7: energiedragers
7.1 Inleiding
- Metabolisme: alle chemische reacties in cellen van organismen
o Anabolisme: alle opbouw- of synthesereacties waarbij E w verbruikt
o Katabolisme: afbraakreacties v molec uit de voeding waarbij E w vrijgesteld
- Afbraak en opbouw gebeuren stapsgewijs waarbij kleine ‘porties’ energie
vrijkomen/verbruikt worden
- De energievrijstelling bij katabole reacties w niet rechtstreeks gekoppeld aan
energieverbruik bij anabole reacties
Dit gebeurt via bepaalde molec: geactiveerde energiedragers
dit zijn de dragers van chemische E of van de elektronen die bij afbraak- en
oxidatiereacties vrijkomen
Vb. ATP, NAD+
- ATP-vorming (ΔG>0) of ATP-hydrolyse tot ADP (ΔG<0) is een gekoppelde reactie
- Co-enzym NAD+ kan door enzymwerking een reductie ondergaan in katabolische reactie.
NADH, de gereduceerde vorm van NAD+ bevat als gevolg hiervan de reducerend kracht:
de elek kunnen in 2de gekoppelde reactie gebruikt worden voor iets anders
, Opmerking: De vrije energieverandering bij een biochemische reactie wordt meestal
uitgedrukt met ΔG00 ’ = aangepaste standaard vrije energieverandering waarbij de
standaardcondities aangepast zijn aan meer fysiologische fysiologische conditites ([H+ ] = 10-
7M → neutrale pH en conc. H2O is 55,5 M)
⇒ bij spontane reactie is ΔG0O ’ < 0 en bij een niet-spontane reactie ΔG0 ’ > 0
7.2 adenosinetrifosfaat: universele drager van vrije energie
- Adenosinetrifosfaat (ATP) is een nucleotide op basis van adenine (base), ribose
(pentosesuiker) en een trifosfaatgroep met 4 negatieve ladingen bij fysiologische pH
- De actieve vorm is een complex met Mg2+
- De covalente bindingen waarvoor bij verbreking of hydrolyse een grote hoeveelheid
energie vrijkomt energierijke verbindingen (2 fosfoanhydridebindingen in de trifosfaatgroep)
dit zijn de energierijke verbindingen van ATP
ATP wordt een energierijke verbinding genoemd
→ door het hydrolyseren van ATP naar ADP en Pi (orthofosfaat) of naar AMP en PPi (pyrofosfaat)
komt deze energie vrij (ΔG < 0)
7.1 Inleiding
- Metabolisme: alle chemische reacties in cellen van organismen
o Anabolisme: alle opbouw- of synthesereacties waarbij E w verbruikt
o Katabolisme: afbraakreacties v molec uit de voeding waarbij E w vrijgesteld
- Afbraak en opbouw gebeuren stapsgewijs waarbij kleine ‘porties’ energie
vrijkomen/verbruikt worden
- De energievrijstelling bij katabole reacties w niet rechtstreeks gekoppeld aan
energieverbruik bij anabole reacties
Dit gebeurt via bepaalde molec: geactiveerde energiedragers
dit zijn de dragers van chemische E of van de elektronen die bij afbraak- en
oxidatiereacties vrijkomen
Vb. ATP, NAD+
- ATP-vorming (ΔG>0) of ATP-hydrolyse tot ADP (ΔG<0) is een gekoppelde reactie
- Co-enzym NAD+ kan door enzymwerking een reductie ondergaan in katabolische reactie.
NADH, de gereduceerde vorm van NAD+ bevat als gevolg hiervan de reducerend kracht:
de elek kunnen in 2de gekoppelde reactie gebruikt worden voor iets anders
, Opmerking: De vrije energieverandering bij een biochemische reactie wordt meestal
uitgedrukt met ΔG00 ’ = aangepaste standaard vrije energieverandering waarbij de
standaardcondities aangepast zijn aan meer fysiologische fysiologische conditites ([H+ ] = 10-
7M → neutrale pH en conc. H2O is 55,5 M)
⇒ bij spontane reactie is ΔG0O ’ < 0 en bij een niet-spontane reactie ΔG0 ’ > 0
7.2 adenosinetrifosfaat: universele drager van vrije energie
- Adenosinetrifosfaat (ATP) is een nucleotide op basis van adenine (base), ribose
(pentosesuiker) en een trifosfaatgroep met 4 negatieve ladingen bij fysiologische pH
- De actieve vorm is een complex met Mg2+
- De covalente bindingen waarvoor bij verbreking of hydrolyse een grote hoeveelheid
energie vrijkomt energierijke verbindingen (2 fosfoanhydridebindingen in de trifosfaatgroep)
dit zijn de energierijke verbindingen van ATP
ATP wordt een energierijke verbinding genoemd
→ door het hydrolyseren van ATP naar ADP en Pi (orthofosfaat) of naar AMP en PPi (pyrofosfaat)
komt deze energie vrij (ΔG < 0)