• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 5 pagina's
Tentamen (uitwerkingen)

Bijlage – Vraag & antwoord H9: De zintuigen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 5 pagina's

Deze bijlage bevat uitgewerkte examenvragen rond Hoofdstuk 9 – De zintuigen. Receptorvelden, intensiteit, adaptatie Bouw en functie van oog, oor, smaak- en reukzintuigen Licht- en pupilreflex, optische en auditieve banen Evenwichtsorgaan en klinische toepassingen Concreet en examengericht: exact wat vaak gevraagd wordt. Ideaal om te oefenen en kennis te toetsen.

Voorbeeld van de inhoud

Vragen & antwoorden:
Hulpmiddel ter voorbereiding op
een grote vraag uit Hoofdstuk 9
Bijlage aan Hoofdstuk 9_De zintuigen – Anatomie en
Fysiologie 1

1 Vragen en antwoorden
1.1 Leg de volgende begrippen uit: receptorveld en
tweepuntsdiscriminatie
🟨 Receptorveld = het gebied van het lichaam waarvan één sensorische cel
informatie aanlevert.
🔍 Hoe groter het receptorveld, hoe kleiner het onderscheidend (discriminerend)
vermogen.
📌 Tweepuntsdiscriminatie = minimale afstand tussen twee prikkels om ze als
twee afzonderlijke prikkels waar te nemen.
⚠️ Kleine receptorvelden (bv. vingertoppen) → hoge discriminatie; grote velden
(bv. rug) → lage discriminatie.

1.2 Leg de volgende begrippen uit: intensiteit en adaptatie
🟨 Intensiteit = sterkte van de prikkel, vertaald in de frequentie van
actiepotentialen in het axon.
🟨 Adaptatie = afname van de gevoeligheid van een sensorische cel bij een
constante prikkel.
🔍 Hoge prikkel → hogere vuurfrequentie; bij aanhoudende prikkel neemt de
respons af door adaptatie.
⚠️ Niet alle receptoren adapteren even snel (thermoreceptoren zeer adaptief;
nociceptoren weinig/traag).

1.3 Beschrijf de bouw van sensorische cellen die betrokken zijn
bij pijn en nociceptie, alsook hun verschil in functie en
spreiding over het lichaam
1.3.1 Bouw
🟨 Vrije zenuwuiteinden (dendrieten) gevoelig voor mechanische, thermische en
chemische prikkels.
📚 Twee vezeltypes: Aδ (gemyeliniseerd) en C-vezels (ongemyeliniseerd).

1.3.2 Functie
🔍 Aδ → snelle, scherpe, goed lokaliseerbare (epikritische) pijn; C → trage,
doffe/brandende, diffuus gelokaliseerde (protopathische) pijn.




1

, 1.3.3 Spreiding
📌 Algemene zintuigcellen liggen verspreid over het hele lichaam; nociceptoren
komen wijdverspreid voor in huid en weefsels.
⚠️Nociceptoren adapteren traag → aanhoudende pijnsignalen bij weefselschade.

1.4 Wat is het verschil tussen nociceptie en pijn, en verklaar ook
het begrip gerefereerde pijn
🟨 Nociceptie = autonome respons op schadelijke prikkel ter hoogte van
sensorische cellen (bv. zweten, nausea). Pijn = bewuste, onaangename ervaring
door (dreigende) weefselschade.
📌 Gerefereerde pijn = gewaarwording van pijn op een andere plaats dan de
werkelijke prikkel (viscerale prikkels lijken van huid te komen) door gedeelde
spinale banen.

1.5 Wat is baroceptie, waar tref je barorecptoren aan, en wat is
hun voornaamste functie op die verschillende plekken
🟨 Baroceptie = drukwaarneming door interoceptoren (baroreceptoren) die
circulerende druk monitoren.
🔍 Belangrijke locatie in de cursuscontext: bloedvaten (arteriële baroreflex).
Functie: bloeddrukdetectie en snelle autonome bijsturing
(hartfrequentie/vasodilatatie).
📚 In brede zin registreren mechanoreceptoren in holle organen ook rek/druk,
maar “baroreceptoren (bloeddruk)” worden expliciet bij interoceptoren geplaatst.

1.6 Beschrijf de functie en innervatie van de zes extrinsieke
oogspiernen
1.6.1 Overzicht
🟨 Spieren: m. rectus superior, inferior, medialis, lateralis; m. obliquus superior,
inferior.
📌 Innervatie (ezelsbrug: LR6 SO4, rest III): n. abducens (VI) → m. rectus lateralis;
n. trochlearis (IV) → m. obliquus superior; n. oculomotorius (III) → overige 4.

1.6.2 Functie per spier
🎓 Rectus medialis: adductie (naar mediaal). Rectus lateralis: abductie (naar
lateraal).
🎓 Rectus superior: elevatie (met lichte adductie/intorsie). Rectus inferior:
depressie (met lichte adductie/extorsie).
🎓 Obliquus superior: intorsie + depressie bij adductie. Obliquus inferior: extorsie
+ elevatie bij adductie.
⚠️ Klinisch test je meestal in blikrichtingen om individuele spierparese te
herkennen.

1.7 Beschrijf de anatomische onderdelen van de tunica fibrosa
van een oogbol
🟨 Sclera = harde, ondoorzichtige buitenlaag; aanhechting voor extrinsieke
oogspieren; bevat bloedvaten.



2

Inhoudsopgave

  1. 01 1 Vragen en antwoorden 1
    1. 1.1 Leg de volgende begrippen uit: receptorveld en tweepuntsdiscriminatie 1
    2. 1.2 Leg de volgende begrippen uit: intensiteit en adaptatie 1
    3. 1.3 Beschrijf de bouw van sensorische cellen die betrokken zijn bij pijn en nociceptie, alsook hun verschil in functie en spreiding over het lichaam 1
    4. 1.4 Wat is het verschil tussen nociceptie en pijn, en verklaar ook het begrip gerefereerde pijn 2
    5. 1.5 Wat is baroceptie, waar tref je barorecptoren aan, en wat is hun voornaamste functie op die verschillende plekken 2
    6. 1.6 Beschrijf de functie en innervatie van de zes extrinsieke oogspiernen 2
    7. 1.7 Beschrijf de anatomische onderdelen van de tunica fibrosa van een oogbol 2
    8. 1.8 Beschrijf de anatomische onderdelen van de tunica vasculosa (of uvea) van een oogbol 3
    9. 1.9 Beschrijf de afferente weg van de optische banen tussen de ogen en het centraal zenuwstelsel 3
    10. 1.10 Beschrijf de efferente weg van de optische banen tussen het centraal zenuwstelsel en de ogen 3
    11. 1.11 Beschrijf de lichtreflex in de ogen van iemand met een beschadigde n. opticus links, als je eerst het linker oog beschijnt, en als je nadien het rechter oog beschijnt 3
    12. 1.12 Beschrijf de lichtreflex in de ogen van iemand met een beschadigde n. oculomotorius rechts, als je eerst het rechter oog beschijnt, en als je nadien ook het linker oog becshijnt 3
    13. 1.13 Beschrijf de relfexen zoals in vragen 11 en 12, maar dan voor andere scenario’s, bv. een schade aan de n. opticus rechts 4
    14. 1.14 Beschrijf hoe en waar kamervocht (humor aquaeus) wordt aangemaakt in een oog, en beschrijf hoe het wordt verwijderd 4
    15. 1.15 Beschrijf de anatomische onderdelen van het middenoor 4
    16. 1.16 Beschrijf de anatomische onderdelen van het binnenoor 4
    17. 1.17 We maken een onderscheid tussen het dynamisch en statisch evenwicht. Welke anatomische delen van het oor zijn erbij betrokken, en wat is hun rol? 4
    18. 1.18 Beschrijf het verloop van de drukgolven in het perilymfe van een binnenoor 4
    19. 1.19 Leg uit hoe drukgolven in het perilymfe van een binnenoor leiden tot signalen in de cochlearistak van de achtste hersenzenuw 5

Documentinformatie

Geüpload op
15 september 2025
Aantal pagina's
5
Geschreven in
2024/2025
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden
€3,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
5
Volgers
0
Items
10
Laatst verkocht
2 weken geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen