Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 124 pagina's
Samenvatting

Arbeidsrecht (CO3B1A) - volledige samenvatting (14/20 gehaald)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 124 pagina's

Volledige samenvatting arbeidsrecht o.b.v. de lessen van prof. Hendrickx. Geslaagd in eerste zit met 14/20. Deel sociale zekerheidsrecht gegeven door prof. Schoukens ook te koop.

Voorbeeld van de inhoud

Arbeidsrecht - Samenvatting Arbeids- en
socialezekerheidsrecht




1

, Arbeidsrecht
Hoofdstuk I: Inleiding
Hoeveel mensen werken op de arbeidsmarkt tegen vergoeding? 5 milj (minder dan de helft vd
totale bevolking)
-> Hoeveel daarvan zijn zelfstandigen? 1 milj
-> In principe: arbeidsrecht ≠ van toepassing + ander pensioen (want draagt minder bij
aan pensioensysteem)
-> Hoeveel daarvan zijn ambtenaren? 0,5 milj
-> Geen arbeidsovk, dus niet al het arbeidsrecht is van toepassing
-> Hoeveel daarvan zijn werknemers? 3,5 milj
-> Alle werkenden moeten gepensioneerden betalen (= inkomen voor gepensioneerden vd
sociale zekerheid gefinancierd door werkenden op arbeidsmarkt)
-> Werk = grote bron van inkomsten voor sociale zekerheid

Oud BW --> nieuw BW
-> Wat is verschil? Napoleontisch uitgangspunt = contractsvrijheid
-> Amper arbeidsrecht in 1804
-> Waarom? Markt & economie = vrij van arbeidsrechtelijke regels, DUS
werkgever & -nemer konden vrij onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden
-> Werk werd wel geregeld, maar op andere manier dan nu
-> Vb: Decreet d’Allarde = afschaffing vd arbeidsgildes met hun eigen
regels
-> Werk doorheen de geschiedenis beginnen regelen = arbeidsrecht
-> = ongelijkheidscompensatie
-> Waar ongelijkheid in arbeidsrelatie? Werkgever – werknemer (=
gezagsverhouding) = juridische ongelijkheid (want werkgever heeft
juridisch de bvh. gezag uit te oefenen over werknemer)
-> Zo geregeld in rechtssysteem dat gezag mogelijk is &
rechtsbeschermingsmechanismen zodat het gezag rechtmatig,
geordend gebruikt wordt
-> Arbeidsrecht geeft antwoord op dubbele ongelijkheid op de arbeidsmarkt:
1) Feitelijke ongelijkheid: marktongelijkheid (= ongelijkheid in
onderhandelingspositie) vd WN & WG tijdens het sluiten vd arbeidsovk
a. WG heeft economisch gezien marktpositie superieur aan werknemer
(zwakkere onderhandelingspositie)
2) Juridische ongelijkheid: WN bevindt zich in juridische ondergeschikte positie
tav WG
a. Waarom? Door beginsel van contractsvrijheid: economische
machtspositie kan omgezet worden in juridische machtspositie
(arbeidsovk opstellen zo voordelig mogelijk voor WG)
-> DUS ongelijkheidscompensatie nodig adhv arbeidswetgeving
-> 2 manieren om ongelijke onderhandelingspositie recht te trekken:
1) Wetgever legt arbeidsvwden op in arbeidsrecht
2

, = dwingend, dus geen vrije onderhandeling over mogelijk
-> Vb: minimumloon, vakantiedagen…
2) Procedurele rechten geven aan werknemers: mogen vakbond
oprichten waarin werknemers zich kunnen organiseren om namens
hele groep werknemers te onderhandelen met werkgever (sterkere
positie)
-> Gevolg: kwalitatieve arbeidsovk’en (= erkend in wet)
-> Functie: arbeidsrecht zorgt voor een tegengewicht vd positie vd WG:
 Beschermend recht: regelt positie vd WN
 Ordenend recht: regelt de verhoudingen vd partijen
Maar ook de WG verdient soms bescherming!

Grote stakingen:
- 1 mei 1886: staking geëindigd in beslissing tot de 40-urige werkweek (5 werkdagen, 8
uur per dag)
- In 1936: staking geëindigd in beslissing tot loonsverhoging, bepaald aantal
vakantiedagene & 40-urige werkweek
-> Gevolg: Belgisch consensusmodel -> werkgevers, werknemers & vakbonden kunnen
onderhandelen


A. Begrip
Definitie: arbeidsrecht = het recht dat van toepassing is op arbeidsprestaties geleverd in
ondergeschikt verband
• Ondergeschikt verband = sleutelelement voor afbakening vh arbeidsrecht
• => Overeenkomst: arbeidsrecht geldt ook bij Nh. of na einde vd arbeidsovk
➔ Arbeid ≠ koopwaar, ruilgoed, verhuring van werk…
• Werknemer verbindt wel zijn persoonlijkheid
 Burgerlijk recht: arbeidsrecht = ontstaan als reactie tegen de individualistische dogma’s vh
BW
➔ Jonge rechtstak: arbeidsrecht was lange tijd verplicht door slavernij, feodale
standen & in de familie
 Pas veel later: overeenkomst

Arbeidsovereenkomst:
• Juridische band tussen 2 partijen ontstaat
• Band van ondergeschiktheid = contractuele of overeengekomen ondergeschiktheid

B. De inbedding van het arbeidsrecht in het sociaal recht
Sociaal recht = arbeidsrecht + socialezekerheidsrecht
“Sociaal”
• = recht dat historisch tot stand kwam na sociale kwesties in de 19de eeuw
• Nu: verbondenheid vh arbeidsrecht & socialezekerheidsrecht
o Sociale verhoudingen tussen werkgevers-werknemers & overheid-zwakkere
partijen


3

, C. Arbeidsrecht als beschermend recht
= bescherming van werknemers & werkgevers
Bescherming werknemer: wilsvrijheid vd partijen = aan banden gelegd
- Overeenkomst ≠ niet hoog in de hiërarchie (art. 51 cao-wet)
- Verbod op verzwarende clausules (art. 6 Arbeidsovereenkomstenwet)
➢ Inkorting vd rechten of verzwaring vd verplichtingen vd
arbeidsovereenkomstenwet = verboden, DUS nadelige clausules mogen wel
voor rechten & plichten die niet beschermd zijn in deze wet
-> Waarom belangrijk om werknemer te beschermen & hoe? Zie eerder (dubbele ongelijkheid)

D. Handhaving
- Arbeidsinspecties
➢ = verschillende afzonderlijke diensten
➢ Regionaal of federaal
- Arbeidsgerechten
➢ = gespecialiseerde rechtbanken & -hoven
➢ Adhv Sociaal Strafwetboek voor strafrechtelijke gedragingen & sancties
Verjaring?
 Art. 15 AOW: 1j na einde vd ovk of 5j na ontstaan vd vordering (niet meer dan 1j na
einde vd ovk)
 HvC: terugbetaling van onverschuldigd betaalde loon ≠ vordering uit de AO, DUS
termijn van 10j (< art. 2262bis, §1 BW)


E. Bronnen van het arbeidsrecht
AO (met arbeidsrecht) ≠ enige bron van rechten & plichten -> Hiërarchie vd
arbeidsrechtelijke rechtsbronnen (art. 51 cao-wet):
1) Wet
a. = meestal dwingend
b. = hoogste rechtsbron (gaat voor op afspraken)
2) CAO AVV
a. = afspraken overeengekomen tussen vakbonden & werkgevers
b. “AVV” = algemeen verbindendverklaring vd CAO
i. = OH-beslissing om CAO kracht van wet te geven
c. Voorrang op individueel geschreven AO (= individuele afspraak)
d. Vb: Indexering vd lonen = loon stijgt met het officiële indexcijfer vd
consumptieprijzen door wet vastgelegd => afgesproken in CAO’s door
vakbonden om lonen te koppelen aan indexcijfers
e. 2 grote manieren om aan ongelijkheid tussen werknemer – werkgever
tegemoet te komen (= gelijkheidscompensatie):
i. 1) Dwingende wetgeving maken (arbeidsvoorwaarden geregeld door
wetgever; = wetten)
ii. 2) Vakbonden laten onderhandelen met werkgever over afspraken (=
CAO-afspraken)
3) CAO niet-AVV & ondertekend

4

, 4) Geschreven individuele AO
5) CAO niet-AVV en niet ondertekend
6) Arbeidsreglement
a. = verplicht document in elke onderneming met arbeidsvwden in
b. Vb: begin & einde vd arbeidsdag (= werkrooster) afgesproken door
werkgever & -nemer vastgelegd in arbeidsreglement
7) Aanvullende bepalingen van de wet
a. = zeldzaam
8) Mondelinge AO
a. = mogelijk in theorie (zonder vormvereisten)
9) Gebruik
a. Creëert rechten voor WN & plichten voor WG dat totstandkomt uit praktijk
b. Door: herhaaldelijk toekennen van voordeel aan personeelslid door
werkgever (maar mag niet individualistisch zijn, moet collectief voordeel zijn)
c. Vb: “iedereen die in onderneming blijft gedurnede 2025 krijgt bonus (=
retentiebonus)” -> als je dit herhaaldelijk doet, kan gebruik ontstaan (als je
dat niet wil als werkgever, mee opletten)
d. Vb: eindejaarspremie of dertiende maand = bonus op einde vh jaar in vorm
van maandloon bovenop normale loon
-> Waarom? Omdat het het nieuw jaar wordt
-> Ondertussen over onderhandeld door vakbonden & CAO’s rond
gevormd
-> Hogere rechtsbron > lagere rechtsbron: bepalingen mogen niet strijdig zijn met bepalingen
van een hogere rechtsbron
- Sanctie: Nh. vd strijdige bepaling (NIET rechtsbron)
• Hoe verhoudt mondelinge afspraak zich tov geschreven afspraak?
Hierarchisch gezien geschreven afspraak voorrang
• !!! Nuance < HvC: in praktijk vaak mondelinge afspraken
gemaakt (vb: loonsverhoging of andere voordelen), DUS
later overeengekomen mondelinge afspraken > vroeger
overeengekomen schriftelijke afspraken
• = schriftelijke AO kan later gewijzigd worden door
mondelinge afspraken
- Geen gunstigheidsbeginsel: lagere bepaling = altijd nietig ALS in strijd met hogere
bepaling, ook al is het een gunstigere bepaling voor de werknemer
- Wel mogelijkheid van minimumbepalingen: lagere rechtsbron kan bepalingen vd
hogere rechtsbon wel verhogen of verbeteren
•  In NE & DE: gunstigheidsbeginsel = bij conflict gaat meest gunstige
bepaling voor werknemer voor op minder gunstige (vb: CAO kan voorrang
hebben op wet als meer gunstig)
• In BE: strikte hiërarchie
• Vb: als CAO strijdig met individuele arbeidsovk, gaat CAO voor -> als
je hogere vereiste (dus nog betere positie voor werknemer
voorziet) in individuele arbeidsovk overeenkomt, dan wijk je niet af
5

, van wet of CAO (= minimumnormen, die je mag verhogen zolang je
min.norm respecteert)
-> DUS gunstigheidsbeginsel ≠ nodig bij ons
-> Soms kunnen vakbonden via CAO-asfpraak positie vd
werknemer verslechten (vb: CAO-afspraak dat er op zondag
gewerkt moet worden, vakantiedagen opgeven, loonsverlaging…
gaat voor op individuele AO, ookal ‘verslechtert’ het positie vd
werknemer)
-> Juist om een nog slechtere uitkomst te vermijden
• !!! Art. 6 AOW = enige uitz. op “geen gunstigheidsbeginsel in BE”
• = afspraken gemaakt in strijd met AOW zijn nietig ALS zij
rechten vd werknemer inkorten of verplichtingen
verzwaren (= minder gunstige positie vd werknemer)
• = mini gunstigheidsbeginsel (enkel voor AOW, niet
heel arbeidsrecht)
• Heel vaak in ontslagsituaties
• Vb: bij ontslagrecht “bij ontslag heeft werknemer recht op
opzegtermijn & ontslagvergoeding” -> afspraak kan deze
niet inkorten (verslechting vd positie vd wekrnemer), maar
kan wel verhogen (verbetering vd positie vd werknemer)
• Vb: als werknemer ziek is, werkgever moet minstens eerste
30d loon blijven uitbetalen (= ziekteverlof) -> werkgever
kan dit verlengen, maar niet inkorten




6

, Hoofdstuk II: De arbeidsovereenkomst
A. Begrip arbeidsovereenkomst: de wezenselementen
Art. 2-3 Arbeidsovereenkomstenwet = definitie arbeidsovk (met wezenselementen)
 Werknemer = enkel natuurlijke personen
 Werkgever: natuurlijke- of rechtspersonen
-> Vb: RP voor schoonmaakhulp = werkgever vd
schoonmakers (= werknemers)

1. Overeenkomst
Arbeidsovereenkomst: onderworpen aan bindende kracht van art. 1134 BW &
geldigheidsvwden van art. 1108 BW
⇨ Enkel voor werknemer – werkgever
⇨ Ambtenaren = verbonden door statuut of arbeidsovk (art. 1
Arbeidsovereenkomstenwet)

2. Arbeid
= elke arbeid mogelijke arbeid

3. Loon
Werknemer: vergoeding afgesproken = noodzakelijk
 Levert arbeid tegen vergoeding obv arbeidsovk in ondergeschikt verband tav
werkgever
 Vrijwilliger (< Wet 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers)
• Geen loon
• Kostenvergoeding = wel mogelijk
• Sommige arbeidsrechtelijke regels = wel van toepassing
• Criterium < HvC: arbeid afgesproken via een ovk tegen loon & gezag maakt je
tot werknemer -> los van hoogte vd loon of doelstelling
• Rechtspraak over wat loon is = alles wat meer is dan
kostenvergoeding (< HvC)
• Kostenvergoeding = dekking vd reëel gemaakte kosten
• Vb: loon ≠ gewoonweg voor vriendendienst waarbij je kosten
terugbetaald)
• Vb: vrijwilligerswerk is kostenvergoeding aanvaard
• Arrest < HvC: mensen die meewerken aan ticketverkoop aan
ingang vh sportpaleis kregen vergoeding vd organisator

• ≠ werknemers, doen dit in vrije tijd voor bijkomend inkomen
(lowkey als hobby gezien zelfs, want fun)?
• = kostenvergoeding?
-> HvC: neen, veroordeling vd organisator -> werknemers,
want vergoeding > kostenvergoeding, dus = loon (ook
toegang tot concert, vrijkaarten voor toekomstige
concerten..), want werken onder gezag tegen vergoeding

7

, -> Maar werken omdat ze het leuk vinden, niet per
se voor inkomen, geen reguliere job? Om van AO te
spreken ≠ doorslaggevend of relevant of
vergoedingen voor arbeid & arbeid die je levert
als bedoeling heeft regulier inkomen te verwerven
(geleverde arbeid hoeft niet per se bedoeling te
hebben inkomen te verwerven om te voorzien in je
levensonderhoud)
-> Bedoeling van je werk boeit niet, vanaf
vergoeding > kostenvergoeding voor
geleverde arbeid onder gezag = werknemer
& AO

4. Ondergeschikt verband
Ondergeschikt verband/gezag tussen werkgever & werknemer
• Gezag kan ook uitgeoefend worden door lasthebber of aangestelde vd werkgever
• = noodzakelijk
 Aanneming van werk (art. 1787 e.v. BW)

B. Gezag en de aard van de arbeidsrelatie
1. Algemeen
Belang vd AO: onderscheid maken tussen statuten (ambtenaar, zelfstandige of werknemer) +
bepaalt toepasselijkheid vh arbeidsrecht, CAO’s & SZ
-> Anders bij werknemers dan zelfstandigen & ambtenaren (geldt
arbeidsrecht grotendeels niet, door o.a. ambtenarenrecht)




-> SZ-regels = anders voor
werknemers, ambtenaren &
zelfstandigen
-> SZ-recht = van toepassing voor de sector/stelsel vd werknemers (vb: ziekte- en
werkloosheidsverzekering..)
-> Heeft kostprijs voor WG = SZ-bijdrage/premies te betalen aan OH
-> Naast kostprijs door toepassing vh arbeidsrecht (vb:
administratie, openingsuren aanpassen aan beperkingen,
beperkte arbeidsuren..)
-> AO impliceert veel rechten & plichten die van toepassing worden op WN & WG

Types arbeidsrelaties:
1) Werknemers
o CAO-wet = van toepassing
• Tenzij voor werknemers in publieke sector

8

, • = werknemer bij OH (= bij OH-dienst werken als
werknemer)
• Werknemers = verbonden door AO met werkgever
(onder gezag): daarop arbeidsrecht & CAO’s van
toepassing
-> ALS je bij OH afspraak maakt obv AO hoeft OH
niet te benoemen als ambtenaar (OH wil minder
ambtenarenstatuten)
= werknemer bij publieke OH
-> Probleem: CAO’s ≠ van toepassing in publieke
sector (dus ook niet publieke OH’den die
werkgevers zijn)
-> Waarom? Toepassingsgebied vd CAO-
wet (enkel van toepassing op private
sector)
2) Zelfstandigen
o Leveren zelfstandige arbeid/dienst obv ovk met vergoeding als tegenprestatie
(= loon)
o = diensten of arbeid geleverd obv aannemingsovk (= dienstenlevering tegen
betaling)
• Diensten kunnen occasioneel of langdurig zijn (met zekere
continuïteit)
o = ALS geen sprake van arbeidsovk & gezagsuitoefening tussen partijen
• Waarom bestaat arbeidsrecht? Compensatie vd dubbele
ongelijkheid, waarvan één de juridische ondergeschiktheid
werknemer – werkgever (= gezagsrelatie)
o = aanneming van werk
• = puur verbintenissen- & contractenrecht
• Dienstenlevering kan aan bedrijf of privépersoon in private sector (=
zelfstandige actief in privésector)
o Arbeidsrecht ≠ van toepassing
• Tenzij antidiscriminatierecht (= verbod van discriminatie op
arbeidsmarkt)
o CAO-wet ≠ van toepassing (= bedoeld voor werknemers)
• Nuance: recente beweging om collectieve afspraken te maken
• Probleem: mededingingsrecht (nl. kartelvorming)
• Vb: FNV kunsten-arrest < HvJ: orkest = verzameling van
mensen (= orkestmedewerkers = werknemers &
zelfstandigen met professioneel inkomen) geleid door
dirigent
• Vakbonden kunnen CAO maken voor
orkestleden ook van toepassing op
zelfstandigen in orkest
• MAAR beperking op maken van CAO voor &
door zelfstandigen
• Vb: als loodgieters (= meestal

9

, zelfstandigen) samen CAO maken
met zelfde minimumtarieven voor
dienstenlevering
-> Probleem: kartelvorming
(< mededingingsrecht)
3) Ambtenaren
o = arbeid geleverd tegen vergoeding op bijzondere manier, want ambtenaar
heeft geen ovk met werkgevende tegenpartij (want = overheidsdienst)
• Benoemd door OH
o DE ambtenaar bestaat niet: je hebt mensen die werken voor specifieke
overheidsdienst
• Vb: in onderwijs kan je werken als werknemer of ambtenaar
o Beslissing vd OH om ambtenaar aan te nemen = eenzijdige overheidsbeslissing
(≠ privaatrechtelijke ovk)
• Je kan wel onderhandelen, maar niet over beslissing om
aangenomen te worden & welke vwden gelden
o CAO-wet ≠ van toepassing (want ambtenaren bestaan enkel in publieke sector)
• Geen CAO-akkoorden in publieke sector, maar wel protocol-
akkoorden
o Soms klein stuk arbeidsrecht van toepassing (vb: sociale belasting, medisch
toezicht op werk, discriminatierecht..)
• Geregeld door apart statuut (soms aanvullend met beetje
arbeidsrecht)
Belangrijk onderscheid: werknemer (arbeidsrecht volledig van toepassing)  zelfstandigen
(arbeidsrecht ≠ van toepassing)
-> Discussie: arbeidsovereenkomst  zelfstandige dienstverlening
= kwalificatievraagstuk
⇨ Zelfstandige werkt niet onder gezag vd opdrachtgever  werknemer werkt obv AO
tegen loon onder gezag vd wederpartij
o Wanneer is er gezag aanwezig in de rechtsrelatie? Wetgever & HvC hebben
gezagsbegrip niet echt gedefinieerd
• HvC: gezag = gezag, leiding & toezicht (= vaag)
o Wat is gezag in juridische zin om als onderscheidingskenmerk vd AO te worden
bepaald?
⇨ Juridische mogelijkheid hebben gezag uit te oefenen = voldoende
o ’Ik ben de baas, jij gehoorzaamt en luistert naar mij’
• Strikt juridisch gezien is dit zo: gezag = recht vd
werkgever om bevelen, instructies, leiding te geven
o Gezagsbegrip verandert, want werkvloer & maatschappij veranderen: dit
bepaalt hoe horizontaal of top down de arbeidssituatie is




10

Inhoudsopgave

  1. 01 Hoofdstuk I: Inleiding 2
  2. 02 Hoeveel mensen werken op de arbeidsmarkt tegen vergoeding? 5 milj (minder dan de helft vd totale bevolking) 2
  3. 03 -> Hoeveel daarvan zijn zelfstandigen? 1 milj 2
  4. 04 -> In principe: arbeidsrecht ≠ van toepassing + ander pensioen (want draagt minder bij 2
  5. 05 aan pensioensysteem) 2
  6. 06 -> Hoeveel daarvan zijn ambtenaren? 0,5 milj 2
  7. 07 -> Geen arbeidsovk, dus niet al het arbeidsrecht is van toepassing 2
  8. 08 -> Hoeveel daarvan zijn werknemers? 3,5 milj 2
  9. 09 -> Alle werkenden moeten gepensioneerden betalen (= inkomen voor gepensioneerden vd sociale zekerheid gefinancierd door werkenden op arbeidsmarkt) 2
  10. 10 -> Werk = grote bron van inkomsten voor sociale zekerheid 2
  11. 11 Oud BW --> nieuw BW 2
  12. 12 -> Wat is verschil? Napoleontisch uitgangspunt = contractsvrijheid 2
  13. 13 -> Amper arbeidsrecht in 1804 2
  14. 14 -> Waarom? Markt & economie = vrij van arbeidsrechtelijke regels, DUS werkgever & -nemer konden vrij onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden 2
  15. 15 -> Werk werd wel geregeld, maar op andere manier dan nu 2
  16. 16 -> Vb: Decreet d’Allarde = afschaffing vd arbeidsgildes met hun eigen regels 2
  17. 17 -> Werk doorheen de geschiedenis beginnen regelen = arbeidsrecht 2
  18. 18 -> = ongelijkheidscompensatie 2
  19. 19 -> Waar ongelijkheid in arbeidsrelatie? Werkgever – werknemer (= gezagsverhouding) = juridische ongelijkheid (want werkgever heeft 2
  20. 20 juridisch de bvh. gezag uit te oefenen over werknemer) 2
  21. 21 -> Zo geregeld in rechtssysteem dat gezag mogelijk is & rechtsbeschermingsmechanismen zodat het gezag rechtmatig, geordend gebruikt wordt 2
  22. 22 -> Arbeidsrecht geeft antwoord op dubbele ongelijkheid op de arbeidsmarkt: 2
  23. 23 1) Feitelijke ongelijkheid: marktongelijkheid (= ongelijkheid in onderhandelingspositie) vd WN & WG tijdens het sluiten vd arbeidsovk 2
  24. 24 a. WG heeft economisch gezien marktpositie superieur aan werknemer (zwakkere onderhandelingspositie) 2
  25. 25 2) Juridische ongelijkheid: WN bevindt zich in juridische ondergeschikte positie tav WG 2
  26. 26 a. Waarom? Door beginsel van contractsvrijheid: economische machtspositie kan omgezet worden in juridische machtspositie (arbeidsovk opstellen zo voordelig mogelijk voor WG) 2
  27. 27 -> DUS ongelijkheidscompensatie nodig adhv arbeidswetgeving 2
  28. 28 -> 2 manieren om ongelijke onderhandelingspositie recht te trekken: 2
  29. 29 1) Wetgever legt arbeidsvwden op in arbeidsrecht 2
  30. 30 = dwingend, dus geen vrije onderhandeling over mogelijk 3
  31. 31 -> Vb: minimumloon, vakantiedagen… 3
  32. 32 2) Procedurele rechten geven aan werknemers: mogen vakbond oprichten waarin werknemers zich kunnen organiseren om namens 3
  33. 33 hele groep werknemers te onderhandelen met werkgever (sterkere positie) 3
  34. 34 -> Gevolg: kwalitatieve arbeidsovk’en (= erkend in wet) 3
  35. 35 -> Functie: arbeidsrecht zorgt voor een tegengewicht vd positie vd WG: 3
  36. 36 Beschermend recht: regelt positie vd WN 3
  37. 37 Ordenend recht: regelt de verhoudingen vd partijen 3
  38. 38 Maar ook de WG verdient soms bescherming! 3
  39. 39 Grote stakingen: 3
  40. 40 1 mei 1886: staking geëindigd in beslissing tot de 40-urige werkweek (5 werkdagen, 8 uur per dag) 3
  41. 41 In 1936: staking geëindigd in beslissing tot loonsverhoging, bepaald aantal vakantiedagene & 40-urige werkweek 3
  42. 42 -> Gevolg: Belgisch consensusmodel -> werkgevers, werknemers & vakbonden kunnen onderhandelen 3
    1. A. Begrip 3
    2. B. De inbedding van het arbeidsrecht in het sociaal recht 3
    3. C. Arbeidsrecht als beschermend recht 4
    4. D. Handhaving 4
    5. E. Bronnen van het arbeidsrecht 4
  43. 43 Hoofdstuk II: De arbeidsovereenkomst 7
    1. A. Begrip arbeidsovereenkomst: de wezenselementen 7
    2. 1. Overeenkomst 7
    3. 2. Arbeid 7
    4. 3. Loon 7
    5. 4. Ondergeschikt verband 8
    6. 1. Algemeen 8
    7. 2. Gezag in de Cassatierechtspraak 12
    8. 3. De Arbeidsrelatiewet 14
    9. 1. Arbeider-bediende 17
    10. 2. Handelsvertegenwoordigers 18
    11. 3. Dienstboden 19
    12. 4. Studenten 19
    13. 5. Huisarbeiders en telewerkers 20
    14. 1. De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd 21
    15. 2. De arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd 22
    16. 3. De vervangingsovereenkomst 24
    17. 1. Voltijdse arbeid 25
    18. 2. Deeltijdse arbeid 25
    19. 1. Geldigheidsvoorwaarden 28
    20. 2. Werving en selectie 30
    21. 1. Uitzendarbeid 34
    22. 2. Terbeschikkingstelling 39
    23. 3. Onderaanneming 41
  44. 44 Hoofdstuk III: Arbeidsvoorwaarden 41
    1. A. Algemeen 41
    2. B. Rechten en plichten voortvloeiend uit bedingen in de arbeidsovereenkomst 41
    3. C. Wettelijk geregelde rechten & plichten voortvloeiend uit de Arbeidsovereenkomstenwet 43
    4. Begrip 44
    5. Voorwaarden mbt het jaarloon 44
    6. Bestaansvoorwaarden 44
    7. Vormvoorwaarden 45
    8. Geldigheidsvoorwaarden 45
    9. Uitwerking van het beding 45
    10. Schadevergoeding aan de werkgever 46
    11. Afwijkingsbeding (art. 86 AO-wet) 46
    12. D. Rechten en plichten voortvloeiend uit de arbeidsreglementering 55
  45. 45 Hoofdstuk IV. Beëindiging 76
    1. A. Inleiding 76
    2. Ontslagvrijheid 78
    3. Ontslagrecht 78
    4. B. Eenheidsstatuut arbeiders-bedienden 80
    5. C. Opzegging 81
    6. Algemene regeling 88
    7. Opmerkingen bij opzegging! 90
    8. D. Ontslagmotieven 92
    9. E. Ontslag wegens dringende reden 92
    10. F. Ontslagmotivering 96
  46. 46 Hoofdstuk V: Collectief arbeidsrecht 101
    1. A. Inleiding 101
    2. B. Vrijheid van vakvereniging 102
    3. C. Overleg – interprofessioneel 104
    4. Informeel overleg 104
    5. 1) Federaal overlegorgaan 104
    6. Nationale Arbeidsraad (NAR) 104
    7. 2) Regionaal overlegorgaan 105
    8. 3) Sectoraal overlegorgaan 105
    9. Paritaire comités (PC) 105
    10. 4) Regionaal & Europees overleg 106
    11. D. De collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) 106
    12. E. Ondernemingsraad – inspraak vd onderneming 111
    13. F. Comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) 117
    14. I. De vakbondsafvaardiging 119
    15. J. Collectieve conflicten 120

Documentinformatie

Studie
Onbekend
Geüpload op
27 september 2025
Bestand laatst geupdate op
28 september 2025
Aantal pagina's
124
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€18,26

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
louisebeerts
3,5
(6)
Verkocht
156
Volgers
4
Items
27
Laatst verkocht
2 dagen geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen