Door Arthur Seys 6BW
Het historisch referentiekader (p4-13)
1. De wetenschap van de geschiedenis
1.1 De geschiedenis en het verleden
Het verleden
- Het verleden bestaat uit alle feiten en gebeurtenissen die vroeger gebeurd zijn
De geschiedenis
- Een wetenschap die het verleden bestudeert. Historici proberen te achterhalen wat
er in het verleden is gebeurd
1.2 Primaire en secundaire bronnen
Bronnen
- Voorwerpen of getuigenissen uit het verleden
Primaire bronnen
- Een mondelinge of schriftelijke getuigenis uit het verleden waarop een historicus
steunt om een beeld van het verleden te scheppen
- = een bron uit de tijd zelf
Secundaire bronnen
- Resultaat van historisch onderzoek rond bronnen
Historische bronnenkritiek is altijd nodig
- We moeten altijd kritisch omgaan met bronnen
1.3 De relativiteit van het verleden
De geschiedenis (ons beeld van het verleden) kan nog steeds veranderen
- Dit komt omdat nieuwe bronnen en nieuwe getuigenissen een ander beeld kunnen
geven van het verleden
,Geschiedenis is dus een wetenschap die kan veranderen en die vaak moet herschreven
worden
- Voorbeeld: ontdekking van Amerika
- Oorspronkelijk:
- Ze dachten dat het Columbus was
- Nu:
- De vikingen waren blijkbaar eerder
- Enkele jaren geleden
- Sommigen dachten dat een Chinese admiraal het had ontdekt
Geschiedenis kan door deze reden misbruikt worden
- Bepaalde personen, partijen, staten of leiders een interpretatie gaven aan het
verleden omdat dat in hun voordeel speelde
2. Socialiteit: de drie dimensies van de geschiedenis
We kunnen geschiedenis opdelen in 3 domeinen:
1) Politiek
a) Leiders, wetten, macht, regeringen, vorsten, koningen, parlementen,
instellingen, staten, oorlogen
2) Sociaaleconomisch
a) Geld, rijkdom, handel, welvaart, landbouw, gewoontes, tradities, industrie
3) Cultureel
a) Kunst, wetenschap, religie
3. Historisch referentiekader
3.1 De klassieke indeling van de geschiedenis
De geschiedenis is opgesplitst in 'tijdvakken'
Opmerkingen tijdens het bekijken van de tijdlijn:
1) De datums zijn nogal relatief.
a) Voorbeeld: Middeleeuwen starten niet stipt in 500. De kiemen van dit tijdvak
werden al gelegd in de Klassieke Oudheid
2) De tijdslijn is heel Westers of Eurocentrisch getint. De breukpunten tussen de
tijdvakken zijn voornamelijk gebaseerd op de Europese geschiedenis
a) Voorbeeld: We spreken van de jaren ‘voor Christus’ en ‘na Christus’. In
andere continenten vind je daarom misschien andere jaartellingen die
gebaseerd zijn op andere godsdiensten
, 4. De 7 tijdvakken van het referentiekader
4.1 De Prehistorie
4.1.1 Situering in de tijd
Moment waarop we de prehistorie laten beginnen = een discussie
- Sommigen kozen voor het ontstaan van de eerste mensen (homo sapiens) rond
100.000 v.C.
- Anderen kiezen voor het ontstaan van de aarde met de oerknal (over het moment
van plaatsvinden is er dan veel meer discussie)
4.1.2 Situering in de ruimte
Oudste vonden van de homo sapiens → in Afrika
- Wetenschappers gaan er dan ook van uit dat ze hier zijn ontstaan en vanaf hier zich
hebben verspreid
4.1.3 Politiek
Er is weinig over te weten omdat er geen geschreven bronnen bestaan uit die tijd.
Ze dachten wel dat de macht bij het stamhoofd lag
4.1.4 Sociaaleconomisch
De prehistorische mens leefde van de jacht en de vruchtenpluk. Mensen waren toen
nomaden en volgden de kuddes van streek tot streek.
In de loop van de prehistorie vond een belangrijke vernieuwing plaats
- Mensen ontdekten de landbouw en veeteelt en gingen in dorpen wonen (sedentair)
4.1.5 Cultuur
Dankzij archeologische ontdekkingen van kleine beeldhouwwerken en muurschilderingen
gaan we ervan uit dat de prehistorische mens een soort godsdienstige beleving had.
Het hing hierbij om een veelgodendom (polytheïsme) waarbij vooral natuurgoden
(vruchtbaarheidsgoden, jachtgoden, …) een belangrijke rol speelden.
4.2 Het Oude Nabije Oosten
4.2.1 Situering in de tijd
Het begint rond 3.500 v.C. wanneer het schrift werd uitgevonden in Egypte en Mesopotamië.
Het werd gezegd dat het schrift in andere delen van de wereld veel later werd
ingevoerd. (Europa → 800 v.C.). We kunnen dus zeggen dat de prehistorie in Europa
bleef duren tot 800 v.C.