1. Nefrologie
De functies van de nier benoemen
1. Regulatie van de bloeddruk
2. Excretie overtollige stoffen en vocht
3. Balanseren zuur- base- evenwicht
4. Hormonale functies
De gevolgen van een verminderde nierfunctie uitleggen
1. Bloeddrukregulatie verstoord
- Door overactiviteit van RAAS-systeem (= renine-angiotensine-aldosteronsysteem)
à Vasoconstrictie, zout- en waterretentie, hypertensie, verstoring van glomerulaire filtratie
2. Verstoorde vocht- en zouthuishouding
- Lichaam kan overtollig vocht niet goed uitscheiden à Oedeem en hypertensie
- Lichaam scheidt te veel vocht uit à Hypotensie en verminderde huidturgor
- Regulatie van natrium en kalium raakt verstoord à Volume en elektrische prikkelbaarheid van cellen
3. Slechte uitscheiding van afvalstoffen
- Minder goede uitscheiding van ureum, creatinine, zuren en overtollige zouten è TOXISCH voor weefsels
à Verhoogde bloedwaarden van ureum en creatinine
à Symptomen als vermoeidheid, misselijkheid, jeuk en verwardheid
4. Verstoord zuur-base-evenwicht
- Minder goede uitscheiding van zuur en vasthouding van bicarbonaat
à Metabole acidose, verstoring van celwerking en enzymactiviteit
5. Hormonale verstoringen
- Tekort aan erythropoëtine (EPO) (= Wordt in de nier geproduceerd en stimuleert de aanmaak van rode
bloedcellen)
- Te weinig calciumopname door geen activatie van actieve vitamine D à Botontkalking
De diagnostiek van de nefrologische syndromen uitleggen
- Klinisch onderzoek
- Laboratoriumonderzoek op urine- en bloedstalen
à Urineonderzoek: tweede ochtendurine, via de midstream-procedure
- Urinestriptest (urine volledig): Detecteert aanwezigheid van: • Witte bloedcellen
• Gram-negatieve bacteriën
- Urinesedimentonderzoek: Detecteert aanwezigheid van: • Glucose
• Hematurie
à Bloedonderzoek • Eiwitten
• Cilindrurie
- Glomerulaire filtratiesnelheid GFR • Hemoglobine
• Proteïnurie
- Door creatinine-klaring
Creatinine = afbraakproduct van spieractiviteit; bij verminderde nierfunctie stijgt het
serumcreatinine, omdat het minder goed wordt uitgefilterd
Het onderscheid tussen acute en chronische nierinsufficiëntie herkennen
Kenmerk Acute nierinsufficiëntie Chronische nierinsufficiëntie
Ontstaan Plotseling (uren tot dagen) Geleidelijk (maanden tot jaren)
Oorzaak Acuut letsel bv. shock, infectie, medicatie, Chronische aandoeningen bv. diabetes,
obstructie hypertensie
Omkeerbaarheid Vaak omkeerbaar bij tijdige behandeling Onomkeerbaar, progressief verloop
Symptomen Plots oligurie/anurie, misselijkheid, Vermoeidheid, jeuk, misselijkheid, nachtelijk
verwardheid plassen
Labowaarden Snel stijgende creatinine & ureumwaarden Gestage toename creatinine & ureum, GFR <
60 ml/min > 3 maanden
Urineproductie Vaak sterk verminderd (oligurie of anurie) Normaal, oligurisch of polyurisch afhankelijk
van stadium
Bloeddruk Normaal of laag Meestal verhoogd
Niergrootte Normaal of vergroot Vaak verkleind of verschrompeld
Behandeling Onderliggende oorzaak aanpakken, tijdelijke Progressieve behandeling, dieet, medicatie,
dialyse dialyse of transplantatie
, Prognose Goed bij snelle interventie Chronisch belastend, risico op eindstadium
nierfalen
De stadia van chronische nierinsufficiëntie onderscheiden van elkaar
Stadium 1: nierbeschadiging met bewaarde nierfunctie (GFR: 90-130 ml/min)
Stadium 2: milde nierinsufficiëntie (GFR: 60-90 ml/min)
Stadium 3: matige nierinsufficiëntie (GFR: 30-60 ml/min)
Stadium 4: ernstige nierinsufficiëntie (GFR: 15-30 ml/min)
Stadium 5: terminale nierinsufficiëntie of eind- stadium renaal falen (GFR <15ml/min)
De oorzaken van acute en chronische nierinsufficiëntie toelichten
Acuut
- Prerenale ANI: oorzaak voor de nier à shock
- Renale ANI: oorzaak in de nier à glomerulonefritis, systeemvasculitis, interstitiële nefritis, tubulusnecrose
- Postrenale ANI: oorzaak na de nier à nierstenen, prostaatcarcinoom, hypertrofie, blaascarcinoom
Chronisch: Chronische aandoeningen bv. diabetes, hypertensie, glomerulonefritis
De verschillende behandelingsvormen van acute en chronische nierinsufficiëntie uitleggen
Acuut è Onderliggende oorzaak aanpakken en verdere nierschade voorkomen
Ondersteunende zorg
- Vochtbeleid en voeding, nauwkeurige registratie
- Kalium verwijderen uit lichaam (anders kans op ritmestoornissen van hart)
- Ureum laten dalen
- Bloeddrukmanagement: Vasopressoren bij shock, antihypertensiva bij hypertensie
Onderliggende oorzaak behandelen
- Prerenaal: Vochttoediening, stoppen van nefrotoxische medicijnen (bv. NSAID’s)
- Intrarenaal: bv. immuunsuppressiva bij glomerulonefritis, dialyse bij intoxicaties (bv. lithium)
- Postrenaal: Verwijdering van obstructie (bv. blaaskatheter, nefrostomie)
Niervervangende therapie NVT
- Tijdelijke dialyse bij levensbedreigende situaties
Chronisch è Progressie vertragen, complicaties behandelen en levenskwaliteit behouden
Leefstijl en medicatie
- Dieet: Eiwitbeperking, zoutbeperking, kaliumbeperking
- Suikercontrole: Strikte diabetesmanagement om nierschade te vertragen
- Anemiebehandeling: IJzersuppletie en erytropoëtine (EPO) bij renale anemie
Complicatiemanagement
- Hyperfosfatemie: Fosfaatbinders (bv. sevelamer)
- Secundaire hyperparathyreoïdie: Vitamine D-analogen en calcimimetici (bv. cinacalcet)
Niervervangende therapie NVT
- Hemodialyse
- Peritoneale dialyse
- Niertransplantatie: Definitieve oplossing bij geschikte patiënten (immunosuppressiva nodig)
De complicaties van chronische nierinsufficiëntie benoemen en herkennen
Uremisch syndroom Symptomen: Misselijkheid, vieze smaak in de mond, jeuk (door
calciumzouten in de huid)
Andere verschijnselen:
- Uremische pericardiSs (= ontsteking hartzakje)
- Polyneuropathie (zenuwschade)
- Encefalopathie (hersenfuncSestoornissen)
- Trombopathie (verstoorde bloedplaatjesfuncSe
à bloedingsneiging)
Stoornissen in water- en zouthuishouding Overhydratatie: Oedeem, hypertensie, longoedeem
Dehydratatie: Hyponatriëmie, verslechtering nierfunctie (vooral bij
tubulusbeschadiging)
Hypertensie Oorzaken:
- RAAS-activatie (renine-angiotensine-aldosteronsysteem)
, - Hypervolemie (zout- en waterretentie)
Complicaties:
- Linkerventrikelhypertrofie → hartfalen
- Versnelde progressie van nierfalen
Anemie Oorzaken:
- Tekort aan erytropoëtine (EPO)
- IJzertekort (door dieetbeperking, malabsorptie)
- Verhoogde afbraak erytrocyten (halve levensduur)
- Bloedverlies (bij dialyse)
Gevolgen: Vermoeidheid, bleke huid, verergering hartklachten
Renale osteodystrofie (botafwijkingen) Oorzaken:
- Secundaire hyperparathyreoïdie (hoog PTH door hypocalciëmie en
hyperfosfatemie)
- Vitamine D-tekort → verminderde calciumopname
Vormen:
- Ostitis fibrosa (boterosie, cysten)
- Osteomalacie (verweking botten)
- Adynamisch bot (geen botombouw door te laag PTH)
Metabole acidose Oorzaak: Nieren scheiden onvoldoende H⁺ uit en produceren te
weinig bicarbonaat
Gevolgen:
- Hyperkaliëmie (kaliumstijging door H⁺-uitwisseling)
- Spierafbraak, verminderde eetlust, braken
Hyperkaliëmie Oorzaak: Verminderde kaliumuitscheiding + acidose
Symptomen:
- ECG-afwijkingen (spitse T-toppen, asystolie)
- Spierzwakte
Hyperlipidemie Typisch: Hypertriglyceridemie, verhoogd LDL-cholesterol (vooral bij
nefrotisch syndroom)
Risico: Atherosclerose, cardiovasculaire events
Dermatologische stoornissen Jeuk (door calciumdeposities, urochromogenen)
Huidveranderingen zoals bleekheid, hyperpigmentatie, krabletsels
“Rode-ogensyndroom" (calciumneerslag in conjunctiva)
Jicht Oorzaak: Verhoogd urinezuur (door nierfalen + diuretica)
Complicaties: Acute jichtaanvallen, uraatstenen
Bloedingsneiging Oorzaak: Uremische trombopathie (gestoorde bloedplaatjesfunctie)
Manifestaties: Langdurige bloedingen (bv. na tandextractie)
InfecNes en immuundeficiënNe Verhoogde vatbaarheid door uremische toxines + malnutritie
Sluipend beloop: Minder koorts, vertraagde afweerreactie
Endocriene stoornissen Verminderde glucosetolerantie (insulineresistentie)
Seksuele dysfunctie:
- Vrouwen: Amenorroe (= uitblijven van menstruatie),
onvruchtbaarheid
- Mannen: Impotentie, verminderd libido
Neurologische stoornissen - Perifeer: Sensorische polyneuropathie ("brandende voeten", restless
legs)
- Centraal: Concentratiestoornissen, psychoses, coma (bij ernstige
uremie)
De verschillende vormen van dialyse beschrijven
Hemodialyse
- Bloed wordt buiten het lichaam gezuiverd via een kunstnier (dialysator)
- Bloed stroomt via machine langs een semipermeabel membraan waar het in contact komt met dialysaat
- Afvalstoffen, overtollig vocht en elektrolyten worden verwijderd via diffusie en ultrafiltratie
- Behandeling gebeurt meestal 3 keer per week in een dialysecentrum en duurt telkens 3 à 5 uur
Peritoneale dialyse
- Buikvlies (peritoneum) wordt gebruikt als natuurlijk filter
- Dialysaat wordt via een katheter in de buikholte gebracht
- Afvalstoffen en vocht verplaatsen zich via diffusie en osmose vanuit het bloed in het buikvlies naar het
dialysaat
- Kan thuis, handmatig (CAPD) of automatisch 's nachts (APD)
De functies van de nier benoemen
1. Regulatie van de bloeddruk
2. Excretie overtollige stoffen en vocht
3. Balanseren zuur- base- evenwicht
4. Hormonale functies
De gevolgen van een verminderde nierfunctie uitleggen
1. Bloeddrukregulatie verstoord
- Door overactiviteit van RAAS-systeem (= renine-angiotensine-aldosteronsysteem)
à Vasoconstrictie, zout- en waterretentie, hypertensie, verstoring van glomerulaire filtratie
2. Verstoorde vocht- en zouthuishouding
- Lichaam kan overtollig vocht niet goed uitscheiden à Oedeem en hypertensie
- Lichaam scheidt te veel vocht uit à Hypotensie en verminderde huidturgor
- Regulatie van natrium en kalium raakt verstoord à Volume en elektrische prikkelbaarheid van cellen
3. Slechte uitscheiding van afvalstoffen
- Minder goede uitscheiding van ureum, creatinine, zuren en overtollige zouten è TOXISCH voor weefsels
à Verhoogde bloedwaarden van ureum en creatinine
à Symptomen als vermoeidheid, misselijkheid, jeuk en verwardheid
4. Verstoord zuur-base-evenwicht
- Minder goede uitscheiding van zuur en vasthouding van bicarbonaat
à Metabole acidose, verstoring van celwerking en enzymactiviteit
5. Hormonale verstoringen
- Tekort aan erythropoëtine (EPO) (= Wordt in de nier geproduceerd en stimuleert de aanmaak van rode
bloedcellen)
- Te weinig calciumopname door geen activatie van actieve vitamine D à Botontkalking
De diagnostiek van de nefrologische syndromen uitleggen
- Klinisch onderzoek
- Laboratoriumonderzoek op urine- en bloedstalen
à Urineonderzoek: tweede ochtendurine, via de midstream-procedure
- Urinestriptest (urine volledig): Detecteert aanwezigheid van: • Witte bloedcellen
• Gram-negatieve bacteriën
- Urinesedimentonderzoek: Detecteert aanwezigheid van: • Glucose
• Hematurie
à Bloedonderzoek • Eiwitten
• Cilindrurie
- Glomerulaire filtratiesnelheid GFR • Hemoglobine
• Proteïnurie
- Door creatinine-klaring
Creatinine = afbraakproduct van spieractiviteit; bij verminderde nierfunctie stijgt het
serumcreatinine, omdat het minder goed wordt uitgefilterd
Het onderscheid tussen acute en chronische nierinsufficiëntie herkennen
Kenmerk Acute nierinsufficiëntie Chronische nierinsufficiëntie
Ontstaan Plotseling (uren tot dagen) Geleidelijk (maanden tot jaren)
Oorzaak Acuut letsel bv. shock, infectie, medicatie, Chronische aandoeningen bv. diabetes,
obstructie hypertensie
Omkeerbaarheid Vaak omkeerbaar bij tijdige behandeling Onomkeerbaar, progressief verloop
Symptomen Plots oligurie/anurie, misselijkheid, Vermoeidheid, jeuk, misselijkheid, nachtelijk
verwardheid plassen
Labowaarden Snel stijgende creatinine & ureumwaarden Gestage toename creatinine & ureum, GFR <
60 ml/min > 3 maanden
Urineproductie Vaak sterk verminderd (oligurie of anurie) Normaal, oligurisch of polyurisch afhankelijk
van stadium
Bloeddruk Normaal of laag Meestal verhoogd
Niergrootte Normaal of vergroot Vaak verkleind of verschrompeld
Behandeling Onderliggende oorzaak aanpakken, tijdelijke Progressieve behandeling, dieet, medicatie,
dialyse dialyse of transplantatie
, Prognose Goed bij snelle interventie Chronisch belastend, risico op eindstadium
nierfalen
De stadia van chronische nierinsufficiëntie onderscheiden van elkaar
Stadium 1: nierbeschadiging met bewaarde nierfunctie (GFR: 90-130 ml/min)
Stadium 2: milde nierinsufficiëntie (GFR: 60-90 ml/min)
Stadium 3: matige nierinsufficiëntie (GFR: 30-60 ml/min)
Stadium 4: ernstige nierinsufficiëntie (GFR: 15-30 ml/min)
Stadium 5: terminale nierinsufficiëntie of eind- stadium renaal falen (GFR <15ml/min)
De oorzaken van acute en chronische nierinsufficiëntie toelichten
Acuut
- Prerenale ANI: oorzaak voor de nier à shock
- Renale ANI: oorzaak in de nier à glomerulonefritis, systeemvasculitis, interstitiële nefritis, tubulusnecrose
- Postrenale ANI: oorzaak na de nier à nierstenen, prostaatcarcinoom, hypertrofie, blaascarcinoom
Chronisch: Chronische aandoeningen bv. diabetes, hypertensie, glomerulonefritis
De verschillende behandelingsvormen van acute en chronische nierinsufficiëntie uitleggen
Acuut è Onderliggende oorzaak aanpakken en verdere nierschade voorkomen
Ondersteunende zorg
- Vochtbeleid en voeding, nauwkeurige registratie
- Kalium verwijderen uit lichaam (anders kans op ritmestoornissen van hart)
- Ureum laten dalen
- Bloeddrukmanagement: Vasopressoren bij shock, antihypertensiva bij hypertensie
Onderliggende oorzaak behandelen
- Prerenaal: Vochttoediening, stoppen van nefrotoxische medicijnen (bv. NSAID’s)
- Intrarenaal: bv. immuunsuppressiva bij glomerulonefritis, dialyse bij intoxicaties (bv. lithium)
- Postrenaal: Verwijdering van obstructie (bv. blaaskatheter, nefrostomie)
Niervervangende therapie NVT
- Tijdelijke dialyse bij levensbedreigende situaties
Chronisch è Progressie vertragen, complicaties behandelen en levenskwaliteit behouden
Leefstijl en medicatie
- Dieet: Eiwitbeperking, zoutbeperking, kaliumbeperking
- Suikercontrole: Strikte diabetesmanagement om nierschade te vertragen
- Anemiebehandeling: IJzersuppletie en erytropoëtine (EPO) bij renale anemie
Complicatiemanagement
- Hyperfosfatemie: Fosfaatbinders (bv. sevelamer)
- Secundaire hyperparathyreoïdie: Vitamine D-analogen en calcimimetici (bv. cinacalcet)
Niervervangende therapie NVT
- Hemodialyse
- Peritoneale dialyse
- Niertransplantatie: Definitieve oplossing bij geschikte patiënten (immunosuppressiva nodig)
De complicaties van chronische nierinsufficiëntie benoemen en herkennen
Uremisch syndroom Symptomen: Misselijkheid, vieze smaak in de mond, jeuk (door
calciumzouten in de huid)
Andere verschijnselen:
- Uremische pericardiSs (= ontsteking hartzakje)
- Polyneuropathie (zenuwschade)
- Encefalopathie (hersenfuncSestoornissen)
- Trombopathie (verstoorde bloedplaatjesfuncSe
à bloedingsneiging)
Stoornissen in water- en zouthuishouding Overhydratatie: Oedeem, hypertensie, longoedeem
Dehydratatie: Hyponatriëmie, verslechtering nierfunctie (vooral bij
tubulusbeschadiging)
Hypertensie Oorzaken:
- RAAS-activatie (renine-angiotensine-aldosteronsysteem)
, - Hypervolemie (zout- en waterretentie)
Complicaties:
- Linkerventrikelhypertrofie → hartfalen
- Versnelde progressie van nierfalen
Anemie Oorzaken:
- Tekort aan erytropoëtine (EPO)
- IJzertekort (door dieetbeperking, malabsorptie)
- Verhoogde afbraak erytrocyten (halve levensduur)
- Bloedverlies (bij dialyse)
Gevolgen: Vermoeidheid, bleke huid, verergering hartklachten
Renale osteodystrofie (botafwijkingen) Oorzaken:
- Secundaire hyperparathyreoïdie (hoog PTH door hypocalciëmie en
hyperfosfatemie)
- Vitamine D-tekort → verminderde calciumopname
Vormen:
- Ostitis fibrosa (boterosie, cysten)
- Osteomalacie (verweking botten)
- Adynamisch bot (geen botombouw door te laag PTH)
Metabole acidose Oorzaak: Nieren scheiden onvoldoende H⁺ uit en produceren te
weinig bicarbonaat
Gevolgen:
- Hyperkaliëmie (kaliumstijging door H⁺-uitwisseling)
- Spierafbraak, verminderde eetlust, braken
Hyperkaliëmie Oorzaak: Verminderde kaliumuitscheiding + acidose
Symptomen:
- ECG-afwijkingen (spitse T-toppen, asystolie)
- Spierzwakte
Hyperlipidemie Typisch: Hypertriglyceridemie, verhoogd LDL-cholesterol (vooral bij
nefrotisch syndroom)
Risico: Atherosclerose, cardiovasculaire events
Dermatologische stoornissen Jeuk (door calciumdeposities, urochromogenen)
Huidveranderingen zoals bleekheid, hyperpigmentatie, krabletsels
“Rode-ogensyndroom" (calciumneerslag in conjunctiva)
Jicht Oorzaak: Verhoogd urinezuur (door nierfalen + diuretica)
Complicaties: Acute jichtaanvallen, uraatstenen
Bloedingsneiging Oorzaak: Uremische trombopathie (gestoorde bloedplaatjesfunctie)
Manifestaties: Langdurige bloedingen (bv. na tandextractie)
InfecNes en immuundeficiënNe Verhoogde vatbaarheid door uremische toxines + malnutritie
Sluipend beloop: Minder koorts, vertraagde afweerreactie
Endocriene stoornissen Verminderde glucosetolerantie (insulineresistentie)
Seksuele dysfunctie:
- Vrouwen: Amenorroe (= uitblijven van menstruatie),
onvruchtbaarheid
- Mannen: Impotentie, verminderd libido
Neurologische stoornissen - Perifeer: Sensorische polyneuropathie ("brandende voeten", restless
legs)
- Centraal: Concentratiestoornissen, psychoses, coma (bij ernstige
uremie)
De verschillende vormen van dialyse beschrijven
Hemodialyse
- Bloed wordt buiten het lichaam gezuiverd via een kunstnier (dialysator)
- Bloed stroomt via machine langs een semipermeabel membraan waar het in contact komt met dialysaat
- Afvalstoffen, overtollig vocht en elektrolyten worden verwijderd via diffusie en ultrafiltratie
- Behandeling gebeurt meestal 3 keer per week in een dialysecentrum en duurt telkens 3 à 5 uur
Peritoneale dialyse
- Buikvlies (peritoneum) wordt gebruikt als natuurlijk filter
- Dialysaat wordt via een katheter in de buikholte gebracht
- Afvalstoffen en vocht verplaatsen zich via diffusie en osmose vanuit het bloed in het buikvlies naar het
dialysaat
- Kan thuis, handmatig (CAPD) of automatisch 's nachts (APD)