit: logistieke kenmerken --> ruimte, # kleuters
in verhouding tt # begeleiders & opleidings-en kwalificatieniveau vn
leerkrachten.
2) Proceskwaliteit: dagelijkse ervaringen vn kinderen in klascontext.
- Klasomgeving
- Begeleiding
- Relaties & interacties mt lk & kinderen.
Kwaliteitsvol onderwijs --> inclusief & sociaal rechtvaardig.
Kleuteronderwijs is meer dn onderwijs
Def: Kwaliteitsvolle interacties= tss lk & kleuters toont unieke & positieve
associaties mt leerwinst & blijkt bepalende factor te zijn. => verschillende
vormen vn kwaliteitsvolle interacties.
We delen ze op in:
Affectieve of liefdevolle interacties (hoofdstuk 1)
Pedagogisch begeleiden & opvoeden (hoofdstuk 2)
Ontwikkelingsgerichte interacties in functie vn leren & ontwikkelen
(hoofdstuk 3)
4
Inleiding: Inter actie X3:
Def: interactie= wisselwerking, wederzijdse actie tss mensen, dieren of
dingen. Een mens gaat ook in interactie mt zichzelf.
4 hefbomen vn kwaliteitsvolle interacties:
1) Denken, experimenteren:
Verschillende dingen doen mt 1 voorwerp → experimenten/
denken.
Veel aandacht vr iets.
Interactie stimuleren.
2) Expressie:
Muziek vrolijkt op + ontladen.
Vb: verven, verf blijven mengen en rondwrijven.
3) Warme relaties:
Knuffel geven, babbelen, ...
Komt van binnenin.
4) Rijke taal:
Vragen stellen aan kinderen => ‘hoe doe je dat?’
Taal wordt rijker dr expressie.
Intonatie in woorden => ‘zo mooiiii!’
=> Kinderen leren al spelend.
Hoe kan je aan kwaliteitsvolle interacties werken?
=> Ze laten experimenten/ denken, er zn voor het kind (warme relaties),
zich expressief laten uitleven (expressie) & rijke taal uitlokken en mt kind
praten en nr luisteren.
100 talen- 100 manieren vn interactie:
Wie: Loris Malaguzzi
Wat: inspirator vn Italiaanse kinderopvang & kleuteronderwijs.
Waar: Reggio Emilie --> Stad in Noord-Italië.
Focus: ‘kind heeft 100 talen, maar school & samenleving steelt er
99 vn’. Wij willen alle talen inzetten.
Opvoedingsbeeld- 3 pedagogen:
o Kind = 1ste pedagoog
o Omgeving= 2de pedagoog
o Leerkracht= 3de pedagoog
Opvoedingsdoel:
1
, o Ontwikkelen nr eigen identiteit: kinderen hebben alles in zich
om zich succesvol te ontwikkelen.
o Volwassene zorgt ervoor dt kind zich kan ontplooien dr
stimuleren omgeving.
o Doordat kind in 100 talen kan communiceren kan hij op vele
manieren wereld om hem heen ontdekken & zo eigen
identiteit vinden.
Opvoedingsmiddelen:
o Alles komt vnuit kind.
o Volwassene heeft taak om kind mt zoveel mogelijk
verschillende talen kennis te maken.
o 100 talen vn kind: tekenen, verven, lichaamstaal, huilen.
Waarom kwaliteitsvolle interacties inzetten zo belangrijk?
1) Motor vr groei & ontwikkeling vn kinderen.
2) Voorspeller vn welbevinden (kwaliteit v/h proces).
--> Voelt het kind zich als een vis in het water?
3) Kerncompetentie i/h omgaan mt diversiteit & kinder- en
kansarmoede.
- Warme relaties: aanvaarding & verbondenheid, minder stress.
- Rijke taal: taalstimulering op alle vlakken, ook open staan voor
andere talen & deze inzetten.
- Expressie-creatie: zich uiten & minder stress.
- Denken en experimenteren: inzetten op executieve functies
(basis van leren)
Kwaliteit vn proces → soort examenvraag + kind heeft 100 talen.
Executieve functie → plannen, timen, weten wt belangrijk is, ...
4 hefbomen herkennen vn kwaliteitsvolle interacties & hierbij voorbeelden
geven:
1) Warme relaties: relatiebevorderende interacties.
Vb: Knuffelen, hand geven, glimlachen, zwaaien, high five, op de
schoot zitten, omgeving, structuur,leunen tegen, zacht praten, ...
2) Rijke taal: taalstimulerende interacties.
Vb: stille luisteren, wijzen nr, jabbertaal, woorden worden los
gebruikt (pipi, kaka,…), twee woorden (pipi doen), zin (ikke pipi
doen), lange zinnen, gevoelens verwoorden, verwoorden wat ze
nodig hebben, ...
2
, 3) Expressie: muzisch – creatieve aanboren.
Vb: zingen mt woorden, bewegen, zingen in jabbertaal, neuriën,
tekenen, schilderen, kleven, plakken, scheuren, ...
4) Denken: denken & onderzoeksstimulerende interacties.
Vb: Omgaan mt impulsen (vragen, reacties vn lk of vn kinderen),
omgaan mt boodschappen vn lk of vn kinderen, boos – stampen,
roepen, bijten, stil zijn, filosoferen (kan een appel verdrietig
zijn…), ...
Hoe als klk werken aan kwaliteitsvolle interacties?
=> Dr affectieve of liefdevolle interacties te hanteren in klas. Pedagogisch
begeleiden & opvoeden & ontwikkelingsgerichte interacties toepassen.
Interactie mt omgeving/ omgevingscirkels:
1) Verbinden mt jezelf → open & pos. Zn => het begin.
→ Lotushouding op foto.
2) Verbinden mt ander(en) → ouders.
3) Verbinden mt materiële dingen → knuffelbeer, blokken, ...
4) Verbinden mt cultuur/ groep → samenleving.
5) Verbinden mt natuur → dieren, planten, ...
Van meesst naar minst verbondenheid.
Je bent altijd verbonden mt jezelf.
Kinderen in interactie:
- 4 elementen= denken/ experimenten, expressie, warme relaties &
rijke taal.
- 100 talen
- Omgevingscirkels & verbondenheid
Inleiding uit boek ‘Kleuterleerkracht’:
1. Kleuterleerkracht= jij maakt het verschil.
2. Kwaliteitsvolle kleuterschool --> pos invloed op ontw vn kinderen:
3
, a. Cognitief, sociaal-emotioneel, talig, ...
b. Minder blijven zitten, doorverwijzen nr BO school & minder
uitval secundair onderwijs.
3. Vr kinderen in kansarmoede kan kwaliteitsvolle & goede
kleuterschool het verschil maken:
a. Neg effecten vn kansarmoede reduceren.
b. Prestatiekloof tss kansrijk & kansarm verminderen.
Uitdagingen vn kleuteronderwijs:
Straffen & belonen helpt niet --> schaadt de kinderen.
Meer leerkansen steken in routinemomenten &
overgangsmomenten in kleuterklas: EDUCARE!
Meer werken aan executieve functies --> plannen, timen, ...
Leren dr spel te verrijken ipv te verstoren.
Benadrukken belang vn kwalitatief onderwijs & zorg vr jonge
kinderen, wrbij lk’en een cruciale rol spelen => pos invloed op
cognitieve, sociale, emotionele & talige ontw vn kinderen.
Kinderen in kansarmoede => kwaliteitsvolle kleuterschool verschil
maken.
=> op cognitief als niet-cognitief gebied.
Wat is kwaliteitsvol kleuteronderwijs:
Onderscheid maken tss structurele kwaliteit & proceskwaliteit:
1) Structurele kwaliteit: logistieke kenmerken --> ruimte, # kleuters
in verhouding tt # begeleiders & opleidings-en kwalificatieniveau vn
leerkrachten.
2) Proceskwaliteit: dagelijkse ervaringen vn kinderen in klascontext.
- Klasomgeving
- Begeleiding
- Relaties & interacties mt lk & kinderen.
Kwaliteitsvol onderwijs --> inclusief & sociaal rechtvaardig.
Kleuteronderwijs is meer dn onderwijs
Def: Kwaliteitsvolle interacties= tss lk & kleuters toont unieke & positieve
associaties mt leerwinst & blijkt bepalende factor te zijn. => verschillende
vormen vn kwaliteitsvolle interacties.
We delen ze op in:
Affectieve of liefdevolle interacties (hoofdstuk 1)
Pedagogisch begeleiden & opvoeden (hoofdstuk 2)
Ontwikkelingsgerichte interacties in functie vn leren & ontwikkelen
(hoofdstuk 3)
4