Bacteriële ziekten Paard 1ste Master 2024-2025
Paard
Huidinfecties
Bij paarden komt pyodermie (etterige huidontsteking) vaak voor en is meestal secundair aan een onderliggende oorzaak.
De belangrijkste veroorzakers zijn Staphylococcen en Dermatophilus congolensis (Gr+), die leiden tot etterige ontsteking.
Dermatofyten veroorzaken daarentegen een niet-etterige dermatofytose.
1. Staphylococcus
Etiologie
• Staphylococcen zijn Gr+ coccen, meestal facultatief pathogeen.
• Grote diversiteit van Staphylococcen kunnen pyodermie veroorzaken bij het paard:
o Staphylococcus aureus
o Staphylococcus intermedius groep: S. intermedius, S. pseudintermedius (hond), S. delphini (paard)
o Staphylococcus hyicus
• Veel paarden zijn drager, vooral thv mucocutane overgangen.
Definitie en voorkomen
• Facultatief pathogene huidbacteriën die pyodermie veroorzaken bij paarden.
• Komt vaak voor bij paarden met predisponerende factoren:
o Factoren die de lokale afweer doen dalen: Eczeem, allergie,
infectiebeten, letsels, overmatige zweet (verweking van de huid)…
o Factoren die de algemene afweer doen dalen
Pathogenese
• Bacterie dringt binnen via beschadigde huid, koloniseert en veroorzaakt ontsteking.
Symptomen
• Oppervlakkige folliculitis komt vaak voor.
• Diepe folliculitis kan leiden tot furunculosis (vernietiging haarfollikels).
• Letsels: alopecie, korsten, bloedingen, fistels, ulceraties.
• Al dan niet gepaard met jeuk of pijn.
• Het geel deel stelt een oppervlakkige folliculitis voor waarbij de
oppervlakkige delen van de haarfollikel worden aangetast. Diepe folliculitis
wordt weergegeven door het groen deel waarbij de diepe delen van de haarfollikel worden aangetast en waarbij
eventueel uitbreiding in de dermis met vernietiging van de haarfollikel tot gevolg.
Diagnose
• Cytologie: ontstekingscellen en intracellulaire bacteriën op draagglaasje
• Swab voor bacteriologisch onderzoek, bij voorkeur onder korst of uit gesloten letsel.
• Met tipje van de swab een beetje materiaal verzamelen en swab in tube met transportmedium, dan snel en
gekoeld naar labo opsturen
Therapie
• Behandel de primaire oorzaak (moeilijk bij vb. immuunstoornis).
• Rust is essentieel; geen training of wedstrijden.
• Lokale therapie bij oppervlakkige letsels: scheren, ontsmetten (chloorhexidine, povidone). Volstaat meestal.
• Systemische antibiotica bij diepe pyodermie of uitgebreide letsels of algemene symptomen.
• Vraag altijd antibiogram aan wegens risico op MRSA.
1
,Bacteriële ziekten Paard 1ste Master 2024-2025
Preventie
• MRSA (Methicilline Resistente S. aureus) komt frequent voor bij paarden.
• MRSA is resistent tegen alle beta-lactam antibiotica (penicillines, cefalosporines, β-lactamase-inhibitoren).
• MRSA is belangrijk bij post-operatieve infecties, vaak kliniekgebonden.
• 1 op 10 paarden kan drager zijn, overdraagbaar op mensen via direct contact.
• MRSA kan bij mensen complicaties geven bij opname of chirurgie (vb. wondinfecties).
Zoonose
• MRSA overdraagbaar van paard op mens.
• Bij gezonde mensen meestal geen ziekte, maar wel risico bij hospitalisatie of immunosuppressie.
• MRSA is moeilijk te behandelen bij zowel mens als dier.
2. Dermatophilus congolensis
Etiologie
• Dermatophilus congolensis is een Gram-positieve
bacterie die frequent pyodermie veroorzaakt bij het
paard.
• Vormt draadvormige structuren (rijen, “filamenten”) die
lijken op schimmelhyfen, zichtbaar op cytologie.
• Vormt beweeglijke zoösporen.
• Groeit vlot op cultuur, makkelijk op te kweken uit staal.
• Zeer resistent in de omgeving: kan lang overleven in organisch materiaal maar niet vermeerderen (obligaat
symbiotisch).
Voorkomen en definitie
• Komt regelmatig voor bij paarden met pyodermie.
• Niet alleen via exogene infecties (uit de omgeving), maar ook via dragerdieren zonder symptomen.
• Komt vaker voor in warme, vochtige omstandigheden. In de zomer zijn er meer infecties door zweet
• Transmissie via direct contact of via insecten (stekend of niet-stekend).
• Kan zich lokaal beperken (vb. achterhand) of gegeneraliseerd optreden (over hele lichaam, ook benen).
Pathogenese
• Infectie ontstaat meestal na verweking van de huid of aanwezigheid van huidletsels.
• Sporen worden overgedragen via omgeving, dragers of insecten, en dringen binnen via verweekt epidermis.
• Na kolonisatie ontstaat een oppervlakkige pyodermie met abces en ettervorming rond haarfollikels.
• Vorming van typische etterige korsten waarin haren vastkleven → geeft het “verfborstelaspect”.
• Bij uittrekken ontstaat pluk met etter en kleverige haren (typisch beeld).
2
, Bacteriële ziekten Paard 1ste Master 2024-2025
Symptomen
• Typisch: oppervlakkige pyodermie met plukken rechtopstaande haren vast in etterige korsten ("verfborstel").
• Ruige, onregelmatige vacht met beperkte of uitgebreide haarverlieszones.
• Differentiatie met andere pyodermieën of dermatofyten, dermatomycose is klinisch moeilijk.
• Letsels kunnen zich beperken tot een zone of heel het lichaam aantasten met benen.
Diagnose
• Cytologie: draadvormige structuren tussen etter en celdebris zijn bijna pathognomonisch voor D. congolensis.
o Cytologisch onderzoek kan snel ter plaatse gebeuren (vb. uitstrijk van "verfborstel").
• Swab of haren met etter opsturen voor bacteriologisch én mycotisch onderzoek.
• Isolatie van de bacterie via cultuur ter bevestiging.
Therapie
• Belangrijk:
o Huid droog houden → vocht vermijden
o Rust geven
o Lokale behandeling: scheren + ontsmetting (chloorhexidine, povidone...)
o Eventueel systemische antibiotica bij ernstige of uitgebreide letsels (niet eerste wat je doet)
• Behandeling gericht op herstel van huidbarrière en onderdrukking van bacteriële infectie.
3. Corynebacterium pseudotuberculosis (niet op examen)
• Veroorzaakt caseuze lymfadenitis bij schaap en geit waar het vooral voorkomt
o Grote, oppervlakkige abcessen
o Frequent voorkomend
o Leidt tot grote productieverliezen
o Schaap en geit zijn géén infectiebron voor paard
• Komt ook voor bij paarden
o Geen lymfeknoop-aantasting (i.t.t. schaap):
o Kan zorgen voor ulceratieve lymfangitis aan de onderbenen
o Vorming van grote abcessen ter hoogte van borst en buik
o Abcessen niet gelinkt aan lymfoïd weefsel
4. Nocardiose (niet op examen)
• Komt sporadisch voor bij paarden.
• Gr+ bacterie die zeer chronische pyo-granulomateuze ontstekingsreactie kunnen veroorzaken, vb. thv de huid.
• Kan voorkomen bij zeer veel verschillende diersoorten.
• Dit zijn zeer hardnekkige problemen. Je krijgt dit met AB heel moeilijk onder controle en chirurgie is prognostisch
beter (als het lukt om de aangetaste zone uit te snijden).
5. Gasgangreen (niet op examen)
Dit kan voorkomen bij alle mogelijke dieren, maar komt relatief zelden voor bij paarden.
Zie rund.
6. Botryomycose (niet op examen)
• Komt voor bij paarden die onvoldoende verzorgd worden, dieren met druk op éénzelfde
plaats (vb. dieren die een koets moeten trekken). Zelden te zien in de praktijk.
• Wondinfectie met een zeer gelatineuze, vrij korrelige inhoud waarbij allerlei bacteriën en
schimmels kunnen betrokken worden. Meestal thv de borst en buik met alopecie,
ulcererende letsels.
3
Paard
Huidinfecties
Bij paarden komt pyodermie (etterige huidontsteking) vaak voor en is meestal secundair aan een onderliggende oorzaak.
De belangrijkste veroorzakers zijn Staphylococcen en Dermatophilus congolensis (Gr+), die leiden tot etterige ontsteking.
Dermatofyten veroorzaken daarentegen een niet-etterige dermatofytose.
1. Staphylococcus
Etiologie
• Staphylococcen zijn Gr+ coccen, meestal facultatief pathogeen.
• Grote diversiteit van Staphylococcen kunnen pyodermie veroorzaken bij het paard:
o Staphylococcus aureus
o Staphylococcus intermedius groep: S. intermedius, S. pseudintermedius (hond), S. delphini (paard)
o Staphylococcus hyicus
• Veel paarden zijn drager, vooral thv mucocutane overgangen.
Definitie en voorkomen
• Facultatief pathogene huidbacteriën die pyodermie veroorzaken bij paarden.
• Komt vaak voor bij paarden met predisponerende factoren:
o Factoren die de lokale afweer doen dalen: Eczeem, allergie,
infectiebeten, letsels, overmatige zweet (verweking van de huid)…
o Factoren die de algemene afweer doen dalen
Pathogenese
• Bacterie dringt binnen via beschadigde huid, koloniseert en veroorzaakt ontsteking.
Symptomen
• Oppervlakkige folliculitis komt vaak voor.
• Diepe folliculitis kan leiden tot furunculosis (vernietiging haarfollikels).
• Letsels: alopecie, korsten, bloedingen, fistels, ulceraties.
• Al dan niet gepaard met jeuk of pijn.
• Het geel deel stelt een oppervlakkige folliculitis voor waarbij de
oppervlakkige delen van de haarfollikel worden aangetast. Diepe folliculitis
wordt weergegeven door het groen deel waarbij de diepe delen van de haarfollikel worden aangetast en waarbij
eventueel uitbreiding in de dermis met vernietiging van de haarfollikel tot gevolg.
Diagnose
• Cytologie: ontstekingscellen en intracellulaire bacteriën op draagglaasje
• Swab voor bacteriologisch onderzoek, bij voorkeur onder korst of uit gesloten letsel.
• Met tipje van de swab een beetje materiaal verzamelen en swab in tube met transportmedium, dan snel en
gekoeld naar labo opsturen
Therapie
• Behandel de primaire oorzaak (moeilijk bij vb. immuunstoornis).
• Rust is essentieel; geen training of wedstrijden.
• Lokale therapie bij oppervlakkige letsels: scheren, ontsmetten (chloorhexidine, povidone). Volstaat meestal.
• Systemische antibiotica bij diepe pyodermie of uitgebreide letsels of algemene symptomen.
• Vraag altijd antibiogram aan wegens risico op MRSA.
1
,Bacteriële ziekten Paard 1ste Master 2024-2025
Preventie
• MRSA (Methicilline Resistente S. aureus) komt frequent voor bij paarden.
• MRSA is resistent tegen alle beta-lactam antibiotica (penicillines, cefalosporines, β-lactamase-inhibitoren).
• MRSA is belangrijk bij post-operatieve infecties, vaak kliniekgebonden.
• 1 op 10 paarden kan drager zijn, overdraagbaar op mensen via direct contact.
• MRSA kan bij mensen complicaties geven bij opname of chirurgie (vb. wondinfecties).
Zoonose
• MRSA overdraagbaar van paard op mens.
• Bij gezonde mensen meestal geen ziekte, maar wel risico bij hospitalisatie of immunosuppressie.
• MRSA is moeilijk te behandelen bij zowel mens als dier.
2. Dermatophilus congolensis
Etiologie
• Dermatophilus congolensis is een Gram-positieve
bacterie die frequent pyodermie veroorzaakt bij het
paard.
• Vormt draadvormige structuren (rijen, “filamenten”) die
lijken op schimmelhyfen, zichtbaar op cytologie.
• Vormt beweeglijke zoösporen.
• Groeit vlot op cultuur, makkelijk op te kweken uit staal.
• Zeer resistent in de omgeving: kan lang overleven in organisch materiaal maar niet vermeerderen (obligaat
symbiotisch).
Voorkomen en definitie
• Komt regelmatig voor bij paarden met pyodermie.
• Niet alleen via exogene infecties (uit de omgeving), maar ook via dragerdieren zonder symptomen.
• Komt vaker voor in warme, vochtige omstandigheden. In de zomer zijn er meer infecties door zweet
• Transmissie via direct contact of via insecten (stekend of niet-stekend).
• Kan zich lokaal beperken (vb. achterhand) of gegeneraliseerd optreden (over hele lichaam, ook benen).
Pathogenese
• Infectie ontstaat meestal na verweking van de huid of aanwezigheid van huidletsels.
• Sporen worden overgedragen via omgeving, dragers of insecten, en dringen binnen via verweekt epidermis.
• Na kolonisatie ontstaat een oppervlakkige pyodermie met abces en ettervorming rond haarfollikels.
• Vorming van typische etterige korsten waarin haren vastkleven → geeft het “verfborstelaspect”.
• Bij uittrekken ontstaat pluk met etter en kleverige haren (typisch beeld).
2
, Bacteriële ziekten Paard 1ste Master 2024-2025
Symptomen
• Typisch: oppervlakkige pyodermie met plukken rechtopstaande haren vast in etterige korsten ("verfborstel").
• Ruige, onregelmatige vacht met beperkte of uitgebreide haarverlieszones.
• Differentiatie met andere pyodermieën of dermatofyten, dermatomycose is klinisch moeilijk.
• Letsels kunnen zich beperken tot een zone of heel het lichaam aantasten met benen.
Diagnose
• Cytologie: draadvormige structuren tussen etter en celdebris zijn bijna pathognomonisch voor D. congolensis.
o Cytologisch onderzoek kan snel ter plaatse gebeuren (vb. uitstrijk van "verfborstel").
• Swab of haren met etter opsturen voor bacteriologisch én mycotisch onderzoek.
• Isolatie van de bacterie via cultuur ter bevestiging.
Therapie
• Belangrijk:
o Huid droog houden → vocht vermijden
o Rust geven
o Lokale behandeling: scheren + ontsmetting (chloorhexidine, povidone...)
o Eventueel systemische antibiotica bij ernstige of uitgebreide letsels (niet eerste wat je doet)
• Behandeling gericht op herstel van huidbarrière en onderdrukking van bacteriële infectie.
3. Corynebacterium pseudotuberculosis (niet op examen)
• Veroorzaakt caseuze lymfadenitis bij schaap en geit waar het vooral voorkomt
o Grote, oppervlakkige abcessen
o Frequent voorkomend
o Leidt tot grote productieverliezen
o Schaap en geit zijn géén infectiebron voor paard
• Komt ook voor bij paarden
o Geen lymfeknoop-aantasting (i.t.t. schaap):
o Kan zorgen voor ulceratieve lymfangitis aan de onderbenen
o Vorming van grote abcessen ter hoogte van borst en buik
o Abcessen niet gelinkt aan lymfoïd weefsel
4. Nocardiose (niet op examen)
• Komt sporadisch voor bij paarden.
• Gr+ bacterie die zeer chronische pyo-granulomateuze ontstekingsreactie kunnen veroorzaken, vb. thv de huid.
• Kan voorkomen bij zeer veel verschillende diersoorten.
• Dit zijn zeer hardnekkige problemen. Je krijgt dit met AB heel moeilijk onder controle en chirurgie is prognostisch
beter (als het lukt om de aangetaste zone uit te snijden).
5. Gasgangreen (niet op examen)
Dit kan voorkomen bij alle mogelijke dieren, maar komt relatief zelden voor bij paarden.
Zie rund.
6. Botryomycose (niet op examen)
• Komt voor bij paarden die onvoldoende verzorgd worden, dieren met druk op éénzelfde
plaats (vb. dieren die een koets moeten trekken). Zelden te zien in de praktijk.
• Wondinfectie met een zeer gelatineuze, vrij korrelige inhoud waarbij allerlei bacteriën en
schimmels kunnen betrokken worden. Meestal thv de borst en buik met alopecie,
ulcererende letsels.
3