Kinderen begeleiden:
Kindgericht onderwijs:
Kindgerichte visie:
= behoefte vn kind staan centraal + inspelen o/d noden vn kind.
Aandacht schenken aan:
- Wt kinderen vn je klas echt kan boeien.
- Wt kinderen vn klas ndg hebben om verder te gaan in hun ontw.
Kindgerichte visie: schenken vn aandacht /rekening houden aan
beginsituatie vn kinderen. Belangrijk om voldoende tijd te nemen om de
gegevens vn beginsituatie te analyseren. Rekening houden mt wt
kinderen al kennen & kunnen, wt hun motiveert & stimuleert. Daarop
verder bouwen!!
=> Rekening houden mt wat DIT kind & DEZE klasgroep nodig heeft -->
ontw vn kind maximaal ondersteunen.
--> beginsituatie als houvast & in begin gebruiken
Vb kindgericht werken op stage: Een meisje vn 3j speelt graag mt puzzels.
Je speelt mee, geeft haar aandacht & betrekt later andere kinderen bij het
puzzelen. Zo sluit je aan bij haar interesses & stimuleer je sociaal contact
op haar tempo.
Kinderen kennen:
Kleuterperiode: aparte fase in ontwikkeling.
Kleuters hebben eigen kenmerken & eigen ontwikkelingswijze.
Eigen ontwikkelingswijze:
- Incidenteel leren=> oppervlakkig iets leren. Zonder sturing vn lk.
Wijze wrop kinderen tt ontw komen afh vn factoren
die samenhangen mt wijze wrop leersituatie wordt
aangepakt zoals: motivatie, interesse of speels
karakter vn activiteit.
- Intentioneel=> vanuit bedoeling iets aanleren.
- Leren dr te doen:
o Begrippen beleven mt volledige lijf --> begrippen krijgen zo
plek in hun hoofd + nodige ondersteuning vn lk.
o Beleven & er concreet mee a/d slag kunnen gaan -->
noodzakelijke voorwaarde om te realiseren!
1
, o Concrete ervaringen--> centraal staan in onderwijs aan kls.
o Kls leren nt enkel taal dr taal te gebruiken.
Vb: begrippen als: ‘hoog’, ‘laag’ --> nt leren dr begrip te horen
mt uitleg, ook door: hoge toren te bouwen of achter stoel te
gaan staan.
- 1 geheel ontwikkelingsgebieden:
o Gebieden spelen vaak samen af, nt te scheiden vn
elkaar.
Vb: denken & taal: onlosmakelijk mt elkaar verbonden &
invloed op sociaal functioneren. Nt raadzaam om in onderwijs
ontwsdomeinen apart te gaan trainen.
(hoofd, hart & handen gaan samen)
o Curriculum vr jonge kinderen --> nt aan
ontwikkelingsgebieden gekoppeld, maar betekenisvolle
inhouden, waarbij ontwsgebieden op logische, zinvolle manier
aan orde komen.
Vb: kinderen geïnteresserd in kleine beestjes --> hoe rups tt
vlinder ontpopt (ontw vn reversibel denken & tijdsbesef) of
beestjes zn mt 6 of 8 poten (ordenen & tellen)
=> meer impliciete benadering vn volwassen logica --> vr
kinderen betekenisloos.
- Belang vn spel:
o Tijdens act: kls doen fundamentele kennis & vaardigh
op.
o Kind leert iets --> leren is afh vn initiatief vn kind zelf.
o Via spel leren jonge kinderen + werkt motiverend.
o Begrip vn werkelijkh groter.
Info boek: 21-28
8 kenm typisch kls:
Emotionele beleving
Intuïtief
Egocentrisme
Hang nr gewoontes & routines
Concentratievermogen
Behoefte aan beweging
2
, Magisch denken
Geen scherp onderscheid tss fantasie & werkelijkheid
1) Emotionele beleving vn kls:
o Beleven emoties heel intens.
o Knuffel kan houvast & veiligheid bieden.
o Beleven werkelijkheid emotioneel gekleurd.
o Beleven werkelijkh als totaliteit --> hoofd & hart nt
gescheiden.
--> kleuter voelt zich veilig bij jou, zal school & act op school
aangenaam ervaren.
2) Intuïtief:
o Nt veel grip op wereld.
o Voelen situaties & mensen aan op manier die je later
kwijtgeraakt.
o Nt altijd woorden vr gevoelens --> niet ndg.
o Eerlijk & open zn mt eigen emoties --> kleuters voelen inuïtief
aan.
=> Letten minder op verbale uitdingen & meer op non-
verbaal.
3) Egocentrisme:
o Op cognitieve kwestie.
o Niet verplaatsen in perspectief vn anderen.
o Belemmert niet om anderen goed aan te voelen.
4) Hang nr gewoontes & routines:
o Gewoontedieren.
o Gewoontes & routines zorgen vr zekerheid.
o Inzichtelijker & grijpbaar als zaken terugvallen.
o Vast dagprogramma mt terugkerende routines --> prettiger vr
kleuters.
5) Concentratievermogen:
o Concentratievermogen vn 20 min.
o Kunnen zich uitstekend concentreren.
o Bij goede betrokkenheid --> goede concentratie.
6) Behoefte aan handelen & bewegen:
o Bewegingsbehoefte vn kleuter zeer groot.
3
, o Rekening houden mt bewegingsdrang --> tijd inruimen vr
rennen, sjouwen, klauteren & klimmen.
o Dingen aanleren via handelingen makkelijker.
--> iets laten bouwen ipv alleen uitleg.
7) Magisch denken:
o Wng behoefte aan logische verklaringen.
o Magische wereld = wonderlijke wereld die nt altijd begrepen
wordt.
Vb: kleuren samenmengen --> vr ons normaal & vr kls
toveren.
o Einde kleutertijd --> behoefte groeien aan bewijzen &
oorzakelijke verklaringen vr werkelijkheid ipv magische.
8) Geen scherp onderscheid tss fantasie & werkelijkheid:
o Beleven fantasie zeer intens.
o Alles is mogelijk
o Zelfbedachte realiteit werkelijkheidswaarde toekennen.
o Doe alsof activiteiten
Beginsituatie: breed beeld vn kleuter:
‘Beginsituatie’= huidig beeld dt je vn kleuter hebt. (nu)
Kijken wt kind kan leren & nt enkel wt het nu al kan.
Start vn je handelen als lk.
Startpunt om je handelen als lk doelgericht vorm te geven.
o Drdt je kleuter kent, weet je wr kleuter nood aan heeft om
verder goed te ontwikkelen.
Vygotsky maakt onderscheid:
o Actuele beginsituatie --> zone vn actuele ontw.
o Zone vn naaste ontw --> nog nt niet kunnen, wel mt hulp.
Zone van naaste ontwikkeling:
(Onderwijspsycholoog) Vygotsky stelt:
4
Kindgericht onderwijs:
Kindgerichte visie:
= behoefte vn kind staan centraal + inspelen o/d noden vn kind.
Aandacht schenken aan:
- Wt kinderen vn je klas echt kan boeien.
- Wt kinderen vn klas ndg hebben om verder te gaan in hun ontw.
Kindgerichte visie: schenken vn aandacht /rekening houden aan
beginsituatie vn kinderen. Belangrijk om voldoende tijd te nemen om de
gegevens vn beginsituatie te analyseren. Rekening houden mt wt
kinderen al kennen & kunnen, wt hun motiveert & stimuleert. Daarop
verder bouwen!!
=> Rekening houden mt wat DIT kind & DEZE klasgroep nodig heeft -->
ontw vn kind maximaal ondersteunen.
--> beginsituatie als houvast & in begin gebruiken
Vb kindgericht werken op stage: Een meisje vn 3j speelt graag mt puzzels.
Je speelt mee, geeft haar aandacht & betrekt later andere kinderen bij het
puzzelen. Zo sluit je aan bij haar interesses & stimuleer je sociaal contact
op haar tempo.
Kinderen kennen:
Kleuterperiode: aparte fase in ontwikkeling.
Kleuters hebben eigen kenmerken & eigen ontwikkelingswijze.
Eigen ontwikkelingswijze:
- Incidenteel leren=> oppervlakkig iets leren. Zonder sturing vn lk.
Wijze wrop kinderen tt ontw komen afh vn factoren
die samenhangen mt wijze wrop leersituatie wordt
aangepakt zoals: motivatie, interesse of speels
karakter vn activiteit.
- Intentioneel=> vanuit bedoeling iets aanleren.
- Leren dr te doen:
o Begrippen beleven mt volledige lijf --> begrippen krijgen zo
plek in hun hoofd + nodige ondersteuning vn lk.
o Beleven & er concreet mee a/d slag kunnen gaan -->
noodzakelijke voorwaarde om te realiseren!
1
, o Concrete ervaringen--> centraal staan in onderwijs aan kls.
o Kls leren nt enkel taal dr taal te gebruiken.
Vb: begrippen als: ‘hoog’, ‘laag’ --> nt leren dr begrip te horen
mt uitleg, ook door: hoge toren te bouwen of achter stoel te
gaan staan.
- 1 geheel ontwikkelingsgebieden:
o Gebieden spelen vaak samen af, nt te scheiden vn
elkaar.
Vb: denken & taal: onlosmakelijk mt elkaar verbonden &
invloed op sociaal functioneren. Nt raadzaam om in onderwijs
ontwsdomeinen apart te gaan trainen.
(hoofd, hart & handen gaan samen)
o Curriculum vr jonge kinderen --> nt aan
ontwikkelingsgebieden gekoppeld, maar betekenisvolle
inhouden, waarbij ontwsgebieden op logische, zinvolle manier
aan orde komen.
Vb: kinderen geïnteresserd in kleine beestjes --> hoe rups tt
vlinder ontpopt (ontw vn reversibel denken & tijdsbesef) of
beestjes zn mt 6 of 8 poten (ordenen & tellen)
=> meer impliciete benadering vn volwassen logica --> vr
kinderen betekenisloos.
- Belang vn spel:
o Tijdens act: kls doen fundamentele kennis & vaardigh
op.
o Kind leert iets --> leren is afh vn initiatief vn kind zelf.
o Via spel leren jonge kinderen + werkt motiverend.
o Begrip vn werkelijkh groter.
Info boek: 21-28
8 kenm typisch kls:
Emotionele beleving
Intuïtief
Egocentrisme
Hang nr gewoontes & routines
Concentratievermogen
Behoefte aan beweging
2
, Magisch denken
Geen scherp onderscheid tss fantasie & werkelijkheid
1) Emotionele beleving vn kls:
o Beleven emoties heel intens.
o Knuffel kan houvast & veiligheid bieden.
o Beleven werkelijkheid emotioneel gekleurd.
o Beleven werkelijkh als totaliteit --> hoofd & hart nt
gescheiden.
--> kleuter voelt zich veilig bij jou, zal school & act op school
aangenaam ervaren.
2) Intuïtief:
o Nt veel grip op wereld.
o Voelen situaties & mensen aan op manier die je later
kwijtgeraakt.
o Nt altijd woorden vr gevoelens --> niet ndg.
o Eerlijk & open zn mt eigen emoties --> kleuters voelen inuïtief
aan.
=> Letten minder op verbale uitdingen & meer op non-
verbaal.
3) Egocentrisme:
o Op cognitieve kwestie.
o Niet verplaatsen in perspectief vn anderen.
o Belemmert niet om anderen goed aan te voelen.
4) Hang nr gewoontes & routines:
o Gewoontedieren.
o Gewoontes & routines zorgen vr zekerheid.
o Inzichtelijker & grijpbaar als zaken terugvallen.
o Vast dagprogramma mt terugkerende routines --> prettiger vr
kleuters.
5) Concentratievermogen:
o Concentratievermogen vn 20 min.
o Kunnen zich uitstekend concentreren.
o Bij goede betrokkenheid --> goede concentratie.
6) Behoefte aan handelen & bewegen:
o Bewegingsbehoefte vn kleuter zeer groot.
3
, o Rekening houden mt bewegingsdrang --> tijd inruimen vr
rennen, sjouwen, klauteren & klimmen.
o Dingen aanleren via handelingen makkelijker.
--> iets laten bouwen ipv alleen uitleg.
7) Magisch denken:
o Wng behoefte aan logische verklaringen.
o Magische wereld = wonderlijke wereld die nt altijd begrepen
wordt.
Vb: kleuren samenmengen --> vr ons normaal & vr kls
toveren.
o Einde kleutertijd --> behoefte groeien aan bewijzen &
oorzakelijke verklaringen vr werkelijkheid ipv magische.
8) Geen scherp onderscheid tss fantasie & werkelijkheid:
o Beleven fantasie zeer intens.
o Alles is mogelijk
o Zelfbedachte realiteit werkelijkheidswaarde toekennen.
o Doe alsof activiteiten
Beginsituatie: breed beeld vn kleuter:
‘Beginsituatie’= huidig beeld dt je vn kleuter hebt. (nu)
Kijken wt kind kan leren & nt enkel wt het nu al kan.
Start vn je handelen als lk.
Startpunt om je handelen als lk doelgericht vorm te geven.
o Drdt je kleuter kent, weet je wr kleuter nood aan heeft om
verder goed te ontwikkelen.
Vygotsky maakt onderscheid:
o Actuele beginsituatie --> zone vn actuele ontw.
o Zone vn naaste ontw --> nog nt niet kunnen, wel mt hulp.
Zone van naaste ontwikkeling:
(Onderwijspsycholoog) Vygotsky stelt:
4