Week 1
Hoofdstuk 5
Opslagmethode = Vaste verhouding tussen directe kosten en de daarmee
samenhangende indirecte kosten. (Indirecte kosten uitdrukken in % van directe
kosten)
Het percentage wordt dus doorberekend in de kostprijs van het product.
De overboekingsrekening helpt om het onderscheid tussen directe en indirecte
kosten te laten zien. Je krijgt bv de volgende boeking:
4900 Indirecte arbeidskosten 8.000
4910 Indirecte machinekosten 59.000
4920 Indirecte overige kosten 83.000
8800 Indirecte verkoopkosten 20.000
Aan 4999 Overboekingsrekening 170.000
(Betreft werkelijke indirecte kosten)
Als je met een percentage werkt zijn het GEEN werkelijke indirecte kosten. Dit is op
basis van een ervaringspercentage, die boeking is als volgt:
3 Onderhanden werk 141.000
Aan 4999 Overboekingsrekening 141.000
(Dit betreft doorberekende indirecte kosten)
Voor de gereedgekomen producten wordt geboekt, dit is incl. directe kosten:
3 Voorraad eindproduct 846.000
Aan 3 Onderhanden werk 846.000
De grootboekrekening van onderhanden werk bestaat dus uit een deel directe kosten
(705.000) en de toeslag indirecte kosten (141.000) en de aflevering eindproduct
(846.000).
Kostenplaatsmethode = Kosten worden verzameld per afdeling. Kostenplaats is dus
een verzamelplaats van kosten.
Kosten kunnen doorbelast worden, dit betekend dat bv huurkosten worden
doorberekend aan afdeling verkoop, inkoop, productie etc.
Kostenbron = zender crediteren
Kostendoel = ontvanger debiteren
Kostendragers zijn producten of diensten/projecten die een bedrijf (produceert en)
verkoopt.
De directe kosten worden buiten de kostenplaats om, direct geboekt op de
kostendragers. De indirecte kosten worden via de kostenplaats geboekt op de
kostendragers. De kostendragers zijn gekoppeld aan de post Onderhanden werk.
, Week 2
Budgetten worden gebruikt voor planning en control, dit is een maximumbedrag dat
wordt toegewezen dat in een bepaalde periode besteed mag worden aan bepaalde
uitgaven.
De opbouw van het operating budget is als volgt:
Voorraad- inkoop-, Operating budget =
Verkoopbudget kostprijs Kostenbudget Gebudgetteerd
verkopenbudget resultatenoverzicht
Verkoopbudget: Vastgesteld door vanuit de verwachte aantallen te vermenigvuldigen
met de verkoopprijs, hieruit komen de begrotingen en budgetten.
Operating budget: Vormt een input om de liquiditeiten te kunnen budgetteren
Budgetteringsproces:
b
lti
va
E
rn
ijstu P
yg-d
ko
A
ch
e V
U
m
Verschillende manieren om de budgetten vast te stellen:
1. Incremental budgeting = Aan de hand van het bestaande budget van
afgelopen periode wordt het budget voor de komende periode vastgesteld
2. Zero budgeting = Er wordt gestart met een blanco situatie, het budget wordt
dus post voor post opgebouwd
3. Activity based budgeting = Aan iedere activiteit wordt een bedrag gekoppeld.
Het is dan dus mogelijk om een budget samen te stellen aan de hand van
verwachte activiteiten