VOORTPLANTING VAN DE GEZELSCHAPSDIEREN
GASTROENTEROLOGIE (PROF. DAMINET)
Specifieke testen voor evaluatie GI systeem:
1. Bloed- en urineonderzoek: hematologie, biochemie, urologie. Geen routine, je moet altijd een
reden hebben!
2. Fecesonderzoek
3. MBV
4. TLI (=trypsine-like immunoreactivity: meet alvleesklierenzymen in het bloed → diagnose EPI bij
hond en kat ), PLI (beste test voor diagnose pancreatitis)
5. Folaat/cobalamine (=foliumzuur en vit B12 → marker van de dunne darm)
6. Endoscopie
+: snel, weinig invasief, verwijderen CA
-: jejunum niet, kleine biopten, materiaal is duur en veel ervaring nodig
, Albumine: 25-40 g/L
ZIEKTEN VAN DE SLOKDARM
Symptoom: REGURGITATIE!
1. Slokdarmobstructie: VVW, neoplasie, strictuur (=vernauwing), divertikels of vasculaire
anomaliën
2. Megaoesofagus: dilatatie lengte kan veel zeggen, kan leiden tot aspiratiepneumonie
3. Oesofagitis: zorgt voor brandende pijn in thorax, vaak bij heel veel braken
4. Hiatale hernia: intra-abdominale organen in thorax, is typisch voor brachycefalen.
ZIEKTEN VAN DE MAAG
Let op met NSAIDs en glucocorticoïden !
Metabole consequenties van frequent braken: dehydratatie (daling vloeistofopname en verlies van vocht),
malnutritie, elektrolyten imbalans (hypoK) en zuur-base imbalans (meestal metabole acidose en bij bijv
pylorusobstructie kan metabole alkalose optreden)
Schade aan mucosa: verdedigingmechanismen → mucus, bicarbonaten, epitheel en vascularisatie
1. Acute gastritis
2. Chronische gastritis
3. Maagulcera en -erosies
4. Neoplasie
5. Dilatatie/volvulus ➔ SPOED!
Exacte oorzaak is ongekend
Risicofactoren: groot ras met diepe thorax, genetische aanleg, inspanning direct na
maaltijd, gulzig eten en leeftijd
Anamnese: braakneigingen, acute opzetting abdomen, ptyalisme (=hypersalivatie), grote
maaltijd gevolgd door inspanning, soms dyspnee, shock
Vaak is er ook ontwikkeling van aritmie (door hypoxie, hypokaliëmie, hypoperfusie, shock)
Pathofysiologie: dilatatie → volvulus → gedaalde veneuze terugvloei → hypoxie met
hypocontractiliteit en aritmie en hypoventilatie (door abdominale druk) → reperfusion
injuries → shock
Diagnose: obv signalement en anamnese en via RX (rechtslateraal) bevestigen en percussie:
tympanische klank
, Prognose: snelle stabilisatie is vereist! Prognose verslechtert als er meer dan 3 uur tot
chirurgie overheen gaat. Lactaat >6 mg/dL = minder gunstige prognose en mag zeker niet
dalen na chirurgie → nog slechtere prognose.
Pre-operatieve evaluatie: Hct, TE, elektrolyten (Kalium) meten, ECG, lactaat en bloedgassen
Medicatie therapie:
• Vloeistoftherapie: grote katheters gebruiken en infuustherapie → herstellen zuur-base
en elektrolyten evenwicht
• Decompressie van de maag: bij uitgesproken abdominale opzetting of indien dyspnee tgv
stijgende abdominale druk is orogastrische decompressie belangrijk
• Behandeling aritmie: lidocaïne bolus of CRI, ontwikkelen soms pas na de ingreep, ook
hypokaliëmie en hypoxie aanpakken
• Pijnmanagement en analgesie
• Profylactisch AB: indien gestabiliseerd → chirurgie
Post-operatieve monitoring: klinisch (inclusief urineproductie), ECG monitoring, volg
Hct/TE/elektrolyten en zuurbase evenwicht op, analgesie, voeding (ASAP, kleine porties,
progressief terugkeren naar ‘normale’ voeding, vermijd inspanning 2 uur na een maaltijd)
Prognose: snelle stabilisatie vereist! Honden die >3 uur na opname pas chirurgie ondergaan
hebben een slechtere prognose. Lactaat >6 mg/dL → prognose minder gunstig, vooral het
niet dalen na de chirurgie → slechtere prognose.
Preventie: inspanning direct na maaltijd voorkomen! Kleinere frequente porties aanbieden
en preventieve gastropexie overwegen bij rassen met hoger risico (dilatatie nog steeds
mogelijk)
ZIEKTEN VAN DE DUNNE DARM
1. Acute enteritis: alimentair, parasitair, viraal, obstructie, …
2. Chronische enteritis: IBD, lymfangiectasie, neoplasie, bacteriële overgroei
3. Parvo:
→ Signalement: vooral pups/kittens. Vaak bij rottweilers, dobermanns, american pitbull terrier,
engelse springer spaniels en duitse herders.
→ Symptomen: anorexie/letargie/koorts/pijnlijk abdomen/dehydratatie gevolgd door acuut
braken/diarree.
→ Diagnose: signalement, anamnese, LOZ (abdominale pijn), leukopenie en bevestiging door
aantonen van virus in feces.
→ Behandeling: vloeistoftherapie IV +++ met hypertone NaCl of colloïden, correctie
elektrolytenstoornissen (hypoK), correctie hypoglycemie, AB, anti-emetica, enterale voeding en
monitoring: Hct/TE/glycemie/elektrolyten
ZIEKTEN VAN HET COLON
1. Colitis (vb. IBD)
2. Poliepen/neoplasie
3. Met constipatie: idiopathisch megacolon (vnl bij kat)
ZIEKTE VAN DE EXOCRIENE PANCREAS
1. Exocriene pancreas insufficiëntie (EPI)
- Signalement: vnl bij Duitse herder (<2 jaar), alle andere rassen (middelbare leeftijd)
- Daling van de aanmaak van pancreasenzymen → maldigestie
- Oorzaak EPI: Hond → chronische pancreatitis of atrofie van de acini / Kat: chronische
pancreatitis (ook subklinisch)
- Symptomen lijken op dunne darm diarree: chronische diarree, polyfagie, gewichtsverlies
- Diagnose bevestigen met TLI (=Trypsine-Like-Immunreactivity), maar patiënt moet 12 uur
nuchter zijn.
- Behandeling: pancreasenzymen bij voeding levenslang. Vaak ook cobalamine (vit B) deficiëntie
→ bepaal cobalamine en bij <400 ng/ml dan is supplementatie aangewezen
, - Prognose: goed mits levenslange en consequente therapie, binnen 4 weken moet er duidelijk
beterschap zijn. Therapiefalen: therapietrouw? Trial met zuurremmers? Doorverwijzen?
LEVER EN GALGANGEN
- Signalement: hond → congenitale en rasgebonden aandoeningen, CH en kat →
cholangiohepatitis en lipidose
Ras: vasculaire anomalieën → PSS (Yorkshire, Cairn terrier en labrador) en rasgebonden
hepatitis → Doberman, Bedlington en Cocker
Ouderdom: PSS: puppies en rasgebonden hepatitis bij jong volwassen
Geslacht: immuungemedieerde hepatitis vaker bij vrouwtjes dan mannetjes
- Anamnese:
Omgeving: stilstaand water (lepto?) of toxische stoffen (zware metalen?)
Vaccinatie: infectieuze hepatitis, leptospirose
Serologie: FeLV, FIV, FIP
Toxisch medicijn:
➔ Kat: valium
➔ Hond: TMS, fenobarbital en carprofen
- Symptomen: niet specifiek/variabel/intermitterend/soms symptoomloos. Anorexie,
gewichtsverlies, abdominale vergroting, ascites, iceterus, bilirubinurie, hepatoencefalie,
coagulopathie, PU/PD
• Vaak duiden ammoniumuraten op een leverprobleem
- Diagnose: obv symptomen, KOZ, labo → leverenzymen, MBV, cytologie en histopathologie
1. Icterus
- Patiënten met leveraandoeningen hebben niet altijd icterus
- Icterus komt frequent voor bij chronische leveraandoeningen
- Bilirubinurie is altijd abnormaal bij de kat
- Bij kat: thv zacht gehemelte en sclera en bij de hond: thv sclera en mondmucosa
- Icterus kan ernstige anemie geven → hemolyse. OF kan matige/geen anemie geven →
lever/galgang probleem
- Oorzaken icterus:
Pre-hepatisch: hemolyse
Hepatisch: tgv hepatocellulaire dysfunctie
Post-hepatisch: tgv verminderde gal excretie (cholestase of obstructie galwegen)
Vaak is het een mix van hepatisch en post-hepatisch
2. Hepatoencefalopathie
- Door accumulatie van toxines die niet meer door de lever gedetoxificeerd worden:
Toename ammoniak, VZn (korte keten), mercaptanen, aromatische AZn
Aantasting CZS → abnormaal gedrag en neurologische stoornissen (vb. beven, ataxie,
agressiviteit, cirkelen etc)
- Ammoniak is labiel → als je het naar het labo moet sturen is het onbetrouwbaar
- Verergerende factoren: hypoglycemie, hypoK, constipatie, dehydratatie
- DDX: leverfalen, neurologische ziekten, metabole afwijkingen (zoals erge uremie en
hypoglycemie)
3. Coagulopathie
- Multifactorieel: daling stollingsfactoren, thrombocytopathie, vit K deficiëntie, milde DIS (=
Diffuse Intravasale Stolling)
- Presentatie: bloedingsneigingen (chronische leveraandoening) of serieuze bloedingen (acute
leveraandoening)
4. Ascites
- Bij leverziekten: ascites vaak door portale hypertensie en verminderde oncotische druk
(hypoalbuminemie)