Samenvatting erfrecht
INLEIDING : Afdeling 1: definitie en begrippen
Erfrecht:
Definitie: het geheel van rechtsregels die de overgang regelen van het vermogen van een
overledene (decuius), naar één of meer levende personen.
Devolutie:
Definitie: De aanwijzing van de personen aan wie de nalatenschap zal toevallen, gebeurt door de
regels inzake erfovergang of de devolutie.
Onderscheid tussen wettelijke en conventionele devolutie
Burgerlijk wetboek:
Testament contracten (HC of aankoop RG/OG)
Erfgerechtigden en erfgenamen:
Definitie: De personen die op grond van het geheel van één van de bovenvermelde
devolutieregels tot de nalatenschap worden geroepen, zijn de erfgerechtigden (soms ook
erfopvolgers genoemd). Indien zij erfbekwaam zijn en bovendien ook de nalatenschap
aanvaarden, worden zij erfgenaam.
Erfdeel:
Defintie: De aanspraken van deze erfgenamen in de nalatenschap vormen hun erfdeel. Dit is het
wettelijk erfdeel in geval van wettelijke devolutie of het reservatair deel indien zij zijn onterfd.
Afdeling 2: bronnen van het erfrecht
Bronnen:
1. Burgerlijk wetboek
2. Bijzondere wetgeving (vb. jeugdbeschermingswet)
3. Hervormingen van de Code Civil
- Wet 14 mei 1981
- Wet 31 maart 1987
- Wet 10 december 2012 (onwaardigheid)
- Wet 31 juli 2017 inwerking sinds 1/9/2017 (modernisering van het erfrecht)
- Wet 22 juli 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat het
huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen (= wet
HVR)
- Wet 19 januari 2022 houdende boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht” en
boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” van het Burgerlijk
Wetboek.
Afdeling 3: voorwerp van het erfrecht
Definitie ‘nalatenschap’:
Het vermogen van de decuius zoals het bestaat op het ogenblik van het overlijden met alle
actoeve en passieve vermogensbestanddelen en onderworpen aan de regels van het erfrecht.
Actief van de nalatenschap:
- Alle patrimonale rechten en vorderingen die overgaan op erfgenamen:
o Alleen of onverdeeld eigenaar
o Huwelijk: bij het eerste overlijden = twee vereffeningen
- Uitzonderingen:
o levenslange rechten (VG, recht van bewoning, …) of onder ontbindende
voorwaarde/termijn van overlijden (beding van conventionele terugkeer, …)
1
, o rechten gekoppeld aan de persoon van de decuius (morele schadevergoeding,
recht om een schenking aan een echtgenoot te herroepen, …)
Passief van de nalatenschap:
- alle schulden aangegaan door de overledene of die zijn ontstaan in zijn hoofde (vb.
persoonlijke lening,…)
- alle schulden naar aanleiding van het overlijden ontstaan (vb. erfbelasting,…)
- onderhoudsvorderingen lastens de nalatenschap (vb. vehoeftige onterfde ascendent of
langstlevende echtgenoot (art. 205bis oud BW)
- persoonlijke verplichting van de lleg of de II wettelijk samenwonende partner :
assepoesterverplichting (art. 203, §3 oud BW en art. 1477,§5 oud BW)
Zitten niet in de nalatenschap:
- extra patrimoniale rechten en vorderingen
o soms uitgedoofd door overlijden (vb. ES vorderen)
o soms uit te oefenen door andere persoon (vb. lleg inkijken patientendossier,
erfgenamen betwisten vaderlijke afstamming,..)
Afdeling 4: Gewone en anomale nalatenschap
Gewone nalatenschap:
- toepassing van de “eenheid van de erfopvolging”:
o de toebedelingsregels gelden voor de gehele nalatenschap
1 homogene massa
Geen onderscheid naar de aard / oorsprong van de goederen
- OPMERKING: steeds meer specifieke regels (vb. preferentiele goederen, afgeleide
onwaardigheid,..)
Anomale nalatenschap
- Onttrekken van goederen aan de ‘gewone” erfgenamen
- = toepassing van artikel 4.24,§1 BW (wettelijke terugkeer)
Afdeling 5: Verkrijging iure hereditario of iure proprio
Onderscheid:
Iure hereditario: vererven op grond van hun hoedanigheid van aanvaardende erfgenaal
Iure proprio: verkrijgen van rechten nav een overlijden, ongeacht of deze personen in de
nalatenschap effectief erfrechtelijke aanspraken hebben (vb. via tontine of beding van aanwas);
derde kan dus ook rechten verwerven via deze weg.
Toepassing:
De begunstigde bij een levensverzekering
Hoofdstuk 1: OPENVALLEN VAN DE NALATENSCHAP – afdeling 1 : de nalatenschap valt open door
de dood
Waar en wanneer ‘valt de nalatenschap open’?
Artikel 4.1. BW stelt: fysiek overlijden of een daarmee gelijkgesteld overlijden doet de
nalatenschap openvallen
2
, - Fysiek overlijden:
o Biologische overlijden (burgerlijke dood bestaat niet meer zie grondwet)
klinisch overlijden is hier NIET in begrepen
o Vaststelling door een arts: hij/zij maakt attest van overlijden, maar dit is als
juridisch bewijs onvoldoende!!
- Vermissing:
o Verdwinnen in levensbedreigende omstandigheden die zijn overlijden zeker
maken, maar zonder dat het lichaam wordt gevonden of geidentificeerd (art.126
oud BW)
o Verklaring van overlijden door familierechtbank op eventuele dag van
verdwijning: de nalatenschap valt op dat ogenblik open
- Afwezigheid:
o De afwezige persoon houd op te verschijnen waar hij zijn woon- of verblijfplaats
heeft, laat niets van zich horen en daaruit ontstaat onzekerheid of hij al dan niet
nog leeft
o Fase 1: vermoeden van afwezigheid vast te stellen door de Vrederechter; behoud
en bewaring van het vermogen; gerechtelijk bewindvoerder aanstellen
o Fase 2: verkalring van afwezigheid door de familierechtbank uitgesproken (min.
5jaar verlopen na vaststelling van vermoeden van afwezigheid of 7 jaar sinds de
verdwijning). Heeft dezelfde gevolgen als een biologisch overlijden
o Terugkeer? derdenverzet (of verbetering vonnis) = teruggave van zijn
goederen of de waarde ervan
Hoofdstuk 1: OPENVALLEN VAN DE NALATENSCHAP – afdeling 2 : de nalatenschap valt open door
de dood
Relevantie van ogenblik van overlijden?
- Toe te passen erfrecht
- Samenstelling nalatenschap
- Bepalen erfgerechtigde
- Termijnen beginnen te lopen
- Interesten beginnen te lopen
Hoofdstuk 1: OPENVALLEN VAN DE NALATENSCHAP – afdeling 3 : de nalatenschap valt open in de
woonplaats:
Woonplaats van de erflater of laatst gekende woonplaats (art. 110 oud BW)
- Art. 102 oud BW
- Inschrijving in bevolkingsregister is niet doorslaggevend !!
- Relevantie plaats openvallen nalatenschap?
o Territoriaal bevoegde rechter
o Plaats uitoefenen optierecht
o Plaats aangifte nalatenschap
Hoofdstuk 2: ERFBEKWAAMHEID
Erfgerechtigdheid en erfbekwaamheid:
!! beide zijn vereist om te kunen erven
Erfgerechtigdheid: erfaanspraken te kunnen maken = roeping tot de nalatenschap (beoordeeld in
abstracto)
- Persoon die kan erven is de erfgerechtigde
3
INLEIDING : Afdeling 1: definitie en begrippen
Erfrecht:
Definitie: het geheel van rechtsregels die de overgang regelen van het vermogen van een
overledene (decuius), naar één of meer levende personen.
Devolutie:
Definitie: De aanwijzing van de personen aan wie de nalatenschap zal toevallen, gebeurt door de
regels inzake erfovergang of de devolutie.
Onderscheid tussen wettelijke en conventionele devolutie
Burgerlijk wetboek:
Testament contracten (HC of aankoop RG/OG)
Erfgerechtigden en erfgenamen:
Definitie: De personen die op grond van het geheel van één van de bovenvermelde
devolutieregels tot de nalatenschap worden geroepen, zijn de erfgerechtigden (soms ook
erfopvolgers genoemd). Indien zij erfbekwaam zijn en bovendien ook de nalatenschap
aanvaarden, worden zij erfgenaam.
Erfdeel:
Defintie: De aanspraken van deze erfgenamen in de nalatenschap vormen hun erfdeel. Dit is het
wettelijk erfdeel in geval van wettelijke devolutie of het reservatair deel indien zij zijn onterfd.
Afdeling 2: bronnen van het erfrecht
Bronnen:
1. Burgerlijk wetboek
2. Bijzondere wetgeving (vb. jeugdbeschermingswet)
3. Hervormingen van de Code Civil
- Wet 14 mei 1981
- Wet 31 maart 1987
- Wet 10 december 2012 (onwaardigheid)
- Wet 31 juli 2017 inwerking sinds 1/9/2017 (modernisering van het erfrecht)
- Wet 22 juli 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat het
huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen (= wet
HVR)
- Wet 19 januari 2022 houdende boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht” en
boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” van het Burgerlijk
Wetboek.
Afdeling 3: voorwerp van het erfrecht
Definitie ‘nalatenschap’:
Het vermogen van de decuius zoals het bestaat op het ogenblik van het overlijden met alle
actoeve en passieve vermogensbestanddelen en onderworpen aan de regels van het erfrecht.
Actief van de nalatenschap:
- Alle patrimonale rechten en vorderingen die overgaan op erfgenamen:
o Alleen of onverdeeld eigenaar
o Huwelijk: bij het eerste overlijden = twee vereffeningen
- Uitzonderingen:
o levenslange rechten (VG, recht van bewoning, …) of onder ontbindende
voorwaarde/termijn van overlijden (beding van conventionele terugkeer, …)
1
, o rechten gekoppeld aan de persoon van de decuius (morele schadevergoeding,
recht om een schenking aan een echtgenoot te herroepen, …)
Passief van de nalatenschap:
- alle schulden aangegaan door de overledene of die zijn ontstaan in zijn hoofde (vb.
persoonlijke lening,…)
- alle schulden naar aanleiding van het overlijden ontstaan (vb. erfbelasting,…)
- onderhoudsvorderingen lastens de nalatenschap (vb. vehoeftige onterfde ascendent of
langstlevende echtgenoot (art. 205bis oud BW)
- persoonlijke verplichting van de lleg of de II wettelijk samenwonende partner :
assepoesterverplichting (art. 203, §3 oud BW en art. 1477,§5 oud BW)
Zitten niet in de nalatenschap:
- extra patrimoniale rechten en vorderingen
o soms uitgedoofd door overlijden (vb. ES vorderen)
o soms uit te oefenen door andere persoon (vb. lleg inkijken patientendossier,
erfgenamen betwisten vaderlijke afstamming,..)
Afdeling 4: Gewone en anomale nalatenschap
Gewone nalatenschap:
- toepassing van de “eenheid van de erfopvolging”:
o de toebedelingsregels gelden voor de gehele nalatenschap
1 homogene massa
Geen onderscheid naar de aard / oorsprong van de goederen
- OPMERKING: steeds meer specifieke regels (vb. preferentiele goederen, afgeleide
onwaardigheid,..)
Anomale nalatenschap
- Onttrekken van goederen aan de ‘gewone” erfgenamen
- = toepassing van artikel 4.24,§1 BW (wettelijke terugkeer)
Afdeling 5: Verkrijging iure hereditario of iure proprio
Onderscheid:
Iure hereditario: vererven op grond van hun hoedanigheid van aanvaardende erfgenaal
Iure proprio: verkrijgen van rechten nav een overlijden, ongeacht of deze personen in de
nalatenschap effectief erfrechtelijke aanspraken hebben (vb. via tontine of beding van aanwas);
derde kan dus ook rechten verwerven via deze weg.
Toepassing:
De begunstigde bij een levensverzekering
Hoofdstuk 1: OPENVALLEN VAN DE NALATENSCHAP – afdeling 1 : de nalatenschap valt open door
de dood
Waar en wanneer ‘valt de nalatenschap open’?
Artikel 4.1. BW stelt: fysiek overlijden of een daarmee gelijkgesteld overlijden doet de
nalatenschap openvallen
2
, - Fysiek overlijden:
o Biologische overlijden (burgerlijke dood bestaat niet meer zie grondwet)
klinisch overlijden is hier NIET in begrepen
o Vaststelling door een arts: hij/zij maakt attest van overlijden, maar dit is als
juridisch bewijs onvoldoende!!
- Vermissing:
o Verdwinnen in levensbedreigende omstandigheden die zijn overlijden zeker
maken, maar zonder dat het lichaam wordt gevonden of geidentificeerd (art.126
oud BW)
o Verklaring van overlijden door familierechtbank op eventuele dag van
verdwijning: de nalatenschap valt op dat ogenblik open
- Afwezigheid:
o De afwezige persoon houd op te verschijnen waar hij zijn woon- of verblijfplaats
heeft, laat niets van zich horen en daaruit ontstaat onzekerheid of hij al dan niet
nog leeft
o Fase 1: vermoeden van afwezigheid vast te stellen door de Vrederechter; behoud
en bewaring van het vermogen; gerechtelijk bewindvoerder aanstellen
o Fase 2: verkalring van afwezigheid door de familierechtbank uitgesproken (min.
5jaar verlopen na vaststelling van vermoeden van afwezigheid of 7 jaar sinds de
verdwijning). Heeft dezelfde gevolgen als een biologisch overlijden
o Terugkeer? derdenverzet (of verbetering vonnis) = teruggave van zijn
goederen of de waarde ervan
Hoofdstuk 1: OPENVALLEN VAN DE NALATENSCHAP – afdeling 2 : de nalatenschap valt open door
de dood
Relevantie van ogenblik van overlijden?
- Toe te passen erfrecht
- Samenstelling nalatenschap
- Bepalen erfgerechtigde
- Termijnen beginnen te lopen
- Interesten beginnen te lopen
Hoofdstuk 1: OPENVALLEN VAN DE NALATENSCHAP – afdeling 3 : de nalatenschap valt open in de
woonplaats:
Woonplaats van de erflater of laatst gekende woonplaats (art. 110 oud BW)
- Art. 102 oud BW
- Inschrijving in bevolkingsregister is niet doorslaggevend !!
- Relevantie plaats openvallen nalatenschap?
o Territoriaal bevoegde rechter
o Plaats uitoefenen optierecht
o Plaats aangifte nalatenschap
Hoofdstuk 2: ERFBEKWAAMHEID
Erfgerechtigdheid en erfbekwaamheid:
!! beide zijn vereist om te kunen erven
Erfgerechtigdheid: erfaanspraken te kunnen maken = roeping tot de nalatenschap (beoordeeld in
abstracto)
- Persoon die kan erven is de erfgerechtigde
3