Samenvatting parasitaire ziekten
RUND - MAAGDARMSTELSEL
Hoofdsymptoom: diarree
KALVERDIARREE OP STAL
<1 maand: Cryptosporidium parvum belangrijkste infectieuze oorzaak van kalverdiarree
>1 maand: Giardia en Eimeria spp.
CRYPTOSPORIDIUM PARVUM
- Directe heel snelle levenscyclus
- ZOONOSE
- Fecale-orale transmissie
- Orale opname van oocysten
- Oocysten zijn resistent en onmiddellijk infectieus
- Bestrijding door hygiënische maatregelen
- Directe overdracht vnl van kalf-op-kalf
- Indirecte overdracht via water/voeding
- Piekuitscheiding bij kalfjes van 2 weken oud en dit valt samen met uiting van de klinische symptomen.
Oudere kalveren zullen altijd oocysten uitscheiden maar hebben al immuniteit.
CRYPTOSPORIDIUM PARUM - PATHOGENESE
- Ontwikkeling in caudale deel van de dunne darm
- Vernietiging van epitheelcellen en atrofie van de villi minder vertering en absorptie diarree bij
kalf van 1-2 weken oud
- Snelle immuniteitsopbouw tegen cryptosporidium
CRYPTOSPORIDIUM PARVUM – SYMPTOMEN
- Diarree: pasteus tot waterig en lichtgeel/groen tot wit
- Dehydratatie
- Verminderde groei
CRYPTOSPORIDIOSE – DIAGNOSE
- Aantonen van oocysten in mest microscopisch na kleuring met Heine’s carbolfuchsine of Ziehl-
Neelsen kleuring
- Aantonen van antigenen in feces ELISA, IFT (ImmunoFluorescentie) en dipstick
- Post-mortem histologie aantonen van de parasiet
CRYTPOSPORIDIOSE – BEHANDELING
1. Halofuginone-lactaat p.o.
7 dagen
Zal de piek van de oocysten uitscheiding uitstellen en de intensiteit van de oocysten uitscheiding
verminderen
GEEN eliminatie van de parasiet
2. (Paromomycine): ‘’off-label’’ wel geregistreerd voor E. coli
, 3. Ondersteunende behandeling met elektrolyten
4. Omgeving behandelen: grondig + stoomreiniger daarna ontsmetten met ammoniumhydroxide alleen
als stal volledig leeg is vanwege toxiciteit daarna goed laten drogen
5. Ook alle in-contact kalveren behandelen met halofuginone en alle nieuwgeboren kaleveren ook ter
preventie
CRYPTOSPORIDIOSE – PREVENTIE
- Voldoende colostrum geven goede maternale immuniteit
- Huisvesting verbeteren
GIARDIA DUODENALIS
- Rund heeft assemblage E (GEEN zoonose) en A (WEL zoonose)
- Infectie door orale opname van cysten: fecale contaminatie directe en indirecte transmissie
- Cysten ondergaan aseksuele snelle vermenigvuldiging niet invasief dus niet zulke ernstige diarree.
- Cysten zijn onmiddellijk infectieus en resistent.
- Prepatente periode: 5-10 dagen
- Piekuitscheiding bij kalfjes van enkele weken oud en nog geen symptomen (niet invasief).
- Zorgt voor chronische diarree bij oudere kalfjes terwijl piekuitscheiding al is geweest.
GIARDIOSE – SYMPTOMEN
- Vaak asymptomatisch
- Dof + slecht haardkleed
- Diarree bij hoge infectiedruk
- Verminderde groei
GIARDIOSE – DIAGNOSE
- Aantonen van antigenen in feces met ELISA of IFT
- Betrouwbaarheid van het aantonen van cysten in feces is laag.
GIARDIOSE – BEHANDELING
Fenbendazole p.o.
‘’off-label’’
1x/dag gedurende 3 opeenvolgende dagen
Significante reductie in cyste-uitscheiding
Significante gewichtstoename 4 weken na behandeling
GIARDIOSE – PREVENTIE
- Hygiënische maatregelen:
Kalfjes verhuizen naar lege stal op het einde van de behandeling
Stal/box grondig reinigen en laten drogen!
Ontsmetten dmv hitte (stoom) en ammoniumhydroxide (als stal volledig leeg is)
EIMERIA SPP.
- Op stal: Eimeria bovis en Eimeria zuernii
- Op weide: Eimeria alabamensis (matig pathogeen)
- Zeer diersoortspecifiek
, - GEEN zoonose
- Oocysten sporuleren snel (<2 dagen) en overleven >1 jaar
- Komt voor bij alle leeftijden maar vooral kalfjes
- Fecale contaminatie
- Beschadiging van enterocyten
- Parasiet is niet besmettelijk bij uitscheiding
- Verspreiding is trager dan bij crypto en giardia
- Prevalentie ongeveer 100%
- Vaak besmetting met niet-pathogene soorten: subklinische of klinische coccidiose.
COCCIDIOSE – PATHOGENESE
- E. bovis en E. zuernii vernietigen naast de enterocyten ook de lamina propria waardoor er bloedingen
ontstaan en je bloederige diarree krijgt
COCCIDIOSE – SYMTPOMEN
- Hoge infectiedruk: diarree 2/3 weken na de infectie, gedaalde eetlust, tenesme, prolaps, dehydratatie
en sterfte
Subklinische vorm: verminderde eetlust en gewichtsverlies
Diarree begint paar weken nadat kalfjes samengezet worden. Diaree kan bloed bevatten, is
slijmerig en stinkend.
Casus: kalfje van 3 maanden oud met spuitende diarree met bloed, waarom is dit geen giardia? De diarree is bij
giardia niet ernstig aangezien ze niet invasief is en er is geen sprake van bloed bij giardia.
COCCIDIOSE – DIAGNOSE
- Obv symptomen en anamnese: stalconditie en hygiëne
- Fecesonderzoek: meerdere dieren bemonsteren
Kwalitatief: identificatie van de Eimeria species en testen op aanwezigheid van E. bovis en E.
zuernii
Kwantitatief: aantal oocysten/gram feces via de McMaster methode
COCCIDIOSE – BEHANDELING
1. Diclazuril p.o.
- Eenmalig, geen persisterende activiteit
- Geregistreerd voor rund
- Veilig en efficiënt
2. Toltrazuril p.o.
- Eenmalig
- Geregistreerd voor rund
- Veilig en efficiënt
Uitscheiding van oocysten stopt
Feces-score verbetert na behandeling
Metafylactische behandeling van coccidiose
- metafylactisch: kalf is wel besmet maar toont nog geen symptomen. Risico met metafylactische behandeling
is meer kans op resistentie.
Hygiënische maatregelen ook van belang: stal leegmaken, reinigen dmv stoom en laten drogen
Hoe kun je een coccidiose uitbraak bij kalveren behandelen?
, KALVERDIARREE OP DE WEIDE
MAAG-DARMSTRONGYLIDEN – OSTERTAGIA, COOPERIA
- Altijd menginfecties
- Lebmaag: Ostertagia ostertagi
- Dunne darm: Cooperia oncophera
- Dikke darm: Trichuris globulosa, Trichuris discolor
MAAG-DARMSTRONGYLIDEN – EPIDEMIOLOGIE
- L3 larven zijn infectieuze stadium opgenomen door rund
- Vrijlevende fase vs parasitaire fase in het dier.
in de vrijlevende fase zijn er 3 belangrijke factoren die de weidebesmetting bepalen:
1. Eieren moeten ontwikkelen tot L3 larven. Dit wordt bepaald door de temperatuur (5-35 met
optimum van 20 graden). In winter sterven eieren af.
2. L3 larven moeten zich verspreiden. Dit kan door actieve migratie daarvoor is bijvoorbeeld een
vochtfilm op het gras nodig of door
passieve migratie door bijv regen.
3. L3 larven moeten overleven op het
gras. Bij koude temperatuur is er
langere overleving (zelfs strenge
winter overleven). Daarnaast
overleven larven beter in een mestplak
dan op gras. Larven sterven als het
warm is en ze bevatten een
vervellingshuid waardoor ze zich niet
kunnen voeden en dus ook sterven.
Hoe later je de dieren op de weide zet,
hoe lager de besmetting. Vaak zet de boer toch de koeien in mei op de weide deze gaan larven
opnemen en na 3 weken (PP) gaan de koeien eieren uitscheiden.
Preventie in mei zorgt voor daling van de PGE in het 2 e deel van het weideseizoen.
MAAG-DARMSTRONGYLIDEN – EFFECT VAN IMMUNITEIT
Daling van de vruchtbaarheid van de vrouwelijke worm verminderde eileg
Onafhankelijk van de dosis
Dit is wel van belang in de diagnose, aangezien je dan op het einde van het weideseizoen weinig
eitjes zal aantreffen in de mest terwijl de koe wel vol kan zitten met wormen, maar die weinige
eitjes zijn dus door de immuniteit die is opgebouwd gedurende het weideseizoen.
Factoren die bepalen hoe snel een dier immuun wordt:
1. Parasiet: wormspecies snelle immuniteit tegen Cooperia (alleen bij kalfjes) en trage immuniteit
tegen Ostertagia (zowel bij kalfjes als volwassen dieren)
2. Gastheer:
a. Leeftijd hoe jonger, hoe gevoeliger
b. Genetische samenstelling: sommige dieren hebben aangeboren lagere gevoeligheid voor
parasitaire besmetting
c. Voedingsstatus
3. Blootstelling aan infectie
a. Weidebeheer: maaien, weidebezetting, verschillende leeftijden, vroeg vs laat opstallen
RUND - MAAGDARMSTELSEL
Hoofdsymptoom: diarree
KALVERDIARREE OP STAL
<1 maand: Cryptosporidium parvum belangrijkste infectieuze oorzaak van kalverdiarree
>1 maand: Giardia en Eimeria spp.
CRYPTOSPORIDIUM PARVUM
- Directe heel snelle levenscyclus
- ZOONOSE
- Fecale-orale transmissie
- Orale opname van oocysten
- Oocysten zijn resistent en onmiddellijk infectieus
- Bestrijding door hygiënische maatregelen
- Directe overdracht vnl van kalf-op-kalf
- Indirecte overdracht via water/voeding
- Piekuitscheiding bij kalfjes van 2 weken oud en dit valt samen met uiting van de klinische symptomen.
Oudere kalveren zullen altijd oocysten uitscheiden maar hebben al immuniteit.
CRYPTOSPORIDIUM PARUM - PATHOGENESE
- Ontwikkeling in caudale deel van de dunne darm
- Vernietiging van epitheelcellen en atrofie van de villi minder vertering en absorptie diarree bij
kalf van 1-2 weken oud
- Snelle immuniteitsopbouw tegen cryptosporidium
CRYPTOSPORIDIUM PARVUM – SYMPTOMEN
- Diarree: pasteus tot waterig en lichtgeel/groen tot wit
- Dehydratatie
- Verminderde groei
CRYPTOSPORIDIOSE – DIAGNOSE
- Aantonen van oocysten in mest microscopisch na kleuring met Heine’s carbolfuchsine of Ziehl-
Neelsen kleuring
- Aantonen van antigenen in feces ELISA, IFT (ImmunoFluorescentie) en dipstick
- Post-mortem histologie aantonen van de parasiet
CRYTPOSPORIDIOSE – BEHANDELING
1. Halofuginone-lactaat p.o.
7 dagen
Zal de piek van de oocysten uitscheiding uitstellen en de intensiteit van de oocysten uitscheiding
verminderen
GEEN eliminatie van de parasiet
2. (Paromomycine): ‘’off-label’’ wel geregistreerd voor E. coli
, 3. Ondersteunende behandeling met elektrolyten
4. Omgeving behandelen: grondig + stoomreiniger daarna ontsmetten met ammoniumhydroxide alleen
als stal volledig leeg is vanwege toxiciteit daarna goed laten drogen
5. Ook alle in-contact kalveren behandelen met halofuginone en alle nieuwgeboren kaleveren ook ter
preventie
CRYPTOSPORIDIOSE – PREVENTIE
- Voldoende colostrum geven goede maternale immuniteit
- Huisvesting verbeteren
GIARDIA DUODENALIS
- Rund heeft assemblage E (GEEN zoonose) en A (WEL zoonose)
- Infectie door orale opname van cysten: fecale contaminatie directe en indirecte transmissie
- Cysten ondergaan aseksuele snelle vermenigvuldiging niet invasief dus niet zulke ernstige diarree.
- Cysten zijn onmiddellijk infectieus en resistent.
- Prepatente periode: 5-10 dagen
- Piekuitscheiding bij kalfjes van enkele weken oud en nog geen symptomen (niet invasief).
- Zorgt voor chronische diarree bij oudere kalfjes terwijl piekuitscheiding al is geweest.
GIARDIOSE – SYMPTOMEN
- Vaak asymptomatisch
- Dof + slecht haardkleed
- Diarree bij hoge infectiedruk
- Verminderde groei
GIARDIOSE – DIAGNOSE
- Aantonen van antigenen in feces met ELISA of IFT
- Betrouwbaarheid van het aantonen van cysten in feces is laag.
GIARDIOSE – BEHANDELING
Fenbendazole p.o.
‘’off-label’’
1x/dag gedurende 3 opeenvolgende dagen
Significante reductie in cyste-uitscheiding
Significante gewichtstoename 4 weken na behandeling
GIARDIOSE – PREVENTIE
- Hygiënische maatregelen:
Kalfjes verhuizen naar lege stal op het einde van de behandeling
Stal/box grondig reinigen en laten drogen!
Ontsmetten dmv hitte (stoom) en ammoniumhydroxide (als stal volledig leeg is)
EIMERIA SPP.
- Op stal: Eimeria bovis en Eimeria zuernii
- Op weide: Eimeria alabamensis (matig pathogeen)
- Zeer diersoortspecifiek
, - GEEN zoonose
- Oocysten sporuleren snel (<2 dagen) en overleven >1 jaar
- Komt voor bij alle leeftijden maar vooral kalfjes
- Fecale contaminatie
- Beschadiging van enterocyten
- Parasiet is niet besmettelijk bij uitscheiding
- Verspreiding is trager dan bij crypto en giardia
- Prevalentie ongeveer 100%
- Vaak besmetting met niet-pathogene soorten: subklinische of klinische coccidiose.
COCCIDIOSE – PATHOGENESE
- E. bovis en E. zuernii vernietigen naast de enterocyten ook de lamina propria waardoor er bloedingen
ontstaan en je bloederige diarree krijgt
COCCIDIOSE – SYMTPOMEN
- Hoge infectiedruk: diarree 2/3 weken na de infectie, gedaalde eetlust, tenesme, prolaps, dehydratatie
en sterfte
Subklinische vorm: verminderde eetlust en gewichtsverlies
Diarree begint paar weken nadat kalfjes samengezet worden. Diaree kan bloed bevatten, is
slijmerig en stinkend.
Casus: kalfje van 3 maanden oud met spuitende diarree met bloed, waarom is dit geen giardia? De diarree is bij
giardia niet ernstig aangezien ze niet invasief is en er is geen sprake van bloed bij giardia.
COCCIDIOSE – DIAGNOSE
- Obv symptomen en anamnese: stalconditie en hygiëne
- Fecesonderzoek: meerdere dieren bemonsteren
Kwalitatief: identificatie van de Eimeria species en testen op aanwezigheid van E. bovis en E.
zuernii
Kwantitatief: aantal oocysten/gram feces via de McMaster methode
COCCIDIOSE – BEHANDELING
1. Diclazuril p.o.
- Eenmalig, geen persisterende activiteit
- Geregistreerd voor rund
- Veilig en efficiënt
2. Toltrazuril p.o.
- Eenmalig
- Geregistreerd voor rund
- Veilig en efficiënt
Uitscheiding van oocysten stopt
Feces-score verbetert na behandeling
Metafylactische behandeling van coccidiose
- metafylactisch: kalf is wel besmet maar toont nog geen symptomen. Risico met metafylactische behandeling
is meer kans op resistentie.
Hygiënische maatregelen ook van belang: stal leegmaken, reinigen dmv stoom en laten drogen
Hoe kun je een coccidiose uitbraak bij kalveren behandelen?
, KALVERDIARREE OP DE WEIDE
MAAG-DARMSTRONGYLIDEN – OSTERTAGIA, COOPERIA
- Altijd menginfecties
- Lebmaag: Ostertagia ostertagi
- Dunne darm: Cooperia oncophera
- Dikke darm: Trichuris globulosa, Trichuris discolor
MAAG-DARMSTRONGYLIDEN – EPIDEMIOLOGIE
- L3 larven zijn infectieuze stadium opgenomen door rund
- Vrijlevende fase vs parasitaire fase in het dier.
in de vrijlevende fase zijn er 3 belangrijke factoren die de weidebesmetting bepalen:
1. Eieren moeten ontwikkelen tot L3 larven. Dit wordt bepaald door de temperatuur (5-35 met
optimum van 20 graden). In winter sterven eieren af.
2. L3 larven moeten zich verspreiden. Dit kan door actieve migratie daarvoor is bijvoorbeeld een
vochtfilm op het gras nodig of door
passieve migratie door bijv regen.
3. L3 larven moeten overleven op het
gras. Bij koude temperatuur is er
langere overleving (zelfs strenge
winter overleven). Daarnaast
overleven larven beter in een mestplak
dan op gras. Larven sterven als het
warm is en ze bevatten een
vervellingshuid waardoor ze zich niet
kunnen voeden en dus ook sterven.
Hoe later je de dieren op de weide zet,
hoe lager de besmetting. Vaak zet de boer toch de koeien in mei op de weide deze gaan larven
opnemen en na 3 weken (PP) gaan de koeien eieren uitscheiden.
Preventie in mei zorgt voor daling van de PGE in het 2 e deel van het weideseizoen.
MAAG-DARMSTRONGYLIDEN – EFFECT VAN IMMUNITEIT
Daling van de vruchtbaarheid van de vrouwelijke worm verminderde eileg
Onafhankelijk van de dosis
Dit is wel van belang in de diagnose, aangezien je dan op het einde van het weideseizoen weinig
eitjes zal aantreffen in de mest terwijl de koe wel vol kan zitten met wormen, maar die weinige
eitjes zijn dus door de immuniteit die is opgebouwd gedurende het weideseizoen.
Factoren die bepalen hoe snel een dier immuun wordt:
1. Parasiet: wormspecies snelle immuniteit tegen Cooperia (alleen bij kalfjes) en trage immuniteit
tegen Ostertagia (zowel bij kalfjes als volwassen dieren)
2. Gastheer:
a. Leeftijd hoe jonger, hoe gevoeliger
b. Genetische samenstelling: sommige dieren hebben aangeboren lagere gevoeligheid voor
parasitaire besmetting
c. Voedingsstatus
3. Blootstelling aan infectie
a. Weidebeheer: maaien, weidebezetting, verschillende leeftijden, vroeg vs laat opstallen