Hoofdstuk 1. De voorsocratische filosofie
1. Inleiding: De 'oorsprong' van de filosofie
filosofie: (filein)= 'houden van'
(sophia)= wijsheid
Filosofen maakten overgang: van mythos logos : sprong van mythische manier van verklaren
naar een meer rationele manier ( =van een mythisch wereldbeeld naar een denken)
Deze kentering voltrok zich vanaf de 6de eeuw v.Chr.
→Naast de evolutie in het westen was er ook verandering in andere streken van de wereld:
In India ontstonden de Upanishaden (filosofische bespiegelingen op de oude religieuze Veda's).
Boeddha en Mahavira werden later het Boeddhisme en het Jainisme.
In China lagen Confucius en Lao Tzu aan de basis van het latere confucianisme en het taoïsme.
De Tao : ' de weg ' (= voortdurend spel tussen de polen yin en yang; dit moet zo harmonieus mogelijk
verlopen)
2. De voorsocratische filosofen
2.1 DE MILETISCHE NATUURFILOSOFEN
→De natuurfilosofen worden zo genoemd omdat ze op zoek gingen naar de onveranderlijke
oorsprong (archè) van al het bestaande dat voortdurend verandert en dat vonden ze in de
natuur.
Thales van Milete (Eerste filosoof, Wiskundige)
Thales verwierp de mythologische verklaring van de kosmos en stelde dat niet een of andere
godheid, maar het element water de oorsprong of grondbeginsel was van alles.
De grondbeginsel, in het Grieks het archè, wordt algemeen beschouwd als het (symbolische)
ontstaan van de filosofie.
Stelling Thales: " Alles is water'' → mag als voorbeeld fungeren ve reductionistische kijk op
de wereld. Bij reductie wordt er één verklaring gegeven voor verschillende fenomenen.
Anaximander en anaximenes
Anaximander was een leerling van Thales. Hij stelde ook de vraag nr de oorsprong van alles
en hield er een andere mening op na. -> Wanneer water een grondelement was, zouden alle
dingen opgegaan zijn in dat ene element.
, Volgens hem moest er een oorspronkelijk, naamloos, vormeloos grondelement van alle
dingen zijn. Dit grondbeginsel noemde hij het 'onbepaalde' ( a-peiron).
De leerling van anaximander: Anaximenes dacht op een andere manier en verklaarde lucht
als het archè van al het bestaande.
2.2 DE VERBORGEN ORDE
Het inzicht dat achter de fenomenen een verborgen orde aanwezig was. Dit inzicht werd
door pythagoras ( 6de Eeuw voor Christus) voor het eerst verduidelijkt. Naast Pythagoras
waren er nog twee andere filosofen die als elkaars tegenpolen werden voorgesteld. De
eerste was Parmenides. Zijn benadering vertrok vanuit het ene onveranderlijke Zijn. Zijn
tegenpool was Herakleitos, hij nam het voortdurende verandering in de wereld het Worden
als uitgangspunt.
Pythagoras
leefde op het eiland Samos
' Het verschil tussen mezelf en de meerderheid is dat ik blijf zoeken en nadenken, tot ik de
werkelijkheid begrijp'
Legde het verband tussen wiskunde en de werkelijkheid → dit deed hij door het inzicht
dat de orde in de kosmos kan uitgedrukt worden via getallen en hun onderlinge
verhoudingen.
Gelooft in de zielsverhuizing: telkens incarneert de ziel in een nieuw lichaam. De wereld
waarin we nu leven fungeert daarbij als een soort van louteringsproces vd ziel in een
eeuwigdurende kring van wedergeboorten.
Parmenides van Elea ( midden 5de eeuw)
Volgens hem is de wereld een manifestatie van één alomvattend bewustzijn: " Het zijnde
is één en onvergankelijk en aan zichzelf gelijk"
Parmenides beweerde dat hij zijn wijsheid niet via nadenken verkregen had, maar
ontvangen had van de godin 'Dike', de godin van de gerechtigheid.
( Zij nam hem in een soort van visioen mee uit de duisternis langs 'wegen die niet des
mensen zijn' en openbaarde hem wat werkelijkheid is en wat schijn).
Herakleitos (540)
Net zoals zijn tijdgenoot Parmenides probeerde hij slapende mensen wakker te
krijgen door hen "logos" te brengen.
Tegenstelling van parmenides
1. Inleiding: De 'oorsprong' van de filosofie
filosofie: (filein)= 'houden van'
(sophia)= wijsheid
Filosofen maakten overgang: van mythos logos : sprong van mythische manier van verklaren
naar een meer rationele manier ( =van een mythisch wereldbeeld naar een denken)
Deze kentering voltrok zich vanaf de 6de eeuw v.Chr.
→Naast de evolutie in het westen was er ook verandering in andere streken van de wereld:
In India ontstonden de Upanishaden (filosofische bespiegelingen op de oude religieuze Veda's).
Boeddha en Mahavira werden later het Boeddhisme en het Jainisme.
In China lagen Confucius en Lao Tzu aan de basis van het latere confucianisme en het taoïsme.
De Tao : ' de weg ' (= voortdurend spel tussen de polen yin en yang; dit moet zo harmonieus mogelijk
verlopen)
2. De voorsocratische filosofen
2.1 DE MILETISCHE NATUURFILOSOFEN
→De natuurfilosofen worden zo genoemd omdat ze op zoek gingen naar de onveranderlijke
oorsprong (archè) van al het bestaande dat voortdurend verandert en dat vonden ze in de
natuur.
Thales van Milete (Eerste filosoof, Wiskundige)
Thales verwierp de mythologische verklaring van de kosmos en stelde dat niet een of andere
godheid, maar het element water de oorsprong of grondbeginsel was van alles.
De grondbeginsel, in het Grieks het archè, wordt algemeen beschouwd als het (symbolische)
ontstaan van de filosofie.
Stelling Thales: " Alles is water'' → mag als voorbeeld fungeren ve reductionistische kijk op
de wereld. Bij reductie wordt er één verklaring gegeven voor verschillende fenomenen.
Anaximander en anaximenes
Anaximander was een leerling van Thales. Hij stelde ook de vraag nr de oorsprong van alles
en hield er een andere mening op na. -> Wanneer water een grondelement was, zouden alle
dingen opgegaan zijn in dat ene element.
, Volgens hem moest er een oorspronkelijk, naamloos, vormeloos grondelement van alle
dingen zijn. Dit grondbeginsel noemde hij het 'onbepaalde' ( a-peiron).
De leerling van anaximander: Anaximenes dacht op een andere manier en verklaarde lucht
als het archè van al het bestaande.
2.2 DE VERBORGEN ORDE
Het inzicht dat achter de fenomenen een verborgen orde aanwezig was. Dit inzicht werd
door pythagoras ( 6de Eeuw voor Christus) voor het eerst verduidelijkt. Naast Pythagoras
waren er nog twee andere filosofen die als elkaars tegenpolen werden voorgesteld. De
eerste was Parmenides. Zijn benadering vertrok vanuit het ene onveranderlijke Zijn. Zijn
tegenpool was Herakleitos, hij nam het voortdurende verandering in de wereld het Worden
als uitgangspunt.
Pythagoras
leefde op het eiland Samos
' Het verschil tussen mezelf en de meerderheid is dat ik blijf zoeken en nadenken, tot ik de
werkelijkheid begrijp'
Legde het verband tussen wiskunde en de werkelijkheid → dit deed hij door het inzicht
dat de orde in de kosmos kan uitgedrukt worden via getallen en hun onderlinge
verhoudingen.
Gelooft in de zielsverhuizing: telkens incarneert de ziel in een nieuw lichaam. De wereld
waarin we nu leven fungeert daarbij als een soort van louteringsproces vd ziel in een
eeuwigdurende kring van wedergeboorten.
Parmenides van Elea ( midden 5de eeuw)
Volgens hem is de wereld een manifestatie van één alomvattend bewustzijn: " Het zijnde
is één en onvergankelijk en aan zichzelf gelijk"
Parmenides beweerde dat hij zijn wijsheid niet via nadenken verkregen had, maar
ontvangen had van de godin 'Dike', de godin van de gerechtigheid.
( Zij nam hem in een soort van visioen mee uit de duisternis langs 'wegen die niet des
mensen zijn' en openbaarde hem wat werkelijkheid is en wat schijn).
Herakleitos (540)
Net zoals zijn tijdgenoot Parmenides probeerde hij slapende mensen wakker te
krijgen door hen "logos" te brengen.
Tegenstelling van parmenides