CRIMINOGRAFIE
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
• DE criminaliteit bestaat niet
o Filter in de strafrechtsbedeling
o Criminaliteitsdefinitie
• Verwijzen naar officiële cijfers
o Politiecijfers?
o Registratiesysteem en- praktijk
• Internationale vergelijkingen
o Stijging van strafbare gedraging = stijging criminaliteitscijfers
o Oppervlakkige vergelijking?
• Vergelijkingen in de tijd
o Penalisering of depenalisering
HOOFDSTUK 2: GESCHIEDENIS VAN DE CRIMINALITEIT
Geschiedenis niet kennen. WETEN dat het bijhouden van criminaliteitscijfers al lang gebeurt
HOOFDSTUK 3: PROBLEMEN BIJ CRIMINALITEITSEVALUATIE
1. ‘DE’ CRIMINALITEIT BESTAAT NIET
Het is belangrijk ≠ nuances aan te brengen bij het hanteren en interpreteren van statistieken
• Bv. GAS doorheen de tijd: vanaf 2022 waren ook 14-jarige sanctioneerbaar. MAAR wil dit dan ook zeggen
dat er meer jongeren feiten pleegden
Belang van criminografie
• Bepalen van beleid: regionaal, gemeentelijk vlak, politiezoen arrondissementeel, provinciaal, gewestelijk,
nationaal, …
• Cijfers worden gebruikt in de ZVR om het ZVP op te maken of de LVD
2. VERWIJZEN NAAR OFFICIËLE CIJFERS
Wanneer gepraat wordt over ‘DE’ criminaliteit wordt vooral verwezen naar de officiële statistieken van
geregistreerde criminaliteit
• M.a.w. vaak verwezen naar criminaliteit waar politie kennis van neemt
• EN registreert
1
,3. INTERNATIONALE VERGELIJKINGEN
• De meest West-Europese landen produceren steeds meer wetgeving
• Gedragingen die strafbaar zijn in 1 land, betekend niet dat het in een ander land strafbaar is
• Een oppervlakkige internationale vergelijking staat een grondige interpretatie in de weg
4. VERGELIJKINGEN IN DE TIJD
• Vergrijzing van bevolking zorgt voor een daling van criminaliteit
• Snelle urbanisatie leidt daarentegen vaak tot een stijging van criminaliteit
• Opkomst internet en nieuwe technologieën zorgen voor nieuwe criminaliteit
• Sommige gedragingen worden uit strafwet gehaald, anderen worden toegevoegd
HOOFDSTUK 4: SELECTIE IN DE STRAFRECHTSBEDELING
Waarom worden sommige zaken niet opgemerkt?
• Bv. langs de ene kant heb je een mooie nieuwe woonwijk. EN aan de andere kant een verloederde buurt.
Grafitti zal in de mooie woonwijk wel opgemerkt worden en in de verloederde wijk niet
o Sommige dingen worden gemeld, anderen niet (bv. idee politie doet er niks aan)
o In verloederde wijk nog minder drang om te melden (sociale woonwijk waar ze zelf al meer dan
genoeg problemen hebben)
Verschil reëel gepleegde criminaliteit EN criminaliteit dat leidt tot een straf
• Het is niet omdat het gekend is bij de politie dat er ook iets mee zal gebeuren (registreren/verbaliseren)
• Daarnaast gaat alles van de politie naar het parket en kijken die of er zal vervolgd worden of niet.
Het wordt alleen maar kleiner op het einde, want het komt minder vaak voor!
1. STRAFRECHTSBEDELING
OPSPORING
• Geïntegreerde politie, gestructureerd op 2 niveaus:
o Bestuurlijke politie: openbare orde, het doen naleven van wetten en regelementen, preventief
optreden
o Gerechtelijke politie: opsporing van feiten, eerder repressief
2
,• Bijzondere politiediensten/inspectiediensten
• Wet op politieambt
VERVOLGING
• O.M, Parket, Staande Magistratuur = een overheidsorgaan
o Treedt op namen de gemeenschap, PdK aan het hoofd, bijgestaan door substituten
• O.M. moet toepassing strafwet vorderen
• O.M. stelt strafvordering in, behartigt samenstelling strafdossier, waakt over verloop strafrechtspleging
o Leidt dus de eerste fase van een strafproces, waarin bewijsmateriaal wordt verzameld
• Belangrijke beginselen
o Legaliteitsbeginsel: OM is verplicht een strafvervolging in te stellen wanneer er voldoende bewijzen
zijn dat iemand schuldig is
o Opportuniteitsbeginsel
• O/M/ rond onderzoek af (sepot, minnelijke schikking, vervolging)
• Aanhangig maken bij vonnisgerecht
BERECHTING: SCHULDIG?! VEROORDELING?!
• Vonnisrechtbanken (politierechtbank, correctionele, Hof van
Assisen, Hof van Beroep)
• Strafrechtelijke sancties – hoofdstraffen en straftoemeting
• Straf onder E.T., Autonome probatiestraf
• Vrijspraak
STRAFUITVOERING
• O.M. staat hiervoor in
• Vrijheidsstraf: O.M. verstuurt veroordeelde bericht dat hij
zicht met ‘gevangen’
• Werkstraf: justitiehuizen
• Penale geldboete: FOD-financiën – bestuur registratie en domeinen
• E.T. (onder toezicht van Vlaams centrum voor elektronisch toezicht)
• Probatie (onder toezicht van probatiecommissie)
2. REËEL GEPLEEGDE CRIMINALITEIT
De eerste en breedste laag bevat alle reëel gepleegde criminaliteit.
• Het grootste deel van deze criminaliteit is niet gekend
• WANT niet iedereen doet aangift wanneer hij/zij slachtoffer is
• Er bestaat m.a.w. een relatief groot ‘dark number’ (ongekende criminaliteit
2.1. REDENEN AANGIFTE (NATUURLIJKE PERSOON)
Verschillende redenen spelen een rol of een slachtoffer al dan niet aangifte zal doen van de feiten.
• Ernst van de feiten en de grootte van de schade
3
, o Hoe groter de ernst en hoe groter de schade, des te groter de kans dat het slachtoffer aangifte zal
doen v/d feiten
• Geen direct slachtoffer (vaak geval bij milieudelicten of economische delicten, besturen onder invloed)
o OOK besturen onder invloed, als hier geen vaststelling van wordt gedaan OF indien er geen SO’er valt,
zal ook deze vorm van criminaliteit niet gekend zijn
o Soms weet het SO’er niet dat een misdrijf heeft plaats gevonden
§ Bv. wanneer iemand zijn portfeuille kwijt is, kan die wel gewoon SO’er van diefstal zijn
• Het individueel mijdingsgedrag v/h SO’er
o Bv. SO’er dat denkt dat politie niets met de met de gebeurde feiten te maken heeft
o SO’er kan ook te bang zijn om aangifte te doen
o SO’er kan ook gechanteerd wordt worden OF door aangifte zou blijken dat SO’er zelf betrokken is
• Relatie tussen dader-slachtoffer
o De grootte v/d afstand tussen beiden is recht-evenredig, met de bereidheid tot aangifte
o Hoe groter de afstand, hoe groter de kans dat SO’er de feiten als delict beschouwd EN aangifte doet
o BELANGRIJKE BEDENKING: als SO’er en dader elkaar kennen, kunnen de feiten misschien onderling
geregeld worden (dus aangifte is overbodig)
• De kans tot opsporing of actie door politie
o Kans dat dader zal kunnen opgespoord worden zal grotendeels bepalen of SO’er aangifte doet
• Economische redenen
o De mate waarin SO’er de mogelijkheid zien om schadevergoeding te vorderen (zal ook bepalend zijn
bij al dan niet aafgifte)
à Aangiftegedrag is ook gedeeltelijk bepaald door de sociale klasse van het SO’er
2.2. REDENEN AANGIFTE (RECHTSPERSOON)
Niet allen natuurlijke personen zijn SO’er van misdrijven, OOK rechtspersonen kunnen SO’er zijn
• Goede relaties met het personeel, klanten, zakenpartners
• Goede reputatie
2.3. GROOTTE DARK NUMBER?
Hoe groot het ‘dark number’ of de ‘verborgen criminaliteit’ is valt nooit volledig te achterhalen
• MAAR we moeter er vanuit gaan dat: de totale reëel gepleegde criminaliteit groter is dan de criminaliteit
gekend door de politie.
• Wie meer wil weten over deze verborgen criminaliteit zal DUS zelf die gegevens moeten verzamelen.
2.4. SELF-REPORT STUDIES
Self-report studies, of zelfrapportageonderzoeken geven informatie over de plegers van misdrijven
• Self-report-studies worden verricht om te weten te komen wie de plegers van delicten zijn
• EN om inzicht te krijgen in de relatie tussen categorieën daders en delicten
4
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
• DE criminaliteit bestaat niet
o Filter in de strafrechtsbedeling
o Criminaliteitsdefinitie
• Verwijzen naar officiële cijfers
o Politiecijfers?
o Registratiesysteem en- praktijk
• Internationale vergelijkingen
o Stijging van strafbare gedraging = stijging criminaliteitscijfers
o Oppervlakkige vergelijking?
• Vergelijkingen in de tijd
o Penalisering of depenalisering
HOOFDSTUK 2: GESCHIEDENIS VAN DE CRIMINALITEIT
Geschiedenis niet kennen. WETEN dat het bijhouden van criminaliteitscijfers al lang gebeurt
HOOFDSTUK 3: PROBLEMEN BIJ CRIMINALITEITSEVALUATIE
1. ‘DE’ CRIMINALITEIT BESTAAT NIET
Het is belangrijk ≠ nuances aan te brengen bij het hanteren en interpreteren van statistieken
• Bv. GAS doorheen de tijd: vanaf 2022 waren ook 14-jarige sanctioneerbaar. MAAR wil dit dan ook zeggen
dat er meer jongeren feiten pleegden
Belang van criminografie
• Bepalen van beleid: regionaal, gemeentelijk vlak, politiezoen arrondissementeel, provinciaal, gewestelijk,
nationaal, …
• Cijfers worden gebruikt in de ZVR om het ZVP op te maken of de LVD
2. VERWIJZEN NAAR OFFICIËLE CIJFERS
Wanneer gepraat wordt over ‘DE’ criminaliteit wordt vooral verwezen naar de officiële statistieken van
geregistreerde criminaliteit
• M.a.w. vaak verwezen naar criminaliteit waar politie kennis van neemt
• EN registreert
1
,3. INTERNATIONALE VERGELIJKINGEN
• De meest West-Europese landen produceren steeds meer wetgeving
• Gedragingen die strafbaar zijn in 1 land, betekend niet dat het in een ander land strafbaar is
• Een oppervlakkige internationale vergelijking staat een grondige interpretatie in de weg
4. VERGELIJKINGEN IN DE TIJD
• Vergrijzing van bevolking zorgt voor een daling van criminaliteit
• Snelle urbanisatie leidt daarentegen vaak tot een stijging van criminaliteit
• Opkomst internet en nieuwe technologieën zorgen voor nieuwe criminaliteit
• Sommige gedragingen worden uit strafwet gehaald, anderen worden toegevoegd
HOOFDSTUK 4: SELECTIE IN DE STRAFRECHTSBEDELING
Waarom worden sommige zaken niet opgemerkt?
• Bv. langs de ene kant heb je een mooie nieuwe woonwijk. EN aan de andere kant een verloederde buurt.
Grafitti zal in de mooie woonwijk wel opgemerkt worden en in de verloederde wijk niet
o Sommige dingen worden gemeld, anderen niet (bv. idee politie doet er niks aan)
o In verloederde wijk nog minder drang om te melden (sociale woonwijk waar ze zelf al meer dan
genoeg problemen hebben)
Verschil reëel gepleegde criminaliteit EN criminaliteit dat leidt tot een straf
• Het is niet omdat het gekend is bij de politie dat er ook iets mee zal gebeuren (registreren/verbaliseren)
• Daarnaast gaat alles van de politie naar het parket en kijken die of er zal vervolgd worden of niet.
Het wordt alleen maar kleiner op het einde, want het komt minder vaak voor!
1. STRAFRECHTSBEDELING
OPSPORING
• Geïntegreerde politie, gestructureerd op 2 niveaus:
o Bestuurlijke politie: openbare orde, het doen naleven van wetten en regelementen, preventief
optreden
o Gerechtelijke politie: opsporing van feiten, eerder repressief
2
,• Bijzondere politiediensten/inspectiediensten
• Wet op politieambt
VERVOLGING
• O.M, Parket, Staande Magistratuur = een overheidsorgaan
o Treedt op namen de gemeenschap, PdK aan het hoofd, bijgestaan door substituten
• O.M. moet toepassing strafwet vorderen
• O.M. stelt strafvordering in, behartigt samenstelling strafdossier, waakt over verloop strafrechtspleging
o Leidt dus de eerste fase van een strafproces, waarin bewijsmateriaal wordt verzameld
• Belangrijke beginselen
o Legaliteitsbeginsel: OM is verplicht een strafvervolging in te stellen wanneer er voldoende bewijzen
zijn dat iemand schuldig is
o Opportuniteitsbeginsel
• O/M/ rond onderzoek af (sepot, minnelijke schikking, vervolging)
• Aanhangig maken bij vonnisgerecht
BERECHTING: SCHULDIG?! VEROORDELING?!
• Vonnisrechtbanken (politierechtbank, correctionele, Hof van
Assisen, Hof van Beroep)
• Strafrechtelijke sancties – hoofdstraffen en straftoemeting
• Straf onder E.T., Autonome probatiestraf
• Vrijspraak
STRAFUITVOERING
• O.M. staat hiervoor in
• Vrijheidsstraf: O.M. verstuurt veroordeelde bericht dat hij
zicht met ‘gevangen’
• Werkstraf: justitiehuizen
• Penale geldboete: FOD-financiën – bestuur registratie en domeinen
• E.T. (onder toezicht van Vlaams centrum voor elektronisch toezicht)
• Probatie (onder toezicht van probatiecommissie)
2. REËEL GEPLEEGDE CRIMINALITEIT
De eerste en breedste laag bevat alle reëel gepleegde criminaliteit.
• Het grootste deel van deze criminaliteit is niet gekend
• WANT niet iedereen doet aangift wanneer hij/zij slachtoffer is
• Er bestaat m.a.w. een relatief groot ‘dark number’ (ongekende criminaliteit
2.1. REDENEN AANGIFTE (NATUURLIJKE PERSOON)
Verschillende redenen spelen een rol of een slachtoffer al dan niet aangifte zal doen van de feiten.
• Ernst van de feiten en de grootte van de schade
3
, o Hoe groter de ernst en hoe groter de schade, des te groter de kans dat het slachtoffer aangifte zal
doen v/d feiten
• Geen direct slachtoffer (vaak geval bij milieudelicten of economische delicten, besturen onder invloed)
o OOK besturen onder invloed, als hier geen vaststelling van wordt gedaan OF indien er geen SO’er valt,
zal ook deze vorm van criminaliteit niet gekend zijn
o Soms weet het SO’er niet dat een misdrijf heeft plaats gevonden
§ Bv. wanneer iemand zijn portfeuille kwijt is, kan die wel gewoon SO’er van diefstal zijn
• Het individueel mijdingsgedrag v/h SO’er
o Bv. SO’er dat denkt dat politie niets met de met de gebeurde feiten te maken heeft
o SO’er kan ook te bang zijn om aangifte te doen
o SO’er kan ook gechanteerd wordt worden OF door aangifte zou blijken dat SO’er zelf betrokken is
• Relatie tussen dader-slachtoffer
o De grootte v/d afstand tussen beiden is recht-evenredig, met de bereidheid tot aangifte
o Hoe groter de afstand, hoe groter de kans dat SO’er de feiten als delict beschouwd EN aangifte doet
o BELANGRIJKE BEDENKING: als SO’er en dader elkaar kennen, kunnen de feiten misschien onderling
geregeld worden (dus aangifte is overbodig)
• De kans tot opsporing of actie door politie
o Kans dat dader zal kunnen opgespoord worden zal grotendeels bepalen of SO’er aangifte doet
• Economische redenen
o De mate waarin SO’er de mogelijkheid zien om schadevergoeding te vorderen (zal ook bepalend zijn
bij al dan niet aafgifte)
à Aangiftegedrag is ook gedeeltelijk bepaald door de sociale klasse van het SO’er
2.2. REDENEN AANGIFTE (RECHTSPERSOON)
Niet allen natuurlijke personen zijn SO’er van misdrijven, OOK rechtspersonen kunnen SO’er zijn
• Goede relaties met het personeel, klanten, zakenpartners
• Goede reputatie
2.3. GROOTTE DARK NUMBER?
Hoe groot het ‘dark number’ of de ‘verborgen criminaliteit’ is valt nooit volledig te achterhalen
• MAAR we moeter er vanuit gaan dat: de totale reëel gepleegde criminaliteit groter is dan de criminaliteit
gekend door de politie.
• Wie meer wil weten over deze verborgen criminaliteit zal DUS zelf die gegevens moeten verzamelen.
2.4. SELF-REPORT STUDIES
Self-report studies, of zelfrapportageonderzoeken geven informatie over de plegers van misdrijven
• Self-report-studies worden verricht om te weten te komen wie de plegers van delicten zijn
• EN om inzicht te krijgen in de relatie tussen categorieën daders en delicten
4