Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting algemene heelkunde 2 - 1e master diergeneeskunde

Beoordeling
-
Verkocht
4
Pagina's
138
Geüpload op
09-08-2025
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting algemene heelkunde 2 voor 1e master. In de eerste zit gehaald. Incl afbeeldingen met pijltjes/rondjes die duidelijk de aandoening aangeven. Deze samenvatting bevat niet het deel van oftalmologie!

Voorbeeld van de inhoud

ALGEMENE HEELKUNDE II
BEWEGINGSSTELSEL

BEENDEREN

Beenderen zijn essentieel noodzakelijk voor mechanische ondersteuning bij beweging. Het schedel, wervelkolom, thorax en
bekken hebben voornamelijk een beschermende functie voor de weke delen (resp. CZS, cardiopulmonair stelsel en UG stelsel).

Wanneer er iets mis gaat omtrent de beenderen kan dit onderverdeeld worden in traumatisch, algemeen metabool en/of
infectieus. Er wordt in deze cursus voornamelijk aandacht besteed aan trauma en infecties.

ONDERZOEKSMETHODEN

Klinisch onderzoek van het beenstelsel start met adspectie in rust, waarbij inspectie en palpatie gedaan wordt van zwellingen,
deformaties en symmetrie. Vervolgens wordt in beweging gekeken naar de functie van de beenderen, maar ook naar ligamenten,
pezen en gewrichten.

Palpatie wordt gedaan voor oppervlakkige beenderen voor de detectie van pijn, temperatuur (een geschoren lidmaat voelt
warmer, kleine temperatuurverschillen worden niet gevoeld), beweeglijkheid, zwelling en crepitatie (wrijving van beenstukken
over elkaar). Deze palpatie van beenderen is gemakkelijker op plekken waar weinig spieren aanwezig zijn. Palpatie is niet strelen,
er moet ook voldoende hard gevoeld worden.

Percussie is een techniek waarbij een lidmaat beklopt wordt met de vinger of met een hamer om een pijnreactie uit te lokken of
abnormaal geluid te detecteren (het gaat hier dus niet om de patellareflex). Deze techniek wordt bv. toegepast bij onderzoek van
het hoefbeen bij paarden.

Auscultatie met een stethoscoop kan gebruikt worden om diepe crepitatie te horen, bv. bij een fractuur. Omdat deze zich diep
bevinden kan het bij de palpatie niet gevoeld worden en wordt er dus geausculteerd. Dit wordt uitgelokt door het bewegen van
het lidmaat.

Rectaal onderzoek kan gedaan worden voor bekken(fracturen), waarbij ook crepitatie gevoeld kan worden bij beweging. Dit wordt
gedaan omdat bekkenfracturen met palpatie en auscultatie lastig te diagnosticeren zijn.

<— Fractuur van de hoefbeentak. Radiografie kan gebruikt worden
voor de detectie van fracturen, tumoren, periostitis, demineralisatie
en infectie. Altijd minimaal twee richtingen maak, met één opname
kan iets gemist worden! Daarnaast is het belangrijk dat de foto’s van
goede kwaliteit zijn (niet altijd even makkelijk). Als de kwaliteit minder
goed is, dan onthouden dat er bepaalde conclusies niet getrokken
kunnen worden (soms is dat prima).

Belangrijk is te onthouden dat er pas bij 30-60% mineralisatie
verandering iets zichtbaar is op radiografie, dus een subtiele
verandering is niet zichtbaar. Ook moet wat radiografisch gezien wordt
gecorreleerd kunnen worden met het klinisch beeld van de patiënt.
Een paard met een griffelbeen fractuur gaat niet klinisch mank lopen.

Computer tomografie (CT) is een bijkomende onderzoekstechniek
voor 3D imaging. Het wordt steeds meer gebruikt doordat de
toestellen betaalbaarder worden en er veel ontwikkelingen zijn (bv.
dat nu van de kop gemakkelijk staande CT’s kunnen worden
gemaakt). Zeker niet hetgeen waar het eerste naar gegrepen wordt,
altijd starten met röntgenfoto’s.

Scintigrafie maakt gebruik van een radioactieve stof, technetium, die wordt ingespoten. Dit
technetium zal naar actieve delen gaan die hotspots zullen vormen. Organen zoals nieren, hersenen
etc zullen natuurlijk actief zijn en ook ‘hotspots’ vormen. De beelden zijn vrij wazig waardoor een
goede kennis van anatomie noodzakelijk is. Gezien het zulke wazige beelden geeft wordt het vooral
als screeningsmethode gebruikt. Twee zijden moeten altijd met elkaar vergeleken worden om zo een
onderscheiding tussen normaal en pathologie te kunnen maken.

1

,MRI maakt gebruik van waterstof in het lichaam en magnetische krachten. Dit duurt veel langer dan CT en is een duurdere techniek
waardoor deze niet vaak in de diergeneeskunde toegepast wordt. Wordt vooral gebruikt voor het afbeelden van weke delen.

Echografie kan ook gebruikt worden voor het onderzoek van beenderen, zeker wanneer deze
oppervlakkig gelegen zijn, zoals het bekken. De geluidsgolven gaan door de spieren, maar niet door het
bot (witte lijn, met daarachter zwart want het laat niets door). Hierdoor kan de continuïteit van het
botoppervlak gezien worden. De afbeelding laat een onderbreking in het bot zien, dit is een
bekkenfractuur. Deze echo laat zien dat er een fractuur is maar niet de precieze locatie.

Bloedonderzoek wordt toegepast bij infectieuze processen waarbij gebruik gemaakt kan worden van
acute fase eiwitten (bv. serum amyloïd A of CRP).

Biopsie wordt gedaan voor de diagnose van tumoren m.b.v. een trepaan.


FRACTUREN

Fractuur = partiële of totale onderbreking van de continuïteit van het beenweefsel.

Er zijn predisponerende factoren die kunnen zorgen dat er sneller een fractuur ontstaat. Elke demineralisatie zorgt voor
verzwakking van het been. Dit kan algemeen of lokaal voorkomen:

Algemene demineralisatie kan ontstaan bij:

• Hoge leeftijd → bij vrouwen wordt vaak osteoporose gezien na de menopauze. Dit is bij huisdieren minder van belang.
• Dracht/lactatie → zorgt dat mineralen ergens anders nodig zijn, wat ten koste gaat van de mineralisatie van beenderen.
• Algemene inactiviteit → dieren die lang op stal hebben gestaan en dan weer op de weide worden gezet.
• Algemene skeletaandoeningen (bv. osteodystrofie, osteogenesis imperfecta)

Lokale demineralisatie kan ontstaan bij:

• Onvoldoende belasting van het lidmaat (bv gegipst been)
• Fixatie met 2 platen → vandaar dat die er nooit tegelijk uitgehaald mogen worden, want dan
kan het bot het plotselinge gewicht niet dragen. Demineralisatie = verzwakking! Als ze toch
verwijderd worden, belasting langzaam opbouwen.
• Lokale pathologische processen zoals tumoren, cysten, osteomyelitis → er wordt dan
gesproken van een pathologische fractuur. Secundaire fractuur als gevolg van een primair
probleem. Op de foto rechts zie je demineralisatie en een secundaire (pathologische) fractuur,
bij de gele pijlen zie je een bottumor die later tot een fractuur heeft geleid.

Naast predisponerende factoren zijn er ook traumatische oorzaken die kunnen zorgen voor een fractuur. Dit kan het gevolg zijn
van een uitwendige slag, val of aanrijding of het gevolg zijn van een abnormale beweging, bv. uitglijden. De fractuur kan ontstaan
op de plaats van trauma, maar ook op afstand van de inslag. Denk bv. aan een slag op de Achillespees die kan zorgen dat de
calcaneus breekt (avulsiefractuur of afbreken van de groeiplaat bij een jong dier).

De weerstand dat een bot kan bieden aan kracht hangt samen met de hardheid en elasticiteit van het bot. Bot is het hardst op
jongvolwassen leeftijd en is dan het sterkste. Bot is het meest elastisch op jonge leeftijd en verlaagt met ouder worden.

CLASSIFICATIE VAN FRACTUREN

Belangrijk voor communicatie! Lokalisatie: welk been? Waar in het been?

<— Scapula. Normaal zit het tuberculum
supraglenoidale op de plek van de pijl maar is
nu afgebroken en afgezakt naar beneden.




2

,Een fractuur kan intra-articulair (in 1 of meerdere gewrichten) of extra-articulair zijn. Dit is
belangrijk om te weten omdat een intra-articulair gewricht voor correct herstel een juiste repositie
van het gewrichtsvlak nodig heeft. Anders kan er namelijk artrose ontstaat. Tevens bij een open
intra-articulaire fractuur kan een ontsteking van het gewricht optreden ontstaan.




Lokalisatie van fracturen. Er moet altijd omschreven kunnen worden waar de fractuur zich bevindt. Bij jonge dieren wordt
gesproken van de diafyse, metafyse, groeiplaat en epifyse. Bij oudere dieren wordt niet gesproken van een epifysaire fractuur
maar bv. van een condylaire fractuur.

De groeiplaat is een zone waar gemakkelijk breuken ontstaan bij
jongere dieren → dit is eigenlijk geen bot, maar kraakbeen van
waaruit bot wordt aangemaakt. De zone van groeiende
kraakbeencellen zal zich aan de epifysaire zijde gaan bevinden.
Soms kan een breuk van de groeiplaat voor problemen zorgen,
maar dit hoeft absoluut niet altijd het geval te zijn. De breuk is
bijna altijd in de zone van de hypertrofische kraakbeencellen. De
vascularisatie van het bot is essentieel voor de heling van het bot
en voor de vitaliteit. In normale omstandigheden wordt de epifyse
apart gevasculariseerd → wanneer er een fractuur optreedt dan
blijft de vascularisatie intact. De voedende arterie van de epifyse
van de de femurkop loopt dwarsdoorheen de groeiplaat, als er
hier dus een fractuur is dan is de arterie ook meteen beschadigd.
Dit moet snel terug aan elkaar gezet worden → anders kan er
avasculaire necrose van de femurkop ontstaan.

Totale vs. partiële fracturen. Bij een totale fractuur wordt gezien dat het bot dwars doormidden is en er functieverlies en
instabiliteit ontstaat. Bij een partiële fractuur is de fractuur niet doorlopend en wordt soms ook wel een fissuur genoemd. Hierbij
wordt geen instabiliteit en functieverlies gezien. Bij een partiële fractuur dienen voldoende opnames gemaakt te worden in
verschillende richtingen om goed te kunnen bepalen hoe de fractuur loopt. Een fissuur kan soms pas duidelijker worden na 7-10
dagen doordat er eerst botresorptie optreedt, hierdoor wordt de fissuur eerst even breder. Altijd meerdere opnames maken
omdat een fissuur anders echt gemist kan worden! CT is bij een fissuur bijzonder nuttig voor diagnose maar let op; kan het een
staande CT zijn met een korte recovery dan is dat optimaal. Moet het dier voor de CT geheel onder narcose en gaat deze een lange
recovery hierdoor hebben dan is dit geen optimale diagnose. Kijk dus altijd naar de omstandigheden!

Niet elke partiële fractuur kan als een barst geclassificeerd worden, sommige vormen zijn nog minder ernstig. Zij worden
geclassificeerd als e een subchondraal bottrauma of een stressfractuur:

• Subchondraal bottrauma zit altijd direct onder het
gewrichtskraakbeen. Bv een jong dier dat veel te zwaar
getraind wordt = overdreven repetitieve belasting die gaat
leiden tot microfissuurtjes (radiolucente zone op foto). Zij
zijn een predispositie voor het ontstaat van totale
fracturen! Sore shins worden gezien bij renpaarden.
• Stressfractuur (zie afbeelding) treedt typisch op t.h.v.
delen die niet in een gewricht gelokaliseerd zijn t.h.v.
zwaar belaste beenderen. Er is wel een onderbreking van
het bot, maar het gaat niet door de cortex heen dus het is
niet hetzelfde als een fissuur. Deze dieren hebben vaker
pijn en periostale reacties aan de dorsale zijde van de
cortex.

3

, Beschrijving van de vorm

Er zijn verschillende vormen die een fractuur kan aannemen, afhankelijk
van de kracht die op het bot heeft ingewerkt en de breuk heeft
veroorzaakt.
• Dwars
• Schuin
• Spiraal
• Longitudinaal. Deze kan zowel in het frontale als sagittale vlak
verlopen. Bij sagittaal wordt de fractuur gezien op de
dorsopalmaire RX en bij frontaal wordt deze gezien op de lateromediale opname.
• Specifieke configuratie → bv. lambda fractuur, deze gaat dan in drie stukken verlopen. Komt bijna niet voor!
• Complexe fracturen → wordt ook wel verbrijzelde of explosie fractuur genoemd. Er zijn dan zoveel fragmenten dat ze
niet meer geteld kunnen worden, ook is de vorm niet duidelijk te omschrijven.
Er zijn verschillende soorten krachten die kunnen inwerken op beenderen en die daardoor ook een effect uitoefenen op het soort
fractuur dat er ontstaat:

• A + B. Fractuur die ontstaat doordat het bot een zijdelingse impact ondergaat. Het
bot gaat eerst buigen en dan barsten, zo ontstaat er typisch een dwarse fractuur.
Een buiging (buigende krachten) van het been gaat gepaard met een compressie
(compressiekrachten) van het been. Dus een dier steunt, oefent kracht uit op het
bot en op dat moment is er een zijdelingse impact op het bot. Er ontstaat dan een
butterfly fragment, dat ontstaat aan de zijde van de inwerkende kracht (dus aan
de zijde die op dat moment concaaf is). Hoe groter de comprimerende kracht, hoe
groter de butterfly is. Als het dier niet steunt en er is enkel een zijdelingse impact,
dan gaat dit meestal een volledig dwarse fractuur zijn.
• C. Spiraalfractuur door een draaibeweging (torsiekrachten)
• D. Bij zuivere comprimerende krachten is er vaak een licht schuine fractuur.
• E. Tractiekrachten: trekkrachten zorgen voor een dwarse fractuur.
Fragmentatie van fracturen. Hierbij wordt gekeken hoeveel fragmenten er aanwezig zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen
een enkelvoudig fragment, meervoudig of een verbrijzeling (comminuted fractuur). De mate van energie opgestapeld in het bot
op moment dat krachten erop inwerken bepaalt hoe het bot breekt, hoe hoger de energie hoe meer ‘explosie’.

Open vs. gesloten fracturen. Bij een open fractuur is er communicatie tussen de fractuurhaard en een huidwonde. Dit is belangrijk
omdat een open fractuur per definitie gecontamineerd is. Dit kan het herstel gaan vertragen en er is meer kans op een infectie.
Ook de blaas en rectum vallen hieronder, bij bijvoorbeeld een bekkenfractuur dat tot in de urineblaas gaat. Vanaf dat er ergens
een huidwonde is i.c.m. Een fractuur dan wordt dit geclassificeerd als een open fractuur, het bot hoeft er niet altijd uit te steken!

Stabiele vs. verplaatste fracturen. Bij een stabiele fractuur zijn de botten op
dezelfde plek gebleven. Bij een verplaatste fractuur zijn beenderen verplaatst, wat
kan gebeuren onder invloed van het trauma zelf of door spiercontracties. Er
kunnen verschillende verplaatsingen zijn: lateraal, in een hoek, torsie, in elkaar
drukken of uit elkaar getrokken beenderen.

SPECIFIEKE FRACTUREN

Schilfer fractuur. Een deel van het bot is afgebroken, er is nooit een volledige
onderbreking van de continuïteit of van de steunende functies van het been.
De meeste schilfers zijn intra-articulair (chip fracturen). Extra-articulair komt
minder frequent voor. Zo’n fragment is niet altijd even makkelijk af te
beelden waardoor er soms andere opnames genomen moeten worden. De
rechtste opname is in flexie genomen (schampschot) om het fragmentje te
kunnen afbeelden.

De intra-articulaire fragmenten zorgen ook voor de meeste problemen, zij kunnen artrose, KB-schade en botactiviteit veroorzaken.
Deze worden vaak operatief verwijderd.




4

Documentinformatie

Geüpload op
9 augustus 2025
Aantal pagina's
138
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€12,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
MTdgkstudent Ugent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
53
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
11
Documenten
15
Laatst verkocht
1 maand geleden
Samenvattingen voor de opleiding diergeneeskunde

Hoi! Ik verkoop hier mijn samenvattingen voor de opleiding diergeneeskunde gevolgd in Antwerpen en Gent. Ik upload enkel samenvattingen waarvan ik het examen goed afgelegd heb. Ik upload niet van ieder vak een samenvatting, ik maak er namelijk niet van ieder vak een of ze zijn niet waardig genoeg om te delen. Hopelijk heb je wat aan mijn samenvattingen om de studie te halen!

5,0

7 beoordelingen

5
7
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen