Sociologie
Hoofdstuk 12: Sociale klassen
Marx definieert sociale klasse als: groepen waarvan de maatschappelijke positie wordt bepaald met
hun relatie tot de dominerende productiemiddelen
Hij onderscheidt 3 stadia in de wording van klassen in de kapitalistische maatschappij
1. Thuisarbeid
2. Klassen-an-sich
Gemeenschappelijke toestand inzake het bezit van de productiemiddelen, zonder
dat de betrokkenen zich bewust zijn van deze gemeenschappelijkheid
Gemeenschappelijke sociaaleconomische omstandigheden en gemeenschappelijke
gedragspatronen
Economische sfeer
Materiële eisen zoals hoger loon, arbeidstijd en betere arbeidsomstandigheden
3. Klassen-für-sich
Toestandsklasse die een klassenbewustzijn heeft ontwikkeld, een bewustzijn van
gemeenschappelijke deprivatie
Interactie en communicatie in de toestandsklasse
Samen werken, samen wonen, samen leven
Komt tot volle rijping wanneer de leden van een klasse zich organiseren in een
politieke beweging of partij
Enkel wanneer deze fase is bereikt kunnen we spreken van een klasse
Lees blz. 324-326
3 soorten kapitalen:
1. Economische kapitaal
Monetaire en materiële rijkdom, grondstoffen en fysieke hulpbronnen (geld,
eigendom)
Het is kapitaal dat in gelwaarde wordt uitgedrukt
2. Sociaal kapitaal
Staat voor geheel van de relaties binnen een sociaal netwerk, evenals het kapitaal
aan respectabiliteit en status
3. Cultureel kapitaal
Geheel van opvattingen en houdingen die naar hogere cultuur verwijzen
3 vormen:
1. Belichaamde
Cultuur, taal, kennis van de sociale code die zich hebben ontwikkeld tot
enen vorm van eigendom, tot een persoonlijke eigenschap; een hebben dat
tot een zijn is geworden
2. Geobjectiveerde
Boeken, kunstwerken en andere cultuurgoederen
3. Geïnstitutionaliseerde
Titels, onderwijskwalificaties
Hoofdstuk 12: Sociale klassen
Marx definieert sociale klasse als: groepen waarvan de maatschappelijke positie wordt bepaald met
hun relatie tot de dominerende productiemiddelen
Hij onderscheidt 3 stadia in de wording van klassen in de kapitalistische maatschappij
1. Thuisarbeid
2. Klassen-an-sich
Gemeenschappelijke toestand inzake het bezit van de productiemiddelen, zonder
dat de betrokkenen zich bewust zijn van deze gemeenschappelijkheid
Gemeenschappelijke sociaaleconomische omstandigheden en gemeenschappelijke
gedragspatronen
Economische sfeer
Materiële eisen zoals hoger loon, arbeidstijd en betere arbeidsomstandigheden
3. Klassen-für-sich
Toestandsklasse die een klassenbewustzijn heeft ontwikkeld, een bewustzijn van
gemeenschappelijke deprivatie
Interactie en communicatie in de toestandsklasse
Samen werken, samen wonen, samen leven
Komt tot volle rijping wanneer de leden van een klasse zich organiseren in een
politieke beweging of partij
Enkel wanneer deze fase is bereikt kunnen we spreken van een klasse
Lees blz. 324-326
3 soorten kapitalen:
1. Economische kapitaal
Monetaire en materiële rijkdom, grondstoffen en fysieke hulpbronnen (geld,
eigendom)
Het is kapitaal dat in gelwaarde wordt uitgedrukt
2. Sociaal kapitaal
Staat voor geheel van de relaties binnen een sociaal netwerk, evenals het kapitaal
aan respectabiliteit en status
3. Cultureel kapitaal
Geheel van opvattingen en houdingen die naar hogere cultuur verwijzen
3 vormen:
1. Belichaamde
Cultuur, taal, kennis van de sociale code die zich hebben ontwikkeld tot
enen vorm van eigendom, tot een persoonlijke eigenschap; een hebben dat
tot een zijn is geworden
2. Geobjectiveerde
Boeken, kunstwerken en andere cultuurgoederen
3. Geïnstitutionaliseerde
Titels, onderwijskwalificaties