WERO 1
1. Het belang van natuur-onderwijs voor kinderen in hun eigen leefomgeving
1.1 Leefomgeving
= verwijst naar de fysieke en sociale omgeving waarin individuen, dieren of planten leven. Dit omvat de
natuurlijke omgeving, zoals land, water en lucht, evenals de gebouwde omgeving, zoals huizen, steden en
infrastructuur.
1.2 Wat betekent de leefomgeving voor kinderen?
Omvat verschillende elementen die bijdragen aan kinderen hun fysieke, mentale en emotionele welzijn:
1. Veilige en schone omgeving: kinderen hebben een omgeving nodig die vrij is van gevaren (vb. giftige stoffen, …)
2. Gezonde voeding: cruciaal voor de groei en ontwikkeling van kinderen
3. Voldoende beweging en speeltijd: kinderen hebben ruimte nodig om te spelen + bewegen
4. Sociale en emotionele ondersteuning: nood aan hulp bij de ontwikkeling van emotionele intelligentie & veerkracht
5. Onderwijs en kennis van natuur: kan nieuwsgierigheid, creativiteit en zorg voor natuur bevorderen
6. Groene omgeving en natuur: contact hiermee heeft positieve effecten op gezondheid en welzijn van kinderen
Conclusie: Het bieden van een gezonde leefomgeving voor kinderen is essentieel om te helpen opgroeien tot gezonde,
gelukkige en veerkrachtige individuen.
1.3 Biotoop
= een specifiek gebied of omgeving waarin bepaalde planten en dieren leven en zich voortplanten.
Een biotoop biedt de juiste omstandigheden en hulpbronnen die nodig zijn voor bepaalde soorten om te
overleven en te gedijen. Biotopen variëren sterk in kenmerken omdat verschillende organismen specifieke
eisen hebben.
1.4 Wat kan men bestuderen in biologie?
- Morfologie: beschrijving van de uitwendige kenmerken
- Systematiek: ordening en naamgeving van organismen
- Fysiologie: de studie van levensverrichting: stofwisseling, ontwikkeling & beweging
- Biochemie: chemie van levensverrichting
- Microbiologie: micro-organismen (bacteriën + virussen)
- Genetica: studie van erfelijke factoren
- Ecologie: wetenschap die organismen in relatie tot hun milieu bestudeert
Dit op volgende niveaus: a. Organisme
b. Populatie: een groep individuen die behoren tot dezelfde soort
(wilde paarden in een heidegebied)
e c. Levensgemeenschap: som van verschillende populaties van soorten,
voortkomend binnen een biotoop (vissen, parasieten, …)
d d. Ecosysteem: som van alle levensgemeenschappen met hun niet levende
c omgeving in een begrensd gebied (koraalrif, woestijn, …)
e. Biosfeer: som van alle ecosystemen (continenten, oceanen, …)
b
a
A
, 1.5 Didactiek: Natuuronderwijs een doe-vak
1.5.1 Waarover gaat natuuronderwijs
Kinderen hebben er plezier in om intensief en actief bezig te zijn met de concrete werkelijkheid om hen heen.
Natuuronderwijs komt tegemoet aan de spontane belangstelling die kinderen hebben voor dingen in hun leefomgeving.
1.5.2 Waarom is wereldoriëntatie belangrijk voor een kind?
De fundamentele elementen in de ontwikkeling van de kinderen situeren zich op drie velden:
- Veld van de basiskenmerken = kern
- Positief zelfbeeld
- Motivatie
- Initiatief nemen
- Veld van de algemene ontwikkeling = omvat doelen van een algemene aard
- Communiceren en samenwerken
- Zelfstandigheid / Zelfgestuurd leren
- Creativiteit en problemen oplossen in omringde wereld
- Veld van de specifieke ontwikkeling = doelen die je kan ordenen volgens leergebieden
- LO & MO
- Taal
- Wiskunde
- Wero
1.5.3 Hoe kan je natuuronderwijs bevorderen?
KLAS: goede combinatie van werkvormen, activiteiten en hulpmiddelen, concreet materiaal
BELEVING: aan de slag gaan met materiaal uit de omgeving → inschatten en stimuleren
LEERSITUATIES: maak het uitnodigend, pas het aan aan kinderen van diverse leeftijden en achtergronden
LESMATERIAAL: methodes hanteren en aanpassen aan mogelijkheden van de groep
ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN: dit bij kinderen ontwikkelen door werkbladen met duidelijke opdrachten
→ geschikt materiaal
1.5.4 Wereldoriëntatie een engagement!
- Kinderen hebben belangstelling voor omgeving
- Wordt duidelijk bij gedragsobservatie / vragen die ze stellen
- Nieuwsgierigheid = aangeboren
- Wero = sluit aan bij hun belangstellingen
- Voortbouwen op leerproces van buiten de school
- Kinderwereld = groot en complex → onze missie is hen in die wereld de weg wijzen
Wero = aanbod van activiteiten waardoor kinderen zich ontplooien
GEVOLG ONTPLOOIING:
• Kinderen nemen omgeving waar, exploreren het, onderzoeken het, herkennen het
• Zorgen voor omgeving
• Verwerven vaardigheden = makkelijker om gaan met zichzelf en wereld
• Ontwikkelen kritische opbouwende houding tegenover zichzelf en omgeving
• Zorg & aandacht voor natuur
1.6 Techniek maken van een biotoopstudie
1.7 Basisbegrippen plantkunde
, 1.7.1 Naaldbomen of loofbomen
Bomen met bladval in de herfst: loofbomen
Bomen die hun bladeren behouden in de herfst: naaldbomen
Opm. enkele uitzonderingen
1.7.2 Delen van een blad
KENNEN!
1.7.3 Bladranden
1.7.4 Bladvorm
→ niet leren, beschrijven hoe je het ziet
De nervatuur:
- Divergente nerven: - Convergente nerven
- Handnervig - Parallelnervig (prei)
- Veernervig - Kromnervig
- Netnervig
1.7.5 Enkelvoudig / samengesteld blad
Belangrijkste verschil:
Enkelvoudig blad: voor elk blad één
okselknop.
Samengesteld blad: 1 okselknop voor
alle deelblaadjes
- Handvormig samengesteld
(paardenkastanje)
- Geveerd samengesteld
(es)
In ons gebied zijn 90% enkelvoudige bladeren. We hebben een korte zomer, veel fotosynthese.
Samengestelde bladeren vind je meer rond Afrika. Daar is geen seizoenswisseling. Blaadjes moeten afzondelijk de zon
kunnen opvangen. ¾ blad schaduw, ¼ zon.
, 1.7.6 Bladstand
→ kan met enkelvoudig en samengesteld blad
Verspreide bladstand: op 1 hoogte, 1 enkel blad
Kruisgewijs: op dezelfde hoogte 2 bladeren
Kransgewijs: op dezelfde hoogte meer dan 2 bladeren
Wortelrozet: krans onderaan de stengel (madeliefje)
1.7.7 Knop / knoop
Knop = hierin zit het jonge blad voor het volgende seizoen
Knoop = litteken van en blad die is afgevallen
1.7.8 Determineren aan de hand van een determinatietabel
2. Biotoop bestuderen in de omgeving van de school
2.1 Leefomgeving en natuur
Enkele belangrijke aspecten van de leefomgeving en de natuur rondom ons:
- Gezondheid en welzijn: aanwezigheid van natuurlijke elementen (bomen, frisse lucht, …) kunnen een positieve invloed
hebben op onze fysieke en mentale gezondheid.
- Biodiversiteit: is essentieel voor het behoud van gezonde ecosystemen.
- Ecologische functies: natuurlijke habitats en ecosystemen bieden ecologische functies: water- en lucht zuivering, …
- Recreatie en ontspanning: natuurlijke omgeving biedt mogelijkheden voor recreatie, ontspanning en buitenactiviteiten.
- Educatie en bewustwording: door interactie met de natuur kunnen mensen meer leren over biodiversiteit, ecologische
processen en milieukwesties. Hierdoor wordt bewustzijn en de waardering voor natuur vergroot.
2.2 Wat bestuderen we tijdens de terreinervaring?
1.2.1 Enkele courante loofbomen die veel voorkomen in de omgeving
DE ZOMEREIK
HET BLAD: TYPISCHE EIGENSCHAPPEN:
- Gelobd - Groeit op elke soort grond
- Kortgesteeld - Traag groeiend
- Houden niet van schaduw
- Wijnvaten worden
geproduceerd uit eik
De bloem/vrucht van de Zomereik:
Dopvruchtje: de vrucht is enkel en zit in een napje
1. Het belang van natuur-onderwijs voor kinderen in hun eigen leefomgeving
1.1 Leefomgeving
= verwijst naar de fysieke en sociale omgeving waarin individuen, dieren of planten leven. Dit omvat de
natuurlijke omgeving, zoals land, water en lucht, evenals de gebouwde omgeving, zoals huizen, steden en
infrastructuur.
1.2 Wat betekent de leefomgeving voor kinderen?
Omvat verschillende elementen die bijdragen aan kinderen hun fysieke, mentale en emotionele welzijn:
1. Veilige en schone omgeving: kinderen hebben een omgeving nodig die vrij is van gevaren (vb. giftige stoffen, …)
2. Gezonde voeding: cruciaal voor de groei en ontwikkeling van kinderen
3. Voldoende beweging en speeltijd: kinderen hebben ruimte nodig om te spelen + bewegen
4. Sociale en emotionele ondersteuning: nood aan hulp bij de ontwikkeling van emotionele intelligentie & veerkracht
5. Onderwijs en kennis van natuur: kan nieuwsgierigheid, creativiteit en zorg voor natuur bevorderen
6. Groene omgeving en natuur: contact hiermee heeft positieve effecten op gezondheid en welzijn van kinderen
Conclusie: Het bieden van een gezonde leefomgeving voor kinderen is essentieel om te helpen opgroeien tot gezonde,
gelukkige en veerkrachtige individuen.
1.3 Biotoop
= een specifiek gebied of omgeving waarin bepaalde planten en dieren leven en zich voortplanten.
Een biotoop biedt de juiste omstandigheden en hulpbronnen die nodig zijn voor bepaalde soorten om te
overleven en te gedijen. Biotopen variëren sterk in kenmerken omdat verschillende organismen specifieke
eisen hebben.
1.4 Wat kan men bestuderen in biologie?
- Morfologie: beschrijving van de uitwendige kenmerken
- Systematiek: ordening en naamgeving van organismen
- Fysiologie: de studie van levensverrichting: stofwisseling, ontwikkeling & beweging
- Biochemie: chemie van levensverrichting
- Microbiologie: micro-organismen (bacteriën + virussen)
- Genetica: studie van erfelijke factoren
- Ecologie: wetenschap die organismen in relatie tot hun milieu bestudeert
Dit op volgende niveaus: a. Organisme
b. Populatie: een groep individuen die behoren tot dezelfde soort
(wilde paarden in een heidegebied)
e c. Levensgemeenschap: som van verschillende populaties van soorten,
voortkomend binnen een biotoop (vissen, parasieten, …)
d d. Ecosysteem: som van alle levensgemeenschappen met hun niet levende
c omgeving in een begrensd gebied (koraalrif, woestijn, …)
e. Biosfeer: som van alle ecosystemen (continenten, oceanen, …)
b
a
A
, 1.5 Didactiek: Natuuronderwijs een doe-vak
1.5.1 Waarover gaat natuuronderwijs
Kinderen hebben er plezier in om intensief en actief bezig te zijn met de concrete werkelijkheid om hen heen.
Natuuronderwijs komt tegemoet aan de spontane belangstelling die kinderen hebben voor dingen in hun leefomgeving.
1.5.2 Waarom is wereldoriëntatie belangrijk voor een kind?
De fundamentele elementen in de ontwikkeling van de kinderen situeren zich op drie velden:
- Veld van de basiskenmerken = kern
- Positief zelfbeeld
- Motivatie
- Initiatief nemen
- Veld van de algemene ontwikkeling = omvat doelen van een algemene aard
- Communiceren en samenwerken
- Zelfstandigheid / Zelfgestuurd leren
- Creativiteit en problemen oplossen in omringde wereld
- Veld van de specifieke ontwikkeling = doelen die je kan ordenen volgens leergebieden
- LO & MO
- Taal
- Wiskunde
- Wero
1.5.3 Hoe kan je natuuronderwijs bevorderen?
KLAS: goede combinatie van werkvormen, activiteiten en hulpmiddelen, concreet materiaal
BELEVING: aan de slag gaan met materiaal uit de omgeving → inschatten en stimuleren
LEERSITUATIES: maak het uitnodigend, pas het aan aan kinderen van diverse leeftijden en achtergronden
LESMATERIAAL: methodes hanteren en aanpassen aan mogelijkheden van de groep
ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN: dit bij kinderen ontwikkelen door werkbladen met duidelijke opdrachten
→ geschikt materiaal
1.5.4 Wereldoriëntatie een engagement!
- Kinderen hebben belangstelling voor omgeving
- Wordt duidelijk bij gedragsobservatie / vragen die ze stellen
- Nieuwsgierigheid = aangeboren
- Wero = sluit aan bij hun belangstellingen
- Voortbouwen op leerproces van buiten de school
- Kinderwereld = groot en complex → onze missie is hen in die wereld de weg wijzen
Wero = aanbod van activiteiten waardoor kinderen zich ontplooien
GEVOLG ONTPLOOIING:
• Kinderen nemen omgeving waar, exploreren het, onderzoeken het, herkennen het
• Zorgen voor omgeving
• Verwerven vaardigheden = makkelijker om gaan met zichzelf en wereld
• Ontwikkelen kritische opbouwende houding tegenover zichzelf en omgeving
• Zorg & aandacht voor natuur
1.6 Techniek maken van een biotoopstudie
1.7 Basisbegrippen plantkunde
, 1.7.1 Naaldbomen of loofbomen
Bomen met bladval in de herfst: loofbomen
Bomen die hun bladeren behouden in de herfst: naaldbomen
Opm. enkele uitzonderingen
1.7.2 Delen van een blad
KENNEN!
1.7.3 Bladranden
1.7.4 Bladvorm
→ niet leren, beschrijven hoe je het ziet
De nervatuur:
- Divergente nerven: - Convergente nerven
- Handnervig - Parallelnervig (prei)
- Veernervig - Kromnervig
- Netnervig
1.7.5 Enkelvoudig / samengesteld blad
Belangrijkste verschil:
Enkelvoudig blad: voor elk blad één
okselknop.
Samengesteld blad: 1 okselknop voor
alle deelblaadjes
- Handvormig samengesteld
(paardenkastanje)
- Geveerd samengesteld
(es)
In ons gebied zijn 90% enkelvoudige bladeren. We hebben een korte zomer, veel fotosynthese.
Samengestelde bladeren vind je meer rond Afrika. Daar is geen seizoenswisseling. Blaadjes moeten afzondelijk de zon
kunnen opvangen. ¾ blad schaduw, ¼ zon.
, 1.7.6 Bladstand
→ kan met enkelvoudig en samengesteld blad
Verspreide bladstand: op 1 hoogte, 1 enkel blad
Kruisgewijs: op dezelfde hoogte 2 bladeren
Kransgewijs: op dezelfde hoogte meer dan 2 bladeren
Wortelrozet: krans onderaan de stengel (madeliefje)
1.7.7 Knop / knoop
Knop = hierin zit het jonge blad voor het volgende seizoen
Knoop = litteken van en blad die is afgevallen
1.7.8 Determineren aan de hand van een determinatietabel
2. Biotoop bestuderen in de omgeving van de school
2.1 Leefomgeving en natuur
Enkele belangrijke aspecten van de leefomgeving en de natuur rondom ons:
- Gezondheid en welzijn: aanwezigheid van natuurlijke elementen (bomen, frisse lucht, …) kunnen een positieve invloed
hebben op onze fysieke en mentale gezondheid.
- Biodiversiteit: is essentieel voor het behoud van gezonde ecosystemen.
- Ecologische functies: natuurlijke habitats en ecosystemen bieden ecologische functies: water- en lucht zuivering, …
- Recreatie en ontspanning: natuurlijke omgeving biedt mogelijkheden voor recreatie, ontspanning en buitenactiviteiten.
- Educatie en bewustwording: door interactie met de natuur kunnen mensen meer leren over biodiversiteit, ecologische
processen en milieukwesties. Hierdoor wordt bewustzijn en de waardering voor natuur vergroot.
2.2 Wat bestuderen we tijdens de terreinervaring?
1.2.1 Enkele courante loofbomen die veel voorkomen in de omgeving
DE ZOMEREIK
HET BLAD: TYPISCHE EIGENSCHAPPEN:
- Gelobd - Groeit op elke soort grond
- Kortgesteeld - Traag groeiend
- Houden niet van schaduw
- Wijnvaten worden
geproduceerd uit eik
De bloem/vrucht van de Zomereik:
Dopvruchtje: de vrucht is enkel en zit in een napje