DIABETES
Wat is diabetes? (zie pathologie)
• Chronische stofwisselingsstoornis in het metabolisme van Kh, V en
eiwitten
• Er wordt geen of onvoldoende insuline aangemaakt door de bèta-
cellen, of het lichaam reageert onvoldoende op de insuline
• Diabetes kan (nog) niet worden genezen, maar kan uitstekend
worden gecontroleerd
• Een goede behandeling leidt tot een belangrijke vermindering van
diabetes-gerelateerde complicaties
Glycemiecontrole
Werkwijze
• Glucosemeter, strips en een prikpen
o Sommige toestellen callibreren bij openen nieuwe strips
o Code op de verpakking van de strips moet overeenkomen
met code op toestel. Zelf wijzigen!
o Toestel droog en uit de zon bewaren
• Hoe prikken?
o Vingerprik vs AST
o Handen wassen en drogen
o NIET ontsmetten
o Eventueel LICHT stuwen
o Gebruik een prikpen!
o Alle vingers gebruiken!
1. Prikpen aan zijkant van de vinger (diepte instellen!) en prikken
2. Bloeddruppel op teststrip
3. Resultaat aflezen na 3s, 5s, 10s,…
4. Hoe rekening met foutenmarge tot 10%
5. Lancet elke keer vervangen
,Toestel
• Instructies volgen
• Coderen indien nodig
• Bloeddruppel laten opzuigen!
• Testveld moet volledig bebloed zijn
Strips
• Testveld zelf best niet aanraken
• Na gebruik doosje onmiddellijk sluiten
• Droog bewaren, op kamertemperatuur
• Vervaldatum controleren
Glycemiewaarden
• Let op: 1 mmol/l = 18 mg/dl
• Waarden meedelen aan patiënt
• Waarden noteren
• Patiënt betrekken bij aanpassingen
• Behandeling ifv gemeten waarden
• Afwijkende waarden in vraag stellen.
• Belangrijk educatie-moment!
• Ideaal (voor een diabetespatiënt) is tussen 60mg/dl en
180mg/dl
• < 60mg/dl = hypoglycemie of “hypo”
• > 180mg/dl = hyperglycemie of “hyper”
Hyperglycemie
• Oorzaken
o Teveel eten
o Onvoldoende lichaamsbeweging
o Onvoldoende insuline gespoten of OAD ingenomen
o Ziekte
o Stress
• Behandeling
o Bijspuitschema’s
o Veel drinken
o Braken kan wijzen op keto-acidose
2
,Hypoglycemie
• Oorzaken
o Maaltijd vergeten
o Ongewone fysieke inspanning
o Te veel insuline gespoten
o Alcoholgebruik zonder voedselinname
o Vekeerd sulfonylurea-gebruik
• Behandeling bij glycemie <70-80 mg/dl
o Tussenmaaltijd nemen
o Trage suikers
• Behandeling bij glycemie <60 mg/dl
o Onmiddellijk inname snelle suikers
o Bij geen verbetering na 10min herhalen (eerst meten!)
o Bij verbetering na 10min inname trage suiker of maaltijd
o Niet te veel eten-overcorrectie
Glucagen Hypokit
• Behandeling bij hypoglycemisch coma. Indien de Pt bij
bewustzijn is, steeds oraal opsuikeren
• Mag door iedereen toegediend worden
• Koel bewaren
• <25kg = ½ dosis
• Niet schudden
• Toedieningswijze: IM, SC, IV. Mag door kledij gëinjecteerd
worden
• Wanneer pt opnieuw bij bewustzijn is: oraal suikers toedienen
Insulinetoediening
• Juiste insuline, aantal injecties per dag en tijdstip van de
inspuitingen bepalen = voor elke pt anders
• Doel: zo dicht mgl. Benaderen van normoglycemie
• Momenteel is er geen insulinepreparaat te krijgen dat in 1
injectie/dag een ideaal glycemieprofiel levert.
• Bewaring!
Insulinetherapie
• Lichaam produceert insuline, afhankelijk van de ingenomen
glucose.
• Ook ’s nachts insulineproductie
3
, • Vroeger dierlijke en menselijke insulines
o Traag- en snelwerkend
o Door SC-inspuiting duurt het 20-30min voor insuline in de
bloedbaan komt en begint te werken. Glycemie is dan
reeds te hoog om goed te corrigeren
• Laatste jaren grote nood aan insuline-analogen
o Worden sneller in de bloedbaan opgenomen en laten een
flexibelere levensstijl toe
o Nadeel: ook sneller uitgewerkt dus insuline nodig die 24u
werkt en geen piekwerking heeft
• Snelwerkende insulinesoorten
• Snelwerkende insuline-analogen
• Traagwerkende insulinesoorten
• Traagwerkende insuline-analogen
• Mengsels
• Snelwerkende insulinesoorten
o Actrapid (novo-nordisk) en humuline regular (lilly)
o Heldere insulins
o Beginnen te werken na 20min, piekwerking na 2u en
uitgewerkt na +/- 4u
o Snack is noodzakelijk
• Snelwerkende insuline-analogen
o Novorapid (aspart, Novo-nordisk), humalog (lispro, lilly)
en apidra (aventis)
o Heldere insulins
o Beginnen quasi onmiddelijk te werken na het inspuiten
o Geen snack!
• Traagwerkende insulinesoorten
o Insulatard (novo-nordisk) en humuline NPH (lilly)
o Troebele insulines
o Beginnen te werken na 2u en uitgewerkt na max 18u
• Traagwerkende insuline-analogen
o Lantus (glargine, sanofi), toujeo (sanofi), Tresiba
o Heldere insulines
o Werkt 24u, zonder piekwerking
o Steeds op zelfde tijdstip spuiten (+/-1u)
• Mengsels
o Mixtard 10, 20, 30,40 en 50 (novo-nordisk)
o Humuline 30/70,40/60, 50/50 (lilly)
o Novomix 30
4
Wat is diabetes? (zie pathologie)
• Chronische stofwisselingsstoornis in het metabolisme van Kh, V en
eiwitten
• Er wordt geen of onvoldoende insuline aangemaakt door de bèta-
cellen, of het lichaam reageert onvoldoende op de insuline
• Diabetes kan (nog) niet worden genezen, maar kan uitstekend
worden gecontroleerd
• Een goede behandeling leidt tot een belangrijke vermindering van
diabetes-gerelateerde complicaties
Glycemiecontrole
Werkwijze
• Glucosemeter, strips en een prikpen
o Sommige toestellen callibreren bij openen nieuwe strips
o Code op de verpakking van de strips moet overeenkomen
met code op toestel. Zelf wijzigen!
o Toestel droog en uit de zon bewaren
• Hoe prikken?
o Vingerprik vs AST
o Handen wassen en drogen
o NIET ontsmetten
o Eventueel LICHT stuwen
o Gebruik een prikpen!
o Alle vingers gebruiken!
1. Prikpen aan zijkant van de vinger (diepte instellen!) en prikken
2. Bloeddruppel op teststrip
3. Resultaat aflezen na 3s, 5s, 10s,…
4. Hoe rekening met foutenmarge tot 10%
5. Lancet elke keer vervangen
,Toestel
• Instructies volgen
• Coderen indien nodig
• Bloeddruppel laten opzuigen!
• Testveld moet volledig bebloed zijn
Strips
• Testveld zelf best niet aanraken
• Na gebruik doosje onmiddellijk sluiten
• Droog bewaren, op kamertemperatuur
• Vervaldatum controleren
Glycemiewaarden
• Let op: 1 mmol/l = 18 mg/dl
• Waarden meedelen aan patiënt
• Waarden noteren
• Patiënt betrekken bij aanpassingen
• Behandeling ifv gemeten waarden
• Afwijkende waarden in vraag stellen.
• Belangrijk educatie-moment!
• Ideaal (voor een diabetespatiënt) is tussen 60mg/dl en
180mg/dl
• < 60mg/dl = hypoglycemie of “hypo”
• > 180mg/dl = hyperglycemie of “hyper”
Hyperglycemie
• Oorzaken
o Teveel eten
o Onvoldoende lichaamsbeweging
o Onvoldoende insuline gespoten of OAD ingenomen
o Ziekte
o Stress
• Behandeling
o Bijspuitschema’s
o Veel drinken
o Braken kan wijzen op keto-acidose
2
,Hypoglycemie
• Oorzaken
o Maaltijd vergeten
o Ongewone fysieke inspanning
o Te veel insuline gespoten
o Alcoholgebruik zonder voedselinname
o Vekeerd sulfonylurea-gebruik
• Behandeling bij glycemie <70-80 mg/dl
o Tussenmaaltijd nemen
o Trage suikers
• Behandeling bij glycemie <60 mg/dl
o Onmiddellijk inname snelle suikers
o Bij geen verbetering na 10min herhalen (eerst meten!)
o Bij verbetering na 10min inname trage suiker of maaltijd
o Niet te veel eten-overcorrectie
Glucagen Hypokit
• Behandeling bij hypoglycemisch coma. Indien de Pt bij
bewustzijn is, steeds oraal opsuikeren
• Mag door iedereen toegediend worden
• Koel bewaren
• <25kg = ½ dosis
• Niet schudden
• Toedieningswijze: IM, SC, IV. Mag door kledij gëinjecteerd
worden
• Wanneer pt opnieuw bij bewustzijn is: oraal suikers toedienen
Insulinetoediening
• Juiste insuline, aantal injecties per dag en tijdstip van de
inspuitingen bepalen = voor elke pt anders
• Doel: zo dicht mgl. Benaderen van normoglycemie
• Momenteel is er geen insulinepreparaat te krijgen dat in 1
injectie/dag een ideaal glycemieprofiel levert.
• Bewaring!
Insulinetherapie
• Lichaam produceert insuline, afhankelijk van de ingenomen
glucose.
• Ook ’s nachts insulineproductie
3
, • Vroeger dierlijke en menselijke insulines
o Traag- en snelwerkend
o Door SC-inspuiting duurt het 20-30min voor insuline in de
bloedbaan komt en begint te werken. Glycemie is dan
reeds te hoog om goed te corrigeren
• Laatste jaren grote nood aan insuline-analogen
o Worden sneller in de bloedbaan opgenomen en laten een
flexibelere levensstijl toe
o Nadeel: ook sneller uitgewerkt dus insuline nodig die 24u
werkt en geen piekwerking heeft
• Snelwerkende insulinesoorten
• Snelwerkende insuline-analogen
• Traagwerkende insulinesoorten
• Traagwerkende insuline-analogen
• Mengsels
• Snelwerkende insulinesoorten
o Actrapid (novo-nordisk) en humuline regular (lilly)
o Heldere insulins
o Beginnen te werken na 20min, piekwerking na 2u en
uitgewerkt na +/- 4u
o Snack is noodzakelijk
• Snelwerkende insuline-analogen
o Novorapid (aspart, Novo-nordisk), humalog (lispro, lilly)
en apidra (aventis)
o Heldere insulins
o Beginnen quasi onmiddelijk te werken na het inspuiten
o Geen snack!
• Traagwerkende insulinesoorten
o Insulatard (novo-nordisk) en humuline NPH (lilly)
o Troebele insulines
o Beginnen te werken na 2u en uitgewerkt na max 18u
• Traagwerkende insuline-analogen
o Lantus (glargine, sanofi), toujeo (sanofi), Tresiba
o Heldere insulines
o Werkt 24u, zonder piekwerking
o Steeds op zelfde tijdstip spuiten (+/-1u)
• Mengsels
o Mixtard 10, 20, 30,40 en 50 (novo-nordisk)
o Humuline 30/70,40/60, 50/50 (lilly)
o Novomix 30
4