Toegepaste economie: thema 4
LEVEL 1
LIQUIDITEIT
Liquiditeit is de mate waarin een onderneming haar vreemd vermogen op korte
termijn kan terugbetalen.
Als het resultaat groter is dan één beschikt de onderneming over voldoende vlottende
activa om haar schulden op korte termijn terug te betalen.
vlottende activa
liquiditeit in ruime zin (current ratio) =
vreemd vermogenop KT
vlottende activa – voorraden
liquiditeit in enge zin (quick ratio) = NETTOBEDRIJFSKAPITAAL OF
vreemd vermogen op KT
WERKKAPITAAL
Het nettobedrijfskapitaal bestaat uit de middelen die nodig zijn voor de dagelijkse werking
van de onderneming. Het is een andere manier om naar liquiditeit te kijken en kan op twee
manieren berekend worden:
methode 1 = vlottende activa – vreemd vermogen op KT
methode 2 = permanent vermogen – vaste activa
Zijn de vlottende activa groter dan het vreemd vermogen op korte termijn dan zal de
onderneming op korte termijn normaal geen betalingsproblemen kennen. Is het
bedrijfskapitaal negatief, dan heeft de onderneming onvoldoende liquide middelen,
voorraden en vorderingen om aan alle verplichtingen te voldoen. Via het werkkapitaal
kun je eveneens nagaan of een onderneming evenwichtig is gefinancierd. Het
basisprincipe in financiering is dat je kortetermijninvesteringen financiert met
kortetermijnschulden en langetermijninvesteringen met langetermijnschulden.
Het nettobedrijfskapitaal alleen berekenen is onvoldoende. Om te weten hoe groot het
nettobedrijfskapitaal moet zijn, bereken je de behoefte aan het nettobedrijfskapitaal, met
andere woorden: hoeveel geld is er nodig om optimaal te werken?
Het verschil tussen het nettobedrijfskapitaal en de behoefte aan bedrijfskapitaal vormt de
kaspositie van de onderneming.
KLANTEN- EN LEVERANCIERSKREDIET
Het klantenkrediet geeft aan na hoeveel dagen de klant gemiddeld een openstaande
vordering betaalt. In België geven bedrijven aan elkaar vaak een betalingstermijn tussen de
30 en 60 dagen. Voor particuliere klanten wordt er doorgaans een betalingstermijn van
maximaal 30 dagen gegeven. Het leverancierskrediet geeft weer na hoeveel dagen
leveranciers betaald worden.
handelsvorderingen
aantal dagen klantenkrediet = ·
omzet + andere bedrijfsopbrengsten−subsidies van overheid+btw
365
aantal dagen leverancierskrediet =
handelsschulden
· 365
aankopen HG , grond−en hulpstoffen+ diensten en diverse goederen+btw
OMLOOPSNELHEID EN OMLOOPTIJD VAN VOORRAAD
Omloopsnelheid van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen is het aantal keer op jaarbasis
dat de voorraad verkocht wordt. De omlooptijd van de voorraad is het aantal dagen dat
voorbijgaat voor de voorraad de onderneming verlaat. Die omlooptijd hangt uiteraard ook
af van de sector. Zo is een omlooptijd van 90 dagen niet ongebruikelijk voor
consumentengoederen. In de voedingssector daarentegen zal de omlooptijd veel korter zijn.
voorraadrotatie =
1
LEVEL 1
LIQUIDITEIT
Liquiditeit is de mate waarin een onderneming haar vreemd vermogen op korte
termijn kan terugbetalen.
Als het resultaat groter is dan één beschikt de onderneming over voldoende vlottende
activa om haar schulden op korte termijn terug te betalen.
vlottende activa
liquiditeit in ruime zin (current ratio) =
vreemd vermogenop KT
vlottende activa – voorraden
liquiditeit in enge zin (quick ratio) = NETTOBEDRIJFSKAPITAAL OF
vreemd vermogen op KT
WERKKAPITAAL
Het nettobedrijfskapitaal bestaat uit de middelen die nodig zijn voor de dagelijkse werking
van de onderneming. Het is een andere manier om naar liquiditeit te kijken en kan op twee
manieren berekend worden:
methode 1 = vlottende activa – vreemd vermogen op KT
methode 2 = permanent vermogen – vaste activa
Zijn de vlottende activa groter dan het vreemd vermogen op korte termijn dan zal de
onderneming op korte termijn normaal geen betalingsproblemen kennen. Is het
bedrijfskapitaal negatief, dan heeft de onderneming onvoldoende liquide middelen,
voorraden en vorderingen om aan alle verplichtingen te voldoen. Via het werkkapitaal
kun je eveneens nagaan of een onderneming evenwichtig is gefinancierd. Het
basisprincipe in financiering is dat je kortetermijninvesteringen financiert met
kortetermijnschulden en langetermijninvesteringen met langetermijnschulden.
Het nettobedrijfskapitaal alleen berekenen is onvoldoende. Om te weten hoe groot het
nettobedrijfskapitaal moet zijn, bereken je de behoefte aan het nettobedrijfskapitaal, met
andere woorden: hoeveel geld is er nodig om optimaal te werken?
Het verschil tussen het nettobedrijfskapitaal en de behoefte aan bedrijfskapitaal vormt de
kaspositie van de onderneming.
KLANTEN- EN LEVERANCIERSKREDIET
Het klantenkrediet geeft aan na hoeveel dagen de klant gemiddeld een openstaande
vordering betaalt. In België geven bedrijven aan elkaar vaak een betalingstermijn tussen de
30 en 60 dagen. Voor particuliere klanten wordt er doorgaans een betalingstermijn van
maximaal 30 dagen gegeven. Het leverancierskrediet geeft weer na hoeveel dagen
leveranciers betaald worden.
handelsvorderingen
aantal dagen klantenkrediet = ·
omzet + andere bedrijfsopbrengsten−subsidies van overheid+btw
365
aantal dagen leverancierskrediet =
handelsschulden
· 365
aankopen HG , grond−en hulpstoffen+ diensten en diverse goederen+btw
OMLOOPSNELHEID EN OMLOOPTIJD VAN VOORRAAD
Omloopsnelheid van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen is het aantal keer op jaarbasis
dat de voorraad verkocht wordt. De omlooptijd van de voorraad is het aantal dagen dat
voorbijgaat voor de voorraad de onderneming verlaat. Die omlooptijd hangt uiteraard ook
af van de sector. Zo is een omlooptijd van 90 dagen niet ongebruikelijk voor
consumentengoederen. In de voedingssector daarentegen zal de omlooptijd veel korter zijn.
voorraadrotatie =
1