GOEDERENRECHT
,Inhoudsopgave
1
, Inleiding
HEEL BELANGRIJK: BEPALINGEN VAN BOEK 3 ZIJN VAN AANVULLEND RECHT, TENZIJ HET GAAT OM
DEFINITIES OF PARTIJEN ERVAN AFWIJKEN
Het goederenrecht gesitueerd binnen het vermogensrecht
- Goederenrecht is onderdeel van vermogensrecht (= recht tot regeling van de patrimoniale
subjectieve rechten)
o Patrimoniaal = op geld waardeerbaar
o 3 soorten patrimoniale subjectieve rechten
Vorderingsrechten
Bieden een rechtssubject een recht op een prestatie van een ander
rechtssubject
Dus : gaat over rechtsverhoudingen tussen rechtssubjecten
Prestatie = iets doen, iets niet doen (iets laten) of iets geven
Intellectuele rechten
Geven de titularis een tijdelijk en exclusief exploitatierecht op een
originele creatie van de menselijke geest
Zakelijke rechten
Geven een rechtssubject een rechtstreekse zeggenschap over een
bepaalde zaak
Dus: gaat over verhouding mens-zaak
Met variabele draagwijdte in functie van de aard van het zakelijk
recht
o Sommige titularissen hebben enorm veel macht over hun
goed, andere heel weinig
Zakelijke hoofdrechten
o Meest volkomen zakelijk recht = eigendomsrecht
o Mede-eigendom = variant van eigendomsrecht
In bijzonder: appartementsrecht
o Zakelijke rechten met minder omvangrijke zeggenschap op
de zaak = zakelijke gebruiksrechten – nl. erfdienstbaarheden,
vruchtgebruik, erfpacht en opstalrecht
Bijkomende zakelijke rechten = zakelijke zekerheden
o Zijn een accessorium (bijzaak) van een schuldvordeirng
Garanderen de goede naleving van een
schuldvordering
o Ze waarborgen deze schuldvordering nl. bijzondere
voorrechten, pand, hypotheek en retentierecht
2
,De modernisering van het goederenrecht
- Burgerlijk Wetboek van 1804 => gericht op een agrarische samenleving
- Nauwelijks gewijzigd tot recente hervorming
- Met ingang van 1 september 2021: inwerkingtreding van Boek 3 van het (nieuw) Burgerlijk
Wetboek, begrepen in de wet van 4 februari 2020 (BS 17 maart 2020)
Belang van het goederenrecht
- Goede juridische regeling van de toekenning van zakelijke rechten zorgt voor welvaart
o (eigendomsrecht = grondrecht)
o Welke aanspraken ze op welke ggoederen kunnen laten gelden, bepaalt de omvang
van het vermogen van de burgers
- Cruciaal = publiciteitssysteem
o Want: snel en met zekerheid weten wie welk vermogen heeft, is nuttig voor de
medecontractant en voor de overheid
Begrippen zaak – voorwerp – goed – vruchten – opbrengsten –
vermogen
- Zaak (algemeen): al wat bestaat, met uitzondering van de mens
- Goederen: alle voorwerpen die vatbaar zijn voor toe-eigening met inbegrip van de
vermogensrechten (art. 3.41 BW)
o Vorderingsrecht, intellectueel recht, zakelijk recht is op zijn beurt een goed → je kan
het verkopen
- Voorwerp: wat geen persoon en geen dier is, ongeacht of het voorwerp natuurlijk of
kunstmatig, lichamelijk of onlichamelijk is (art. 3.38 BW)
o Lichamelijke voorwerpen: voorwerpen die zintuiglijk kunnen waargenomen worden
en worden gemeten middels een momentopname (art. 3.40 BW)
o Dieren: hebben een gevoelsvermogen en biologische noden (art. 3.39 BW)
Wettelijke bepalingen inzake lichamelijke voorwerpen: van toepassing op
dieren
- Vruchten: datgene wat een goed periodiek voortbrengt zonder dat dit de substantie van het
goed wijzigt, ongeacht of dit uit zichzelf gebeurt of als gevolg van de valorisatie ervan (art.
3.42, lid 1 BW)
- Opbrengsten: datgene wat een goed opbrengt maar waardoor de waarde van het goed
onmiddellijk of geleidelijk wordt verminderd (art. 3.42, lid 3 BW)
o Vb diamantring: diamant uithalen en ring vermindert in waarde
- Vermogen = juridische algemeenheid die het geheel van de bestaande en toekomstige
goederen (baten) en verbintenissen (lasten) omvat (art. 3.35, lid 1 BW)
→ Belangrijk in het erfrecht en het verbintenissenrecht
o Modern recht: principe van eenheid van het vermogen
Wanneer je schuld hebt die je niet voldoet, dan kan de schuldeiser zich
richten tot uw gans vermogen
3
, Dynamisch iets: evolueert voortdurend
Nalatenschap: positieve maar ook schulden gaan over → kan je volledig
weigeren (dan krijg je ook het positieve niet) MAAR je kan ook aanvaarden
onder voorrecht van boedelbeschrijving
Aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving: de baten (het
positieve) van de nalatenschap worden aangewend om de schulden
van de overledene te betalen, maar de erfopvolgers moeten niet
met hun eigen vermogen instaan voor de overblijvende schulden van
de nalatenschap
Alle goederen zullen onder toezicht van de rechtbank verkocht
moeten worden
o Om schuldeisers te beschermen
o Uitzondering op dit principe: kwaliteitsrekening
Hebben 2 vermogens
Bepaalde beroepsuitoefenaars: advocaat, notaris en gerechtsdeurwaarder
Hebben derdengelden (gelden onder zich die niet van hen zijn)
Kunnen niet gebruikt worden om de eigen schulden mee af te lossen
4
, H1: Indeling van de goederen
- Waarom indelen?
o Omdat goederen in functie van de categorie waartoe ze behoren, een eigen
rechtsstatuut hebben
→ basis tot normering
Goederen volgens de graad van toe-eigeningsmogelijkheid
Belang van de indeling
- Doorslaggevend voor de vraag of een goed wel het voorwerp kan uitmaken van zakelijke
rechten
Goederen in en buiten de handel
- Voorwerp van een prestatie moet noodzakelijk in de handel zijn
- In de handel: kunnen het voorwerp zijn van vermogensrechten dus van private toe-eigening
en verhandeling tussen de burgers
- Buiten de handel: komen in feite wel in aanmerking voor private toe-eigening en
verhandeling maar niet in rechte
o Er is een wettelijk beletsel
o Vb drugs
Gemene voorwerpen (res communes)
- Voorwerpen die aan niemand toebehoren en worden gebruikt in het algemeen belang, met
inbegrip van het belang voor toekomstige generaties
o Vb lucht, zee…
- Niet vatbaar voor toe-eigening voor hun totaliteit maar wel voor een deel
o Vb emmertje zeewater
o goederen buiten handel: wel vatbaar voor toe-eigening, maar dit is niet het geval
wetens een wettelijk beletsel
Goederen zonder eigenaar (res nullius)
Kunnen van tweeërlei aard zijn
- Ofwel hebben ze nooit een eigenaar gehad maar zijn ze wel vatbaar voor toe-eigening
o Vb wild, vissen in de zee
- Ofwel heeft de eigenaar er afstand van gedaan (res derelictae)
o Vb iemand anders verscheurt tekst en smijt het in vuilbak (op openbaar terrein) →
dan kan je de tekst zelf toe-eigenen
MAAR moet op openbaar terrein zijn: indien op privaat domein, dan kan je
niet toe-eigenen
- Onderscheiden regeling voor roerende en onroerende goederen
5
, o Onroerende goederen zonder eigenaar: gaan naar Belgische staat (mits
schadevergoeding voor de gemeenschap indien verlating schade berokkent)
o Roerende goederen zonder eigenaar: wordt later besproken
Gevonden goederen
- Goederen kunnen ‘gevonden’ worden wanneer ze
o Verloren goederen zijn (eigenaar is onbekend, maar heeft wel een eigenaar)
o Res nullius zijn
o Schatten zijn (werden verborgen en hadden een eigenaar maar die kan zijn
eigendomsrecht niet meer aantonen)
Goederen volgens hun gebruik
Vervangbare en niet-vervangbare goederen
Vervangbare goederen
- Vervangbaar = onderling verwisselbaar
o Vb geld
Criterium voor het onderscheid met niet-vervangbare (geïndividualiseerde)
goederen
- Criterium = de wil van de partijen zelf
o Dus niet: een intrinsiek kenmerk van de goederen
Belang van dit onderscheid
- Ligt in het verbintenissenrecht
o Kwijting van de schuld kan door het leveren van de vervangende zaak als het
voorwerp een vervangbaar goed is
o Schuldvergelijking : enkel mogelijk voor geld en vervangbare zaken van dezelfde
soort
Verbruikbare en niet-verbruikbare goederen
Begrippen
- Verbruikbare goederen kan men niet gebruiken zonder erover te beschikken
o Ze gaan dus verloren (feitelijk of juridisch) bij het eerste gebruik dat men ervan
maakt
Vb eten: als je het de eerste keer gebruikt, is het weg
Vb geld
- Niet-verbruikbaar goed: hoef je niet over te beschikken om het te gebruiken
o Vb boek: kan je teruggeven aan eigenaar na het gebruik
6
, Belang van dit onderscheid
- Werkt door in onderscheid tussen bruikleenen verbruikleen + belangrijk in kader van
vruchtgebruik
o Vruchtgebruik: vruchtgebruiker heeft in principe nekel bevoegheid tot gebruik en
genot van goed: mag er niet zelf over beschikken (vb verkopen, schenken, ruilen…)
vruchtgebruik betrekking op verbruikbare goederen (vb geld, wijn…): mag
het gebruiken en dus verbruiken
Soortgoederen (genera) en bepaalde goederen (species)
Begrippen
- Soortgoederen = slechts bepaald naar hun generieke eigenschappen dus naar hun maat,
getal of gewicht
o Vb kilo bloem, liter olie
- Bepaalde goederen = individueel bepaalde goederen
o Vb een rode Tesla model S met nummerplaat 2FBC269
- Onderscheidend criterium = de kenmerken zelf van de goederen
Belang van dit onderscheid
- In het goederenrecht : teruggave bij einde vruchtgebruik; specialiteitsbeginsel; vermenging
- In het verbintenissenrecht: leer van de eigendomsoverdracht en de risicoleer
o Eigendomsoverdracht: loutere consensueel (bepaalde goederen)
soortgoederen: eigendom gaat over wanneer deze goederen
geïndividualiseerd zijn (meestal levering)
o Risicoleer: wie draagt het risico van een verlies
Risico gaat over bij de eigendomsovergang
Klopt alleen maar bij species
soortgoederen: risico blijft tot de individualisatie bij de
overdrager
Roerende en onroerende goederen
Belang van deze indeling
- Summa divisio van het Burgerlijk Wetboek
- Historische achtergrond
o Romeins recht: onderscheidend criterium = verplaatsbaarheid
Onroerend: niet verplaatsbaar
Roerend: verplaatsbaar
→ fysiek criterium
o Gewoonterecht: economisch criterium
Onroerend: waardevolle goederen
Roerend: niet veel waarde
o BW van 1804: vermenging van een fysiek criterium en een economisch criterium
7
, ME: meer gewicht aan onroerende goederen
Vermening in BW van 1804??
Systeem rond onroerende goederen is meer uitgewerkt: gaan ook uit
van meest waardevolle om te beschermen dus het onroerende
o Kritiek : economisch criterium = achterhaald
- Belang voor het Belgische privaatrecht
o Overdracht van goederen
o Zekerheidsrecht
o Beslag
o Bezitsbescherming
o Verjaring
o Schenking
Totaal ander recht voor roerende en onroerende goedere
Gebeuren in principe per notariële akten
Maar bepaalde lichamelijke roerende goederen kan je schenken bij
bankgift zonder notariële akte
Onroerende goederen
- 4 soorten onroerende goederen
o Uit hun aard
o Door incorporatie
o Door bestemming
o Door het voorwerp waarop ze betrekking hebben (onlichamelijke onroerende
goederen)
Onroerende goederen uit hun aard
Art. 3.47 BW
= grond
+
de samenstellende volumes die in drie dimensies bepaald zijn (= volumes boven en onder de grond)
- In alle gevallen is de grond het basispunt
o Maar appartementsrecht: grond niet de basis
Onroerende goederen door incorporatie
Art. 3.47, lid 2 BW
= Alle bouwwerken en beplantingen die een inherent bestanddeel vormen van onroerende goederen
uit hun aard, omdat ze erin geïncorporeerd zijn
+
de inherente bestanddelen van de geïncorporeerde bouwwerken en beplantingen
- Incorporatie = noodzakelijke vereiste
o Maar: zeer ruim op te vatten: niet enkel voorwerpen die via een verbindend element
vastzit, ook voorwerpen die duurzaam en gewoonlijk ermee verbonden zijn of erin
vastzetten
8
, - Boek 3: onderscheid inherente bestanddelen accessoria
o Inherent = noodzakelijk element dat niet afscheidbaar is zonder afbreuk aan de
substantie van het goed
o Accessorium: wel een mate van autonomie
- Incorporatie = voldoende vereiste
o Dus: wie de verbinding met de grond maakte (eigenaar of niet) speelt geen rol!
- Planten – vruchten
o Ook hier: verbondenheid = beslissende factor
Vb spruitjes op het veld van een boer = onroerend
o Opgelet: door de wil van de eigenaar is vervroegde roerendmaking mogelijk
Onroerende goederen door bestemming
Art. 3.47, lid 4 BW
= de accessoria van een onroerend goed
- “Accessorium sequitur principale”: de bijzaak volgt de hoofdzaak
o Zakelijk recht op goed heeft ook betrekking op accessoria van dat goed
- 2 voorwaarden
o De goederen hebben dezelfde eigenaar
o Duurzaam verbonden met het onroerend goed of
Ten dienste van de uitbating of bewaring van het onroerend goed
Vb vrachtwagens in een loods van een transportbedrijf (en loods is eigendom
van de eigenaar van transportbedrijf) = onroerend
Maar als loods gehuurd is: dan zijn de vrachtwagens roerend
Vb tractor bij een hoeve = onroerend
- Waarom? Art. 1615 oud BW; art. 45, 2 Hyp.W.: rechtmatig vertrouwen van derden
beschermen
Onroerende goederen door hun voorwerp
- Beetje raar : onlichamelijke goederen (rechten) zijn niet roerend of onroerend
- Criterium van onderscheid = voorwerp waarop het recht betrekking heeft, nl. een onroerend
goed
o Onroerende zakelijke rechten
o Onroerende schuldvorderingen
o Onroerende rechtsvorderingen
o Bezitsvorderingen
Onroerende zakelijke rechten
- Sommige zijn enkel onroerend : recht van opstal, erfpachtrecht, erfdienstbaarheid, recht van
bewoning, hypotheek
- Andere zijn onroerend of roerend, naargelang het voorwerp waarop ze slaan: eigendom,
vruchtgebruik
9
,Inhoudsopgave
1
, Inleiding
HEEL BELANGRIJK: BEPALINGEN VAN BOEK 3 ZIJN VAN AANVULLEND RECHT, TENZIJ HET GAAT OM
DEFINITIES OF PARTIJEN ERVAN AFWIJKEN
Het goederenrecht gesitueerd binnen het vermogensrecht
- Goederenrecht is onderdeel van vermogensrecht (= recht tot regeling van de patrimoniale
subjectieve rechten)
o Patrimoniaal = op geld waardeerbaar
o 3 soorten patrimoniale subjectieve rechten
Vorderingsrechten
Bieden een rechtssubject een recht op een prestatie van een ander
rechtssubject
Dus : gaat over rechtsverhoudingen tussen rechtssubjecten
Prestatie = iets doen, iets niet doen (iets laten) of iets geven
Intellectuele rechten
Geven de titularis een tijdelijk en exclusief exploitatierecht op een
originele creatie van de menselijke geest
Zakelijke rechten
Geven een rechtssubject een rechtstreekse zeggenschap over een
bepaalde zaak
Dus: gaat over verhouding mens-zaak
Met variabele draagwijdte in functie van de aard van het zakelijk
recht
o Sommige titularissen hebben enorm veel macht over hun
goed, andere heel weinig
Zakelijke hoofdrechten
o Meest volkomen zakelijk recht = eigendomsrecht
o Mede-eigendom = variant van eigendomsrecht
In bijzonder: appartementsrecht
o Zakelijke rechten met minder omvangrijke zeggenschap op
de zaak = zakelijke gebruiksrechten – nl. erfdienstbaarheden,
vruchtgebruik, erfpacht en opstalrecht
Bijkomende zakelijke rechten = zakelijke zekerheden
o Zijn een accessorium (bijzaak) van een schuldvordeirng
Garanderen de goede naleving van een
schuldvordering
o Ze waarborgen deze schuldvordering nl. bijzondere
voorrechten, pand, hypotheek en retentierecht
2
,De modernisering van het goederenrecht
- Burgerlijk Wetboek van 1804 => gericht op een agrarische samenleving
- Nauwelijks gewijzigd tot recente hervorming
- Met ingang van 1 september 2021: inwerkingtreding van Boek 3 van het (nieuw) Burgerlijk
Wetboek, begrepen in de wet van 4 februari 2020 (BS 17 maart 2020)
Belang van het goederenrecht
- Goede juridische regeling van de toekenning van zakelijke rechten zorgt voor welvaart
o (eigendomsrecht = grondrecht)
o Welke aanspraken ze op welke ggoederen kunnen laten gelden, bepaalt de omvang
van het vermogen van de burgers
- Cruciaal = publiciteitssysteem
o Want: snel en met zekerheid weten wie welk vermogen heeft, is nuttig voor de
medecontractant en voor de overheid
Begrippen zaak – voorwerp – goed – vruchten – opbrengsten –
vermogen
- Zaak (algemeen): al wat bestaat, met uitzondering van de mens
- Goederen: alle voorwerpen die vatbaar zijn voor toe-eigening met inbegrip van de
vermogensrechten (art. 3.41 BW)
o Vorderingsrecht, intellectueel recht, zakelijk recht is op zijn beurt een goed → je kan
het verkopen
- Voorwerp: wat geen persoon en geen dier is, ongeacht of het voorwerp natuurlijk of
kunstmatig, lichamelijk of onlichamelijk is (art. 3.38 BW)
o Lichamelijke voorwerpen: voorwerpen die zintuiglijk kunnen waargenomen worden
en worden gemeten middels een momentopname (art. 3.40 BW)
o Dieren: hebben een gevoelsvermogen en biologische noden (art. 3.39 BW)
Wettelijke bepalingen inzake lichamelijke voorwerpen: van toepassing op
dieren
- Vruchten: datgene wat een goed periodiek voortbrengt zonder dat dit de substantie van het
goed wijzigt, ongeacht of dit uit zichzelf gebeurt of als gevolg van de valorisatie ervan (art.
3.42, lid 1 BW)
- Opbrengsten: datgene wat een goed opbrengt maar waardoor de waarde van het goed
onmiddellijk of geleidelijk wordt verminderd (art. 3.42, lid 3 BW)
o Vb diamantring: diamant uithalen en ring vermindert in waarde
- Vermogen = juridische algemeenheid die het geheel van de bestaande en toekomstige
goederen (baten) en verbintenissen (lasten) omvat (art. 3.35, lid 1 BW)
→ Belangrijk in het erfrecht en het verbintenissenrecht
o Modern recht: principe van eenheid van het vermogen
Wanneer je schuld hebt die je niet voldoet, dan kan de schuldeiser zich
richten tot uw gans vermogen
3
, Dynamisch iets: evolueert voortdurend
Nalatenschap: positieve maar ook schulden gaan over → kan je volledig
weigeren (dan krijg je ook het positieve niet) MAAR je kan ook aanvaarden
onder voorrecht van boedelbeschrijving
Aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving: de baten (het
positieve) van de nalatenschap worden aangewend om de schulden
van de overledene te betalen, maar de erfopvolgers moeten niet
met hun eigen vermogen instaan voor de overblijvende schulden van
de nalatenschap
Alle goederen zullen onder toezicht van de rechtbank verkocht
moeten worden
o Om schuldeisers te beschermen
o Uitzondering op dit principe: kwaliteitsrekening
Hebben 2 vermogens
Bepaalde beroepsuitoefenaars: advocaat, notaris en gerechtsdeurwaarder
Hebben derdengelden (gelden onder zich die niet van hen zijn)
Kunnen niet gebruikt worden om de eigen schulden mee af te lossen
4
, H1: Indeling van de goederen
- Waarom indelen?
o Omdat goederen in functie van de categorie waartoe ze behoren, een eigen
rechtsstatuut hebben
→ basis tot normering
Goederen volgens de graad van toe-eigeningsmogelijkheid
Belang van de indeling
- Doorslaggevend voor de vraag of een goed wel het voorwerp kan uitmaken van zakelijke
rechten
Goederen in en buiten de handel
- Voorwerp van een prestatie moet noodzakelijk in de handel zijn
- In de handel: kunnen het voorwerp zijn van vermogensrechten dus van private toe-eigening
en verhandeling tussen de burgers
- Buiten de handel: komen in feite wel in aanmerking voor private toe-eigening en
verhandeling maar niet in rechte
o Er is een wettelijk beletsel
o Vb drugs
Gemene voorwerpen (res communes)
- Voorwerpen die aan niemand toebehoren en worden gebruikt in het algemeen belang, met
inbegrip van het belang voor toekomstige generaties
o Vb lucht, zee…
- Niet vatbaar voor toe-eigening voor hun totaliteit maar wel voor een deel
o Vb emmertje zeewater
o goederen buiten handel: wel vatbaar voor toe-eigening, maar dit is niet het geval
wetens een wettelijk beletsel
Goederen zonder eigenaar (res nullius)
Kunnen van tweeërlei aard zijn
- Ofwel hebben ze nooit een eigenaar gehad maar zijn ze wel vatbaar voor toe-eigening
o Vb wild, vissen in de zee
- Ofwel heeft de eigenaar er afstand van gedaan (res derelictae)
o Vb iemand anders verscheurt tekst en smijt het in vuilbak (op openbaar terrein) →
dan kan je de tekst zelf toe-eigenen
MAAR moet op openbaar terrein zijn: indien op privaat domein, dan kan je
niet toe-eigenen
- Onderscheiden regeling voor roerende en onroerende goederen
5
, o Onroerende goederen zonder eigenaar: gaan naar Belgische staat (mits
schadevergoeding voor de gemeenschap indien verlating schade berokkent)
o Roerende goederen zonder eigenaar: wordt later besproken
Gevonden goederen
- Goederen kunnen ‘gevonden’ worden wanneer ze
o Verloren goederen zijn (eigenaar is onbekend, maar heeft wel een eigenaar)
o Res nullius zijn
o Schatten zijn (werden verborgen en hadden een eigenaar maar die kan zijn
eigendomsrecht niet meer aantonen)
Goederen volgens hun gebruik
Vervangbare en niet-vervangbare goederen
Vervangbare goederen
- Vervangbaar = onderling verwisselbaar
o Vb geld
Criterium voor het onderscheid met niet-vervangbare (geïndividualiseerde)
goederen
- Criterium = de wil van de partijen zelf
o Dus niet: een intrinsiek kenmerk van de goederen
Belang van dit onderscheid
- Ligt in het verbintenissenrecht
o Kwijting van de schuld kan door het leveren van de vervangende zaak als het
voorwerp een vervangbaar goed is
o Schuldvergelijking : enkel mogelijk voor geld en vervangbare zaken van dezelfde
soort
Verbruikbare en niet-verbruikbare goederen
Begrippen
- Verbruikbare goederen kan men niet gebruiken zonder erover te beschikken
o Ze gaan dus verloren (feitelijk of juridisch) bij het eerste gebruik dat men ervan
maakt
Vb eten: als je het de eerste keer gebruikt, is het weg
Vb geld
- Niet-verbruikbaar goed: hoef je niet over te beschikken om het te gebruiken
o Vb boek: kan je teruggeven aan eigenaar na het gebruik
6
, Belang van dit onderscheid
- Werkt door in onderscheid tussen bruikleenen verbruikleen + belangrijk in kader van
vruchtgebruik
o Vruchtgebruik: vruchtgebruiker heeft in principe nekel bevoegheid tot gebruik en
genot van goed: mag er niet zelf over beschikken (vb verkopen, schenken, ruilen…)
vruchtgebruik betrekking op verbruikbare goederen (vb geld, wijn…): mag
het gebruiken en dus verbruiken
Soortgoederen (genera) en bepaalde goederen (species)
Begrippen
- Soortgoederen = slechts bepaald naar hun generieke eigenschappen dus naar hun maat,
getal of gewicht
o Vb kilo bloem, liter olie
- Bepaalde goederen = individueel bepaalde goederen
o Vb een rode Tesla model S met nummerplaat 2FBC269
- Onderscheidend criterium = de kenmerken zelf van de goederen
Belang van dit onderscheid
- In het goederenrecht : teruggave bij einde vruchtgebruik; specialiteitsbeginsel; vermenging
- In het verbintenissenrecht: leer van de eigendomsoverdracht en de risicoleer
o Eigendomsoverdracht: loutere consensueel (bepaalde goederen)
soortgoederen: eigendom gaat over wanneer deze goederen
geïndividualiseerd zijn (meestal levering)
o Risicoleer: wie draagt het risico van een verlies
Risico gaat over bij de eigendomsovergang
Klopt alleen maar bij species
soortgoederen: risico blijft tot de individualisatie bij de
overdrager
Roerende en onroerende goederen
Belang van deze indeling
- Summa divisio van het Burgerlijk Wetboek
- Historische achtergrond
o Romeins recht: onderscheidend criterium = verplaatsbaarheid
Onroerend: niet verplaatsbaar
Roerend: verplaatsbaar
→ fysiek criterium
o Gewoonterecht: economisch criterium
Onroerend: waardevolle goederen
Roerend: niet veel waarde
o BW van 1804: vermenging van een fysiek criterium en een economisch criterium
7
, ME: meer gewicht aan onroerende goederen
Vermening in BW van 1804??
Systeem rond onroerende goederen is meer uitgewerkt: gaan ook uit
van meest waardevolle om te beschermen dus het onroerende
o Kritiek : economisch criterium = achterhaald
- Belang voor het Belgische privaatrecht
o Overdracht van goederen
o Zekerheidsrecht
o Beslag
o Bezitsbescherming
o Verjaring
o Schenking
Totaal ander recht voor roerende en onroerende goedere
Gebeuren in principe per notariële akten
Maar bepaalde lichamelijke roerende goederen kan je schenken bij
bankgift zonder notariële akte
Onroerende goederen
- 4 soorten onroerende goederen
o Uit hun aard
o Door incorporatie
o Door bestemming
o Door het voorwerp waarop ze betrekking hebben (onlichamelijke onroerende
goederen)
Onroerende goederen uit hun aard
Art. 3.47 BW
= grond
+
de samenstellende volumes die in drie dimensies bepaald zijn (= volumes boven en onder de grond)
- In alle gevallen is de grond het basispunt
o Maar appartementsrecht: grond niet de basis
Onroerende goederen door incorporatie
Art. 3.47, lid 2 BW
= Alle bouwwerken en beplantingen die een inherent bestanddeel vormen van onroerende goederen
uit hun aard, omdat ze erin geïncorporeerd zijn
+
de inherente bestanddelen van de geïncorporeerde bouwwerken en beplantingen
- Incorporatie = noodzakelijke vereiste
o Maar: zeer ruim op te vatten: niet enkel voorwerpen die via een verbindend element
vastzit, ook voorwerpen die duurzaam en gewoonlijk ermee verbonden zijn of erin
vastzetten
8
, - Boek 3: onderscheid inherente bestanddelen accessoria
o Inherent = noodzakelijk element dat niet afscheidbaar is zonder afbreuk aan de
substantie van het goed
o Accessorium: wel een mate van autonomie
- Incorporatie = voldoende vereiste
o Dus: wie de verbinding met de grond maakte (eigenaar of niet) speelt geen rol!
- Planten – vruchten
o Ook hier: verbondenheid = beslissende factor
Vb spruitjes op het veld van een boer = onroerend
o Opgelet: door de wil van de eigenaar is vervroegde roerendmaking mogelijk
Onroerende goederen door bestemming
Art. 3.47, lid 4 BW
= de accessoria van een onroerend goed
- “Accessorium sequitur principale”: de bijzaak volgt de hoofdzaak
o Zakelijk recht op goed heeft ook betrekking op accessoria van dat goed
- 2 voorwaarden
o De goederen hebben dezelfde eigenaar
o Duurzaam verbonden met het onroerend goed of
Ten dienste van de uitbating of bewaring van het onroerend goed
Vb vrachtwagens in een loods van een transportbedrijf (en loods is eigendom
van de eigenaar van transportbedrijf) = onroerend
Maar als loods gehuurd is: dan zijn de vrachtwagens roerend
Vb tractor bij een hoeve = onroerend
- Waarom? Art. 1615 oud BW; art. 45, 2 Hyp.W.: rechtmatig vertrouwen van derden
beschermen
Onroerende goederen door hun voorwerp
- Beetje raar : onlichamelijke goederen (rechten) zijn niet roerend of onroerend
- Criterium van onderscheid = voorwerp waarop het recht betrekking heeft, nl. een onroerend
goed
o Onroerende zakelijke rechten
o Onroerende schuldvorderingen
o Onroerende rechtsvorderingen
o Bezitsvorderingen
Onroerende zakelijke rechten
- Sommige zijn enkel onroerend : recht van opstal, erfpachtrecht, erfdienstbaarheid, recht van
bewoning, hypotheek
- Andere zijn onroerend of roerend, naargelang het voorwerp waarop ze slaan: eigendom,
vruchtgebruik
9