Geschiedenis hoofdstuk 1 en 2 rechtsstaat en democratie
Hoofdstuk 1
1.1
Rechten van waterschappen
• De veengebieden van Holland en Utrecht waren onbewoond rond 1000
• Daarna kwam er ontginning (drooglegging)
• Er kwamen kanalen, dijken en dammen waardoor er polders ontstonden
• Er waren organisaties nodig die zorgden dat bijvoorbeeld de dijken niet
doorbraken dit was het waterbeheer -> waterschappen
• De graven van Holland hadden de onderdanen nodig om hun grond (die
ze tot hen hadden toegeëigend) te ontginnen. Daarom gaven ze de
onderdanen vrijheidsrechten.
• De waterschappen kregen dijkgraven (voorzitter van het bestuur) en
heemraden (vertegenwoordigers van inwoners)
• Poldermodel: vergadering voor waterbeheer
Rechten steden en staten
• Vorsten gaven stadsrechten aan steden (zelfbestuur, rechtsspraak,
belastingen innen, stadsmuren, eigen leger)
• Privileges werden vastgelegd in een keur -> document met handtekening
landsheer
• Steden werden bestuurd door patriciërs (leden van rijke families)
• Steden moesten betalen voor stadsrechten, daardoor groeiden de
inkomsten van vorsten en konden ze beginnen met de vorming van
staten.
• Vorsten verdienden veel geld en daardoor gingen ze staten vormen
• Er kwamen betaalde ambtenaren en rechters voor deze staten
• De beroepslegers konden met kanonnen de verdedigingsmuren van
steden kapotschieten toen de staatsvorming en de centralisatie een
bedreiging werd. (in strijd tegen de vrijheidsrechten)
• Dit heet staatsvorming en centralisatie -> bedreiging steden
• De staten werden gevormd -> vertegenwoordigers van steden adel en
geestelijkheid in een gewest of provincie
• Staten generaal-> vertegenwoordigers van alle gewesten tegelijk
• Burgers kregen indirect invloed op het staatsbestuur
, 1.2
Rechten en het plakkaat van verlatinghe
• Filips 2 werd afgeweerd (tegen verzetten) en dit legden ze vast in het
plakkaat van verlatinghe
• De vorst is er omwille van de onderdanen, zonder welke hij geen vorst is
(1581), filips werd afgezet -> republiek der verenigde Nederlanden
• De Staten-Generaal: “Filips 2 schond beloftes”.
• Hij voerde oorlog zonder toestemming
• Hij verhoogde belasting zonder toestemming
• Eerlijke rechtspraak was hij ook niet nagekomen -> alva gebruikte
Spaanse wetten. Terwijl hij helemaal niet bevoegd was.
• Het recht om Filips af te zetten baseerde de Staten-Generaal op Beza (de
onderdanen hadden wel degelijk het recht om zich te verzetten), Filips is
een Tiran (regeert niet met het recht, maar met geweld)
Rechten, reformatie en opstand
• Vanaf de 14e eeuw Nederlanden onder Hertog van Bourgondië
• Filips van Bourgondië riep in 1464 als eerste de vertegenwoordigers van
alle gewesten bijeen (Staten-Generaal)
• De Nederlanden komen onder de Habsburgers terwijl de opvolger
gesneuveld was
• Karel V (habsburg) veroverde alle Nederlanden
• Karel versterkte het centrale bestuur en bestreed protestanten.
• Filips de 2de (zoon van Karel) zette dit bestuur voort, maar het verzet
nam toe, daarna kwam het calvinisme op
• In 1566 begonnen de hagenpreken, na een hagenpreek brak de
beeldenstorm uit.
• Alva moest de rust herstellen
• Willem van Oranje begint in 1568 met een opstand tegen Alva
• Vanaf 1579 veroverde Parma de zuidelijke Nederlanden terug
• Hierdoor ontstond de Unie van Utrecht -> militair bondgenootschap en
ze kregen gewetensvrijheid (niemand mocht vanwege zijn geloof
vervolgd worden)
• In 1581 gingen ze nog zoeken naar een nieuwe vorst maar in 1588
gingen de opstandige gewesten verder als republiek der 7 VN
Hoofdstuk 1
1.1
Rechten van waterschappen
• De veengebieden van Holland en Utrecht waren onbewoond rond 1000
• Daarna kwam er ontginning (drooglegging)
• Er kwamen kanalen, dijken en dammen waardoor er polders ontstonden
• Er waren organisaties nodig die zorgden dat bijvoorbeeld de dijken niet
doorbraken dit was het waterbeheer -> waterschappen
• De graven van Holland hadden de onderdanen nodig om hun grond (die
ze tot hen hadden toegeëigend) te ontginnen. Daarom gaven ze de
onderdanen vrijheidsrechten.
• De waterschappen kregen dijkgraven (voorzitter van het bestuur) en
heemraden (vertegenwoordigers van inwoners)
• Poldermodel: vergadering voor waterbeheer
Rechten steden en staten
• Vorsten gaven stadsrechten aan steden (zelfbestuur, rechtsspraak,
belastingen innen, stadsmuren, eigen leger)
• Privileges werden vastgelegd in een keur -> document met handtekening
landsheer
• Steden werden bestuurd door patriciërs (leden van rijke families)
• Steden moesten betalen voor stadsrechten, daardoor groeiden de
inkomsten van vorsten en konden ze beginnen met de vorming van
staten.
• Vorsten verdienden veel geld en daardoor gingen ze staten vormen
• Er kwamen betaalde ambtenaren en rechters voor deze staten
• De beroepslegers konden met kanonnen de verdedigingsmuren van
steden kapotschieten toen de staatsvorming en de centralisatie een
bedreiging werd. (in strijd tegen de vrijheidsrechten)
• Dit heet staatsvorming en centralisatie -> bedreiging steden
• De staten werden gevormd -> vertegenwoordigers van steden adel en
geestelijkheid in een gewest of provincie
• Staten generaal-> vertegenwoordigers van alle gewesten tegelijk
• Burgers kregen indirect invloed op het staatsbestuur
, 1.2
Rechten en het plakkaat van verlatinghe
• Filips 2 werd afgeweerd (tegen verzetten) en dit legden ze vast in het
plakkaat van verlatinghe
• De vorst is er omwille van de onderdanen, zonder welke hij geen vorst is
(1581), filips werd afgezet -> republiek der verenigde Nederlanden
• De Staten-Generaal: “Filips 2 schond beloftes”.
• Hij voerde oorlog zonder toestemming
• Hij verhoogde belasting zonder toestemming
• Eerlijke rechtspraak was hij ook niet nagekomen -> alva gebruikte
Spaanse wetten. Terwijl hij helemaal niet bevoegd was.
• Het recht om Filips af te zetten baseerde de Staten-Generaal op Beza (de
onderdanen hadden wel degelijk het recht om zich te verzetten), Filips is
een Tiran (regeert niet met het recht, maar met geweld)
Rechten, reformatie en opstand
• Vanaf de 14e eeuw Nederlanden onder Hertog van Bourgondië
• Filips van Bourgondië riep in 1464 als eerste de vertegenwoordigers van
alle gewesten bijeen (Staten-Generaal)
• De Nederlanden komen onder de Habsburgers terwijl de opvolger
gesneuveld was
• Karel V (habsburg) veroverde alle Nederlanden
• Karel versterkte het centrale bestuur en bestreed protestanten.
• Filips de 2de (zoon van Karel) zette dit bestuur voort, maar het verzet
nam toe, daarna kwam het calvinisme op
• In 1566 begonnen de hagenpreken, na een hagenpreek brak de
beeldenstorm uit.
• Alva moest de rust herstellen
• Willem van Oranje begint in 1568 met een opstand tegen Alva
• Vanaf 1579 veroverde Parma de zuidelijke Nederlanden terug
• Hierdoor ontstond de Unie van Utrecht -> militair bondgenootschap en
ze kregen gewetensvrijheid (niemand mocht vanwege zijn geloof
vervolgd worden)
• In 1581 gingen ze nog zoeken naar een nieuwe vorst maar in 1588
gingen de opstandige gewesten verder als republiek der 7 VN