100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Mensenrechten - 14/20 eerste zit

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
69
Geüpload op
25-09-2025
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting is een samenvoeging van de lessen, de PowerPoints en het boek.













Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
25 september 2025
Aantal pagina's
69
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting mensenrechten

I. Begrip, kenmerken en soorten mensenrechten
Er is enerzijds een filosofische en anderzijds een juridische betekenis v/h begrip
‘mensenrechten’. De filosofische betekenis van mensenrechten gaat over een
speciale soort claims die alle mensen mogen inroepen.

A. Juridisch begrip mensenrechten
Mensenrechten kunnen worden omschreven als een geheel van inherente en
universele rechten die tot doel hebben de voorwaarden te creëren en te blijven
garanderen, ongeacht hun geslacht, nationaliteit, kleur, religie, taal, etnische afkomst
en economische achtergrond, of enige andere status, op vrije en (mens)waardige
wijze kunnen functioneren.

B. Kenmerken van de mensenrechten
Mensenrechten zijn (1) inherent, gebaseerd op (2) gelijkheid en (3) universeel,
waarbij de laatste twee kenmerken voortvloeien uit het 1 e kenmerk.

Het inherent karakter houdt in dat ze eigen zijn aan de mens of het mens-zijn. D.w.z.
dat mensenrechten voor iedereen aanwezig zijn en dus dat overheden ze niet
kunnen toekennen of ontvreemden. Dit impliceert echter niet dat alle mensenrechten
absoluut zijn en niet kunnen worden beperkt. Het inherent karakter moet evenwel
enigszins genuanceerd worden. Zo genieten ook abstracte entiteiten (zoals
geloofsgemeenschappen, bedrijven, politieke partijen, enz.) en dieren van (bepaalde)
mensenrechten. Daarnaast heeft de natuur zelf in bepaalde landen, zoals Ecuador
en Bolivia, bepaalde rechten.

Ten tweede zijn mensenrechten gebaseerd op gelijkheid. D.w.z. dat de
mensenrechten op gelijke wijze moeten worden gegarandeerd voor iedereen,
ongeacht ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging,
geboorte, afkomst, eigendom of andere status. Dit is een logisch gevolg v/h inherent
karakter. Dit wil echter niet zeggen dat bepaalde kwetsbare mensen of kwetsbare
groepen geen specifieke rechten zouden kunnen krijgen, bv. vrouwen, kinderen en
inheemse volkeren.

Het universeel karakter van mensenrechten vloeit ook voort uit het inherent karakter
en wil zeggen dat alle mensen overal en te allen tijde zouden moeten kunnen
genieten v/d mensenrechten.

D. Soorten mensenrechten
Traditioneel worden mensenrechten onderverdeeld in 4 categorieën en 3 generaties
van grondrechten.


1

,1. Categorieën van mensenrechten

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen: burgerlijke, politieke, economische,
sociale en culturele rechten en solidariteitsrechten.

a. Burgerlijke rechten

Dit zijn rechten die de burger beschermen tegen de staat, bv. het recht op leven,
vrijheid, privacy, de vrijheid van godsdienst, het verbod van foltering, enz. Ze worden
dan ook wel eens ‘afweerrechten’ genoemd.

b. Politieke rechten

Dit zijn rechten die bedoeld zijn om de burger te laten deelnemen aan het
staatsgezag, bv. het recht op vrije meningsuiting, het recht op vrije en geheime
verkiezingen, enz.

c. Economische, sociale en culturele rechten

Deze rechten creëren omstandigheden tot een waardig leven, zoals het recht op
behoorlijke huisvesting en gezondheidszorg (sociale), de vrijheid van handel en
vrijheid van arbeid (economische) en het recht op de organisatie van activiteiten in
de eigen taal (culturele), enz.

d. Solidariteitsrechten

Deze rechten hebben een collectief karakter. D.w.z. dat het rechten zijn die de
gemeenschappen, de groep of de collectiviteit bezit. Ze dienen om t.a.v. bepaalde
groepen van personen een bepaalde globale toestand te waarborgen, zoals het recht
op ontwikkeling, recht op vrede, recht op een gezond leefmilieu, enz.

2. Generaties van mensenrechten

De bovenvermelde soorten mensenrechten kunnen ook worden ingedeeld volgens
de periode waarin ze ten volle tot bloei zijn gekomen. Het gaat om (1) burgerlijke en
politieke rechten (18e eeuw), (2) economische, sociale en culturele rechten (begin 20 e
eeuw) en (3) solidariteitsrechten (eind 20 e eeuw). Recentelijk spreekt men ook meer
en meer v/e 4e generatie mensenrechten, nl. rechten verbonden met nieuwe
technologische ontwikkelingen en rechten van toekomstige generaties. Let wel,
bepaalde rechten die in het kader van die vermeende 4 e generatie worden
beschermd, zouden ook kunnen onder gebracht worden in 1 v/d klassieke 3
generaties.

Oefening:

1) Tot welke generatie behoort het recht op eigendom?

In de eerste plaats behoort dit tot de 1 e generatie. Het recht op eigendom verkrijgen
kan echter beschouwd worden als een grondrecht v/d 2 e generatie. Als je bovendien

2

,deel bent v/e inheemse bevolking, kan dit ook gezien worden als een 3 e generatie
recht. M.a.w.: er is geen grote kloof tussen de generaties. Je kan ze niet zomaar in
hokjes steken.

2) Tot welke generatie behoort het recht op een gezond leefmilieu?

Het kan in ieder geval ondergebracht worden in de 3 e generatie grondrechten. Dit
wordt bv. gewaarborgd in het Afrikaanse Handvest. Dergelijk recht ontbreekt
weliswaar i/h EVRM. De vraag is dan of het ook gelinkt kan worden aan een 1 e
generatie of 2e generatie recht. Dat is van belang voor de justiciability. D.i. de mate
waarin mensenrechten kunnen worden ingeroepen. Het kan bv. gelinkt worden aan
het recht op eigendom (want de waarde van jouw eigendom wordt minder als er bv.
een bos gekapt wordt naast je huis); aan het recht op leven (als het zo gevaarlijk is
dat uw recht op leven wordt aangetast); aan het verbod op foltering (want dit houdt
ook het verbod op een onmenselijke of vernederende behandeling in), enz.

Casus omtrent het recht op een gezond leefmilieu:

Een Spaanse vrouw stapte naar de rechter en voerde aan dat een
afvalverwerkingsfabriek naast haar woonst strijdig was met haar recht op een gezond
leefmilieu. Ze kreeg ongelijk, omdat dat recht niet i/h EVRM is opgenomen. Bij het
EHRM heeft ze echter haar gelijk wel gehaald o.b.v. het recht op gezinsleven.

II. Historiek van de mensenrechten
De evolutie v/d mensenrechten is geen lineair proces. Het concept mensenrechten in
de moderne betekenis v/h woord bestond overigens niet voor de 18 e eeuw.

A. Factoren die de opgang van de mensenrechten hebben beïnvloed
1. Religieuze basis van de mensenrechten

De verschillende waarden die gemeenschappelijk zijn aan de wereldgodsdiensten
(waardigheid, het heilig karakter v/h leven, gelijkheid, vrijheid) vormen een basis voor
de ontwikkeling v/d mensenrechten. Deze kunnen echter niet als moderne
mensenrechten worden beschouwd. Het zijn nl. eerder plichten die de belijders van
dergelijke geloven hebben t.a.v. een opperwezen, en dus geen individuele
subjectieve rechten die ze zouden kunnen afdwingen t.a.v. de overheid en/of de
medeburgers.

2. Filosofische basis van de mensenrechten

De Chinese filosoof Hsün-Tzu stelde dat om een geordende samenleving te hebben,
de overheid de plicht heeft om subjectieve rechten tot te kennen aan de burgers.

a. Natuurrechtsfilosofie




3

,Het natuurrechtsdenken, dat is bedacht door de Grieken, stelt dat er een
alomvattende, eeuwige, universele en objectieve natuurwet bestaat. Die wet zou de
regels formuleren om te handelen als goede mensen.

Eén v/d belangrijkste natuurrechtsdenkers was John Locke. Hij stelde dat iedere
persoon in zijn natuurtoestand vrij, gelijk en onafhankelijk geboren is. Hij bezit in die
natuurtoestand een aantal natuurlijke rechten (m.n. het recht op eigendom, vrijheid
en het recht op leven) die hij mag beschermen tegen derden, maar mag de
objectieve natuurwet niet schenden. De natuurwet had voor Locke dus een morele
implicatie. Om conflicten te vermijden onderwerpt de mens zich echter via een
sociaal contract aan die via dat contract gecreëerde overheid en politieke
samenleving. In die samenleving behoudt de mens de natuurlijke rechten en is de
overheid uitsluitend gecreëerd en bevoegd om conflicten te vermijden en deze
natuurlijke rechten te beschermen. Wanneer ze dat niet doet, mag de bevolking in
opstand komen en het contract opzeggen.

Thomas Hobbes stelt ook dat iedere persoon in zijn natuurtoestand vrij is, maar
Hobbes heeft, i.t.t. Locke, een negatief mensbeeld en stelt dat de mens, die een
aantal natuurlijke rechten heeft, egoïstisch is omdat hij op alles recht heeft. Daardoor
ontstaat er een onveilige situatie, waarin ieders leven in gevaar is. Het natuurrecht
heeft volgens Hobbes dus geen morele implicatie en doet de mens dus niet van
nature uit het goede. Om deze chaos het hoofd te bieden, treden mensen vrijwillig en
uit eigenbelang via een sociaal contract toe tot een samenleving met een sterke
overheid (de Leviathan), aan wie zij hun natuurlijke rechten (het recht op leven en de
bescherming van zijn eigendom) toevertrouwen. De Leviathan is niet gehouden door
de wet om die natuurlijke rechten te verzekeren, en hij is aan niemand
verantwoording verschuldigd, waardoor hij bijgevolg niet kan afgezet worden.
Hobbes is te beschouwen als 1 v/d intellectuele grondleggers v/h Westfaalse
systeem waarbij nationale, soevereine staten zijn gevormd. Nationale staten
beroepen zich nog steeds op hun soevereiniteit om (vermeende)
mensenrechtenschendingen in hun land in de doofpot te steken, zie bv. China en de
Oeigoeren, Israël en de Palestijnen, enz.

In ‘Common Sense’ vermeld Thomas Paine als eerste het concept ‘mensenrechten’.
Hij stelde dat de enige taak v/d overheid het beschermen v/d mensenrechten is.

Edmund Burke vond de idee v/h natuurrecht onverdraaglijk. Hij stelde dat een
abstracte natuurwet waaruit natuurlijke rechten voortvloeien niet bestaat. Hij stelde
dat zoiets tot stand kwam door een bottom-up approach vanuit de samenleving. Hij is
weliswaar niet tegen rechten en vrijheden, maar wel tegen de natuurrechten. Hij is
dus geen natuurrechtfilosoof.

b. Vrijheidsfilosofie

Volgens Jean-Jacques Rousseau stelde dat mensen in een natuurtoestand vrij zijn
geboren. Maar, i.t.t. Locke en Hobbes, stelt hij dat door de uitoefening van die

4

, vrijheid de mensen steeds afhankelijker van elkaar worden. Dat leidt ertoe dat de
natuurlijke vrijheid uiteindelijk wordt uitgehold. Om die vrijheid te herstellen moet de
mens een sociaal contract afsluiten. Tegelijkertijd aanvaardt de mens dat hij zal
gehoorzamen aan de door de staat aangenomen wetten die de uitdrukking v/d
algemene wil v/d leden v/d staatsgemeenschap (de zgn. ‘volonté générale’). Ten
gevolge van de aanneming van die algemene wetten hebben we nu een vrije
samenleving. Nu er een vrije samenleving bestaat, hebben we ook geen nood aan
het uitdrukkelijk formuleren van mensenrechten als rechten ter bescherming tegen
de wetgevende machthebber.

Volgens Immanuel Kant hebben mensen een zeker plichtsbesef en zijn ze daardoor
fundamenteel vrij. Volgens Kant hebben mensen een recht op waardigheid. Hieruit
heeft hij 3 mensenrechten gedestilleerd, nl. vrijheid, gelijkheid en autonomie.

c. Rechtspositivisme

In het rechtspositivisme vloeien de mensenrechten niet voort uit één of andere
natuurwet, maar worden ze gewoonweg toegekend door de wetgever. Een belangrijk
denker binnen deze stroming is Jeremy Bentham.

B. Juridische evolutie van de mensenrechten
1. Mensenrechten op nationaal vlak voor en tijdens de 20 e eeuw

Eén v/d oudste wetboeken waarin een aantal basisrechten (zoals het
eigendomsrecht, gelijkheid voor de wet, rechten van vrouwen en kinderen, enz.) zijn
opgenomen, is de Codex Hammurabi. Het wetboek gaat terug op de Wetten van Lipit
Ishtar, die op hun beurt geïnspireerd waren door de Code van Ur-Nammu. De codex
Hammurabi vormde de basis voor de Wetten van de Hittieten.

Het Grote Charter van Cyrus bevat ook een aantal basisrechten, zoals het recht op
vrijheid en veiligheid, het recht op eigendom, de vrijheid van godsdienst, enz.

Het edict van Nicomedia en het Edict van Milaan verleende de godsdienstvrijheid
aan de Romeinen.

De grondwet van Medina verleent christelijke en joodse minderheden de
mogelijkheid om hun godsdienst en cultuur te belijden.

Via de Magna Charta verleende de Engelse koning de adel en clerus een aantal
basisrechten. De Engelse Bill of Rights bevatte o.m. het recht op vrije verkiezingen,
het verbod van wrede en ongewone straffen en de vrijheid van meningsuiting i/h
parlement.

De Gouden Bul in Hongarije gaf o.m. de bevolking het recht om koninklijke
beslissingen die strijdig waren met de wet naast zich neer te leggen.



5

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Studentrechten007 Universiteit Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
64
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
12
Laatst verkocht
15 uur geleden

4,9

7 beoordelingen

5
6
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen