PSYCHOLOGIE
VERKORTE BACHELOR CRIMINOLOGISCHE WETENSCHAPPEN VUB
1
,Inhoud
introductie............................................................................................................. 4
1.1 Forensische en criminologische psychologie.................................................4
1.2 De ontwikkeling van antisociaal gedrag........................................................8
H2: Psychopathie.................................................................................................. 18
2.1 Psychopathie: een omkadering...................................................................18
2.2. De meting van psychopathie......................................................................21
2.3 De ontwikkeling van psychopathie..............................................................27
2.4. Behandelbaarheid...................................................................................... 31
H3: Partnergeweld................................................................................................ 33
3.1 Definiëring en prevalentie...........................................................................33
3.2 Typologie partnergeweld............................................................................. 36
H4: Stalking.......................................................................................................... 43
4.1 Stalking: definiëring en prevalentie.............................................................43
4.2 Een typologie voor stalkers.........................................................................47
4.3 Theoretische modellen: geweld en persistentie..........................................49
H5: Zedendelinquentie......................................................................................... 54
5.1 Definities en prevalentie............................................................................. 54
5.2 Theoretische modellen over zedendelicten.................................................61
5.3 Recidive....................................................................................................... 69
H6: Gastcollege Meester Sanne De Clerck: DE IMPACT VAN
GEDRAGSWETENSCHAPPEN OP HET STRAFRECHT...............................................71
6.1 Deskundig onderzoek.................................................................................. 71
6.2 Eigen technisch raadgever consulteren .....................................................71
6.3 Onweerstaanbare dwang............................................................................ 72
6.4 Sue lab ....................................................................................................... 72
6.6 Psychiatrisch onderzoek ............................................................................. 73
6.6.1 Impact psychiatrisch onderzoek ..............................................................74
H7: Psychische stoornissen en crimineel gedrag..................................................77
7.1 Ontoerekeningsvatbaarheid........................................................................77
7.2 Psychisch welzijn van gedetineerden..........................................................83
7.3 Risicotaxatie en -management....................................................................84
H9: Kwetsbare verdachten................................................................................... 90
9.1 Rechterlijke dwalingen................................................................................ 90
2
, 9.2 Persoonlijkheidstrekken: meegaandheid en stabiliteit................................95
inhoud EXAMEN.................................................................................................... 98
3
,CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
Algemene info
Veel theorie behandelen maar ook veel praktijk
Veel toepassingsvragen op casussen, kritische reflecties maken op het
examen
Lesopnames
EXAMEN: Bijna allemaal meerkeuzevragen + 1 open vraag als factchecker,
aftoetsen van iets actueels aan de leerstof
Verplichte literatuur: lezen als achtergrond om examenvragen te kunnen
beantwoorden, TE KENNEN
INTRODUCTIE
1.1 FORENSISCHE EN CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
1.1Forensische psychologie =/=
V
1.2Forensische psychologie =
(series Netflix: Mind Hunter, Dexter, Law order, Criminal minds, NCIS)
= De toepassing van de forensische wetenschappen op justitiële
vraagstukken maar ook administratieve vraagstukken
Deel van de forensische wetenschappen: forensische geneeskunde,
psychiatrie, computerwetenschappen,
boekhouding om fraude tegen te gaan
Overkoepelende term, je kan deze opdelen in
verschillende sub disciplines zoals psychologische
criminologie en rechtspsychologie (toepassing
psychologie in het kader van politieonderzoeken
en rechtszaken
Ontwikkeling begrip forensische psychologie
American
Psychological Association’s specialty guidelines for Forensic psychologists
4
, “Forensic psychology is a specialty in professional psychology
characterized by activities intended to provide professional psychological
expertise within the judicial and legal systems.” “Forensic psychology
refers to professional practice by any psychologist working within any sub-
discipline of psychology (e.g., clinical, developmental, social, cognitive)
when applying the scientific, technical, or specialized knowledge of
psychology to the law to assist in addressing legal, contractual, and
administrative matters.”
“Forensische psychologie verwijst naar de professionele praktijk van iedere
klinisch psycholoog die wetenschappelijke, technische en/of
gespecialiseerde psychologische kennis toepast op (1) justitiële vragen
met betrekking tot contractuele, administratieve en juridische
probleemstellingen, en op (2) niet-justitiële vragen met betrekking tot
grensoverschrijdend gedrag (o.a. preventie, bemiddeling en vrijwillige
hulpverlening).
De forensische psycholoog is diegene die gespecialiseerd is in preventie
van crimineel/normoverschrijdend gedrag, de forensische
psychodiagnostiek en/of de behandeling van plegers/slachtoffers.”
Wordt toegepast binnen verschillende velden:
Politionele psychologie aanwerving, stress, …
Investigative psychology Profiling, geografische Profiling:
Rechtspsychologie
Gevangenispsychologie: behandeling, vrijlatingen …
Academische psychologie: ooggetuigen, verhoor,
Klinische psychologie Psychodiagnostiek, risicotaxatie, …
Sociale psychologie Jury’s, media invloeden, …
Ontwikkelingspsychologie Agressie, delinquentie, …
Biologische psychologie erfelijkheid, gevolgen van hersenschade,…
Psychologische criminologie
Subonderdeel van de forensische psychologie
Hjv
1.3Psychologie en recht
Belangrijke spanningsvelden CASUS dia 22
In hoeverre men deze inzichten toepassen op de situatie zelf?
Is er voldoende nuance gemaakt?
De bedenkingen van de psycholoog: gemaakt vanuit eigen ervaring,
denkkader
Er is wrijving tussen de justitiële vragen en de antwoorden die de
psycholoog kan geven
5
,1.4Psychologie in beweging
Verschillen in training
Verschillen in attitude
Evidence-based toepassing van gedragswetenschappen in justitiële
context:
A. Klinische vs. wetenschappelijke opinie
B. Toepasbaarheid binnen een juridische vraagstelling
C. Onbeantwoordbare juridische vragen
Verschillen in paradigma’s
A. Vrije wil determinisme
B. Feiten
C. Aard van het feit
We kunnen bijna nooit iets met zekerheid zeggen over iemands
gedrag, niet al het gedrag is voorspelbaar, het blijft een schatting,
Moeilijk in te schatten, er kunnen hypotheses gevormd worden maar
is nooit met 100% zekerheid
VB: hoge kans op seksuele recidive, wat is een hoge kans?
Van groep naar individueel?
VB: hij vertoont een hoge mate van psychopathie dus is hij
gewelddadig
Wijzigingen van het recht brengen wijzigingen van de psychologie teweeg
Wat er is de rechtspraak verandert, heeft een invloed op wat de
psychologen gaan onderzoeken
Visies over krankzinnigheid zijn gedurende verschillende periodes
gewijzigd
Voor de 13e eeuw: ze werden bezeten door de duivel
De artsen zagen de duivel uitrijven als oplossing voor hun
geestesstoornis
In 1505: voor het eerst maal worden mensen als krankzinnig
beschouwd
18e eeuw: mensen met geestesstoornis worden gezien als beesten
dus moeten bestiaal te behandelen
19e eeuw: Daniel M’Naghten had para gedachten, hij heeft
Krankzinnigheid heeft geen duidelijke afbakening, er zijn criteria
nodig om iemand als
Had hij door welk gedrag hij stelde, herkende hij dat dit schadelijk is,
zag hij in of het moreel fout was of niet
=> Stijgende nood aan deskundigen
Evoluties binnen de algemene psychologie
Sociale omwentelingen zijn nodig om bepaalde zaken in te zien
VB: kindermisdbruik is iets van alle tijden
6
, In de middeleeuwen 13e eeuw: stond de doodstraf op verkrachting van
kinderen
Impact op trouwmogelijkheden van het kind
Kende heel vaak geen gevolg voor de dader
19e eeuw: Als er kindermisbruik heeft plaatsgevonden lag de schuld
vaak bij moeder, zij was ook schuldig dat ze dit had laten gebeuren of
kind was uitlokker, aanstoker
Toename in rechtszaken
1960: opkomst feminisme zorgt ervoor dat we anders gaan kijken naar
verkrachting
2010 - …: seksueel misbruik kan overal plaatsvinden, in de kerk,
Klinische vs. wetenschappelijke opinie b. Toepasbaarheid binnen een
juridische vraagstelling c. Onbeantwoordbare juridische vragen
Training – professionalisatie
7
,1.2 DE ONTWIKKELING VAN ANTISOCIAAL GEDRAG
1.2.1. De aard en het voorkomen van jeugddelinquentie
VOS: risicovolle thuissituatie waardoor
er kans is dat een delinquent gedrag
zal gepleegd worden
MOF: Misdrijf omschreven feiten,
jongeren die misdrijven hebben
gepleegd
Criminele feiten: persoonsfeiten
geweldsfeiten, familie en publieke
moraal feiten VB: aanranding
EXAMENVRAAG: interpreteer de
grafiek en maak conclusies
Stijging van het aantal verontrustende opvoedingssituaties (VOS-
Lichte daling van het aantal misdrijf omschreven feiten (MOF)
1.2.2. De psychiatrische visie
De gedragsproblemen worden complexer
Jongeren stellen gewelddadig gedrag maar ze zijn hebben vaak ook
psychische problemen, problemen op school, sociale isolatie heeft of de
verkeerde vrienden heeft ze zijn opgegroeid in erbarmelijke
omstandigheden
Er zal dus zeker de vraag gesteld worden of de jongeren
gedragsproblemen hebben
Oplossing? Heel integraal gaan werken!
Er worden verschillende termen door elkaar gebruikt: belangrijke
begrippen
1. Gedragsstoornis:
= gedragsproblemen die over langere tijd voorkomen en een negatieve
impact hebben op persoon en/of omgeving
Psychiatrische stoornis zoals
Er mag niet vanuit gegaan worden dat iemand een gedragsstoornis
hebben, dit moet wel degelijk onderzocht worden
2. Antisociaal gedrag
= gedrag gericht tegen geldende normen en regels
Regels mogen heel breed genomen worden: van te laat komen in de les
tot het niet naleven van maatregelen of het plegen van crimineel
gedrag, het niet houden aan afspraken, weglopen van huis
Allemaal vormen antisociaal gedrag
3. Delinquent gedrag:
Gedrag dat je stelt en waarbij je de wettelijke regels overtreedt
Dan stel je strafbare feiten
8
, Hoe kijkt men vanuit de psychiatrie naar de problematieken, welke stoornissen
worden hier gediagnostiseerd?
Verschillende labels/termen die de psychiatrie hanteren
Het wil niet zeggen dat je bepaald agressief gedrag vertoond, dat je
meteen een psychiatrische stoornis hebt
Het samenkomen van verschillende symptomen en problematische
gedragingen die een impact hebben op iemands leven, omgeving
DSM 5
Diagnostiek: classificatiesysteem van met alle stoorniscategorieën,
classificaties, criteria van verschillende stoornissen
Handleiding waarin verschillende psychiatrische stoornissen
geclassificeerd worden per subtype met een duidelijke beschrijving van
bepaalde symptomen die gekoppeld worden aan deze
Indien de persoon voldoet aan de opgesomde gedragingen, symptomen,
zal deze persoon deze gedragsstoornis in kwestie hebben
Update zich om de zoveel jaar
Recente wijziging in classificaties van gedragsstoornissen bij kinderen
Er is een categorie toegevoegd met problemen die gerelateerd zijn aan
impulscontroleproblemen
VB: men heeft weinig zelfcontrole en dit leidt tot problemen
Nieuwe classificaties in de DSM 5:
Gedragsstoornissen die we bij kinderen/ minderjarigen kunnen
identificeren
Voorwaarden die voldaan moeten zijn om te spreken van deze categorie:
Problemen met zelfcontrole (emotie &/of gedrag): uw eigen emoties
niet kunnen reguleren en uw gedrag niet te baas kunnen
VB: beginnen roepen, agressief worden, schelden, …
Rechten van anderen worden geschonden, er wordt geen rekening
gehouden met het welzijn van anderen
EN/ OF
Conflict met brede normen en regels of autoriteit
VB: vindt het moeilijk om te gaan met politie, te luisteren naar
leerkrachten, ….
Dit gedrag is ontstaan in kindertijd of adolescentie
Het gaat niet om sporadisch problematisch gedrag, elk kind vertoond
wel eens uitdagend gedrag
Co-morbiditeit met andere problemen
Het is vaak gerelateerd aan andere problemen: trauma’s die kinderen
hebben opgelopen, depressie, angst, …
9