Samenvatting praktische psychofarmacologie
ADHD
Bij ADHD zijn er 2 modellen :
Het Netwerkmodel Het Catecholaminemodel (!!)
De hersenen functioneren via onderling Kernidee: ADHD hangt samen met een tekort
verbonden netwerken. aan de neurotransmitters dopamine (DA) en
noradrenaline (NA) in specifieke
Bij ADHD is de communicatie tussen drie hersengebieden, vooral in de prefrontale cortex
belangrijke netwerken verstoord: (PFC).
Default Mode Network (DMN): actief in Functie van de PFC: planning, impulscontrole en
rust, bij dagdromen. aandacht.
Central Executive Network (CEN): actief
bij concentratie en doelgerichte taken. Gevolg:
Salience Network (SN): beslist welk Een hypoactieve (onderactieve) PFC → leidt tot
netwerk wanneer actief wordt. onoplettendheid en impulsiviteit.
Probleem bij ADHD: Doel van medicatie:
Het SN werkt niet optimaal → het schakelen Verhogen van DA en NA in de PFC om de
tussen DMN (rust) en CEN (taak) verloopt slecht. functies van aandacht en zelfcontrole te
Daardoor zijn DMN en CEN onvoldoende verbeteren.
gescheiden, wat leidt tot afleidbaarheid.
Bifasisch effect:
Rol van medicatie:
Herstelt de communicatie en balans tussen de Te weinig DA/NA → slechte werking.
netwerken, zodat schakelen weer beter lukt. Te veel DA/NA → óók slecht.
Medicatie probeert de optimale balans
te bereiken.
, Samenvatting praktische psychofarmacologie
Belangrijkste Medicijnen bij ADHD:
Medicijn Werkingsmechanisme Belangrijkste Typische Contra-
(Merknaam) Kenmerk Bijwerkingen / indicaties /
Neveneffecten Extra info
Methylfenidaat DAT/NET inhibitor → Slow-release: eerste Slapeloosheid, Hartproblemen,
(Rilatine®, blokkeert heropname keus bij kinderen, verminderde eetlust, hoge bloeddruk;
Concerta®) DA & NA snel therapeutisch groeivertraging, groeimonitoring
effect verslavingspotentieel nodig
Dexamfetamine / Releaser → verhoogt Sterk effect; lisdex = Zelfde als Hartproblemen,
Lisdexamfetamine vrijgave van DA & NA prodrug → methylfenidaat, vaak hoge bloeddruk,
(Elvanse®) langzamere heftiger, hoog Verminderde
omzetting verslavingspotentieel eetlust en
gewichtsverlies,
insomnia
verslavingsrisico
hoog
Atomoxetine NET inhibitor → Geen Maag-darmklachten, N.v.t., geschikt
(Strattera®) blokkeert heropname verslavingspotentieel, slaperigheid, zelden bij volwassenen
NA werkt 24/7 leverproblemen, of kinderen die
stemmingswisselingen geen
stimulanten
verdragen
Guanfacine α2A agonist → remt Geen Slaperigheid/sedatie, N.v.t., geschikt
(Intuniv®) neuronale activiteit verslavingspotentieel, duizeligheid, lage bij kinderen met
kalmerend effect bloeddruk, trage hyperactiviteit
hartslag of
slaapproblemen
Andere Behandelingen & Key Points
Niet-medicamenteus: Cognitieve gedragstherapie effectief voor functioneren
(plannen, sociale vaardigheden).
Dieet: Onvoldoende bewijs voor effect bij de meeste mensen.
, Samenvatting praktische psychofarmacologie
DAT (Dopamine Transporter) NET (Noradrenaline α2A agonist
Transporter)
Verslavingspotentieel Centrale en
Centrale en sympathische sedatie
sympathische stimulatie
Welke Methylfenidaat, Methylfenidaat, Guanfacine
medicijnen dexamfetamine/lisdexamfetamin dexamfetamine/lisdexamfet
e (in mindere mate) amine, atomoxetine
Waarom Deze medicijnen blokkeren o Blokkeren of verhogen o α2A-receptoren zijn
heropname of verhogen vrijgave NA → meer remmend, vooral in de
van dopamine in de hersenen. noradrenaline in hersenen (prefrontale
Dopamine is sterk betrokken bij hersenen en perifeer cortex) en in het
beloning en plezier. lichaam. sympathische
o Centrale effecten: meer zenuwstelsel.
Extra dopamine → pleziergevoel alertheid, focus o Activeren →
→ verslavingsrisico (prefrontale cortex) vermindering van
o Sympathische effecten: neuronale excitatie
hartslag omhoog,
bloeddruk omhoog → → Centrale sedatie:
“stimulatie” van lichaam kalmerend effect op gedrag
slapeloosheid, verhoogde → Sympathische sedatie:
hartslag, verhoogde hartslag omlaag, bloeddruk
bloeddruk, angst. omlaag
Kern Alles wat direct dopamine in de Alles wat NA verhoogt → α2A agonisten vertragen
beloningsbanen verhoogt kan alert maar ook lichamelijke activiteit, tegenovergesteld
verslavend zijn. stimulatie → aan stimulanten.
cardiovasculaire
neveneffecten.
DUS:
DAT → dopamine → plezier → verslavingspotentieel
NET → noradrenaline → alertheid & stimulatie
α2A → remming → kalm & (te) lage bloeddruk/hartslag
ADHD
Bij ADHD zijn er 2 modellen :
Het Netwerkmodel Het Catecholaminemodel (!!)
De hersenen functioneren via onderling Kernidee: ADHD hangt samen met een tekort
verbonden netwerken. aan de neurotransmitters dopamine (DA) en
noradrenaline (NA) in specifieke
Bij ADHD is de communicatie tussen drie hersengebieden, vooral in de prefrontale cortex
belangrijke netwerken verstoord: (PFC).
Default Mode Network (DMN): actief in Functie van de PFC: planning, impulscontrole en
rust, bij dagdromen. aandacht.
Central Executive Network (CEN): actief
bij concentratie en doelgerichte taken. Gevolg:
Salience Network (SN): beslist welk Een hypoactieve (onderactieve) PFC → leidt tot
netwerk wanneer actief wordt. onoplettendheid en impulsiviteit.
Probleem bij ADHD: Doel van medicatie:
Het SN werkt niet optimaal → het schakelen Verhogen van DA en NA in de PFC om de
tussen DMN (rust) en CEN (taak) verloopt slecht. functies van aandacht en zelfcontrole te
Daardoor zijn DMN en CEN onvoldoende verbeteren.
gescheiden, wat leidt tot afleidbaarheid.
Bifasisch effect:
Rol van medicatie:
Herstelt de communicatie en balans tussen de Te weinig DA/NA → slechte werking.
netwerken, zodat schakelen weer beter lukt. Te veel DA/NA → óók slecht.
Medicatie probeert de optimale balans
te bereiken.
, Samenvatting praktische psychofarmacologie
Belangrijkste Medicijnen bij ADHD:
Medicijn Werkingsmechanisme Belangrijkste Typische Contra-
(Merknaam) Kenmerk Bijwerkingen / indicaties /
Neveneffecten Extra info
Methylfenidaat DAT/NET inhibitor → Slow-release: eerste Slapeloosheid, Hartproblemen,
(Rilatine®, blokkeert heropname keus bij kinderen, verminderde eetlust, hoge bloeddruk;
Concerta®) DA & NA snel therapeutisch groeivertraging, groeimonitoring
effect verslavingspotentieel nodig
Dexamfetamine / Releaser → verhoogt Sterk effect; lisdex = Zelfde als Hartproblemen,
Lisdexamfetamine vrijgave van DA & NA prodrug → methylfenidaat, vaak hoge bloeddruk,
(Elvanse®) langzamere heftiger, hoog Verminderde
omzetting verslavingspotentieel eetlust en
gewichtsverlies,
insomnia
verslavingsrisico
hoog
Atomoxetine NET inhibitor → Geen Maag-darmklachten, N.v.t., geschikt
(Strattera®) blokkeert heropname verslavingspotentieel, slaperigheid, zelden bij volwassenen
NA werkt 24/7 leverproblemen, of kinderen die
stemmingswisselingen geen
stimulanten
verdragen
Guanfacine α2A agonist → remt Geen Slaperigheid/sedatie, N.v.t., geschikt
(Intuniv®) neuronale activiteit verslavingspotentieel, duizeligheid, lage bij kinderen met
kalmerend effect bloeddruk, trage hyperactiviteit
hartslag of
slaapproblemen
Andere Behandelingen & Key Points
Niet-medicamenteus: Cognitieve gedragstherapie effectief voor functioneren
(plannen, sociale vaardigheden).
Dieet: Onvoldoende bewijs voor effect bij de meeste mensen.
, Samenvatting praktische psychofarmacologie
DAT (Dopamine Transporter) NET (Noradrenaline α2A agonist
Transporter)
Verslavingspotentieel Centrale en
Centrale en sympathische sedatie
sympathische stimulatie
Welke Methylfenidaat, Methylfenidaat, Guanfacine
medicijnen dexamfetamine/lisdexamfetamin dexamfetamine/lisdexamfet
e (in mindere mate) amine, atomoxetine
Waarom Deze medicijnen blokkeren o Blokkeren of verhogen o α2A-receptoren zijn
heropname of verhogen vrijgave NA → meer remmend, vooral in de
van dopamine in de hersenen. noradrenaline in hersenen (prefrontale
Dopamine is sterk betrokken bij hersenen en perifeer cortex) en in het
beloning en plezier. lichaam. sympathische
o Centrale effecten: meer zenuwstelsel.
Extra dopamine → pleziergevoel alertheid, focus o Activeren →
→ verslavingsrisico (prefrontale cortex) vermindering van
o Sympathische effecten: neuronale excitatie
hartslag omhoog,
bloeddruk omhoog → → Centrale sedatie:
“stimulatie” van lichaam kalmerend effect op gedrag
slapeloosheid, verhoogde → Sympathische sedatie:
hartslag, verhoogde hartslag omlaag, bloeddruk
bloeddruk, angst. omlaag
Kern Alles wat direct dopamine in de Alles wat NA verhoogt → α2A agonisten vertragen
beloningsbanen verhoogt kan alert maar ook lichamelijke activiteit, tegenovergesteld
verslavend zijn. stimulatie → aan stimulanten.
cardiovasculaire
neveneffecten.
DUS:
DAT → dopamine → plezier → verslavingspotentieel
NET → noradrenaline → alertheid & stimulatie
α2A → remming → kalm & (te) lage bloeddruk/hartslag