criminaliteit
Klassieke theorieën
Historische context
➔ Grote transities in de 18e -19e eeuw in Europa
- Van feodaliteit naar moderniteit: feodale staat, statelijke hiërarchie heel erg aanwezig is, de hiërarch, bv; koning en
heeft een heel land onder zich. De moderniteit eerder de postmoderniteit: was toen veel inzet op de rationaliteit
met de verlichting van de filosofen.
- Van brutale lichamelijke bestraffing (= niet rationeel) naar op regels gefundeerde, institutionele sanctie (=rationeel):
mensen bekennen vaak puur op foltering en niet omdat ze schuldig zijn. Humanisme = straffen/ ondervragen en
mens rationeel
- Fundamentele rechten van de mens: voor iedereen niet enkel de mensen die hoog staan in het land maar ook
boeren of ongeschoolde mensen.
Cesar
, Criminologische sociologie
Hf 2: sociaal- ecologische theorieën
Chicago school: context
- => is een begrip In de sociologie en criminologische sociologie
- Historische context
1. Migratie sinds 1880 : richting de steden van de VS: New York, Chicago en Los Angeles. De migranten kwamen
uit Europa. Weinig van onze steden in Europa hebben zo een groei project doorgemaakt. Migratie= mensen
die het betere noorden opzoeken om naar ergens anders te verhuizen, een ander land, o.v. interesse in een
andere stad, omdat ze het wouden bezichtigen, omdat ze weg wouden uit hun thuisland,..
2. Urbanisatie = mensen trekken van het platteland naar de steden: deze gaat hand in hand met migratie. Er
kwam alcoholverbod in Chicago.
3. “The Roaring Twenties”
- Relatie tussen criminaliteit en demografische en geografische aspecten
=> heeft veel mensen vervoerd
Stopte in Engeland, dan naar New York, en sommige migranten bleven daar of gingen verder mee.
Bekende nationaliteiten die hier veel gebruik van maakte:
- Ieren: aardappelen belangrijkste van hun eetcultuur maar is meerdere keren mislukt. Hebben zich gesetteld in Boston.
- Duitsers: vanaf 1870 1 land geworden. Hebben zich gesetteld in de regio Chicago en daarrond.
- Oost-Europeanen (met name uit het tsaristische Rusland):
- Asjkenazische Joden
- Italianen: veel migraties gekend. Uit zuiden van Italië en Sicilië => gingen kijken naar de economische mogelijkheden
=> de pasta en pizza => ontwikkeld en verdiept daarin in de VS. Illegale wereld: de alcohol
- Vlamingen: Vlaanderen arm => migreren naar VS. Oogsten mislukte => naar plaatsen waar ze veel oogsten konden
doen => midden van de VS => goed => konden veel transport doen naar andere steden.
- Chinezen: ellendig bestaan, werden geronseld voor aanleg van sporen => bekend als spooraanleggers.
- Engelsen: oorspronkelijke koloniale : staten onafhankelijk verklaarden => slecht met Engeland => migratie naar de VS.
➔ Er kwam strengere migratiebeleid, werd minder toegelaten,
Alfredo Capone: grote leider van de Italiaanse maffia in de VS. => creëerde eigen machtsstructuren
Moest naar politie voor de criminele feiten dat hij had gepleegd.
1
, Criminologische sociologie
Chicago school: sociologie en criminaliteit
Sociologische theorie : geeft weinig norm aan de buurten, kan wel alles beschrijven en wil begrijpen waarom en hoe
alles op kaart is gezet en de stad zelf ‘ in elkaar’ is gezet.
Is bekend geworden tussen stedelijke
Doel: stad ontleden in haar verschillende componenten en die te gaan identificeren die bijdragen tot criminele
gedragingen. En hoe deze steden georganiseerd zijn => hoe het leven daar loopt. => een invulling geven aan wat
sociologie juist is.
1ste departement opgericht in Chicago aan de universiteit.
Een stad die groeit => veel mensen dat daar binnenkomen
- (Des) organisatie van de stad:
1. (des) ze willen ook weten waarom bepaalde buurten, steden minder goed georganiseerd zijn.
- Robert E. Park: grondlegger van de “menselijke ecologie” = de omgeving. Belangrijke link met de grondlegger
‘Quetelet’ want hij is de grondlegger ervan. = de omgeving met invloed van de mensen rondom / hoe ze leven met
elkaar/ omgaan met elkaar.
1. Robert = journalist
2. “hoe kan ik schrijven over de stad als ik die niet ken? “ => wou primaire bron hebben => ging alle steden af
en praten met de mensen “ vb. hoelang ben je hier al? “
3. => interesse in individuele levensgeschiedenissen. Ontdekte kleurrijke figuren, mensen die hun land
verlieten,…
4. Ging in verschillende buurten interviewen => ging horen wat ze daar deden, wat hun lag aan die buurt, .. =>
maakte levensgeschiedenissen.
5. Was geïnteresseerd in het gedrag algemeen
6. Vertrouwen bij de mensen? => kon hij vragen over diepere onderwerpen en deze neer te pennen.
7. Hij was met kwalitatieve methodes bezig en interviewde zo.
- Ernest Burgess: concentrische zone-theorie
1. Geen teksten in boek => was niet met criminaliteit bezig
2. => academicus => wou meer systematiek brengen in steden, en zones kon onderscheiden.
3. Model ontwikkeld => concentrische zone theorie = start bij een middelpunt met cirkels errond. => indelen
a.d.h.v. van 5 cirkels
-> alle cliches over de vs kloppen , de dure auto’s want de mensen vonden de uiterlijke materialen belangrijk !
E. Burgess: concentrische zone-theorie
= cartografen => gegevens projecteren.
- Burgess model
1. Dambord patroon => zo worden de staten gevormd. => burgess volgde dat deels
2. Straten => grillige vormen
3. Noord Amerikaanse steden worden rationeel opgebouwd
4. Hij vond de stad Chicago die cirkels bevatte die perfect identificeerbaar waren.
2
, Criminologische sociologie
- Zone a
1. = Kantoorgebouwen
2. Veel geld te verdienen
3. Veel zaken te doen
4. Middel centrum=> dicht transportmogelijkheden => andere landen exporteren
5. Business
- Zone B
1. = de industrie
2. Vele koeien, eenheden, andere dieren, die daar worden aangevoerd en verwerkt moetne worden.
3. => dichtbij kantoren zodat zij die snel konden nakijken maar ook verwijdert van het centrum centrum
helemaal, wel.
- Zone c
1. Huisvestiging dichtbij het werk
2. Arbeiders leefden in lagere groepen, klassen, laag van mensen die het handen arbeid deden of lagere
bedienden.
- Zone D
1. White collor work : witteboorden = Sutherland uitvinder hiervan
2. Ofwel oudere mensen met meer geld en gespaard hebben.
3. Of 2e generatie stammen => meer konden studeren
4. Mensen die hoger konden klimmen.
- Zone E
1. = hoge klassen mensen
2. Mensen die de top hebben
3. CEO’s die ergens wonen waar rustig is.
4. Waar het ruim, groot,.. is
5. Degene die met de trein of tram komen
Deze zones zijn in theorie als we ze gaan zien op kaart
Cirkels lopen deels niet rond -> is gebouwd aan het meer waardoor het een groot meer is.
Rechtergedeelte bestaat zogezegd niet.
3