Menselijke fysiologie – hoofdstuk 16 (pg. 547)
Inleiding
Bloed heeft in het verleden een grote plaats ingenomen en werd lang gezien als een mystieke
vloeistof.
- Link tussen bloed en leven werd gelegd vanaf men op dieren begon te jagen.
o Als een dier veel bloed verloor, zou het verzwakken en sterven.
o Zo ontstond de term ‘lifeblood’ → bloed is essentieel om te leven.
Chinese fysici linkten bloed aan de energiestroom in het lichaam.
- Verandering in bloedstroming werd als diagnose gebruikt bij ziekte.
In het Westen dachten de mensen dat er in het bloed ziekmakende kwade geesten in het bloed
zaten.
- Er werd aan venasecties (= aderlatingen) gedaan om de geesten weg te krijgen.
- Het bloeden werd gezien als een behandeling voor vele aandoeningen.
- Deze techniek heeft meer mensen gedood dan ze er heeft genezen.
o Nu wordt dit niet meer gedaan.
▪ Enkel bij hematologische aandoeningen.
16.1 – Plasma en de cellulaire bestanddelen van bloed
Bloed is een soort bindweefsel dat bestaat uit cellulaire bestanddelen, gesuspendeerd in een
uitgebreide vloeistofmatrix, het bloedplasma.
- Het plasma is ¼ van de extracellulaire vloeistofmatrix.
- Bevat cellen.
Bloed heeft enkele functies:
- Fungeert als buffer tussen de cellen en de buitenwereld.
- Beschermt ons lichaam tegen vreemde stoffen.
- Bloed is een middel van thermoregulatie.
o Bloed brengt de warmte van binnenin naar het lichaamsoppervlak, om het daar af te
geven.
Bloed heeft ook een transportfunctie.
- Transport van materialen van het ene naar het andere lichaamsdeel.
- Maakt tot 7% van het lichaamsgewicht uit.
- We hebben ongeveer 5 liter bloed in ons lichaam.
o 3 liter bestaat uit plasma (vloeibaar).
o 2 liter bestaat uit cellen.
1
, 16.1.1 – Plasma is extracellulaire matrix
Plasma is de vloeibare matrix van het bloed, waarin cellulaire bestanddelen zijn gesuspendeerd.
- Bestaat voor het grootste deel (90%) uit water.
- Heeft zelfde compositie als interstitiële vloeistof, maar bevat plasmaproteïnen.
o Zijn zeer belangrijk en talrijk.
o Meest voorkomende type = albumine.
Die plasmaproteïnen hebben verschillende functies.
- Bv. osmotische druk creëren, rol in de bloedstolling, …
De plasmaproteïnen zorgen ervoor dat de osmotische druk in het bloed hoger is dan die van de
interstitiële vloeistof.
- Water gaat van de interstitiële vloeistof naar de capillairen.
o De proteïnen zorgen voor compensatie van de filtratie uit die capillairen die ontstaat
door de bloeddruk.
Plasmaproteïnen hebben nog andere functies:
- Spelen een rol in de bloedstolling.
- Beschermen het lichaam tegen indringers van buitenaf.
- Fungeren als dragers voor steroïdhormonen, cholesterol, drugs en sommige ionen (bv. Fe2+).
2
Inleiding
Bloed heeft in het verleden een grote plaats ingenomen en werd lang gezien als een mystieke
vloeistof.
- Link tussen bloed en leven werd gelegd vanaf men op dieren begon te jagen.
o Als een dier veel bloed verloor, zou het verzwakken en sterven.
o Zo ontstond de term ‘lifeblood’ → bloed is essentieel om te leven.
Chinese fysici linkten bloed aan de energiestroom in het lichaam.
- Verandering in bloedstroming werd als diagnose gebruikt bij ziekte.
In het Westen dachten de mensen dat er in het bloed ziekmakende kwade geesten in het bloed
zaten.
- Er werd aan venasecties (= aderlatingen) gedaan om de geesten weg te krijgen.
- Het bloeden werd gezien als een behandeling voor vele aandoeningen.
- Deze techniek heeft meer mensen gedood dan ze er heeft genezen.
o Nu wordt dit niet meer gedaan.
▪ Enkel bij hematologische aandoeningen.
16.1 – Plasma en de cellulaire bestanddelen van bloed
Bloed is een soort bindweefsel dat bestaat uit cellulaire bestanddelen, gesuspendeerd in een
uitgebreide vloeistofmatrix, het bloedplasma.
- Het plasma is ¼ van de extracellulaire vloeistofmatrix.
- Bevat cellen.
Bloed heeft enkele functies:
- Fungeert als buffer tussen de cellen en de buitenwereld.
- Beschermt ons lichaam tegen vreemde stoffen.
- Bloed is een middel van thermoregulatie.
o Bloed brengt de warmte van binnenin naar het lichaamsoppervlak, om het daar af te
geven.
Bloed heeft ook een transportfunctie.
- Transport van materialen van het ene naar het andere lichaamsdeel.
- Maakt tot 7% van het lichaamsgewicht uit.
- We hebben ongeveer 5 liter bloed in ons lichaam.
o 3 liter bestaat uit plasma (vloeibaar).
o 2 liter bestaat uit cellen.
1
, 16.1.1 – Plasma is extracellulaire matrix
Plasma is de vloeibare matrix van het bloed, waarin cellulaire bestanddelen zijn gesuspendeerd.
- Bestaat voor het grootste deel (90%) uit water.
- Heeft zelfde compositie als interstitiële vloeistof, maar bevat plasmaproteïnen.
o Zijn zeer belangrijk en talrijk.
o Meest voorkomende type = albumine.
Die plasmaproteïnen hebben verschillende functies.
- Bv. osmotische druk creëren, rol in de bloedstolling, …
De plasmaproteïnen zorgen ervoor dat de osmotische druk in het bloed hoger is dan die van de
interstitiële vloeistof.
- Water gaat van de interstitiële vloeistof naar de capillairen.
o De proteïnen zorgen voor compensatie van de filtratie uit die capillairen die ontstaat
door de bloeddruk.
Plasmaproteïnen hebben nog andere functies:
- Spelen een rol in de bloedstolling.
- Beschermen het lichaam tegen indringers van buitenaf.
- Fungeren als dragers voor steroïdhormonen, cholesterol, drugs en sommige ionen (bv. Fe2+).
2