0. inleiding
Uitgangspunt= breuklijnen
- bv: Scheiding arbeid & kapitaal, kerk & staat, stad & platteland,
centrum & periferie
- 3 traditionele breuklijnen:
levensbeschouwelijk, sociaal-economisch en communautair
1. Levensbeschouwelijke breuklijn
- De breuklijn waarop België ontstaat + meest dominante breuklijn
met veel gevolgen
- Ontstaat als liberale staat gebaseerd op liberale vrijheden
(godsdienst, onderwijs, pers…)
gelaïciseerde staat
- Zuidelijke Nederlanden: katholieke staat in conflict met protestanten
+ sterke macht van katholieke kerk
Conflict liberalen en katholieken: eigen interpretaties van liberale
vrijheden in de grondwet
2. Sociaal-economische breuklijn
- Strijd tussen proletariaat en het patronaat
- Eind 19de eeuw: socialistische arbeisbeweging
stakingen, betogen, sabotages…
bloederige strijd met gewonden en doden
- Herverdeling van rijkdom door oa belastingen en sociale uitkering
3. Communautaire breuklijn
- Economische evenwicht verandert enorm
o 19de eeuw: een vd grootste industriële naties (rijkdom in
Wallonië)
o Vanaf 20ste eeuw: economisch zwaartepunt in Vlaanderen
Nieuwe breuklijnen vanaf 1960
- Nieuwe sociale bewegingen: ‘one issue-partijen’
niet terug te brengen tot 3 traditionele conflictzones
o Postmaterialistische breuklijn, ecologische breuklijn, etnische
breuklijn
o Nieuwe thema’s enten zich op oude breuklijnen
- Hangen samen met mondialisering: nationale staten en economieën
worden in steeds sterkere mate bepaald door globale
ontwikkelingen
1
, Conflict en polarisatie
Bv. Koningskwestie:
- Leopold III tijdens WOII: geeft zich over aan Duitsland en weigert
samenspraak met de regering
- spanning tussen groepen die wel en niet willen dat de koning
terugkeert
compromis: Leopold III doet troonsafstand en Boudewijn neemt
over
Bv. Egmontpact: een van de eerste pogingen tot staathervormingen
op communautair vlak
mislukt
1. België avant la lettre
- ‘Belgisch’ ras: al van voor de Romeinen?
- De natiestaat ‘België’ ontstaat in 1830
o Essentialistische opvatting van de natiestaat: belgisch volk is
‘voorbestemd’ om een staat te vormen
o ßàconstructivistische interpretatie: naties ontstaan door
verschillende toevalligheden en zijn geen ‘natuurlijke’
entiteiten
1. (Gallo-)romeinse tijd
- Belgische stammen gaan op in het Romeinse rijk
o oude Belgen grotendeels uitgeroeid (zowel genetisch als
cultureel wss geen erfgenamen)
àrelevantie van pre-Romeinse periode voor de ‘Belgische’
geschiedenis is niet zo groot
o erfenis van diverse instellingen uit Romeinse tijd (recht,
politiek, cultuur, godsdienst, infrastructuur, …)
o christendom als staatsgodsdienst: basis voor feodaliteit
- ‘onze gewesten’ liggen in Romaans-Germaans grensgebied (de
rijn)
àtaal- en cultuurgrens ongeveer gelijk met situatie van vandaag
Ambiorix
- maar één echte bron die hem vermeldt
- duikt terug op in de 19de eeuw bij onafhankelijkheid van België
àzoektocht naar roemrijk verleden
àgeschiedenis als inspiratiebron voor de Belgen
2
, 2. Meroveringen en Karolingen
- Clovis: doping in 5de eeuw àsamenspel katholieke godsdienst en
staat
- Karel de Grote: kroning door Paus tot keizer van Frankisch rijk
àhistorisch belang voor 3 redenen
1) territoriaal
- na dood rijk opgesplitst in 3 delen
- eenmaking van het middenrijk blijft streefdoel bij latere heersers
àoa Bourgondiërs: ‘bourgondische eenmaking’
- Grens tussen Oost- en west ≈ grens tussen Germaanse en
Romaanse gebieden
2) Feodaliteit: blijft bestaan tot Franse revolutie
- Koning met alle macht en vazallen met leenheren, leenmannen
àpiramidale staatsstructuur
- Leenmannen zijn trouw verschuldigd aan de koning: militaire
bijstand en betalen van geld
- Heersers gebruiken (al dan niet reële) bloedband met Karel de
grote als legitimering van hun macht
- Soevereine vorst: macht gekregen van God
3) Standenmaatschappij
- Clerus, adel & grootgrondbezitters en de derde stand
- Binnen derde stand nieuwe groep: rijke handelaars in sterke
steden
àconcurrentie voor de vorsten
‘vreemde’ heersers
- Vroeger: Nederlanden werden bestuurd door verschillende
‘vreemde’ vorsten
àbevolking wisselde probleemloos van loyaliteit
àwerd niet gezien als een bezetting (macht werd door God
gegeven)
- Moderne samenleving: loyaliteit van burgers gaat uit naar de
natie waartoe zij behoren
àontstaan van ‘volkswil’ (wil van de natie)
3
, 3. Onze gewesten van de 10de tot de 14de eeuw
- Schelde: grens tussen 2 territoria (Franse koning en Duitse
keizer)
àVlaanderen in leen van deze twee gebieden (los van taal)
- Guldensporenslag: graaf van Vlaanderen (leenman) in conflict
met koning van Frankrijk (leenheer)
o Graaf van Vlaanderen wint tegen Franse koning à
gelijkenissen met ontstaan van Belgische natie (ook
onafhankelijkheid van de Fransen)
o Hendrik Consience: aangedikt als nationale strijd (framing)
àStrijd had in realiteit niets te maken met taal of Belgische
nationaliteit, maar een puur sociaal-economisch conflict
- Slag bij Woeringen: hertog van Brabant in conflict met bisschop
van Keulen
o had evengoed als belangrijk moment kunnen uitgekozen
geworden van strijd tussen graaf en vreemde agressor
MAAR Duitsers waren toen nog niet ‘de slechteriken’
- Zeer rijke steden vs. machtige ‘vorsten’
àsuccesvol verzet tegen opslorping (vooral tegen Fr)
- Omstandigheden bepalen ontwikkeling van politiek-territoriale
entiteiten
=contingentie
àniet voorbestemd tot latere onafhankelijke nationale staat
4. Bourgondische Nederlanden (15de eeuw)
- Verschillende staatjes vormden na verloop van tijd een aparte
territoriale-politieke eenheid: de Nederlanden
- Centrale instellingen in poging om samenhorigheid te vergroten
o Staten-generaal: politiek lichaam waarin 3 standen
vertegenwoordigd waren
o Gulden vlies met elite
5. Habsburgse Nederlanden (16de-18de eeuw)
- Karel V
4
Uitgangspunt= breuklijnen
- bv: Scheiding arbeid & kapitaal, kerk & staat, stad & platteland,
centrum & periferie
- 3 traditionele breuklijnen:
levensbeschouwelijk, sociaal-economisch en communautair
1. Levensbeschouwelijke breuklijn
- De breuklijn waarop België ontstaat + meest dominante breuklijn
met veel gevolgen
- Ontstaat als liberale staat gebaseerd op liberale vrijheden
(godsdienst, onderwijs, pers…)
gelaïciseerde staat
- Zuidelijke Nederlanden: katholieke staat in conflict met protestanten
+ sterke macht van katholieke kerk
Conflict liberalen en katholieken: eigen interpretaties van liberale
vrijheden in de grondwet
2. Sociaal-economische breuklijn
- Strijd tussen proletariaat en het patronaat
- Eind 19de eeuw: socialistische arbeisbeweging
stakingen, betogen, sabotages…
bloederige strijd met gewonden en doden
- Herverdeling van rijkdom door oa belastingen en sociale uitkering
3. Communautaire breuklijn
- Economische evenwicht verandert enorm
o 19de eeuw: een vd grootste industriële naties (rijkdom in
Wallonië)
o Vanaf 20ste eeuw: economisch zwaartepunt in Vlaanderen
Nieuwe breuklijnen vanaf 1960
- Nieuwe sociale bewegingen: ‘one issue-partijen’
niet terug te brengen tot 3 traditionele conflictzones
o Postmaterialistische breuklijn, ecologische breuklijn, etnische
breuklijn
o Nieuwe thema’s enten zich op oude breuklijnen
- Hangen samen met mondialisering: nationale staten en economieën
worden in steeds sterkere mate bepaald door globale
ontwikkelingen
1
, Conflict en polarisatie
Bv. Koningskwestie:
- Leopold III tijdens WOII: geeft zich over aan Duitsland en weigert
samenspraak met de regering
- spanning tussen groepen die wel en niet willen dat de koning
terugkeert
compromis: Leopold III doet troonsafstand en Boudewijn neemt
over
Bv. Egmontpact: een van de eerste pogingen tot staathervormingen
op communautair vlak
mislukt
1. België avant la lettre
- ‘Belgisch’ ras: al van voor de Romeinen?
- De natiestaat ‘België’ ontstaat in 1830
o Essentialistische opvatting van de natiestaat: belgisch volk is
‘voorbestemd’ om een staat te vormen
o ßàconstructivistische interpretatie: naties ontstaan door
verschillende toevalligheden en zijn geen ‘natuurlijke’
entiteiten
1. (Gallo-)romeinse tijd
- Belgische stammen gaan op in het Romeinse rijk
o oude Belgen grotendeels uitgeroeid (zowel genetisch als
cultureel wss geen erfgenamen)
àrelevantie van pre-Romeinse periode voor de ‘Belgische’
geschiedenis is niet zo groot
o erfenis van diverse instellingen uit Romeinse tijd (recht,
politiek, cultuur, godsdienst, infrastructuur, …)
o christendom als staatsgodsdienst: basis voor feodaliteit
- ‘onze gewesten’ liggen in Romaans-Germaans grensgebied (de
rijn)
àtaal- en cultuurgrens ongeveer gelijk met situatie van vandaag
Ambiorix
- maar één echte bron die hem vermeldt
- duikt terug op in de 19de eeuw bij onafhankelijkheid van België
àzoektocht naar roemrijk verleden
àgeschiedenis als inspiratiebron voor de Belgen
2
, 2. Meroveringen en Karolingen
- Clovis: doping in 5de eeuw àsamenspel katholieke godsdienst en
staat
- Karel de Grote: kroning door Paus tot keizer van Frankisch rijk
àhistorisch belang voor 3 redenen
1) territoriaal
- na dood rijk opgesplitst in 3 delen
- eenmaking van het middenrijk blijft streefdoel bij latere heersers
àoa Bourgondiërs: ‘bourgondische eenmaking’
- Grens tussen Oost- en west ≈ grens tussen Germaanse en
Romaanse gebieden
2) Feodaliteit: blijft bestaan tot Franse revolutie
- Koning met alle macht en vazallen met leenheren, leenmannen
àpiramidale staatsstructuur
- Leenmannen zijn trouw verschuldigd aan de koning: militaire
bijstand en betalen van geld
- Heersers gebruiken (al dan niet reële) bloedband met Karel de
grote als legitimering van hun macht
- Soevereine vorst: macht gekregen van God
3) Standenmaatschappij
- Clerus, adel & grootgrondbezitters en de derde stand
- Binnen derde stand nieuwe groep: rijke handelaars in sterke
steden
àconcurrentie voor de vorsten
‘vreemde’ heersers
- Vroeger: Nederlanden werden bestuurd door verschillende
‘vreemde’ vorsten
àbevolking wisselde probleemloos van loyaliteit
àwerd niet gezien als een bezetting (macht werd door God
gegeven)
- Moderne samenleving: loyaliteit van burgers gaat uit naar de
natie waartoe zij behoren
àontstaan van ‘volkswil’ (wil van de natie)
3
, 3. Onze gewesten van de 10de tot de 14de eeuw
- Schelde: grens tussen 2 territoria (Franse koning en Duitse
keizer)
àVlaanderen in leen van deze twee gebieden (los van taal)
- Guldensporenslag: graaf van Vlaanderen (leenman) in conflict
met koning van Frankrijk (leenheer)
o Graaf van Vlaanderen wint tegen Franse koning à
gelijkenissen met ontstaan van Belgische natie (ook
onafhankelijkheid van de Fransen)
o Hendrik Consience: aangedikt als nationale strijd (framing)
àStrijd had in realiteit niets te maken met taal of Belgische
nationaliteit, maar een puur sociaal-economisch conflict
- Slag bij Woeringen: hertog van Brabant in conflict met bisschop
van Keulen
o had evengoed als belangrijk moment kunnen uitgekozen
geworden van strijd tussen graaf en vreemde agressor
MAAR Duitsers waren toen nog niet ‘de slechteriken’
- Zeer rijke steden vs. machtige ‘vorsten’
àsuccesvol verzet tegen opslorping (vooral tegen Fr)
- Omstandigheden bepalen ontwikkeling van politiek-territoriale
entiteiten
=contingentie
àniet voorbestemd tot latere onafhankelijke nationale staat
4. Bourgondische Nederlanden (15de eeuw)
- Verschillende staatjes vormden na verloop van tijd een aparte
territoriale-politieke eenheid: de Nederlanden
- Centrale instellingen in poging om samenhorigheid te vergroten
o Staten-generaal: politiek lichaam waarin 3 standen
vertegenwoordigd waren
o Gulden vlies met elite
5. Habsburgse Nederlanden (16de-18de eeuw)
- Karel V
4