• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 41 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Hoorcolleges & Werkgroepen & Maza & Vragen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 41 pagina's

Hoorcolleges en werkgroepen over Maza Thinking about history en alles stof

Voorbeeld van de inhoud

WEEK 1
1-A-B: Introductie

HC – Inleiding
Benaderingen in de Geschiedwetenschap
Week 1: politieke geschiedenis
Week 2: sociale geschiedenis, vrouwen- en gendergeschiedenis,
wereldgeschiedenis
Week 3: ideeëngeschiedenis, wetenschapsgeschiedenis, milieugeschiedenis,
LHBTQI+-geschiedenis, publieksgeschiedenis
Week 4: Digital Humanities, sociaal-economische geschiedenis
Week 5: cultuurgeschiedenis

Historiografie
Klein: al dat wat over een bepaald onderwerp geschreven is (bijv. de Vietnamoorlog).
Groot: geschiedenis van de geschiedschrijving (bijv. Maza, deze hoorcollegereeks).

Historiografie
- Geeft overzicht van hoe men het verleden heeft geïnterpreteerd
- onderscheid ‘klein’ en ‘groot’ = handvat om verschillende betekenissen beter te
begrijpen
- Essentieel om kennis van te nemen:
- stelt ons in staat te begrijpen wat het ‘debat’ over een historisch fenomeen is.
- stelt ons in staat om onszelf te positioneren vis-à-vis bestaand historisch onderzoek

Conclusies
1) Geschiedenis is een discussie zonder eind; deze discussies tezamen noemen we
historiografie;
2) Aangezien geschiedenis een debat is tussen historici, dienen historici kennis te
nemen van de historiografie;
 Geschiedenis is een discussie zonder einde omdat elke historicus (m/v/x) eigen
keuzes maakt in hun werk—en deze keuzen zijn het resultaat van de positie van de
historicus.

Geschiedenis = complementair. Alle verschillende benaderingen vullen elkaar aan.
Het debat en discussie = belangrijk en oneindig.

WG - Vragen
1) Wat is het verschil tussen verleden, geschiedenis en historiografie?
 Verleden: wat echt is gebeurd.

 Geschiedenis: de interpretatie of reconstructie van dat verleden door historici.
 Historiografie: de studie van hoe historici over het verleden hebben
geschreven.

2) Wat is het nut van het bestuderen van historiografie?
Het helpt ons te begrijpen hoe het verleden door de tijd heen is geïnterpreteerd,
wat de belangrijkste discussies tussen historici zijn, en waar wij zelf staan binnen

, dat debat. Zo zien we dat geschiedenis geen vaststaand verhaal is, maar een
voortdurende discussie.


WEEK 2
2-A: De wortels van ons vak: geschiedbeoefening in de 19 e eeuw (en
daarvoor).
Geschiedenis bestaat sinds mensenheugenis. Haast alle culturen en samenlevingen
kennen wel een vorm van geschiedschrijving—of die nu daadwerkelijk werd
opgetekend of mondeling werd overgeleverd. Tegelijkertijd wijzen historici naar de
19e eeuw voor de ‘geboorte’ van de moderne wetenschappelijke bestudering van de
geschiedenis. In dit college gaan we dieper in op de wortels van ons vak. We
bekijken hoe geschiedenis werd bedreven voor de 19e eeuw en hoe de ‘traditionele’
kijk op de geschiedenis gaandeweg vorm kreeg. De Nederlandse historicus Pieter
Geyl—voormalig hoogleraar hier aan de UU—zal onze gids zijn.

HC – Pieter Geyl (1887-1966)
“Men kan geschiedschrijving opvatten als een discussie zonder eind.” – Geyl.

Geschiedwetenschap in de 19e eeuw
 Opkomst van academische geschiedwetenschap in de 19 e eeuw
1. Revoluties rond 1800;
2. Rigoureus onderzoek staat centraal op de nieuwe onderzoek
universiteit;
3. Professionalisering;
4. Belang van archiefonderzoek (bv. Ranke);
5. Methode, wetenschappelijkheid en ‘objectiviteit’. = idealen en geen
volledige weergave van de praktijk.
 Ranke’s ‘objectiviteit’ = schijnobjectiviteit. Ranke’s politiek beïnvloedt zijn
archiefonderzoek; dat weer zijn politiek (en publiek) beïnvloedt.
 Traditionele Geschiedschrijving
- Maza: Grote Mannen Geschiedenis
- Politiek, veldslagen, ideeën, Grote Mannen, nationaal kader,
geschiedenis van eigen volk.
- Maar: generalisatie! Ook andere vormen van geschiedenis
kwamen voor.

Pieter Geyl (1887-1966): Geschiedenis als een discussie zonder eind
 Pieter Geyl
- Geboren in een familie van artsen
- Moeilijke jeugd
- 1906-1913: studie Leiden
- 1938: Professor te Utrecht
- Sterk geloof in het idee van een ‘Groot Nederland’
- Later: kritisch op het totalitarisme.
 Geyl en de Vlaamse Beweging
- 1830: België onafhankelijk; de facto Franstalige staat

, - Vlaamse beweging: nationalistische beweging die streeft naar de
emancipatie en onafhankelijkheid van Vlaanderen; ontstaan in
de 19e eeuw.
- Geyl in terugblik op zijn leven: Vlaamse kwestie heeft zijn leven
beheerst.
 Groot-Nederlandse gedachte:
- “Groot-Nederland is een politiek en cultureel begrip dat
respectievelijk staat voor een staatkundige vereniging van België
of Vlaanderen met Nederland en de culturele en taalkundige
samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland.”
 Geschiedenis van Nederlandsche Stam (Geyl)
- Taal kader voor vormgeven (natie)staat.
- Alle Europese sorekers van het Nederlands moesten één
worden.
- Controversieel: men vond (toentertijd) dat Geyl flirtte met het
nationaalsocialisme.
- Leidde o.a. tot problemen bij benoeming Utrecht.
 Geyl in debat:
- Wat dacht Geyl van zijn collega’s?
 Over Pirenne (gs van België geschreven): Hij zou de
natiestaat op het verleden hebben geprojecteerd.
 Over Blok (schreef gs van Nederlandsche volk): Zou het mis
hebben omdat hij alleen naar de Nederlandstalige inwoners van
Nederland keek.
- Hoe beïnvloedde Geyls politieke ideeën zijn wetenschappelijk
werk?
 Geyls Grootnederlandse gedachtegoed bracht hem tot andere
inzichten dan Blok en Pirenne.
 Hun benadering/frame/kader (volgens Geyl) liet te wensen
over omdat die voorbijging aan de eenheid van de
Nederlandstaligen.
 Kortom: Geyl was een man van zijn tijd wiens politiek zijn
geschiedschrijving beïnvloedde (en vice versa).
 Wat kan Geyl ons leren?
1. Voorbeeld van historiografie klein (in gesprek met andere historici van
de Nederlanden).
2. Geschiedenis schrijven is een aaneenschakeling van keuzes (waar leg
je de grens? Wie behoort tot (Groot) Nederland).
3. Standplaatsgebondenheid in de praktijk (we kunnen Geyl niet los zien
van zijn tijd).
 Geyl in/na WWII;
- Uitgesproken tegenstander van totalitarisme
- Hij over standplaatsgebondenheid: Feiten zijn vast te stellen,
maar interpretatie hangt af van de tijd en overtuiging van de
historicus. Daarom ziet elke historicus het verleden anders.
 Geyl; discussie zonder eind: Volgens Pieter Geyl is geschiedenis
een discussie zonder einde omdat elke historicus het verleden anders
interpreteert, beïnvloed door zijn eigen tijd, overtuigingen en perspectief.
Daardoor verandert ons beeld van het verleden voortdurend en blijft het
historisch debat altijd open.

, Conclusies
1. Geschiedenis is een discussie zonder einde omdat elke historicus (m/v/x)
eigen keuzes maakt in diens werk—en deze keuzes zijn (deels) het resultaat
van de positie van de historicus = standplaatsgebondenheid.
2. Geyl is een product van zijn tijd:
i. In politieke zin: Grootnederlands gedachtegoed + liberalisme
ii. In wetenschappelijke zin: werkt binnen kader van ‘traditionele
geschiedwetenschap’
iii. Maar ook ontwikkeling: discussie zonder eind.
3. Voorbeeld van een geëngageerde historicus: wetenschapper die betrokken is
bij maatschappelijke vraagstukken en diens inzichten daarvoor inzet.


Maza – Introduction, p.1-9
 Verleden > perspectief door er 1 of 2 generaties van af te staan.
 Geschiedenis geen overkoepelende samenstelling, definitie en canon.
 Nauwelijks jargon, toegankelijk > historisch onderzoek heeft vreemde taal of
expertise nodig > heleboel methodes om geschiedenis te onderzoeken.
 Mensen zonder opleiding schrijven goede werken > eclectische > specialist en non-
specialist.
 Historisch onderzoek > vindingrijk, initiatief, waarheen, met wie en
doorzettingsvermogen.
 Geschiedenis begint zonder object > start met vragen en thesis, door bewijs
veranderd de these en de vraag > antwoord niet
100%.
 William H. Sewell > menselijke acties uitwerken over tijd, onvergelijkbaar met
collega’s > opeenvolging van gebeurtenissen, patronen van oorzakelijke verbanden,
contextuele factoren die uitkomst van een situatie beïnvloeden. Wisselwerking
tussen context en gebeurtenis > Social temporality
 Historici > uitleg van veranderingen in het verleden en mensen/plekken tot leven te
laten komen > journalist en schrijver.
 Geschiedenis als discipline het dichtste bij publiek door boeken, films, pretparken,
musea, tv > History wars, wat moet er in curricula, wat moet er in de literatuur
canon?
 Historici schrijven verhalen om sociale groep een identiteit te geven, nieuwe
perspectieven bieden nieuwe verhalen > weerstand.
 Geschiedenis > wat wil heden weten van verleden?
 Monarchie > geschiedenis leiders.
 Democratie > geschiedenis mensen.
 Genres en methodes bestaan naast elkaar door wijde interesses van het publiek >
combinatie onderwerpen en methodes.
 Verleden niet met heden vergelijken, maar ook verleden niet uitwissen > gevaarlijk
effect op samenleving.
 Peter Mandler > geestverruimende ervaring door complexe vragen in een andere
setting dan de eigen.
 Innovatie en controversies > invloed onderzoek.
 Perspectief hangt af aan specialisatie > invloed wat voor vragen en boeken >
subjectief.
 Westerse dominantie heeft intellectueel gebied gevormd > historici andere
gebieden > andere geschiedschrijving.

Inhoudsopgave

  1. 01 Conclusies 6
  2. 02 ‘Traditionele Geschiedschrijving’ 6
  3. 03 Tentamen vraag 6
  4. 04 Vandaag 6
  5. 05 Argumenten: 6
  6. 06 Structuur 6
  7. 07 Gerda Lerner (1920–2013) en opkomst van vrouwengeschiedenis 7
  8. 08 Wat leren we van Lerner? 7
  9. 09 Sarah Maza: 7
  10. 10 Kritiek op vrouwengeschiedenis 7
  11. 11 Gendergeschiedenis 7
  12. 12 Engagement 8
  13. 13 Geschiedenis & Identiteit 8
  14. 14 We define what our goals are and what we think is possible to reach in our lives by the stories we inherit about people who came before us who are like us.” 8
  15. 15 ‘Wij-geschiedenis’ = wanneer historici zich identificeren met hun historisch subject. NB: dit geldt voor haast alle historici. 8
  16. 16 Argumenten (herhaling): 8
  17. 17 1) Welke aannames liggen onder de ‘Grote Mannen’- en politieke geschiedenis, en waarom horen die erbij? 11
  18. 18 2) Waarom leidde sociale geschiedenis tot kwantitatieve methoden, en wat zijn voor- en nadelen daarvan? 11
  19. 19 3) Wat betekent de verbreding van het begrip politiek volgens Thompson en de vrouwengeschiedenis? 12
  20. 20 4) Wat bedoelen historici met agency en welk ‘implicit ideal’ zit daarin? 12
  21. 21 5) Wat is gendergeschiedenis, en hoe verschilt ze van vrouwengeschiedenis? (met Gerda Lerner) 12
  22. 22 6) Wat bedoelt Maza met: “the practice of history itself … is transformed every time a new set of actors lays claim to its past”? 12
  23. 23 HC - Dipesh Chakrabarty: Hoe schrijf je wereldgeschiedenis? 13
  24. 24 Tentamenvraag 13
  25. 25 Conclusies vandaag 13
  26. 26 Structuur 13
  27. 27 Deel I: Dipesh Chakrabarty (1948–) 14
  28. 28 Subalterne studies 14
  29. 29 Deel II: de natiestaat en kritieken daarop 14
  30. 30 Kritiek op de natiestaat 14
  31. 31 Maza (o.a. over boek van Paul Gilroy): “If you carve out space differently or redirect your gaze from the obvious places you are likely to come up with different actors and different stories.” (p. 65) 14
  32. 32 Mondiale geschiedenis als ‘wij-geschiedenis’ 14
  33. 33 Let op: ook hier een vorm van wij-geschiedenis. 14
  34. 34 Door globalisering in de 20e eeuw zien we eerdere vormen van globalisering. (Net als bij vrouwengeschiedenis en sociale geschiedenis.) 14
  35. 35 Basiscursus Eurocentrisme 14
  36. 36 Historicisme 14
  37. 37 Kernvragen (uitgebreid) 15
  38. 38 Conclusies 15
  39. 39 Tentamenvraag (uitleg) 15
  40. 40 Hoofdonderwerpen 17
  41. 41 Verandering van ideeën naar dingen 17
  42. 42 Voorbeeld: Despotisme van Aristoteles tot Montesquieu 17
  43. 43 Ideeën veranderen door de tijd, maar ze doen dat niet in isolatie. Ze worden beïnvloed door hun sociaal-culturele context: de omstandigheden, waarden en machtsstructuren waarin mensen denken en schrijven. 17
  44. 44 Constructivisme 17
  45. 45 Thomas Kuhn – The Structure of Scientific Revolutions (1962) 17
  46. 46 Hoe ontstaat wetenschappelijke kennis? 17
  47. 47 Van ideeën naar objecten 18
  48. 48 Milieugeschiedenis/ Environmental History 18
  49. 49 Conclusies 18
  50. 50 1) Volgens David Armitage is ideeëngeschiedenis niet meer “history from the neck up”. Wat bedoelt hij daarmee? 18
  51. 51 2) Hoe veranderde door Thomas Kuhn en het constructivisme het beeld van wetenschap? 18
  52. 52 3) Wat bedoelt Maza met de retorische vraag “But is it really the case … that the relation between people and things works only one way?” 19
  53. 53 4) Waarom zijn niet-menselijke actoren belangrijk in de environmental history? 19
  54. 54 HC – LHBTQI+-geschiedenis en/als Publieksgeschiedenis 20
    1. Tentamenvraag (voorbeeld) 20
    2. Belangrijke argumenten 20
    3. Indeling hoorcollege 20
  55. 55 Maza over vormen van geschiedenis 20
    1. Terugblik: de opkomst van de academische geschiedwetenschap in de 19e eeuw 20
    2. Kenmerken van popular history (volgens Maza) 21
  56. 56 Publieksgeschiedenis (Public History) 21
    1. Vormen van publieksgeschiedenis 21
    2. Samenvatting Maza’s onderscheid 21
  57. 57 LHBTQI+-geschiedenis 21
    1. Gay and Lesbian History 21
    2. Van marginalisatie tot mainstream 21
    3. Conclusies 22
  58. 58 1) Maza’s onderscheid tussen academic, popular en public history 22
    1. 2) Hoe LGBTQI+-geschiedenis dit onderscheid relativeert 22
  59. 59 3) Bieden musea een betrouwbare weergave van het verleden? Maza’s kanttekeningen 23
  60. 60 4) Orthodoxie en revisionisme (hoofdstuk 4 van Maza) 23
    1. Voorbeelden: 23
  61. 61 5) Waarom is het historiografisch debat belangrijk? 24
    1. Belangrijkste argumenten 24
    2. Structuur van het hoorcollege 24
  62. 62 Archieven en hun geschiedenis 24
    1. Europese archieven – opkomst 24
    2. Europese archieven – vandaag de dag 25
    3. Archieven: neutrale bewaarplaatsen? 25
    4. Voorbeeld – twee perspectieven 25
    5. Conclusie over archieven 25
  63. 63 De opkomst van digitale geschiedenis 25
    1. Wat is digitale geschiedenis? 25
    2. Ontwikkelingsfasen van digitale geschiedenis 26
  64. 64 Voordelen van digitale geschiedenis 26
  65. 65 Nadelen van digitale geschiedenis 26
    1. 1) Digitaliseren is selecteren 26
    2. 2) Bronnen verliezen hun archivale context 26
    3. 3) Toegankelijkheid 26
    4. 4) Digital Bias 26
    5. 5) Duurzaamheid 27
  66. 66 Zijpad: ChatGPT als bron? 27
  67. 67 Conclusies 27
  68. 68 1) Wat bedoelt Maza met “de historicus ‘maakt’ de bron”? 27
  69. 69 2) Waarom zijn archieven niet neutraal? En hoe kunnen historici hun beperkingen omzeilen? 28
    1. Waarom niet neutraal 28
    2. Hoe historici dit kunnen omzeilen 28
  70. 70 3) Twee digitale handvatten – voordelen én nadelen 28
    1. A. Digitalisering van archieven en bronnen 28
    2. B. Computationele tools (zoals GIS of data-analyse) 28
    3. Ja, maar met duidelijke grenzen. 29
    4. Tentamenvraag 30
  71. 71 De twee kanten van de moderne geschiedwetenschap 30
  72. 72 Structuur van het hoorcollege 30
  73. 73 1) Geschiedenis als een verzameling van exempla 30
  74. 74 2) Causaliteit 30
    1. Oorzaken en vragen 30
    2. Marxisme en historisch materialisme 31
    3. Kritiek op causaliteit 31
    4. Samenvatting tot nu toe 31
  75. 75 3) Betekenis 31
    1. Kenmerken cultuurgeschiedenis 31
    2. Causaliteit in cultuurgeschiedenis 31
  76. 76 Conclusie 31
  77. 77 2) Waarom is geschiedenis geen ‘science’, maar wel verwant aan de sociale wetenschappen? Wat zijn de verschillen? 32
    1. Overeenkomsten: 32
    2. Verschillen: 32
  78. 78 3) Hoe hebben marxistische benaderingen en de Annales-school de geschiedbeoefening beïnvloed? 33
    1. Marxisme 33
    2. Annales-school 33
  79. 79 Terugblik op vorige week 34
  80. 80 Vandaag: Cultuurgeschiedenis en de zoektocht naar betekenis 34
  81. 81 Structuur van het hoorcollege 34
  82. 82 1. Cultuurgeschiedenis: geschiedenis van alles en niets 35
  83. 83 2. Betekenis zoeken I: Thick description (Clifford Geertz) 35
  84. 84 3. Betekenis zoeken II: Microgeschiedenis 35
    1. Misvattingen: 36
    2. Kritiek: 36
  85. 85 4. Betekenis zoeken III: Discoursanalyse (Michel Foucault) 36
    1. Kritiek: 36
  86. 86 5. Samenvatting en conclusie – het grote plaatje 36
    1. Belangrijk: 36
  87. 87 1) Wat bedoelt Maza met de tegenstelling tussen description vs. interpretation, synchronic description vs. diachronic analysis, of meaning vs. causality? 37
  88. 88 2) Wat is microgeschiedenis en waarom zou de historicus dit genre moeten beoefenen? 37
    1. Kenmerken: 38
    2. Waarom historici dit genre moeten beoefenen: 38
  89. 89 3) Wat bedoelt Maza met Geertz’ idee dat cultuur geen ‘object’ is maar een ‘context’? En wat betekent haar uitspraak dat volgens cultuurhistorici niets bestaat buiten zijn culturele constructie? 38
    1. a) Cultuur is geen object maar een context (Clifford Geertz) 38
    2. b) “No aspect of the world exists prior to, or separate from, its cultural construction” 38
    3. Samenvatting van alle drie antwoorden: 39

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
8 oktober 2025
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
1 maand geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen