PODCASTS FYSIOLOGIE EN PATHOFYSIOLOGIE VAN
DE NIER
PODCAST 1: TGF
Controle van de RBF en GFR: Autoregulatie
TGF = Tubulo Glomerulaire Feedback
Het juxtaglomerulair apparaat
- Een deel van het nefron dat naast de glomerulus is gelegen
- Bestaat uit drie deeltjes/cellen:
- De macula densa in de dikke stijgende Lis van Henle (TAL)
- De granulaire cellen in de afferente arteriolen
- Het extraglomerulaire mesangium
- Die drie samen zorgen voor een feedbackmechanisme tussen de glomerulus en de
tubulus = TGF
- In de macula densa wordt gevoeld hoeveel water er stroomt en hoeveel NaCl aanwezig
is
- Als er op het einde van de Lis van Henle nog te veel water en NaCl aanwezig
is, is dat het signaal dat de GFR te hoog is (er wordt te veel gefilterd) GFR
gaat dalen (= TGF)
- Door vasoconstrictie van de afferente arteriool
- Ook doordat oncotische druk sneller gaat toenemen
Heropname wordt daardoor ook gestimuleerd!
- Gevolg: minder filtratie
Gevoeligheid van de tubuloglomerulaire feedback
- X-as: wat gesensed wordt in de macula densa
- Gaat effect hebben op de GFR van zijn eigen nefron (y-as) !!
- Meer aanbod van zout en water, geeft minder GFR, MAAR als de daling sneller gebeurt
is het systeem gevoeliger
- Gele curve: sensitiviteit stijgt
- Lagere RPF, lagere GFR
- Oorzaak:
- Volume contractie
- Angiotensine II
- Minder belangrij: Adenosine, prostaglandine, thromboxane, HETE
- Bruine curve: sensitiviteit daalt
- Hogere RPF, hogere GFR
- Oorzaak:
- Volume expansie
- Hoge proteïne intake (voeding) door een toename van de zout
reabsorptie door de proximale tubulus kleiner aanbod aan macula
densa (er moet meer aangeboden worden voordat de feedback in gang
schiet) + druk neemt toe door stijging GFR
- Minder belangrijk: ANP, NO, cAMP, PGI2
, PODCAST 2: GLUCOSETETRATIECURVE
Het grootste deel van de gefilterde glucose wordt gereabsorbeerd in de proximale
tubulus
- Apicaal: SGLT-transporters (Na-Glucose co-transporter)
- Samen met natrium !!
SGLT-transporters (Na-Glucose co-transporter)
- SGLT2: proximaal
- Neemt 1 glucose op samen met 1 natrium
- SGLT1: distaal
- Reabsorbeerd 1 glucose en 2 natrium molecules
- = Carrier gemedieerd transport
Belangrijke eigenschap van carrier gemedieerd transport => verzadigbaar
- Verschil met diffusie
- Diffusie wordt gedreven door een concentratiegradiënt lineair
- Carrier gemedieerd transport kent limieten curve vlakt af
- Hangt af van:
- Aantal carriers
- Snelheid van conformatie verandering
- Affiniteit voor de bindingsplaats
Glucose titratiecurve
- X-as: concentratie van glucose in het plasma
- Gele curve: de hoeveelheid glucose dat (vrij) gefilterd wordt in de glomerulus
- Komt vervolgens in de proximale tubulus terecht waar SGLT2 aanwezig zijn:
- Reabsorptie van glucose en natrium (tot 180 mg/dl) = rode curve
- Als alle SGLT2 bezet zijn wordt je uitgeplast
= groene curve
- De saturatie is de plateau van de rode curve
- Glucose in primaire urine overschrijdt een drempel
- Reabsorptie maar slechts een bepaald percentage
- Er verschijnt glucose in de urine (glucosurie)
- Mensen met suikerziekte
- De groen en rode curve maken geen knik, maar een bochtje (= splay)
- Door variatie van de verschillende nefronen
- Ook afhankelijk van hoeveel er gefilterd wordt
- Als je de meting in 1 nefron doet, zal je wel een knik in de curve zien
Klaring van glucose
- X-as: concentratie van glucose in het plasma
= 0 want er verschijnt geen glucose in de urine
- Klaring neemt toe op hetzelfde punt dat de reabsorptie gesatuteerd wordt
Pathologisch: behandeling voor diabetes mellitus met SGLT2 inhibitoren
- Suikerspiegel verlagen door glucose reabsorptie te gaan inhiberen
- Meer glucose uitplassen om hyperglycemie te reguleren
- Risico: meer suiker in urine hogere kans op urineweginfecties
- Effect op glucose titratiecurve:
- Gele curve blijft onveranderd
- Rode curve gaat afvlakken maximum op een lager niveau de extra
hoeveelheid glucose ga je uitplassen
- MAAR het is een co-transporter natrium ga je ook verliezen !!
- SGLT2 inhibitoren hebben ook een positief effect op mensen met hartfalen en / of
nierlijden
- Je biedt meer natrium aan aan de overgang van Lis van Henle en Distale tubulus
effect op TGF vasoconstrictie van de afferente bloedvaten filtratie neemt
af = een beschermend effect
- + je zal minder eiwitten uitplassen
DE NIER
PODCAST 1: TGF
Controle van de RBF en GFR: Autoregulatie
TGF = Tubulo Glomerulaire Feedback
Het juxtaglomerulair apparaat
- Een deel van het nefron dat naast de glomerulus is gelegen
- Bestaat uit drie deeltjes/cellen:
- De macula densa in de dikke stijgende Lis van Henle (TAL)
- De granulaire cellen in de afferente arteriolen
- Het extraglomerulaire mesangium
- Die drie samen zorgen voor een feedbackmechanisme tussen de glomerulus en de
tubulus = TGF
- In de macula densa wordt gevoeld hoeveel water er stroomt en hoeveel NaCl aanwezig
is
- Als er op het einde van de Lis van Henle nog te veel water en NaCl aanwezig
is, is dat het signaal dat de GFR te hoog is (er wordt te veel gefilterd) GFR
gaat dalen (= TGF)
- Door vasoconstrictie van de afferente arteriool
- Ook doordat oncotische druk sneller gaat toenemen
Heropname wordt daardoor ook gestimuleerd!
- Gevolg: minder filtratie
Gevoeligheid van de tubuloglomerulaire feedback
- X-as: wat gesensed wordt in de macula densa
- Gaat effect hebben op de GFR van zijn eigen nefron (y-as) !!
- Meer aanbod van zout en water, geeft minder GFR, MAAR als de daling sneller gebeurt
is het systeem gevoeliger
- Gele curve: sensitiviteit stijgt
- Lagere RPF, lagere GFR
- Oorzaak:
- Volume contractie
- Angiotensine II
- Minder belangrij: Adenosine, prostaglandine, thromboxane, HETE
- Bruine curve: sensitiviteit daalt
- Hogere RPF, hogere GFR
- Oorzaak:
- Volume expansie
- Hoge proteïne intake (voeding) door een toename van de zout
reabsorptie door de proximale tubulus kleiner aanbod aan macula
densa (er moet meer aangeboden worden voordat de feedback in gang
schiet) + druk neemt toe door stijging GFR
- Minder belangrijk: ANP, NO, cAMP, PGI2
, PODCAST 2: GLUCOSETETRATIECURVE
Het grootste deel van de gefilterde glucose wordt gereabsorbeerd in de proximale
tubulus
- Apicaal: SGLT-transporters (Na-Glucose co-transporter)
- Samen met natrium !!
SGLT-transporters (Na-Glucose co-transporter)
- SGLT2: proximaal
- Neemt 1 glucose op samen met 1 natrium
- SGLT1: distaal
- Reabsorbeerd 1 glucose en 2 natrium molecules
- = Carrier gemedieerd transport
Belangrijke eigenschap van carrier gemedieerd transport => verzadigbaar
- Verschil met diffusie
- Diffusie wordt gedreven door een concentratiegradiënt lineair
- Carrier gemedieerd transport kent limieten curve vlakt af
- Hangt af van:
- Aantal carriers
- Snelheid van conformatie verandering
- Affiniteit voor de bindingsplaats
Glucose titratiecurve
- X-as: concentratie van glucose in het plasma
- Gele curve: de hoeveelheid glucose dat (vrij) gefilterd wordt in de glomerulus
- Komt vervolgens in de proximale tubulus terecht waar SGLT2 aanwezig zijn:
- Reabsorptie van glucose en natrium (tot 180 mg/dl) = rode curve
- Als alle SGLT2 bezet zijn wordt je uitgeplast
= groene curve
- De saturatie is de plateau van de rode curve
- Glucose in primaire urine overschrijdt een drempel
- Reabsorptie maar slechts een bepaald percentage
- Er verschijnt glucose in de urine (glucosurie)
- Mensen met suikerziekte
- De groen en rode curve maken geen knik, maar een bochtje (= splay)
- Door variatie van de verschillende nefronen
- Ook afhankelijk van hoeveel er gefilterd wordt
- Als je de meting in 1 nefron doet, zal je wel een knik in de curve zien
Klaring van glucose
- X-as: concentratie van glucose in het plasma
= 0 want er verschijnt geen glucose in de urine
- Klaring neemt toe op hetzelfde punt dat de reabsorptie gesatuteerd wordt
Pathologisch: behandeling voor diabetes mellitus met SGLT2 inhibitoren
- Suikerspiegel verlagen door glucose reabsorptie te gaan inhiberen
- Meer glucose uitplassen om hyperglycemie te reguleren
- Risico: meer suiker in urine hogere kans op urineweginfecties
- Effect op glucose titratiecurve:
- Gele curve blijft onveranderd
- Rode curve gaat afvlakken maximum op een lager niveau de extra
hoeveelheid glucose ga je uitplassen
- MAAR het is een co-transporter natrium ga je ook verliezen !!
- SGLT2 inhibitoren hebben ook een positief effect op mensen met hartfalen en / of
nierlijden
- Je biedt meer natrium aan aan de overgang van Lis van Henle en Distale tubulus
effect op TGF vasoconstrictie van de afferente bloedvaten filtratie neemt
af = een beschermend effect
- + je zal minder eiwitten uitplassen